Deze week rapporteert Knack over het optreden van Gentse politiemensen die, naar aanleiding van een oproep omtrent diefstal met geweld, een groep vijftienjarige jongeren tracht staande te houden. De jongeren slaan op de vlucht maar worden al snel ingerekend door de interventieploeg van de Gentse politie. Volgens de berichtgeving uit Knack, worden de jongeren 'hardhandig op hun knieën gedwongen, met hun gezicht tegen de muur geduwd en gehandboeid.'

Zonder te oordelen over een individuele casus, blijkt uit de berichtgeving, alsook uit de Pano-reportage over politiegeweld van 3 maart 2021 dat er nog werk aan de winkel is om politiemensen te ondersteunen in het aanhouden van een neutrale houding in vaak erg moeilijke omstandigheden bij het uitvoeren van politiewerk op het terrein en het proportioneel gebruik van geweld indien nodig.

Zowel de berichtgeving in Gent als de Pano-reportage zijn opzienbarend omdat ze aangeeft dat disproportioneel politiegeweld geen louter Amerikaans probleem is, maar zich ook in onze contreien manifesteert. Er worden dan ook verschillende interessante vragen opgeworpen die aanzetten tot debat: Is er iets mis met de rekrutering; worden politiemensen voldoende lang opgeleid; welke rol speelt de zwijgcultuur in het aankaarten van geweld binnen de politie; welke rol speelt racisme bij het gebruik van disproportioneel geweld en laat het tuchtreglement toe om de rotte appels uit de (politie)mand te verwijderen?

We hebben dringend nood aan beter cijfermateriaal over politiegeweld.

Een dimensie die tot nog toe minder aan bod komt, is het monitoren van politiegeweld en de cijfermatige dataverzameling van het fenomeen. België heeft dan wel gedetailleerde meldingsprocedures, toch wordt deze gekenmerkt door een aanzienlijke complexiteit.

Ten eerste, dienen politiemensen na de uitoefening van geweld twee verschillende meldingsdocumenten met een erg gelijkaardige inhoud over te maken aan verschillende instanties afhankelijk van de ernst van de feiten. Hoewel er een wettelijke meldplicht bestaat voor elke vorm van geweld gebruikt door politiepersoneel, blijft de melding van het gebruik van geweld door politiemensen op het terrein afhankelijk van het initiatief van de individuele politiefunctionaris en zijn begeleider.

Ten tweede, is het voor de burger niet altijd duidelijk bij welke instantie zij klacht kunnen neerleggen indien zij slachtoffer of getuige zijn van politiegeweld. Dit zorgt er dan ook voor dat cijfergegevens verspreid zijn en aanzienlijk kunnen verschillen onderling. Zo ontving Comité P in 2019 156 klachten, terwijl de algemene inspectie toen 70 klachten heeft ontvangen. Burgers kunnen eveneens klacht neerleggen via een gerechtelijke procedure of via politiediensten zelf. Betreffende de gerechtelijke procedure dient te worden opgemerkt dat politiegeweld vervat zit in individuele beslissingen of rapporten waardoor cijfergegevens die de omvang van politiegeweld aantonen, niet beschikbaar zijn.

'In België is er duidelijk nood aan een betere informatie-uitwisseling en coördinatie tussen de verschillende betrokken instanties'. Het is een concreet advies dat we recent uitbrachten in het internationaal vergelijkend rapport 'Police Lethal Force and Acccountability: Monitoring Deaths in Western Europe' waarbij we in samenwerking met onderzoekers uit vier rechtsgebieden (België, Engeland en Wales, Nederland en Frankrijk) een overzicht maakten van de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van informatie met betrekking tot sterfgevallen na gebruik van geweld door politiemensen.

Hoewel dit comparatieve onderzoek aantoont dat België niet meteen de slechtste leerling is uit de klas, is het duidelijk dat er nog werk aan de winkel is, zelfs als het gaat over gebruik van geweld met de dood als gevolg. Wij stellen dat er meer kan worden gedaan door wetshandhavingsinstanties, alsmede door hun toezichtsorganen en overheden. Het verzamelen van gegevens en bewijsmateriaal die toegankelijk, relevant en nuttig zijn voor degenen die met geweld te maken hebben, is een noodzakelijke stap om de verantwoordingsplicht van politiegeweld te initiëren.

De verantwoordingsplicht van de Belgische geïntegreerde politie is een cruciale vereiste in een democratische samenleving. De politie is immers de belichaming van de macht van de staat om de burgers bepaalde rechten te ontnemen en kan omwille van het monopolie op geweld eveneens het recht op leven tenietdoen. Een verkeerde inschatting van een politieagent over de proportionaliteit van het gehanteerde geweld kan echter desastreuze gevolgen hebben. Het 'excessief' gebruik van geweld door politie kan leiden tot een flagrante vertrouwensbreuk tussen het politieapparaat en de brede samenleving met als gevolg dat politieagenten hun job niet naar behoren kunnen uitvoeren.

De verantwoordingsplicht verdient dan ook véél meer aandacht en dat op drie niveaus. Een eerste niveau is de plicht van elke politieman/vrouw om zijn/haar optreden op het terrein te verantwoorden en dat ook in relatie tot de burgers actief te doen. Dat betekent onder meer daadwerkelijk antwoorden op vragen van burgers over waarom er geweld wordt gebruikt. Een tweede niveau is de plicht van de politieorganisatie en haar leidinggevenden om verantwoording af te leggen over het gebruik van geweld door leden van het korps. Een derde niveau is de plicht van de toezichtsorganen en overheden om inspanningen te leveren om beter te meten wat er precies gebeurd. Zij dienen niet alleen te handelen naar wat zij weten, maar ook aan te tonen op welke manier zij dat systematisch doen.

En het moet gezegd, op elk van deze niveaus wringt momenteel nog het schoentje.

Marleen Easton is professor en voorzitter van de onderzoeksgroep 'Governing & Policing Security' (GaPS) bij de afdeling Public Governance & Management aan de Universiteit Gent.

Jasper De Paepe is onderzoeker aan de onderzoeksgroep 'Governing & Policing Security' (GaPS) bij de afdeling Public Governance & Management aan de Universiteit Gent.

Deze week rapporteert Knack over het optreden van Gentse politiemensen die, naar aanleiding van een oproep omtrent diefstal met geweld, een groep vijftienjarige jongeren tracht staande te houden. De jongeren slaan op de vlucht maar worden al snel ingerekend door de interventieploeg van de Gentse politie. Volgens de berichtgeving uit Knack, worden de jongeren 'hardhandig op hun knieën gedwongen, met hun gezicht tegen de muur geduwd en gehandboeid.' Zonder te oordelen over een individuele casus, blijkt uit de berichtgeving, alsook uit de Pano-reportage over politiegeweld van 3 maart 2021 dat er nog werk aan de winkel is om politiemensen te ondersteunen in het aanhouden van een neutrale houding in vaak erg moeilijke omstandigheden bij het uitvoeren van politiewerk op het terrein en het proportioneel gebruik van geweld indien nodig. Zowel de berichtgeving in Gent als de Pano-reportage zijn opzienbarend omdat ze aangeeft dat disproportioneel politiegeweld geen louter Amerikaans probleem is, maar zich ook in onze contreien manifesteert. Er worden dan ook verschillende interessante vragen opgeworpen die aanzetten tot debat: Is er iets mis met de rekrutering; worden politiemensen voldoende lang opgeleid; welke rol speelt de zwijgcultuur in het aankaarten van geweld binnen de politie; welke rol speelt racisme bij het gebruik van disproportioneel geweld en laat het tuchtreglement toe om de rotte appels uit de (politie)mand te verwijderen?Een dimensie die tot nog toe minder aan bod komt, is het monitoren van politiegeweld en de cijfermatige dataverzameling van het fenomeen. België heeft dan wel gedetailleerde meldingsprocedures, toch wordt deze gekenmerkt door een aanzienlijke complexiteit. Ten eerste, dienen politiemensen na de uitoefening van geweld twee verschillende meldingsdocumenten met een erg gelijkaardige inhoud over te maken aan verschillende instanties afhankelijk van de ernst van de feiten. Hoewel er een wettelijke meldplicht bestaat voor elke vorm van geweld gebruikt door politiepersoneel, blijft de melding van het gebruik van geweld door politiemensen op het terrein afhankelijk van het initiatief van de individuele politiefunctionaris en zijn begeleider. Ten tweede, is het voor de burger niet altijd duidelijk bij welke instantie zij klacht kunnen neerleggen indien zij slachtoffer of getuige zijn van politiegeweld. Dit zorgt er dan ook voor dat cijfergegevens verspreid zijn en aanzienlijk kunnen verschillen onderling. Zo ontving Comité P in 2019 156 klachten, terwijl de algemene inspectie toen 70 klachten heeft ontvangen. Burgers kunnen eveneens klacht neerleggen via een gerechtelijke procedure of via politiediensten zelf. Betreffende de gerechtelijke procedure dient te worden opgemerkt dat politiegeweld vervat zit in individuele beslissingen of rapporten waardoor cijfergegevens die de omvang van politiegeweld aantonen, niet beschikbaar zijn.'In België is er duidelijk nood aan een betere informatie-uitwisseling en coördinatie tussen de verschillende betrokken instanties'. Het is een concreet advies dat we recent uitbrachten in het internationaal vergelijkend rapport 'Police Lethal Force and Acccountability: Monitoring Deaths in Western Europe' waarbij we in samenwerking met onderzoekers uit vier rechtsgebieden (België, Engeland en Wales, Nederland en Frankrijk) een overzicht maakten van de beschikbaarheid en de betrouwbaarheid van informatie met betrekking tot sterfgevallen na gebruik van geweld door politiemensen. Hoewel dit comparatieve onderzoek aantoont dat België niet meteen de slechtste leerling is uit de klas, is het duidelijk dat er nog werk aan de winkel is, zelfs als het gaat over gebruik van geweld met de dood als gevolg. Wij stellen dat er meer kan worden gedaan door wetshandhavingsinstanties, alsmede door hun toezichtsorganen en overheden. Het verzamelen van gegevens en bewijsmateriaal die toegankelijk, relevant en nuttig zijn voor degenen die met geweld te maken hebben, is een noodzakelijke stap om de verantwoordingsplicht van politiegeweld te initiëren.De verantwoordingsplicht van de Belgische geïntegreerde politie is een cruciale vereiste in een democratische samenleving. De politie is immers de belichaming van de macht van de staat om de burgers bepaalde rechten te ontnemen en kan omwille van het monopolie op geweld eveneens het recht op leven tenietdoen. Een verkeerde inschatting van een politieagent over de proportionaliteit van het gehanteerde geweld kan echter desastreuze gevolgen hebben. Het 'excessief' gebruik van geweld door politie kan leiden tot een flagrante vertrouwensbreuk tussen het politieapparaat en de brede samenleving met als gevolg dat politieagenten hun job niet naar behoren kunnen uitvoeren. De verantwoordingsplicht verdient dan ook véél meer aandacht en dat op drie niveaus. Een eerste niveau is de plicht van elke politieman/vrouw om zijn/haar optreden op het terrein te verantwoorden en dat ook in relatie tot de burgers actief te doen. Dat betekent onder meer daadwerkelijk antwoorden op vragen van burgers over waarom er geweld wordt gebruikt. Een tweede niveau is de plicht van de politieorganisatie en haar leidinggevenden om verantwoording af te leggen over het gebruik van geweld door leden van het korps. Een derde niveau is de plicht van de toezichtsorganen en overheden om inspanningen te leveren om beter te meten wat er precies gebeurd. Zij dienen niet alleen te handelen naar wat zij weten, maar ook aan te tonen op welke manier zij dat systematisch doen. En het moet gezegd, op elk van deze niveaus wringt momenteel nog het schoentje.Marleen Easton is professor en voorzitter van de onderzoeksgroep 'Governing & Policing Security' (GaPS) bij de afdeling Public Governance & Management aan de Universiteit Gent. Jasper De Paepe is onderzoeker aan de onderzoeksgroep 'Governing & Policing Security' (GaPS) bij de afdeling Public Governance & Management aan de Universiteit Gent.