De cijfers van het BIVV tonen een positieve trend voor het aantal verkeersdoden in de eerste zes maanden van dit jaar tegenover dezelfde periode vorig jaar. In plaats van 290 doden op Belgische wegen, zijn er in 2016 tijdens de eerste zes maanden 266 mensen omgekomen in het verkeer (oftewel een daling met 8%). In het Vlaamse Gewest was deze daling het sterkst (17 verkeersdoden minder). Bovendien dalen ook het aantal letselongevallen (-1,5%) voor alle categorieën van weggebruikers (behalve de voetgangers en lichte vrachtwagens).

Het BIVV zelf relativeert onmiddellijk het cijfer door te stellen dat het weer in het begin van 2016 wisselvallig was en daardoor minder wandelaars en fietsers op pad gaan. Dat is een terechte opmerking, maar neemt niet weg dat de daling significant te noemen is. Vooral de daling van weekendongevallen is spectaculair te noemen (van 104 in de eerste zes maanden van 2006 tot 44 in dezelfde periode dit jaar) en volledig op het conto te schrijven van een doorgedreven sensibilisering (o.a. door BOB en de Responsible Young Drivers).

Vlaamse initiatieven om de verkeersveiligheid te verhogen

Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) die bevoegd is voor verkeersveiligheid heeft deze legislatuur al een batterij aan maatregelen aangekondigd om het aantal verkeersdoden drastisch te doen verminderen. Inzetten op een hervormde rijopleiding met aandacht voor aspirant-chauffeurs, ANPR-camera's inzetten om bestuurders te controleren, sensibilisering (de Ray-campagnes voor gordeldracht, aangepaste snelheid en afleiding achter het stuur), leesbare wegen (70 km/u als norm op gewestwegen) ... Op het vlak van beleid is er een nieuw Vlaams verkeersveiligheidsplan gekomen en met de oprichting van het Vlaams Huis van de Verkeersveiligheid wordt alle kennis gebundeld.

Het is nog veel te vroeg om te stellen dat het beleid van de bevoegde minister een grote invloed heeft op de statistieken, dat zal pas binnen enkele jaren en na een periode van gestage daling mogelijk zijn. Wel is ondertussen duidelijk dat de ambitie van de Vlaamse Regering om tegen 2030 het aantal verkeersdoden te laten dalen tot 133 op Vlaamse wegen en tegen 2050 tot 0 (de mission Zero) moeilijker haalbaar wordt.

Opleiding en vorming van weggebruikers is van cruciaal belang. Een goed voorbeeld hiervan is het project rond de dodehoekspiegel dat we op lagere scholen in Lanaken organiseren in samenwerking met het Jeugd Rode Kruis en een lokaal transportbedrijf bij het begin van het nieuwe schooljaar. Jongeren van het derde en vijfde leerjaar worden zich op een praktische manier bewust van het gevaar van een dode hoek. Verkeersveiligheid is voor ouders belangrijk en vaak een bron van ongerustheid.

Een te lage pakkans in ons land

Bijkomend probleem is dat de pakkans in ons land nog altijd veel te laag is. Bij de politiediensten moet het accent terug verschuiven naar de verkeerspolitie vanaf het moment dat het terreurdreigingsniveau terug afneemt. Werken met ANPR-camera's is een digitale mogelijkheid om meer overtredingen vast te stellen, maar mobiele ploegen hebben het voordeel van de verrassing die statische camera's niet hebben. We zijn gewoontedieren die afremmen (al dan niet met behulp van een verklikker) wanneer er een flitscamera of een trajectcontrole opdoemt. Onaangekondigde controles hebben dan ook een groter effect. Zeker aangezien de correlatie tussen een te hoge snelheid en verkeersongevallen zeer duidelijk zichtbaar zijn in de statistieken. Een grotere pakkans zal vanzelf leiden tot minder ongevallen en minder verkeersdoden die te betreuren vallen.

Toch moeten we niet negatief zijn, de neerwaartse spiraal van het aantal verkeersdoden (in 2014 vielen er in Vlaanderen nog 400 te betreuren) is ingezet en verdient blijvende aandacht van de politiek. De voornaamste winst ligt vooral in de attitude van weggebruikers (of het nu een automobilist, een vrachtwagenbestuurder of een fietser is). Wanneer iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, dan wordt de weg een stuk veiliger en zullen de stappen die het beleid heeft gezet nog meer vruchten afwerpen.

De cijfers van het BIVV tonen een positieve trend voor het aantal verkeersdoden in de eerste zes maanden van dit jaar tegenover dezelfde periode vorig jaar. In plaats van 290 doden op Belgische wegen, zijn er in 2016 tijdens de eerste zes maanden 266 mensen omgekomen in het verkeer (oftewel een daling met 8%). In het Vlaamse Gewest was deze daling het sterkst (17 verkeersdoden minder). Bovendien dalen ook het aantal letselongevallen (-1,5%) voor alle categorieën van weggebruikers (behalve de voetgangers en lichte vrachtwagens).Het BIVV zelf relativeert onmiddellijk het cijfer door te stellen dat het weer in het begin van 2016 wisselvallig was en daardoor minder wandelaars en fietsers op pad gaan. Dat is een terechte opmerking, maar neemt niet weg dat de daling significant te noemen is. Vooral de daling van weekendongevallen is spectaculair te noemen (van 104 in de eerste zes maanden van 2006 tot 44 in dezelfde periode dit jaar) en volledig op het conto te schrijven van een doorgedreven sensibilisering (o.a. door BOB en de Responsible Young Drivers).Vlaams minister Ben Weyts (N-VA) die bevoegd is voor verkeersveiligheid heeft deze legislatuur al een batterij aan maatregelen aangekondigd om het aantal verkeersdoden drastisch te doen verminderen. Inzetten op een hervormde rijopleiding met aandacht voor aspirant-chauffeurs, ANPR-camera's inzetten om bestuurders te controleren, sensibilisering (de Ray-campagnes voor gordeldracht, aangepaste snelheid en afleiding achter het stuur), leesbare wegen (70 km/u als norm op gewestwegen) ... Op het vlak van beleid is er een nieuw Vlaams verkeersveiligheidsplan gekomen en met de oprichting van het Vlaams Huis van de Verkeersveiligheid wordt alle kennis gebundeld.Het is nog veel te vroeg om te stellen dat het beleid van de bevoegde minister een grote invloed heeft op de statistieken, dat zal pas binnen enkele jaren en na een periode van gestage daling mogelijk zijn. Wel is ondertussen duidelijk dat de ambitie van de Vlaamse Regering om tegen 2030 het aantal verkeersdoden te laten dalen tot 133 op Vlaamse wegen en tegen 2050 tot 0 (de mission Zero) moeilijker haalbaar wordt.Opleiding en vorming van weggebruikers is van cruciaal belang. Een goed voorbeeld hiervan is het project rond de dodehoekspiegel dat we op lagere scholen in Lanaken organiseren in samenwerking met het Jeugd Rode Kruis en een lokaal transportbedrijf bij het begin van het nieuwe schooljaar. Jongeren van het derde en vijfde leerjaar worden zich op een praktische manier bewust van het gevaar van een dode hoek. Verkeersveiligheid is voor ouders belangrijk en vaak een bron van ongerustheid.Een te lage pakkans in ons landBijkomend probleem is dat de pakkans in ons land nog altijd veel te laag is. Bij de politiediensten moet het accent terug verschuiven naar de verkeerspolitie vanaf het moment dat het terreurdreigingsniveau terug afneemt. Werken met ANPR-camera's is een digitale mogelijkheid om meer overtredingen vast te stellen, maar mobiele ploegen hebben het voordeel van de verrassing die statische camera's niet hebben. We zijn gewoontedieren die afremmen (al dan niet met behulp van een verklikker) wanneer er een flitscamera of een trajectcontrole opdoemt. Onaangekondigde controles hebben dan ook een groter effect. Zeker aangezien de correlatie tussen een te hoge snelheid en verkeersongevallen zeer duidelijk zichtbaar zijn in de statistieken. Een grotere pakkans zal vanzelf leiden tot minder ongevallen en minder verkeersdoden die te betreuren vallen.Toch moeten we niet negatief zijn, de neerwaartse spiraal van het aantal verkeersdoden (in 2014 vielen er in Vlaanderen nog 400 te betreuren) is ingezet en verdient blijvende aandacht van de politiek. De voornaamste winst ligt vooral in de attitude van weggebruikers (of het nu een automobilist, een vrachtwagenbestuurder of een fietser is). Wanneer iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid neemt, dan wordt de weg een stuk veiliger en zullen de stappen die het beleid heeft gezet nog meer vruchten afwerpen.