De Vlaamse minister van onderwijs heeft redenen tot ongerustheid. Niemand slaakt een vreugdekreet na het zien van de meest recente PISA- en TIMMS-resultaten. Daarnaast groeit de ongelijkheid in het Vlaamse onderwijs. Die ongelijkheid is niet onschuldig. Ze schuurt zich eroderend een weg door onze samenleving. En degenen voor wie morele redenen niet volstaan om dit problematisch te vinden, ongelijkheid in de samenleving leidt tot polarisatie, instabiliteit en slechte economische resultaten. De coronacrisis heeft de onderwijsongelijkheid onbedoeld nog versterkt. Die ongelijkheid heeft veel gezichten, toont zich al in het onderscheid tussen wie thuis wel/geen laptop, eigen ruimte en internet heeft, wel/geen gezin rond zich heeft waar er tijd en energie over is om te ondersteunen bij schoolwerk (volgens de minister volstonden twee uren per week), wel/geen tuin bezit om zich tussendoor te ontspannen en ga zo maar door. Nu blijkt dat de ongelijkheid zich ook laat zien in het verschil tussen wie voor bijlessen kan betalen en wie dat niet kan.

De Vlaamse minister van onderwijs heeft redenen tot ongerustheid, die hij tempert met grote maatregelen. Tussen sint en kerst in beloofde hij laptops voor elk kind vanaf het vijfde leerjaar. Die materiele omkadering is inderdaad een basisvoorwaarde voor het leren op afstand, maar niet voldoende om de ongelijkheid weg te werken. Daarnaast zijn er vernieuwde eindtermen, met een hogere lat. Leg de doelstellingen hoger en het niveau zal vanzelf stijgen? Voor wie over zelfvertrouwen, veel mogelijkheden, een netwerk en de juiste ondersteuning beschikt kan een hogere lat misschien werken. Maar verder klinkt dit een beetje als de aankondiging dat gezien we de 10 km niet konden uitlopen we dan maar gaan trainen voor de 15 km.

Studieondersteuning in coronatijden: mooie werk van veel organisaties dreigt tussen de plooien te verdwijnen.

De voornoemde maatregelen zijn niet onzinnig, maar ze zijn niet gericht en specifiek genoeg en zullen de ongelijkheid niet automatisch verkleinen. Wat helpt er wel? Soms zijn dat kleine beetjes. Mensen en middelen, bijvoorbeeld, die de kinderen, jongeren en gezinnen die het nodig hebben ondersteunen. Die zorgen dat die gratis laptop geïnstalleerd geraakt en blijft functioneren. Die zorgen dat kinderen niet moedeloos raken van een lat die buiten hun bereik lijkt te liggen.

Op dat vlak is er goed nieuws. In Vlaanderen staat er een leger enthousiaste professionals klaar om gezinnen die zich aan de verkeerde kant van de ongelijkheid bevinden te stutten, toe te leiden, te ondersteunen bij schooltaken en de communicatie met de school en wat al niet meer. Er is nog goed nieuws. Die professionals hebben doorgaans bakken energie, ze zijn bereid om lange dagen te kloppen, en te doen wat nodig is. Geen strakke functieomschrijving voor deze mensen.

Er is er vast zo'n organisatie ergens bij u in de buurt. Ze doen hun werk versnipperd over heel Vlaanderen. In het afgelopen jaar hebben die mensen bergen werk verzet, stoepbezoeken afgelegd, gevochten tegen een groeiende wachtlijst, kinderen en gezinnen geholpen het afstandsleren. Daarnaast hebben ze, ook subsidies bij elkaar geschraapt, geïnvesteerd in communicatie en sociale media, rapporten geschreven waarin ze dienen aan te tonen dat ze hun geld waard zijn, dat de cijfers goed zijn, dat ze impact hebben.

Kompanjon vzw is zo'n organisatie. Ze bieden studie- en gezinsondersteuning aan kansarme gezinnen in Gent en Antwerpen. En ja, ze hebben bakken energie, iedereen is gedreven, en ze doen wat nodig is. Bovendien helpt Kompanjon niet alleen gezinnen vooruit, ze leiden ook jonge studenten op, geven hen vormingen rond kansarmoede coachen hen om een semester lang met een gezin op pad te gaan. Op die manier dragen ze bij aan de professionalisering van talloze toekomstige leerkrachten. Van de hogescholen en universiteiten met wie ze samenwerken krijgen ze geen middelen.

Ook Kompanjon kreeg een eindejaarsgeschenk van de minister. Geen gratis laptops, maar een stopzetting van de al beperkte subsidies. Zonder enige argumentatie. En weet je, de minister kan gerust zijn. De medewerkers van Kompanjon zullen verder doen, omdat ze gedreven zijn, geven om kinderen en gezinnen, en geen andere keuze zien dan hun werk verder te zetten. De minister beseft niet dat hij goud in handen heeft en dat hij zijn eigen impact de hoogte in zou kunnen jagen door organisaties zoals Kompanjon structureel te ondersteunen, via een wettelijk kader, kwaliteitscriteria, reglementering en vooral: structurele subsidies.

Organisaties zoals Kompanjon doen schitterend werk en krijgen vanaf de zijlijn applaus voor wat ze doen. En toch maken ze geen deel uit van het systeem. Ze verdwijnen tussen de plooien van de bevoegdheidsdomeinen welzijn en onderwijs. Hun werk is mooi en lovenswaardig maar blijkbaar niet belangrijk genoeg om het echt te erkennen. En dat is ernstig, want het zijn deze organisaties die hard werken om de kloof in het onderwijs en de samenleving te dichten en te voorkomen dat die kloof een ravijn wordt.

An Raes en Katelijne Béatse zijn bestuurder en coördinator bij Kompanjon vzw.

De Vlaamse minister van onderwijs heeft redenen tot ongerustheid. Niemand slaakt een vreugdekreet na het zien van de meest recente PISA- en TIMMS-resultaten. Daarnaast groeit de ongelijkheid in het Vlaamse onderwijs. Die ongelijkheid is niet onschuldig. Ze schuurt zich eroderend een weg door onze samenleving. En degenen voor wie morele redenen niet volstaan om dit problematisch te vinden, ongelijkheid in de samenleving leidt tot polarisatie, instabiliteit en slechte economische resultaten. De coronacrisis heeft de onderwijsongelijkheid onbedoeld nog versterkt. Die ongelijkheid heeft veel gezichten, toont zich al in het onderscheid tussen wie thuis wel/geen laptop, eigen ruimte en internet heeft, wel/geen gezin rond zich heeft waar er tijd en energie over is om te ondersteunen bij schoolwerk (volgens de minister volstonden twee uren per week), wel/geen tuin bezit om zich tussendoor te ontspannen en ga zo maar door. Nu blijkt dat de ongelijkheid zich ook laat zien in het verschil tussen wie voor bijlessen kan betalen en wie dat niet kan. De Vlaamse minister van onderwijs heeft redenen tot ongerustheid, die hij tempert met grote maatregelen. Tussen sint en kerst in beloofde hij laptops voor elk kind vanaf het vijfde leerjaar. Die materiele omkadering is inderdaad een basisvoorwaarde voor het leren op afstand, maar niet voldoende om de ongelijkheid weg te werken. Daarnaast zijn er vernieuwde eindtermen, met een hogere lat. Leg de doelstellingen hoger en het niveau zal vanzelf stijgen? Voor wie over zelfvertrouwen, veel mogelijkheden, een netwerk en de juiste ondersteuning beschikt kan een hogere lat misschien werken. Maar verder klinkt dit een beetje als de aankondiging dat gezien we de 10 km niet konden uitlopen we dan maar gaan trainen voor de 15 km. De voornoemde maatregelen zijn niet onzinnig, maar ze zijn niet gericht en specifiek genoeg en zullen de ongelijkheid niet automatisch verkleinen. Wat helpt er wel? Soms zijn dat kleine beetjes. Mensen en middelen, bijvoorbeeld, die de kinderen, jongeren en gezinnen die het nodig hebben ondersteunen. Die zorgen dat die gratis laptop geïnstalleerd geraakt en blijft functioneren. Die zorgen dat kinderen niet moedeloos raken van een lat die buiten hun bereik lijkt te liggen. Op dat vlak is er goed nieuws. In Vlaanderen staat er een leger enthousiaste professionals klaar om gezinnen die zich aan de verkeerde kant van de ongelijkheid bevinden te stutten, toe te leiden, te ondersteunen bij schooltaken en de communicatie met de school en wat al niet meer. Er is nog goed nieuws. Die professionals hebben doorgaans bakken energie, ze zijn bereid om lange dagen te kloppen, en te doen wat nodig is. Geen strakke functieomschrijving voor deze mensen.Er is er vast zo'n organisatie ergens bij u in de buurt. Ze doen hun werk versnipperd over heel Vlaanderen. In het afgelopen jaar hebben die mensen bergen werk verzet, stoepbezoeken afgelegd, gevochten tegen een groeiende wachtlijst, kinderen en gezinnen geholpen het afstandsleren. Daarnaast hebben ze, ook subsidies bij elkaar geschraapt, geïnvesteerd in communicatie en sociale media, rapporten geschreven waarin ze dienen aan te tonen dat ze hun geld waard zijn, dat de cijfers goed zijn, dat ze impact hebben. Kompanjon vzw is zo'n organisatie. Ze bieden studie- en gezinsondersteuning aan kansarme gezinnen in Gent en Antwerpen. En ja, ze hebben bakken energie, iedereen is gedreven, en ze doen wat nodig is. Bovendien helpt Kompanjon niet alleen gezinnen vooruit, ze leiden ook jonge studenten op, geven hen vormingen rond kansarmoede coachen hen om een semester lang met een gezin op pad te gaan. Op die manier dragen ze bij aan de professionalisering van talloze toekomstige leerkrachten. Van de hogescholen en universiteiten met wie ze samenwerken krijgen ze geen middelen. Ook Kompanjon kreeg een eindejaarsgeschenk van de minister. Geen gratis laptops, maar een stopzetting van de al beperkte subsidies. Zonder enige argumentatie. En weet je, de minister kan gerust zijn. De medewerkers van Kompanjon zullen verder doen, omdat ze gedreven zijn, geven om kinderen en gezinnen, en geen andere keuze zien dan hun werk verder te zetten. De minister beseft niet dat hij goud in handen heeft en dat hij zijn eigen impact de hoogte in zou kunnen jagen door organisaties zoals Kompanjon structureel te ondersteunen, via een wettelijk kader, kwaliteitscriteria, reglementering en vooral: structurele subsidies. Organisaties zoals Kompanjon doen schitterend werk en krijgen vanaf de zijlijn applaus voor wat ze doen. En toch maken ze geen deel uit van het systeem. Ze verdwijnen tussen de plooien van de bevoegdheidsdomeinen welzijn en onderwijs. Hun werk is mooi en lovenswaardig maar blijkbaar niet belangrijk genoeg om het echt te erkennen. En dat is ernstig, want het zijn deze organisaties die hard werken om de kloof in het onderwijs en de samenleving te dichten en te voorkomen dat die kloof een ravijn wordt. An Raes en Katelijne Béatse zijn bestuurder en coördinator bij Kompanjon vzw.