Een menswaardig inkomen is onontbeerlijk voor een goed armoedebeleid. Het verhogen van de laagste uitkeringen tot boven de Europese armoedegrens was daarom één van de belangrijkste speerpunten van de netwerken armoedebestrijding, verenigd in het Belgian Anti-Poverty Network (BAPN), in aanloop van de federale verkiezingen. (De Europese armoedegrens is vastgelegd op 60% van het mediaan equivalent inkomen voor de hele bevolking. In 2018 bedroeg deze 1.184,33 € voor een alleenstaande en 1.780,76 € voor een huishouden bestaande uit twee volwassenen.)

Wij zijn dan ook tevreden dat de nieuwe federale regering hier een prioriteit van maakt, maar blijven waakzaam over de concrete uitvoering. De laatste twee volwaardige regeringen, die van Elio Di Rupo (2011-2014) en van Charles Michel (2014-2018), hadden dit engagement ook in hun regeerakkoorden opgenomen. Toch is er de laatste 10 jaar bijzonder weinig gebeurd, met als gevolg dat de meeste minimumuitkeringen zich nog steeds ver onder de Europese armoedegrens bevinden. Zal het met de regering-De Croo de armoede echt aanpakken en wordt de derde keer eindelijk de goede keer?

Voor de coronacrisis leefden meer dan 1.8 miljoen mensen in armoede, dit cijfer zal nog verder toenemen

Reeds voor de coronacrisis was er een sociale crisis aan de gang. Meer dan 1.8 miljoen mensen of 16,4% van de Belgische bevolking leefden volgens cijfers van de Europese Unie in monetaire armoede. Dit wil zeggen dat zij moeten rondkomen met een inkomen dat zich onder de Europese armoedegrens bevindt. Dit percentage is het hoogste sinds het begin van de systematische monitoring in 2005. Voor de crisis had bovendien een grote groep (25.3%!) ook al geen budget voor onverwachte uitgaven.

Uitkeringen optrekken tot boven de armoedegrens: derde keer, goede keer?

De covid-crisis heeft een grote impact gehad op ons allen, maar financieel kwetsbare gezinnen werden in het bijzonder hard getroffen. Hun reeds zeer beperkt huishoudbudget kwam nog verder onder druk te staan door inkomensverlies. Het zijn vooral mensen met precair werknemersstatuut (interimmers, wijkwerkers, jobstudenten, flexijobbers,...) en in onzekere sectoren (horeca, kunstsector,..) die niet of onvoldoende beschermd werden door de sociale zekerheid. Ook mensen met een zeer kwetsbaar profiel die werken in de informele economie (mensen zonder papieren, sekswerkers,...) verloren hun inkomen. Daarnaast zorgden de lockdown-maatregelen ervoor dat de uitgaven voor voeding en basisgoederen, onder meer door de gestegen prijzen in de supermarkten en door het telewerk , de hoogte ingingen. De compensatiemaatregelen die door de regering-Wilmes getroffen werden, zoals een bijkomende toelage van zes keer 50 euro voor bepaalde uitkeringsgerechtigden, waren slechts een druppel op een hete plaat.

Vele experten zijn het erover eens: net zoals bij de financiële crisis in 2008, zullen de armoedecijfers de komende maanden nog verder stijgen. Het optrekken van de uitkeringen tot boven de armoedegrens is daarom nog dringender dan ooit. Deze maatregel is bovendien niet enkel van belang op sociaal vlak, maar ook voor de economische relance. De gezinnen vormen immers een belangrijk onderdeel van onze economie. Het extra budget dat mensen in armoede erbij krijgen zullen zij meteen uitgeven om te kunnen voldoen in hun levensbehoeften en houdt dus een directe injectie in onze lokale economie in.

Geen woorden maar daden: Zal de regering De Croo haar belofte wel omzetten in de praktijk?

De regeringen Di Rupo en Michel hadden beide ook de ambitie om de uitkeringen op te trekken, toch hebben zij bijzonder weinig gerealiseerd. De belangrijkste reden hiervoor is dat zij nooit werk hebben gemaakt van een adequaat budget en een concreet stappenplan om deze maatregel te realiseren.

Zal de regering-De Croo het beter doen? Wanneer we naar de tekst van het nieuwe federaal regeerakkoord kijken, zijn we alvast enigszins teleurgesteld. Het optrekken van de uitkeringen wordt op twee plaatsen vermeld.

Enerzijds is er sprake van het geleidelijk aan optrekken van de laagste uitkeringen richting de armoedegrens in functie van de koopkracht. Deze bewoording is minder ambitieus dan in de vorige regeerakkoorden. Zo zijn we verontrust dat de uitkeringen enkel 'in de richting' van de armoedegrens worden opgetrokken, terwijl het algemeen geweten is dat de armoedegrens reeds een onderschatting is van wat mensen nodig hebben om waardig te kunnen leven.

Rekening houdende met de grote noden op het terrein, is het zeer teleurstellend dat er geen engagement is om de uitkeringen op te trekken tot boven de Europese armoedegrens tegen het einde van de legislatuur. Met betrekking tot de realisatie van deze doelstelling lezen we dat de regering de welvaartsenveloppe en een extra budget ter beschikking zal stellen. Inzake de welvaartsenveloppe herinneren wij eraan dat deze tot doel heeft om ervoor te zorgen dat de uitkeringen gelijke tred kunnen houden met de stijgende welvaart. Bovendien bestaat de kans deze voor het optrekken van de minimumpensioenen zal aangewend worden. Het extra budget dat ter beschikking gesteld wordt, zal dus cruciaal zijn. Wij hadden gehoopt op sterkere garanties over het budget en de uitwerking in het regeerakkoord, te meer omdat alle regeringspartijen hierover beloftes maakten in een debat dat wij vorig jaar in de aanloop van de verkiezingen georganiseerd hadden.

Anderzijds, staat in het hoofdstuk "Armoedebestrijding en toegang tot rechten" dat, naast het optrekken van de uitkeringen, aanvullende steun gegeven zal worden aan gezinnen met een ontoereikend inkomen. Wij vinden het positief dat in deze mogelijkheid wordt voorzien, maar benadrukken dat de aanvullende steun in geen geval het rechtstreeks optrekken van de uitkeringen tot aan de armoedegrens mag vervangen. Het systeem van de aanvullende steun houdt immers in dat mensen, ook degenen met een inkomen uit arbeid of uit de sociale zekerheid, naar het OCMW moeten stappen om een extra financiële ondersteuning te krijgen. Voor velen onder hen is de stap naar het OCMW zeer groot en bestaat dus de kans dat zij dit niet zullen doen. Dit zou nog eens extra drempel betekenen die de toegang tot sociale rechten bemoeilijkt. Deze toegankelijkheid staat reeds zwaar onder druk door de steeds meer voorwaarden en strengere controles die opgelegd worden. Bovendien moet erover gewaakt worden dat de OCMW's niet verder overbelast worden en taken uit de sociale zekerheid overnemen. De sociale zekerheid is immers een veel performanter systeem tegen armoede dat mensen toelaat om sociale rechten op te bouwen. De OCMW's moeten hun functie als laatste vangnet behouden om mensen toe te laten om waardig te leven wanneer zij door omstandigheden geen toegang hebben tot andere sociale rechten.

Ondanks onze bedenkingen, stemt het ons hoopvol dat een minister en geen staatssecretaris verantwoordelijk is voor armoedebestrijding. Dit was voor ons een belangrijke eis in aanloop van de regeringsvorming gezien een minister meer gewicht in de schaal kan leggen om een effectief armoedebeleid uit te stippelen.

Sterkere sociale zekerheid

Al 10 jaar belooft de federale regering aan mensen in armoede dat hun uitkering zal stijgen tot minstens aan de Europese armoedegrens. Als er niet snel actie komt, zeker in een context waarin de sociale noden nog zijn toegenomen, zullen zij nogmaals teleurgesteld worden en dreigen zij hun geloof en vertrouwen in de politiek helemaal te verliezen.

De netwerken armoedebestrijding verenigd in BAPN zullen er in de komende periode samen met mensen in armoede blijven voor ijveren dat de uitkeringen eindelijk opgetrokken worden tot boven de armoedegrens. Zo zullen we onder meer op 17 oktober, de wereldverzetdag tegen armoede, actie voeren in heel het land voor betere inkomens en een sterkere sociale zekerheid.

Dit opiniestuk werd ondertekend door:

  • Belgian Anti-Poverty Network (BAPN)
  • Netwerk tegen Armoede (NTA)
  • Brussels Platform Armoede (BPA)
  • Réseau Wallon de Lutte contre la Pauvreté (RWLP)
  • Le Forum Bruxelles contre les Inégalités
Een menswaardig inkomen is onontbeerlijk voor een goed armoedebeleid. Het verhogen van de laagste uitkeringen tot boven de Europese armoedegrens was daarom één van de belangrijkste speerpunten van de netwerken armoedebestrijding, verenigd in het Belgian Anti-Poverty Network (BAPN), in aanloop van de federale verkiezingen. (De Europese armoedegrens is vastgelegd op 60% van het mediaan equivalent inkomen voor de hele bevolking. In 2018 bedroeg deze 1.184,33 € voor een alleenstaande en 1.780,76 € voor een huishouden bestaande uit twee volwassenen.)Wij zijn dan ook tevreden dat de nieuwe federale regering hier een prioriteit van maakt, maar blijven waakzaam over de concrete uitvoering. De laatste twee volwaardige regeringen, die van Elio Di Rupo (2011-2014) en van Charles Michel (2014-2018), hadden dit engagement ook in hun regeerakkoorden opgenomen. Toch is er de laatste 10 jaar bijzonder weinig gebeurd, met als gevolg dat de meeste minimumuitkeringen zich nog steeds ver onder de Europese armoedegrens bevinden. Zal het met de regering-De Croo de armoede echt aanpakken en wordt de derde keer eindelijk de goede keer?Reeds voor de coronacrisis was er een sociale crisis aan de gang. Meer dan 1.8 miljoen mensen of 16,4% van de Belgische bevolking leefden volgens cijfers van de Europese Unie in monetaire armoede. Dit wil zeggen dat zij moeten rondkomen met een inkomen dat zich onder de Europese armoedegrens bevindt. Dit percentage is het hoogste sinds het begin van de systematische monitoring in 2005. Voor de crisis had bovendien een grote groep (25.3%!) ook al geen budget voor onverwachte uitgaven.De covid-crisis heeft een grote impact gehad op ons allen, maar financieel kwetsbare gezinnen werden in het bijzonder hard getroffen. Hun reeds zeer beperkt huishoudbudget kwam nog verder onder druk te staan door inkomensverlies. Het zijn vooral mensen met precair werknemersstatuut (interimmers, wijkwerkers, jobstudenten, flexijobbers,...) en in onzekere sectoren (horeca, kunstsector,..) die niet of onvoldoende beschermd werden door de sociale zekerheid. Ook mensen met een zeer kwetsbaar profiel die werken in de informele economie (mensen zonder papieren, sekswerkers,...) verloren hun inkomen. Daarnaast zorgden de lockdown-maatregelen ervoor dat de uitgaven voor voeding en basisgoederen, onder meer door de gestegen prijzen in de supermarkten en door het telewerk , de hoogte ingingen. De compensatiemaatregelen die door de regering-Wilmes getroffen werden, zoals een bijkomende toelage van zes keer 50 euro voor bepaalde uitkeringsgerechtigden, waren slechts een druppel op een hete plaat.Vele experten zijn het erover eens: net zoals bij de financiële crisis in 2008, zullen de armoedecijfers de komende maanden nog verder stijgen. Het optrekken van de uitkeringen tot boven de armoedegrens is daarom nog dringender dan ooit. Deze maatregel is bovendien niet enkel van belang op sociaal vlak, maar ook voor de economische relance. De gezinnen vormen immers een belangrijk onderdeel van onze economie. Het extra budget dat mensen in armoede erbij krijgen zullen zij meteen uitgeven om te kunnen voldoen in hun levensbehoeften en houdt dus een directe injectie in onze lokale economie in.De regeringen Di Rupo en Michel hadden beide ook de ambitie om de uitkeringen op te trekken, toch hebben zij bijzonder weinig gerealiseerd. De belangrijkste reden hiervoor is dat zij nooit werk hebben gemaakt van een adequaat budget en een concreet stappenplan om deze maatregel te realiseren.Zal de regering-De Croo het beter doen? Wanneer we naar de tekst van het nieuwe federaal regeerakkoord kijken, zijn we alvast enigszins teleurgesteld. Het optrekken van de uitkeringen wordt op twee plaatsen vermeld. Enerzijds is er sprake van het geleidelijk aan optrekken van de laagste uitkeringen richting de armoedegrens in functie van de koopkracht. Deze bewoording is minder ambitieus dan in de vorige regeerakkoorden. Zo zijn we verontrust dat de uitkeringen enkel 'in de richting' van de armoedegrens worden opgetrokken, terwijl het algemeen geweten is dat de armoedegrens reeds een onderschatting is van wat mensen nodig hebben om waardig te kunnen leven. Rekening houdende met de grote noden op het terrein, is het zeer teleurstellend dat er geen engagement is om de uitkeringen op te trekken tot boven de Europese armoedegrens tegen het einde van de legislatuur. Met betrekking tot de realisatie van deze doelstelling lezen we dat de regering de welvaartsenveloppe en een extra budget ter beschikking zal stellen. Inzake de welvaartsenveloppe herinneren wij eraan dat deze tot doel heeft om ervoor te zorgen dat de uitkeringen gelijke tred kunnen houden met de stijgende welvaart. Bovendien bestaat de kans deze voor het optrekken van de minimumpensioenen zal aangewend worden. Het extra budget dat ter beschikking gesteld wordt, zal dus cruciaal zijn. Wij hadden gehoopt op sterkere garanties over het budget en de uitwerking in het regeerakkoord, te meer omdat alle regeringspartijen hierover beloftes maakten in een debat dat wij vorig jaar in de aanloop van de verkiezingen georganiseerd hadden.Anderzijds, staat in het hoofdstuk "Armoedebestrijding en toegang tot rechten" dat, naast het optrekken van de uitkeringen, aanvullende steun gegeven zal worden aan gezinnen met een ontoereikend inkomen. Wij vinden het positief dat in deze mogelijkheid wordt voorzien, maar benadrukken dat de aanvullende steun in geen geval het rechtstreeks optrekken van de uitkeringen tot aan de armoedegrens mag vervangen. Het systeem van de aanvullende steun houdt immers in dat mensen, ook degenen met een inkomen uit arbeid of uit de sociale zekerheid, naar het OCMW moeten stappen om een extra financiële ondersteuning te krijgen. Voor velen onder hen is de stap naar het OCMW zeer groot en bestaat dus de kans dat zij dit niet zullen doen. Dit zou nog eens extra drempel betekenen die de toegang tot sociale rechten bemoeilijkt. Deze toegankelijkheid staat reeds zwaar onder druk door de steeds meer voorwaarden en strengere controles die opgelegd worden. Bovendien moet erover gewaakt worden dat de OCMW's niet verder overbelast worden en taken uit de sociale zekerheid overnemen. De sociale zekerheid is immers een veel performanter systeem tegen armoede dat mensen toelaat om sociale rechten op te bouwen. De OCMW's moeten hun functie als laatste vangnet behouden om mensen toe te laten om waardig te leven wanneer zij door omstandigheden geen toegang hebben tot andere sociale rechten.Ondanks onze bedenkingen, stemt het ons hoopvol dat een minister en geen staatssecretaris verantwoordelijk is voor armoedebestrijding. Dit was voor ons een belangrijke eis in aanloop van de regeringsvorming gezien een minister meer gewicht in de schaal kan leggen om een effectief armoedebeleid uit te stippelen.Sterkere sociale zekerheidAl 10 jaar belooft de federale regering aan mensen in armoede dat hun uitkering zal stijgen tot minstens aan de Europese armoedegrens. Als er niet snel actie komt, zeker in een context waarin de sociale noden nog zijn toegenomen, zullen zij nogmaals teleurgesteld worden en dreigen zij hun geloof en vertrouwen in de politiek helemaal te verliezen. De netwerken armoedebestrijding verenigd in BAPN zullen er in de komende periode samen met mensen in armoede blijven voor ijveren dat de uitkeringen eindelijk opgetrokken worden tot boven de armoedegrens. Zo zullen we onder meer op 17 oktober, de wereldverzetdag tegen armoede, actie voeren in heel het land voor betere inkomens en een sterkere sociale zekerheid. Dit opiniestuk werd ondertekend door: