Voor gezinnen is verkeersveiligheid cruciaal: elke verkeersdode is er één te veel, elk verkeersslachtoffer schudt gezinnen op een onaanvaardbare manier dooreen.

Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts spreekt van "de schande van de 400 doden". Terecht. De ambities op vlak van verkeersveiligheid moeten op scherp staan. De principes en voorstellen van de Gezinsbond zijn duidelijk. Het proces begint bij de juiste - lees verantwoorde - prioriteiten stellen.

Het STOP-principe kiest ondubbelzinnig voor de meest kwetsbare weggebruikers. Een principe dat voorrang geeft aan voetgangers en fietsers, dan het openbaar vervoer en ten slotte de particuliere auto. Dat maakt van kinderen (en ouderen) een belangrijk referentiepunt. Wij begrijpen niet dat Vlaanderen dit STOP-principe heeft geband uit haar beleidsvoering rond mobiliteit en verkeersveiligheid.

'Waarom kiest Vlaanderen niet ondubbelzinnig voor de meest kwetsbare weggebruikers?'

Wij pleiten al lang voor een kindnorm die rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van kinderen. Betrek gezinnen en kinderen in de besluitvorming, ook die rond verkeersveiligheid. Zij zijn immers ervaringsdeskundigen en de eerste partners op het lokale vlak. Een veiliger verkeer kan niet zonder een goede verkeersinfrastructuur, continue sensibilisering en vorming van de weggebruikers en een strikte handhaving van de regels. Maar daar hebben we een samenhangend beleid voor nodig.

De Gezinsbond vroeg aan een groep (jonge) ouders wat zij de belangrijkste maatregelen vinden voor meer verkeersveiligheid. Koplopers waren afgescheiden en goed onderhoudenfietspaden, voldoende zichtbaarheid en verlichting op moeilijke punten en conflictvrije kruispunten. Allemaal maatregelen met als hoofdbedoeling conflicten tussen de verschillende groepen weggebruikers vermijden. Het is duidelijk dat deze principes nog meer de aanleg en subsidiëring van de fietsinfrastructuur moeten gaan sturen. Ook het herwaarderen van trage wegen en kindlinten kunnen in hoge mate de verkeersveiligheid bevorderen.

Algemene verlaging van de snelheid van gemotoriseerd vervoer

Gezinnen met kinderen dringen aan op een algemene verlaging van de snelheid van het gemotoriseerd vervoer, vooral dan in woonbuurten en in de omgeving van school en sportvoorzieningen. Deze gezinnen kennen heel goed hun omgeving en de gevaarlijke punten: (lokale) verkeersplanners moeten die ervaring ten volle benutten om waar nodig school- of fietsstraten of autoluwe zones te voorzien. Vanaf 2017 voert de Vlaamse regering een snelheidsregime van 70 km/u in buiten de bebouwde kom. Daar gaan wij graag in mee, maar verkeersdrempels, asverschuivingen en doorlopende strepen om het inhalen te beperken, zijn nodig om de weggebruiker ook effectief aan te zetten om die kilometerbeperking te respecteren.

De laksheid waarmee automobilisten met de verkeersregels omspringen, blijft een heikel punt. Het ontbreken van voldoende en gerichte controles op snelheid, alcohol- of druggebruik, telefoneren achter het stuur werken dit extra in de hand. Nochtans weet iedereen dat dit belangrijke oorzaken van ongevallen zijn. Daarom is er op elke leeftijd, voor elke doelgroep, nood aan aangepaste sensibilisering en vorming. Een kernmoment is zeker de opleiding voor beginnende autobestuurders. Wij blijven de hervorming van de rijopleiding steunen, tenminste wanneer een langer oefentraject, mét begeleiding en feedback, bewaard blijft. Dat is noodzakelijk om sociaal verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de kwetsbare weggebruikers te kweken.

'Vele ouders kiezen voor de extra beveiliging van de fietshelm, net omdat de infrastructuur en het rijgedrag van automobilisten die veiligheid onvoldoende biedt.'

Maar gezinnen zijn zich tegelijk bewust van hun eigen verantwoordelijkheid, zeker ten aanzien van hun fietsende kinderen. Uit onze bevraging komt een draagvlak voor een mogelijke helmverplichting naar voor. Opvallend is echter dat vele ouders kiezen voor de extra beveiliging van de fietshelm, net omdat de infrastructuur en het rijgedrag van automobilisten die veiligheid onvoldoende biedt. Maar de vraag naar een helmverplichting daalt met de stijging van de leeftijd van de jongeren en zeker voor volwassenen. Dat draagvlak kan groeien door een voldoende brede sensibilisering voor het dragen van een fietshelm voor alle leeftijdsgroepen. Ten aanzien van kinderen hebben ouders hierbij een centrale motiverende rol én een voorbeeldfunctie. Eenvoudig gezegd: als je wil dat je kinderen een helm dragen, draag hem dan zelf ook.

Het naleven van de verkeersregels is niet enkel een zaak van hoffelijkheid en verantwoordelijkheid. Volgehouden controles en een rechtvaardige, maar consequente bestraffing zijn een must. Wij willen enkel nuchtere chauffeurs op de weg, een boodschap die niet enkel voor beginnende bestuurders telt. Recidive en vluchtmisdrijf zijn actuele en zeer gevoelige punten die een strenge aanpak vergen. Trajectcontrole, nummerplaatherkenning, het alcoholslot en het rijbewijs met punten zijn instrumenten die dit mogelijk kunnen maken. De reeds lang beloofde overtredingendatabank moet nu echt wel snel operationeel worden.

Gecombineerde mobiliteit

De auto dan maar helemaal bannen? Uiteraard niet, en in een ruimere gecombineerde mobiliteit voor langere afstanden kan de auto nog altijd een rol spelen. Die rol moeten we wel, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, maar ook omwille van de files en de slechte luchtkwaliteit, opnieuw bepalen. Dat geldt trouwens ook voor de rol van de vrachtwagen. Naast technologische innovaties is de fiscaliteit een centrale hefboom. Een mobiliteitsbudget, een verdere vergroening van de fiscaliteit en een doordachte kilometerheffing kunnen de overschakeling van soms nodeloos autogebruik naar andere verplaatsingswijzen stimuleren. Minder auto's op de weg en meer gemeenschappelijk vervoer zijn ook een centraal punt qua verkeersveiligheid. Dat alternatief kan maar betekenisvol zijn als het aanbod van het openbaar vervoer voldoende, stipt, comfortabel en betaalbaar is voor gezinnen. Dat zijn voor ons de voorwaarden om de idee 'basisbereikbaarheid' in Vlaanderen vorm te geven.

Luc Wouters werkt voor de studiedienst van de Gezinsbond.

Voor gezinnen is verkeersveiligheid cruciaal: elke verkeersdode is er één te veel, elk verkeersslachtoffer schudt gezinnen op een onaanvaardbare manier dooreen. Vlaams minister van Mobiliteit Ben Weyts spreekt van "de schande van de 400 doden". Terecht. De ambities op vlak van verkeersveiligheid moeten op scherp staan. De principes en voorstellen van de Gezinsbond zijn duidelijk. Het proces begint bij de juiste - lees verantwoorde - prioriteiten stellen. Het STOP-principe kiest ondubbelzinnig voor de meest kwetsbare weggebruikers. Een principe dat voorrang geeft aan voetgangers en fietsers, dan het openbaar vervoer en ten slotte de particuliere auto. Dat maakt van kinderen (en ouderen) een belangrijk referentiepunt. Wij begrijpen niet dat Vlaanderen dit STOP-principe heeft geband uit haar beleidsvoering rond mobiliteit en verkeersveiligheid. Wij pleiten al lang voor een kindnorm die rekening houdt met de mogelijkheden en beperkingen van kinderen. Betrek gezinnen en kinderen in de besluitvorming, ook die rond verkeersveiligheid. Zij zijn immers ervaringsdeskundigen en de eerste partners op het lokale vlak. Een veiliger verkeer kan niet zonder een goede verkeersinfrastructuur, continue sensibilisering en vorming van de weggebruikers en een strikte handhaving van de regels. Maar daar hebben we een samenhangend beleid voor nodig. De Gezinsbond vroeg aan een groep (jonge) ouders wat zij de belangrijkste maatregelen vinden voor meer verkeersveiligheid. Koplopers waren afgescheiden en goed onderhoudenfietspaden, voldoende zichtbaarheid en verlichting op moeilijke punten en conflictvrije kruispunten. Allemaal maatregelen met als hoofdbedoeling conflicten tussen de verschillende groepen weggebruikers vermijden. Het is duidelijk dat deze principes nog meer de aanleg en subsidiëring van de fietsinfrastructuur moeten gaan sturen. Ook het herwaarderen van trage wegen en kindlinten kunnen in hoge mate de verkeersveiligheid bevorderen. Gezinnen met kinderen dringen aan op een algemene verlaging van de snelheid van het gemotoriseerd vervoer, vooral dan in woonbuurten en in de omgeving van school en sportvoorzieningen. Deze gezinnen kennen heel goed hun omgeving en de gevaarlijke punten: (lokale) verkeersplanners moeten die ervaring ten volle benutten om waar nodig school- of fietsstraten of autoluwe zones te voorzien. Vanaf 2017 voert de Vlaamse regering een snelheidsregime van 70 km/u in buiten de bebouwde kom. Daar gaan wij graag in mee, maar verkeersdrempels, asverschuivingen en doorlopende strepen om het inhalen te beperken, zijn nodig om de weggebruiker ook effectief aan te zetten om die kilometerbeperking te respecteren.De laksheid waarmee automobilisten met de verkeersregels omspringen, blijft een heikel punt. Het ontbreken van voldoende en gerichte controles op snelheid, alcohol- of druggebruik, telefoneren achter het stuur werken dit extra in de hand. Nochtans weet iedereen dat dit belangrijke oorzaken van ongevallen zijn. Daarom is er op elke leeftijd, voor elke doelgroep, nood aan aangepaste sensibilisering en vorming. Een kernmoment is zeker de opleiding voor beginnende autobestuurders. Wij blijven de hervorming van de rijopleiding steunen, tenminste wanneer een langer oefentraject, mét begeleiding en feedback, bewaard blijft. Dat is noodzakelijk om sociaal verantwoordelijkheidsgevoel tegenover de kwetsbare weggebruikers te kweken. Maar gezinnen zijn zich tegelijk bewust van hun eigen verantwoordelijkheid, zeker ten aanzien van hun fietsende kinderen. Uit onze bevraging komt een draagvlak voor een mogelijke helmverplichting naar voor. Opvallend is echter dat vele ouders kiezen voor de extra beveiliging van de fietshelm, net omdat de infrastructuur en het rijgedrag van automobilisten die veiligheid onvoldoende biedt. Maar de vraag naar een helmverplichting daalt met de stijging van de leeftijd van de jongeren en zeker voor volwassenen. Dat draagvlak kan groeien door een voldoende brede sensibilisering voor het dragen van een fietshelm voor alle leeftijdsgroepen. Ten aanzien van kinderen hebben ouders hierbij een centrale motiverende rol én een voorbeeldfunctie. Eenvoudig gezegd: als je wil dat je kinderen een helm dragen, draag hem dan zelf ook.Het naleven van de verkeersregels is niet enkel een zaak van hoffelijkheid en verantwoordelijkheid. Volgehouden controles en een rechtvaardige, maar consequente bestraffing zijn een must. Wij willen enkel nuchtere chauffeurs op de weg, een boodschap die niet enkel voor beginnende bestuurders telt. Recidive en vluchtmisdrijf zijn actuele en zeer gevoelige punten die een strenge aanpak vergen. Trajectcontrole, nummerplaatherkenning, het alcoholslot en het rijbewijs met punten zijn instrumenten die dit mogelijk kunnen maken. De reeds lang beloofde overtredingendatabank moet nu echt wel snel operationeel worden.De auto dan maar helemaal bannen? Uiteraard niet, en in een ruimere gecombineerde mobiliteit voor langere afstanden kan de auto nog altijd een rol spelen. Die rol moeten we wel, vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, maar ook omwille van de files en de slechte luchtkwaliteit, opnieuw bepalen. Dat geldt trouwens ook voor de rol van de vrachtwagen. Naast technologische innovaties is de fiscaliteit een centrale hefboom. Een mobiliteitsbudget, een verdere vergroening van de fiscaliteit en een doordachte kilometerheffing kunnen de overschakeling van soms nodeloos autogebruik naar andere verplaatsingswijzen stimuleren. Minder auto's op de weg en meer gemeenschappelijk vervoer zijn ook een centraal punt qua verkeersveiligheid. Dat alternatief kan maar betekenisvol zijn als het aanbod van het openbaar vervoer voldoende, stipt, comfortabel en betaalbaar is voor gezinnen. Dat zijn voor ons de voorwaarden om de idee 'basisbereikbaarheid' in Vlaanderen vorm te geven.Luc Wouters werkt voor de studiedienst van de Gezinsbond.