In een opiniestuk reageert David De Pue op een reeks eerdere stellingen van Bart Staes, die kritisch staat tegenover ggo's en recente gentechnieken zoals CRISPR-cas9. Staes vraagt of deze techniek wel zou moeten worden toegelaten zonder verder onderzoek, zeker nu ook blijkt dat het Vlaams Instituut voor Biotechnologie al een veldproef met deze techniek uitvoert. De Pue trekt de stellingen van Staes in vraag en pleit voor enige "wetenschappelijke nuchterheid" en hoopt dat Staes "van mening verandert en de wetenschap omarmt".

Voor wie al eerdere debatten over ggo's heeft meegemaakt, valt het op dat de stellingen van zowel Staes als De Pue niet echt origineel zijn, maar leuzen herhalen die dateren van de eerste discussies rond ggo's. En hoewel ik denk dat De Pue terecht vraagtekens weet te plaatsen bij enkele concrete punten van Staes, loopt deze discussie tegelijk ook voorbij aan de grotere, en feitelijke inzet van het debat. Wat ter discussie staat is de grotere vraag in wat voor soort maatschappij we willen leven.

Natuurlijk is er (g)een verschil

Allereerst is het opvallend dat weer de term 'natuur' veelvoudig opduikt. Dat is niet nieuw, want vragen of ggo's al dan niet natuurlijk zijn gaan terug tot de jaren 70. Ggo's werden afgedaan als onnatuurlijk of als schendingen van 'natuurlijke' grenzen. De Pue verwerpt de zinvolheid van zo'n onderscheid. Ook traditionele maïs, stelt hij, is het product van een langdurige selectie en bijsturing van de mens. In die zin zijn ggo's niet onnatuurlijk(er). De Pue lijkt hier inderdaad punten te scoren, maar ook dit wordt al herhaald door voorstanders vanaf het begin. Hetzelfde geldt voor zijn opmerking dat de huidige technieken "gebruik maken van een in de natuur voorkomend mechanisme" en dus "gebaseerd zijn op een natuurlijk proces". Vaak kwam dit argument ook terug om regulering te voorkomen: je verbiedt toch niets wat de natuur zelf doet?

Voorstanders stellen het vaak voor alsof enkel de tegenstanders een beroep doen op onwetenschappelijke termen zoals 'natuurlijkheid'. In realiteit 'bezondigen' beide kanten zich aan een beroep op de notie van de natuur, de tegenstanders evengoed als de voorstanders. Zo kan je een gelijkaardig argument opbouwen tegen de voorstanders: is het voorkomen in de natuur een vrijkaart om aan elke kritiek te ontkomen? Kernsplijting breekt ook geen natuurwet, en duikt gerust in de natuur wel eens op. Daar volgt niet uit dat tussen spontane kernsplijtingen en atoomwapens, kerncentrales en bijhorende radioactiviteit geen relevant verschil bestaat. Schaal, context en doel zijn evengoed van belang. Zo is het volgens mij ook bij veredeling van gewassen en genetische modificatie.

Behalve de discussie over wetenschappelijke feiten, staan hier volgens mij ook dieperliggende waarden ter discussie. Het gaat namelijk om een filosofische of zelfs levensbeschouwelijke discussie rond de vraag wat natuurlijk is en wat niet, en in welke mate de mens mag ingrijpen. Zo'n discussie is volgens mij juist broodnodig en onvermijdelijk.

Elke technologie heeft sociale gevolgen

Typisch wordt bijvoorbeeld de parallel gemaakt met vroegere episodes uit de landbouw, die even ingrijpend waren als ggo's, maar blijkbaar in orde zijn. Het is echter een open vraag of al die vroegere producten wel zo eenduidig positief zijn geweest. Neem bijvoorbeeld de uitvinding van de landbouw zelf. Dat wordt al snel als een onproblematische vooruitgang gezien: meer en beter eten. Recent hebben een aantal historici, zoals Jared Diamond, hier terecht vragen bij gesteld: de invoering van de landbouw zorgde voor eeuwen van ellende en zwoegen, waarvan beperkte groepen pas in de laatste eeuwen enkele vruchten hebben kunnen plukken, om ons vervolgens weer in de milieuproblematiek te werpen. Was het dat allemaal waard?

Op gelijkaardige manieren zijn de geschiedenissen rond het veredelen van maïs en andere gewassen ook niet zo eenduidig als vaak voorgesteld. Een "wetenschappelijke nuchterheid" zou hier vragen om werk van historici dat de maatschappelijke verschuivingen ervan in kaart te brengen, maar dat is helaas tot nog toe afwezig in het debat. Misschien lijkt mijn conclusie nu dat we dus naast ggo's ook maar geen maïs moeten eten. Verre van, want toekomstige beslissingen worden niet bepaald door die van het verleden. Maar ook wil ik ggo's niet zomaar afschrijven, enkel moeten we ervan bewust zijn dat nieuwe technieken radicale sociale gevolgen kunnen hebben.

Naast feiten ook maatschappijvisie

Dat leidt ook tot mijn finale punt: wat werkelijk op het spel staat, is niet het individuele product, maar de maatschappij waarin men wil leven. In de discussie tussen voor- en tegenstanders raakt de grote vraag, ook deze keer ondergesneeuwd: de keuze voor of tegen ggo's, resulteert in de keuze voor een bepaald type mens, wetenschap en maatschappij. Kiezen we voor een maatschappij die maatschappelijke problemen zoals milieuvervuiling vooral wil oplossen via technologische snufjes, in plaats van echte sociale hervormingen? In welke mate moet de wetenschap meegaan in de logica van de vrije markt? Uiteraard moeten de wetenschappers ingaan op de feiten, en moeten foute beweringen daarover worden rechtgezet, maar ze moeten ook beseffen dat er meer meespeelt. Wat op het spel staat zijn niet louter feiten, hoewel een goed debat niet zonder gevoerd kan worden, maar een maatschappijvisie.

Mijn punt is niet dat de antwoorden op deze vragen eenduidig zijn, of dat de tegenstanders (of voorstanders) het noodzakelijk bij het rechte eind hebben. Enkel dat ze beide in deze grotere vragen deelnemen, maar het vaak zo voorstellen alsof enkel wetenschappelijke feiten ter discussie staan. De juiste feiten zijn noodzakelijk, maar niet voldoende voor de discussie. Een ggo is een maatschappelijk experiment. Wat op het spel staat is breder dan de ziekte die kan voortkomen uit een ggo (hoewel dat ook een cruciale vraag is.). Het gaat om de vraag hoe een maatschappij met of zonder gebruik van ggo's eruit ziet. Tegenstanders vrezen voor grote verschuivingen of problemen; voorstanders denken dat alles hetzelfde of zelfs beter wordt. Ook deze grotere vragen verdienen een antwoord.

In een opiniestuk reageert David De Pue op een reeks eerdere stellingen van Bart Staes, die kritisch staat tegenover ggo's en recente gentechnieken zoals CRISPR-cas9. Staes vraagt of deze techniek wel zou moeten worden toegelaten zonder verder onderzoek, zeker nu ook blijkt dat het Vlaams Instituut voor Biotechnologie al een veldproef met deze techniek uitvoert. De Pue trekt de stellingen van Staes in vraag en pleit voor enige "wetenschappelijke nuchterheid" en hoopt dat Staes "van mening verandert en de wetenschap omarmt".Voor wie al eerdere debatten over ggo's heeft meegemaakt, valt het op dat de stellingen van zowel Staes als De Pue niet echt origineel zijn, maar leuzen herhalen die dateren van de eerste discussies rond ggo's. En hoewel ik denk dat De Pue terecht vraagtekens weet te plaatsen bij enkele concrete punten van Staes, loopt deze discussie tegelijk ook voorbij aan de grotere, en feitelijke inzet van het debat. Wat ter discussie staat is de grotere vraag in wat voor soort maatschappij we willen leven. Allereerst is het opvallend dat weer de term 'natuur' veelvoudig opduikt. Dat is niet nieuw, want vragen of ggo's al dan niet natuurlijk zijn gaan terug tot de jaren 70. Ggo's werden afgedaan als onnatuurlijk of als schendingen van 'natuurlijke' grenzen. De Pue verwerpt de zinvolheid van zo'n onderscheid. Ook traditionele maïs, stelt hij, is het product van een langdurige selectie en bijsturing van de mens. In die zin zijn ggo's niet onnatuurlijk(er). De Pue lijkt hier inderdaad punten te scoren, maar ook dit wordt al herhaald door voorstanders vanaf het begin. Hetzelfde geldt voor zijn opmerking dat de huidige technieken "gebruik maken van een in de natuur voorkomend mechanisme" en dus "gebaseerd zijn op een natuurlijk proces". Vaak kwam dit argument ook terug om regulering te voorkomen: je verbiedt toch niets wat de natuur zelf doet?Voorstanders stellen het vaak voor alsof enkel de tegenstanders een beroep doen op onwetenschappelijke termen zoals 'natuurlijkheid'. In realiteit 'bezondigen' beide kanten zich aan een beroep op de notie van de natuur, de tegenstanders evengoed als de voorstanders. Zo kan je een gelijkaardig argument opbouwen tegen de voorstanders: is het voorkomen in de natuur een vrijkaart om aan elke kritiek te ontkomen? Kernsplijting breekt ook geen natuurwet, en duikt gerust in de natuur wel eens op. Daar volgt niet uit dat tussen spontane kernsplijtingen en atoomwapens, kerncentrales en bijhorende radioactiviteit geen relevant verschil bestaat. Schaal, context en doel zijn evengoed van belang. Zo is het volgens mij ook bij veredeling van gewassen en genetische modificatie.Behalve de discussie over wetenschappelijke feiten, staan hier volgens mij ook dieperliggende waarden ter discussie. Het gaat namelijk om een filosofische of zelfs levensbeschouwelijke discussie rond de vraag wat natuurlijk is en wat niet, en in welke mate de mens mag ingrijpen. Zo'n discussie is volgens mij juist broodnodig en onvermijdelijk.Elke technologie heeft sociale gevolgenTypisch wordt bijvoorbeeld de parallel gemaakt met vroegere episodes uit de landbouw, die even ingrijpend waren als ggo's, maar blijkbaar in orde zijn. Het is echter een open vraag of al die vroegere producten wel zo eenduidig positief zijn geweest. Neem bijvoorbeeld de uitvinding van de landbouw zelf. Dat wordt al snel als een onproblematische vooruitgang gezien: meer en beter eten. Recent hebben een aantal historici, zoals Jared Diamond, hier terecht vragen bij gesteld: de invoering van de landbouw zorgde voor eeuwen van ellende en zwoegen, waarvan beperkte groepen pas in de laatste eeuwen enkele vruchten hebben kunnen plukken, om ons vervolgens weer in de milieuproblematiek te werpen. Was het dat allemaal waard?Op gelijkaardige manieren zijn de geschiedenissen rond het veredelen van maïs en andere gewassen ook niet zo eenduidig als vaak voorgesteld. Een "wetenschappelijke nuchterheid" zou hier vragen om werk van historici dat de maatschappelijke verschuivingen ervan in kaart te brengen, maar dat is helaas tot nog toe afwezig in het debat. Misschien lijkt mijn conclusie nu dat we dus naast ggo's ook maar geen maïs moeten eten. Verre van, want toekomstige beslissingen worden niet bepaald door die van het verleden. Maar ook wil ik ggo's niet zomaar afschrijven, enkel moeten we ervan bewust zijn dat nieuwe technieken radicale sociale gevolgen kunnen hebben.Naast feiten ook maatschappijvisieDat leidt ook tot mijn finale punt: wat werkelijk op het spel staat, is niet het individuele product, maar de maatschappij waarin men wil leven. In de discussie tussen voor- en tegenstanders raakt de grote vraag, ook deze keer ondergesneeuwd: de keuze voor of tegen ggo's, resulteert in de keuze voor een bepaald type mens, wetenschap en maatschappij. Kiezen we voor een maatschappij die maatschappelijke problemen zoals milieuvervuiling vooral wil oplossen via technologische snufjes, in plaats van echte sociale hervormingen? In welke mate moet de wetenschap meegaan in de logica van de vrije markt? Uiteraard moeten de wetenschappers ingaan op de feiten, en moeten foute beweringen daarover worden rechtgezet, maar ze moeten ook beseffen dat er meer meespeelt. Wat op het spel staat zijn niet louter feiten, hoewel een goed debat niet zonder gevoerd kan worden, maar een maatschappijvisie. Mijn punt is niet dat de antwoorden op deze vragen eenduidig zijn, of dat de tegenstanders (of voorstanders) het noodzakelijk bij het rechte eind hebben. Enkel dat ze beide in deze grotere vragen deelnemen, maar het vaak zo voorstellen alsof enkel wetenschappelijke feiten ter discussie staan. De juiste feiten zijn noodzakelijk, maar niet voldoende voor de discussie. Een ggo is een maatschappelijk experiment. Wat op het spel staat is breder dan de ziekte die kan voortkomen uit een ggo (hoewel dat ook een cruciale vraag is.). Het gaat om de vraag hoe een maatschappij met of zonder gebruik van ggo's eruit ziet. Tegenstanders vrezen voor grote verschuivingen of problemen; voorstanders denken dat alles hetzelfde of zelfs beter wordt. Ook deze grotere vragen verdienen een antwoord.