Alle beschikbare mensen en middelen in ons land zijn ingezet in de hulp- en reddingsoperaties naar aanleiding van de overstromingen van midden juli. Dat verzekerde minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) woensdagmiddag in de Kamer. Verlinden liet daarbij wel uitschijnen dat die middelen en mensen mogelijk niet volstonden voor een ramp van die omvang.

Ons land, en dan vooral de provincies Luik, Namen, Luxemburg en Limburg, werden midden juli getroffen door uitzonderlijk zware regenval, met ongeziene overstromingen tot gevolg. Daarbij vielen minstens 38 doden, één iemand is nog vermist. Op de reddingsoperaties en hulpverlening kwam de afgelopen weken veel kritiek. Zo zaten mensen soms urenlang op hun dak te wachten op noodhulp en beschikten Defensie en de Civiele Bescherming vaak niet over de voldoende middelen om slachtoffers te evacueren, zoals bootjes.

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden werd woensdag als eerste beleidsverantwoordelijke aan de tand gevoeld in een parlement. Ze verzekerde in haar uiteenzetting in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken dat "alle beschikbare mensen en middelen zijn ingezet om zo goed mogelijk te helpen in uiterst moeilijke omstandigheden". Alleen waren dat er misschien onvoldoende, liet ze uitschijnen. "Maar we moeten ons de vraag stellen of we voldoende en voldoende opgeleid personeel hebben bij bijvoorbeeld de brandweer en de Civiele Bescherming."

Dat laatste orgaan werd tijdens de vorige legislatuur onder toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) afgebouwd vas zes naar twee kazernes, een feit waar zowat alle fracties woensdagmiddag naar verwezen. Hoewel dat volgens Verlinden niet per se betekent dat de Civiele Bescherming het met minder materiaal moet doen, had het wel een duidelijke impact op het aantal personeelsleden en vooral het aantal vrijwilligers, dat daalde van ruim 600 tot 200, vaak omdat er geen kazerne meer in de buurt is van hun woonplaats. Een universiteit zal dit najaar nog beginnen met de doorlichting van die hervorming, verzekerde Verlinden, zodat er tegen eind dit jaar een eerste tussentijds rapport kan komen.

De minister gaf daarnaast ook tekst en uitleg bij de volgens critici te snelle opheffing van de federale fase in het crisisbeheer. Die werd op 26 juli al beëindigd, volgens Verlinden op vraag van de betrokken provinciegouverneurs en na grondig overleg. Dat was ook de reden waarom de federale fase pas op 15 juli in de namiddag werd afgekondigd, terwijl het twee dagen eerder was beginnen regenen. "De gouverneurs vonden het niet nodig, en bevestigden dat ze de crisis konden beheren", zei ze.

Verlinden benadrukte echter dat het federale niveau de getroffen gebieden gedurende de hele ramp heeft ondersteund. Sinds 4 augustus gebeurt dat met een speciaal daarvoor opgerichte federale ondersteuningscel, die is ondergebracht in het commissariaat van het Waals gewest dat zich bezighoudt met de wederopbouw. "Dat werkt goed vandaag", zei ze.

Hoewel de coördinatie van de hulpverlening dus al een hele tijd niet meer op het federale niveau zit, is de federale regering nog wel volop bezig met de noodhulp aan inwoners van de getroffen regio's die nog altijd zonder huisvesting of andere basisvoorzieningen zitten, benadrukte Verlinden nog. Zo staat de federale ondersteuningscel in contact met gasleveranciers om ervoor te zorgen dat het netwerk zo snel mogelijk hersteld wordt of dat er alternatieven worden gezocht. De minister wil ook vermijden dat mensen in vochtige huizen of tenten verblijven, zei ze. "In sommige gevallen is er huisvesting aangeboden maar willen mensen er niet op ingaan om allerhande emotionele of praktische redenen. Maar we moeten wel vermijden dat men ziek wordt", aldus Verlinden.

Kamer kritisch over aanpak overstromingen

Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) gaf vanmiddag/woensdagmiddag als eerste beleidsverantwoordelijke tekst en uitleg bij de aanpak van de overstromingen in ons land in een parlement, anderhalve maand na de ramp. De meeste Kamerleden toonden zich erg kritisch voor het crisisbeheer. 'We zijn toch geen derdewereldland?'

Midden juli werd België getroffen door extreme regenval, die vooral in de provincies Luik, Namen, Luxemburg en Limburg zware overstromingen veroorzaakte. Zeker 38 mensen lieten het leven, één iemand is nog vermist. De hulpverlening verliep erg moeizaam en nog altijd zitten tientallen gezinnen zonder woning, water- of gasaansluiting en moet het Rode Kruis warme maaltijden voorzien voor heel wat mensen. Ondanks de omvang van de ramp duurde het tot vandaag/woensdag vooraleer het federaal parlement toelichting kreeg bij de aanpak, tot frustratie van zowat alle fracties.

Het was minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) die de handschoen opnam in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Zij benadrukte dat ze al eerder beschikbaar was. Maar niet alleen de timing zit de parlementsleden dwars: zowat elke fractie benadrukte dat de aanpak van de crisis een pak beter kon. 'Mensen in het rampgebied krijgen nu te horen dat de gasaansluiting voor december of januari zal zijn. Maar dat kan toch niet? We zijn toch geen derdewereldland?', vertolkte Yngvild Ingels (N-VA) de verontwaardiging.

Eenzelfde geluid bij Groen-Kamerlid Kristof Calvo. 'Er was een ongeziene golf van solidariteit, en dat is goed. Maar ik denk dat woede en razernij soms overheersen, dat voel je ook bij vrijwilligers, bij burgemeesters die geen aanspreekpunt hadden, bij mensen die dagenlang zonder drinkwater moesten overleven.'

Ook Raoul Hedebouw verwees naar de grote solidariteit en de vele vrijwilligers die zich hebben ingezet in het rampgebied. 'Wat die hebben gedaan had eigenlijk grotendeels door onze overheid moeten gebeuren. Ik heb een 'failed state' gevoel', zei hij.

Volgens Kattrin Jadin (MR) die schepen is in het zwaargetroffen Eupen, liep er al van bij het begin vanalles verkeerd. 'We kregen niet het bevel om mensen te evacueren, terwijl we het stijgende waterpeil konden vaststellen. Wij hebben in Eupen dan maar mensen geëvacueerd zonder groen licht van bovenaf. Vindt u dat normaal?', zei ze. Nog volgens Jadin moet er dringend werk gemaakt worden van winteropvang voor de mensen die nog altijd zonder woning zitten. 'Het is vandaag 1 september, na de herfst komt de winter. Die mensen moeten nu een antwoord krijgen, we moeten daar echt een nationale zaak van maken.'

Ook Vooruit-fractieleidser Melissa Depraetere pleitte voor snelle oplossingen. 'Ik denk niet dat we veel mensen gaan helpen door 700 uur te vergaderen in een onderzoekscommissie en dan een reeks aanbevelingen op te stellen om de helft ervan niet uit te voeren. De essentie is zorgen dat er nu iets gebeurt.'

Franky Demon (CD&V) en Tim Vandenput (Open Vld) pleitten vooral voor meer coördinatie om de hulpdiensten op het terrein beter aan te sturen en de informatiedoorstroming te verbeteren.

Vlaams Belang-Kamerlid Ortwin Depoortere wees de provinciegouverneus met de vinger. 'Die zijn duidelijk de zwakke schakel in dit verhaal. Ervaring en bekwaamheid in crisisbeheer zouden een objectief criterium moeten zijn om in aanmerking te komen voor die functie.'

Waals Parlement keurt unaniem onderzoekscommissie naar overstromingen goed

De resolutie over de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie over de dodelijke overstromingen die Wallonië medio juli troffen, werd woensdagavond unaniem aangenomen in de plenaire vergadering van het Waals Parlement.

Deze commissie, die wordt voorgezeten door de socialist Jean-Claude Marcourt, zal op verzoek van de cdH eind juli, morgen/donderdag met haar werkzaamheden starten en vervolgens elke vrijdag bijeenkomen, minstens tot december. Ze zal verschillende deskundigen en verantwoordelijken horen. Doel is een licht te werpen op de overstromingen die aan zo'n veertig mensen het leven hebben gekost in het zuiden van het land.

Alle beschikbare mensen en middelen in ons land zijn ingezet in de hulp- en reddingsoperaties naar aanleiding van de overstromingen van midden juli. Dat verzekerde minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) woensdagmiddag in de Kamer. Verlinden liet daarbij wel uitschijnen dat die middelen en mensen mogelijk niet volstonden voor een ramp van die omvang.Ons land, en dan vooral de provincies Luik, Namen, Luxemburg en Limburg, werden midden juli getroffen door uitzonderlijk zware regenval, met ongeziene overstromingen tot gevolg. Daarbij vielen minstens 38 doden, één iemand is nog vermist. Op de reddingsoperaties en hulpverlening kwam de afgelopen weken veel kritiek. Zo zaten mensen soms urenlang op hun dak te wachten op noodhulp en beschikten Defensie en de Civiele Bescherming vaak niet over de voldoende middelen om slachtoffers te evacueren, zoals bootjes. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden werd woensdag als eerste beleidsverantwoordelijke aan de tand gevoeld in een parlement. Ze verzekerde in haar uiteenzetting in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken dat "alle beschikbare mensen en middelen zijn ingezet om zo goed mogelijk te helpen in uiterst moeilijke omstandigheden". Alleen waren dat er misschien onvoldoende, liet ze uitschijnen. "Maar we moeten ons de vraag stellen of we voldoende en voldoende opgeleid personeel hebben bij bijvoorbeeld de brandweer en de Civiele Bescherming." Dat laatste orgaan werd tijdens de vorige legislatuur onder toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) afgebouwd vas zes naar twee kazernes, een feit waar zowat alle fracties woensdagmiddag naar verwezen. Hoewel dat volgens Verlinden niet per se betekent dat de Civiele Bescherming het met minder materiaal moet doen, had het wel een duidelijke impact op het aantal personeelsleden en vooral het aantal vrijwilligers, dat daalde van ruim 600 tot 200, vaak omdat er geen kazerne meer in de buurt is van hun woonplaats. Een universiteit zal dit najaar nog beginnen met de doorlichting van die hervorming, verzekerde Verlinden, zodat er tegen eind dit jaar een eerste tussentijds rapport kan komen. De minister gaf daarnaast ook tekst en uitleg bij de volgens critici te snelle opheffing van de federale fase in het crisisbeheer. Die werd op 26 juli al beëindigd, volgens Verlinden op vraag van de betrokken provinciegouverneurs en na grondig overleg. Dat was ook de reden waarom de federale fase pas op 15 juli in de namiddag werd afgekondigd, terwijl het twee dagen eerder was beginnen regenen. "De gouverneurs vonden het niet nodig, en bevestigden dat ze de crisis konden beheren", zei ze. Verlinden benadrukte echter dat het federale niveau de getroffen gebieden gedurende de hele ramp heeft ondersteund. Sinds 4 augustus gebeurt dat met een speciaal daarvoor opgerichte federale ondersteuningscel, die is ondergebracht in het commissariaat van het Waals gewest dat zich bezighoudt met de wederopbouw. "Dat werkt goed vandaag", zei ze. Hoewel de coördinatie van de hulpverlening dus al een hele tijd niet meer op het federale niveau zit, is de federale regering nog wel volop bezig met de noodhulp aan inwoners van de getroffen regio's die nog altijd zonder huisvesting of andere basisvoorzieningen zitten, benadrukte Verlinden nog. Zo staat de federale ondersteuningscel in contact met gasleveranciers om ervoor te zorgen dat het netwerk zo snel mogelijk hersteld wordt of dat er alternatieven worden gezocht. De minister wil ook vermijden dat mensen in vochtige huizen of tenten verblijven, zei ze. "In sommige gevallen is er huisvesting aangeboden maar willen mensen er niet op ingaan om allerhande emotionele of praktische redenen. Maar we moeten wel vermijden dat men ziek wordt", aldus Verlinden. Minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) gaf vanmiddag/woensdagmiddag als eerste beleidsverantwoordelijke tekst en uitleg bij de aanpak van de overstromingen in ons land in een parlement, anderhalve maand na de ramp. De meeste Kamerleden toonden zich erg kritisch voor het crisisbeheer. 'We zijn toch geen derdewereldland?'Midden juli werd België getroffen door extreme regenval, die vooral in de provincies Luik, Namen, Luxemburg en Limburg zware overstromingen veroorzaakte. Zeker 38 mensen lieten het leven, één iemand is nog vermist. De hulpverlening verliep erg moeizaam en nog altijd zitten tientallen gezinnen zonder woning, water- of gasaansluiting en moet het Rode Kruis warme maaltijden voorzien voor heel wat mensen. Ondanks de omvang van de ramp duurde het tot vandaag/woensdag vooraleer het federaal parlement toelichting kreeg bij de aanpak, tot frustratie van zowat alle fracties. Het was minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) die de handschoen opnam in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken. Zij benadrukte dat ze al eerder beschikbaar was. Maar niet alleen de timing zit de parlementsleden dwars: zowat elke fractie benadrukte dat de aanpak van de crisis een pak beter kon. 'Mensen in het rampgebied krijgen nu te horen dat de gasaansluiting voor december of januari zal zijn. Maar dat kan toch niet? We zijn toch geen derdewereldland?', vertolkte Yngvild Ingels (N-VA) de verontwaardiging. Eenzelfde geluid bij Groen-Kamerlid Kristof Calvo. 'Er was een ongeziene golf van solidariteit, en dat is goed. Maar ik denk dat woede en razernij soms overheersen, dat voel je ook bij vrijwilligers, bij burgemeesters die geen aanspreekpunt hadden, bij mensen die dagenlang zonder drinkwater moesten overleven.' Ook Raoul Hedebouw verwees naar de grote solidariteit en de vele vrijwilligers die zich hebben ingezet in het rampgebied. 'Wat die hebben gedaan had eigenlijk grotendeels door onze overheid moeten gebeuren. Ik heb een 'failed state' gevoel', zei hij. Volgens Kattrin Jadin (MR) die schepen is in het zwaargetroffen Eupen, liep er al van bij het begin vanalles verkeerd. 'We kregen niet het bevel om mensen te evacueren, terwijl we het stijgende waterpeil konden vaststellen. Wij hebben in Eupen dan maar mensen geëvacueerd zonder groen licht van bovenaf. Vindt u dat normaal?', zei ze. Nog volgens Jadin moet er dringend werk gemaakt worden van winteropvang voor de mensen die nog altijd zonder woning zitten. 'Het is vandaag 1 september, na de herfst komt de winter. Die mensen moeten nu een antwoord krijgen, we moeten daar echt een nationale zaak van maken.' Ook Vooruit-fractieleidser Melissa Depraetere pleitte voor snelle oplossingen. 'Ik denk niet dat we veel mensen gaan helpen door 700 uur te vergaderen in een onderzoekscommissie en dan een reeks aanbevelingen op te stellen om de helft ervan niet uit te voeren. De essentie is zorgen dat er nu iets gebeurt.' Franky Demon (CD&V) en Tim Vandenput (Open Vld) pleitten vooral voor meer coördinatie om de hulpdiensten op het terrein beter aan te sturen en de informatiedoorstroming te verbeteren. Vlaams Belang-Kamerlid Ortwin Depoortere wees de provinciegouverneus met de vinger. 'Die zijn duidelijk de zwakke schakel in dit verhaal. Ervaring en bekwaamheid in crisisbeheer zouden een objectief criterium moeten zijn om in aanmerking te komen voor die functie.' De resolutie over de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie over de dodelijke overstromingen die Wallonië medio juli troffen, werd woensdagavond unaniem aangenomen in de plenaire vergadering van het Waals Parlement.Deze commissie, die wordt voorgezeten door de socialist Jean-Claude Marcourt, zal op verzoek van de cdH eind juli, morgen/donderdag met haar werkzaamheden starten en vervolgens elke vrijdag bijeenkomen, minstens tot december. Ze zal verschillende deskundigen en verantwoordelijken horen. Doel is een licht te werpen op de overstromingen die aan zo'n veertig mensen het leven hebben gekost in het zuiden van het land.