Beeld je in: je hebt thuis geen internetverbinding en geen smartphone of laptop. België gaat in lockdown, en dus geen bibliotheek of buurthuis meer om op een publieke plek het internet te kunnen gebruiken. Op dat moment wordt je op technische werkloosheid gezet en moet je dus je werkloosheidsuitkering aanvragen, online uiteraard want de loketten van de Hulpkas of vakbond zijn niet open. Deze en andere scenario's waren heel reëel voor veel mensen tijdens de eerste corona lockdown. Tijdens deze tweede lockdown moeten we ons de vraag stellen wat we geleerd hebben uit de eerste lockdown en welke noden er nog steeds zijn tijdens deze tweede lockdown.

Op basis van wat we geleerd hebben uit de 1e lockdown schuift de taskforce e-inclusie deze aanbevelingen naar voor om de digitale kloof te dichten en ongelijkheid op elk niveau tegen te gaan. Te beginnen bij de toegang tot het internet. Bijna 10% van de Belgische bevolking heeft namelijk geen toegang tot het internet thuis. En dus moeten er gratis alternatieven ter beschikking zijn, ook in tijden van een pandemie. Daarom is het belangrijk om de openbare ruimtes open te houden waar mensen gratis computers en internet kunnen gebruiken. Zie dit als een essentiële dienstverlening. Dienstverleners, zowel privé als publiek, vragen immers dat steeds meer online gebeurd. Zoals een overschrijving of het inschrijven van je kinderen op school. Indien je geen toegang hebt tot het internet sta je al met één been buiten de maatschappij.

Laten we niemand overboord gooien uit de digitale boot.

Schenk aandacht aan wie niet mee is met de digitalisering. 40% van onze bevolking heeft problemen om gelijke tred te houden met digitale evoluties én om technologie autonoom te gebruiken. Uit onderzoek weten we dat personen met een laag inkomen, ouderen, alleenstaanden, en personen met een laag opleidingsniveau de meest kwetsbaren zijn. Maar ook atypische groepen zoals hoogopgeleiden en jongeren hebben het soms moeilijk om mee te blijven met de snelheid van de digitale ontwikkelingen. Geertrui formuleert dit in het advies van de Vlaamse Oudenraad zo "Ik vecht tegen mijn onmacht om me nieuwe computerprogramma's eigen te maken, en er komen er steeds meer bij. Alles verandert snel. Alles wat ik beheerste wordt vernieuwd, waardoor ik me hopeloos achterop voel geraken. Die digitale onmacht is zo frustrerend. Het is slopend om elke dag opnieuw tegen je grenzen te botsen en ermee geconfronteerd te worden dat je voor alles extra tijd en begeleiding nodig hebt."

En laat het nu net die essentiële begeleiding zijn, die door de beperkingen aan sociaal contact weggevallen zijn. Zorg dus voor gratis platformen en alternatieven voor de online dienstverlening (een telefoonnummer, een berichten-chat, begeleiding op afspraak) waar mensen terecht kunnen met digitale vragen. Behoud een minimale fysieke dienstverlening. Werk samen met organisaties die expertise hebben in het versterken van digitale vaardigheden bij kwetsbare doelgroepen. Probeer niet enkel de digitaal kwetsbare groepen direct te bereiken. Zet ook in op de digitale vaardigheden van het personeel dat met dit publiek werkt. De beperkte digitale vaardigheden van personeel zorgen vaak voor een extra drempel bij het gebruik van toepassingen voor klanten/leerlingen.

Ga na of leerlingen die aan afstandsonderwijs moeten doen beschikken over gepast digitaal materiaal, een stabiele internetverbinding en een voldoende rustige plek om te werken. Reserveer bepaalde publieke plekken voor hen en/of houd de computerruimtes op scholen open. Dit is essentieel als we geen bijkomende kloof willen creëren tussen leerlingen met een gepaste studieplek thuis en zonder. Ga ook na of de bewoners van zorginstellingen voldoende toegang en ingang hebben tot het digitale en voorzie extra begeleiding in het contact met vrienden en familie om eenzaamheid tegen te gaan.

Ten laatste, blijf inspanningen monitoren om te leren uit beleid. Enkel door de geleverde inspanningen te evalueren kunnen we leren hoe we het beter kunnen doen in de toekomst.

De digitale vooruitgang kan enkel een succes worden als we niemand achterlaten in onze maatschappij. Iets waar we momenteel absoluut niet in slagen, dus laat ons de handen in elkaar slaan en samen het verschil maken.

Deze brief werd opgesteld door de Taskforce e-inclusie. De Taskforce e-Inclusie is een samenwerkingsverband van lokale besturen, publieke instellingen en middenveldorganisaties, die werken aan kwetsbare groepen digitaal insluiten, zoals Mediawijs, imec-SMIT VUB, BEEGO, CIBG, Departement Onderwijs, Departement Opgroeien, Digidak, Digitaal.Talent@Gent, Digital Champion, e-Inclusiewerking Kortrijk, Federatie Centra voor Basiseducatie, FOD BoSa, iDROPS, LINC, Link in de Kabel, Maks, MODEM, e-inclusiewerking Stad Antwerpen, Seniornet Vlaanderen, UC Leuven-Limburg, VDAB, Vlaamse Ouderenraad, VOCVO, Vormingplus Antwerpen, VVSG, WeTechCare.

Meer tips, tools en informatie op www.e-inclusie.be

Beeld je in: je hebt thuis geen internetverbinding en geen smartphone of laptop. België gaat in lockdown, en dus geen bibliotheek of buurthuis meer om op een publieke plek het internet te kunnen gebruiken. Op dat moment wordt je op technische werkloosheid gezet en moet je dus je werkloosheidsuitkering aanvragen, online uiteraard want de loketten van de Hulpkas of vakbond zijn niet open. Deze en andere scenario's waren heel reëel voor veel mensen tijdens de eerste corona lockdown. Tijdens deze tweede lockdown moeten we ons de vraag stellen wat we geleerd hebben uit de eerste lockdown en welke noden er nog steeds zijn tijdens deze tweede lockdown. Op basis van wat we geleerd hebben uit de 1e lockdown schuift de taskforce e-inclusie deze aanbevelingen naar voor om de digitale kloof te dichten en ongelijkheid op elk niveau tegen te gaan. Te beginnen bij de toegang tot het internet. Bijna 10% van de Belgische bevolking heeft namelijk geen toegang tot het internet thuis. En dus moeten er gratis alternatieven ter beschikking zijn, ook in tijden van een pandemie. Daarom is het belangrijk om de openbare ruimtes open te houden waar mensen gratis computers en internet kunnen gebruiken. Zie dit als een essentiële dienstverlening. Dienstverleners, zowel privé als publiek, vragen immers dat steeds meer online gebeurd. Zoals een overschrijving of het inschrijven van je kinderen op school. Indien je geen toegang hebt tot het internet sta je al met één been buiten de maatschappij.Schenk aandacht aan wie niet mee is met de digitalisering. 40% van onze bevolking heeft problemen om gelijke tred te houden met digitale evoluties én om technologie autonoom te gebruiken. Uit onderzoek weten we dat personen met een laag inkomen, ouderen, alleenstaanden, en personen met een laag opleidingsniveau de meest kwetsbaren zijn. Maar ook atypische groepen zoals hoogopgeleiden en jongeren hebben het soms moeilijk om mee te blijven met de snelheid van de digitale ontwikkelingen. Geertrui formuleert dit in het advies van de Vlaamse Oudenraad zo "Ik vecht tegen mijn onmacht om me nieuwe computerprogramma's eigen te maken, en er komen er steeds meer bij. Alles verandert snel. Alles wat ik beheerste wordt vernieuwd, waardoor ik me hopeloos achterop voel geraken. Die digitale onmacht is zo frustrerend. Het is slopend om elke dag opnieuw tegen je grenzen te botsen en ermee geconfronteerd te worden dat je voor alles extra tijd en begeleiding nodig hebt." En laat het nu net die essentiële begeleiding zijn, die door de beperkingen aan sociaal contact weggevallen zijn. Zorg dus voor gratis platformen en alternatieven voor de online dienstverlening (een telefoonnummer, een berichten-chat, begeleiding op afspraak) waar mensen terecht kunnen met digitale vragen. Behoud een minimale fysieke dienstverlening. Werk samen met organisaties die expertise hebben in het versterken van digitale vaardigheden bij kwetsbare doelgroepen. Probeer niet enkel de digitaal kwetsbare groepen direct te bereiken. Zet ook in op de digitale vaardigheden van het personeel dat met dit publiek werkt. De beperkte digitale vaardigheden van personeel zorgen vaak voor een extra drempel bij het gebruik van toepassingen voor klanten/leerlingen. Ga na of leerlingen die aan afstandsonderwijs moeten doen beschikken over gepast digitaal materiaal, een stabiele internetverbinding en een voldoende rustige plek om te werken. Reserveer bepaalde publieke plekken voor hen en/of houd de computerruimtes op scholen open. Dit is essentieel als we geen bijkomende kloof willen creëren tussen leerlingen met een gepaste studieplek thuis en zonder. Ga ook na of de bewoners van zorginstellingen voldoende toegang en ingang hebben tot het digitale en voorzie extra begeleiding in het contact met vrienden en familie om eenzaamheid tegen te gaan. Ten laatste, blijf inspanningen monitoren om te leren uit beleid. Enkel door de geleverde inspanningen te evalueren kunnen we leren hoe we het beter kunnen doen in de toekomst.De digitale vooruitgang kan enkel een succes worden als we niemand achterlaten in onze maatschappij. Iets waar we momenteel absoluut niet in slagen, dus laat ons de handen in elkaar slaan en samen het verschil maken.Deze brief werd opgesteld door de Taskforce e-inclusie. De Taskforce e-Inclusie is een samenwerkingsverband van lokale besturen, publieke instellingen en middenveldorganisaties, die werken aan kwetsbare groepen digitaal insluiten, zoals Mediawijs, imec-SMIT VUB, BEEGO, CIBG, Departement Onderwijs, Departement Opgroeien, Digidak, Digitaal.Talent@Gent, Digital Champion, e-Inclusiewerking Kortrijk, Federatie Centra voor Basiseducatie, FOD BoSa, iDROPS, LINC, Link in de Kabel, Maks, MODEM, e-inclusiewerking Stad Antwerpen, Seniornet Vlaanderen, UC Leuven-Limburg, VDAB, Vlaamse Ouderenraad, VOCVO, Vormingplus Antwerpen, VVSG, WeTechCare.