Waarom Demir ‘een Zuhalleke’ zal blijven doen

Zuhal Demir in het Vlaams Parlement, 26 oktober 2022. © Belge images
Walter Pauli

In het publieke debat over de wegens verkrachting veroordeelde Leuvense professor draaide het evenveel om Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA) als om de zaak zelf. Dat deert Demir niet.

De Vlaamse publieke opinie is er even niet goed van. Een Leuvense professor pedagogie lokte in 2016 een studente met een smoes mee naar een congres in Barcelona, met het plan haar te verkrachten. Daarvoor is de man vorige week door de correctionele rechtbank van Tongeren veroordeeld tot 54 maanden cel, zes jaar na datum. De publieke opinie werd pas met de neus op de feiten gedrukt toen Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir (N-VA) een nieuwsarme zondagmiddag gebruikte om aan te kondigen dat ze een beloofde subsidie van 1,4 miljoen euro voor de KU Leuven zou tegenhouden, omdat het haar hoog zat de universiteit al die tijd niets had gedaan. Dat liet ze weten in de taal die bij Twitter lijkt te horen. ‘Slachtoffers zo in de steek laten, een dader zomaar laten begaan?! Shame on you, KU Leuven!’ werd prompt gevolgd door: ‘Mensen die hiervan op de hoogte waren en bleven zwijgen, horen niet thuis in de academische wereld. Als gewezen studente van de KU Leuven verwacht ik meer dan een muisstil rectoraat. Schuldig verzuim? Hoog tijd om de stilte te doorbreken.’ Dat was net niet woordelijk een oproep aan de Leuvense rector Luc Sels om de eer aan zichzelf te houden en ontslag te nemen.

De demarche van Demir kreeg veelal instemmende reacties, ook uit onverdachte hoek. Het studentenblad Veto wond zich op over het stilzwijgen van de eigen academische overheid, en ook de commentator van De Standaard vond dat de universiteit meer had moeten doen – al stond er in hetzelfde stuk ook dat het slachtoffer gevraagd had om te zwijgen, en dat dit een min of meer dwingend bevel was geweest van het Leuvense gerecht. Hoe dan ook was het een feit dat dit vonnis pas later en mogelijk veel minder weerklank had gekregen als Demir het niet aan de grote klok had gehangen.

Eerst schieten, dan vragen

Haar optreden was wel degelijk bedoeld als een bal die – bewust – keihard in een kegelspel werd gekeild. Met haar petje van Vlaams minister van Toerisme had ze subsidies toegekend die ze met die andere pet van Vlaams minister van Justitie weer on hold zette. Uit haar communicatie kon worden afgeleid dat er weinig tot geen communicatie met de KU Leuven was geweest, volgens het adagium van de sheriff in zwart-witwesterns: ‘Eerst schieten, dan vragen.’

Alles draait in een geval als dit om het slachtoffer. Maar met de vragen en het oordeel van het slachtoffer zelf werd in dit geval geen of amper rekening gehouden – niet door de minister, noch door een aantal commentatoren. Ook de vraag van de onderzoeksrechter werd gemakshalve terzijde geschoven. De onderzoeksrechter vroeg om te zwijgen, dat wil zeggen om níét transparant te zijn, met het oog op de afwikkeling van het strafdossier. Wat in dezen voorlopig is gelukt: de professor ís veroordeeld tot een lange celstraf. Maar voor die aanpak moest dus ‘een prijs’ worden betaald: de verkrachter zat vanaf dag één inderdaad niet in een donkere kerker in kluisters geslagen. Hij mocht (móést) actief blijven, tot het signaal kwam dat er ingegrepen kon worden. Wat ook is gebeurd . Het heeft helaas niet verhinderd dat hij nog een paar buitenlandse opdrachten wist te versieren. Voor zover het nog nodig zou zijn, zet de dader daarmee in de verf dat hij geen last heeft van normbesef of schuldinzicht.

Alle knipperlichten aan

Dat neemt niet weg dat Zuhal Demir niet alleen de concrete strafzaak, maar ook de veel bredere kwestie van grensoverschrijdend gedrag in het Vlaamse hoger onderwijs helemaal bovenaan op de publieke agenda plaatste. Woensdagochtend al haalde de rector van de Vrije Universiteit Brussel het nieuws door studenten van de faculteitskring Solvay (handelsingenieurs) te schorsen wegens grensoverschrijdend gedrag. Dat is natuurlijk geen toeval. Ineens staan alle knipperlichten aan. Eindelijk.

Diezelfde dag kwam de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement in besloten zitting samen. In aanwezigheid van de ministers Bart Somers (Binnenlands Bestuur), Ben Weyts (Onderwijs) en Zuhal Demir (Justitie) werd het vertrouwelijke rapport besproken dat de regeringscommissaris bij de KU Leuven over deze zaak had opgesteld. Nu ja, vertrouwelijk? Nog voordat de commissieleden aan het debat begonnen waren of ze de inhoud van dat rapport zouden vrijgeven, werd het al uitgebreid besproken in de media. De conclusie was vrij helder: in de loop van de hele procedure rond dit concrete geval valt de KU Leuven hoegenaamd niets te verwijten. Er zijn dus op z’n minst een paar overhaaste conclusies getrokken. Dat zal nog wel even duren, want diezelfde woensdag nog eiste een Leuvense academica, nota bene uit de rechtsfaculteit, dat ‘Sels de eer aan zichzelf zou houden’.

Je kunt er donder op zeggen dat Zuhal Demir uiteindelijk als winnares uit deze onverkwikkelijke affaire komt.

Het illustreert alweer de kracht van de aanpak van Demir. Intuïtief voelt ze aan wanneer ze het zich kan veroorloven om zich níét aan de formele regels te houden. Die comfortzone gunt ze zichzelf, maar over zo’n marge beschikt de KU Leuven niet. Een instelling als deze universiteit, die procedures moet volgen en dat ook doet, wordt door een regeringscommissaris, wiens taak het is erop toe te zien dat alles volgens het boekje verloopt, terecht vrijgesproken van schuld – binnen dat kader en die opdracht. Maar daar houdt het maatschappelijke en politieke debat dus niet op. Wat met de veelbesproken ‘toxische sfeer’ op een departement als pedagogie? Veel rechtstreeks betrokkenen doen de berichten erover af als overtrokken, sensatiezoekende verhalen. Anderen wijzen erop dat pedagogie een wel zéér vrouwelijke richting (geworden) is, en dat zowel formele regels als moeilijk op papier te zetten ‘omgangsvormen’ zeker daar liever te strikt dan te los geïnterpreteerd en in de praktijk gebracht moeten worden.

Dat geldt ook wat betreft de werking en de verbetering van de meldpunten rond grensoverschrijdend gedrag, of de ombudsdiensten. In dit geval was de ombudsman erbij betrokken. Hij had de bewuste professor al stevig op de vingers getikt bij (minder erge) feiten van grensoverschrijdend gedrag. Dat instrumentarium volstaat niet, en moet dus verbeterd worden, zonder discussie. Er was een verbijsterend moment tijdens de discussie daarover in het Vlaams Parlement, toen Johan Danen (Groen) erop wees dat zo’n meldpunt nog altijd niet verplicht wordt om een slachtoffer dat een klacht indient op de hoogte te houden van het verdere verloop. Dus: een vrouw (in minstens 99 procent van de gevallen) dient een klacht in, en de kans is reeël dat zij er nadien niets meer van hoort. Niet of de dader werd aangesproken, niet of hij schuldinzicht heeft, niet of hij al dan niet een sanctie kreeg, zelfs niet of de klacht om welke reden dan ook zonder gevolg bleef. Niets. Zo zijn er helaas nog veel te veel manco’s aan dit systeem.

Koelbloedig

Daarom kun je er donder op zeggen dat Zuhal Demir uiteindelijk als winnares uit deze onverkwikkelijke affaire komt. Deze verzorgingsstaat hangt aaneen van de complexe procedures en structuren. Er is steeds meer finesse nodig in juridische debatten waar het gaat over de rechten van slachtoffers maar ook over die van (potentiële) daders. Keer op keer wordt duidelijk hoe hachelijk de verhouding is tussen de rechtsgang bij justitie en het interne tucht- en sanctierecht van private of publiekrechtelijke instellingen en ondernemingen. In de volksmond: ‘Een mens raakt er niet meer wijs uit.’ Dáárop speelt Demir in: hoe ‘technisch’ een dossier ook mag zijn, uiteindelijk gaan maatschappelijk belangrijke kwesties om mensen. In dit geval: om een meisje.

Zeker, van een minister mag men koelbloedigheid verwachten. Daarom werd Demir door Gwendolyn Rutten (Open VLD) vanaf de tribune in het Vlaams Parlement flink op de korrel genomen – en in één moeite door haar beproefde politieke methode. ‘Een Zuhalleke doen’, zo noemde Rutten het naar eigen zin en buikgevoel goed- en afkeuren van subsidies – niet omdat het dossier zelf dat vereist, maar omdat de minister het wil of niet wil. Ze eiste excuses van Demir. Die kwamen er meteen, maar niet om de reden die Rutten graag had gehoord. ‘Ik heb er geen moeite mee om mij te excuseren,’ zei Demir terwijl ze zich naar het brede publiek richtte, ‘omdat ik niet heb kunnen doen wat u van ons kunt verwachten.’ Ze bedoelde: als Vlaams minister verhinderen dat er in het hoger onderwijs meisjes verkracht worden. Wellicht zal geen enkele Vlaamse minister dat ooit kunnen verhinderen. Daarom zal er altijd nood zijn aan politie, justitie, een gevangeniswezen.

Maar dat weet iedereen, dus spreekt Demir het ook niet letterlijk uit. Ze vindt het veel belangrijker om te zeggen wat men wil horen: dat dit nooit had mogen gebeuren, en nooit meer mag gebeuren. Die boodschap is duidelijker dan een formele nuancering. Scherp gesteld: wanneer kun je een dergelijke verkrachting ooit nuanceren? Het antwoord dat veruit de meest mensen zullen geven op die vraag, is meteen het antwoord op de vraag wanneer Demir zal ophouden met ‘Zuhallekes doen’. Nooit.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content