In België gaat de discussie over solidariteit hoofdzakelijk over solidariteit tussen gemeenschappen en gewesten, niet over solidariteit tussen provincies of arrondissementen en steden of gemeenten. Nochtans is er onlangs een studie geweest van een businessschool in Parijs, die precies dat onderscheid wel maakt.

Wat blijkt?

Niet enkel Brussel en Wallonië ontvangen netto-geld als gevolg van de interne transfers binnen België, maar ook de Vlaamse provincies West-Vlaanderen en Limburg. De provincie Limburg is de grootste netto-ontvanger in Vlaanderen: gemiddeld 850 euro per inwoner tegenover 300 euro voor West-Vlaanderen. Limburg krijgt zelfs meer dan de Waalse provincies Luxemburg en Namen.

Solidariteit mag geen grenzen kennen.

Waals Brabant is dan weer als Waalse provincie een netto -betaler. Op arrondissementeel niveau krijgen we ongeveer hetzelfde beeld. Oostende en Veurne zijn netto-ontvangers en omgekeerd zijn er zeven Vlaamse arrondissementen, die geld geven.

Als we solidariteit bekijken op een lager echelon dan België - de gemeenschappen en gewesten en de arrondissementen - moeten we dat tevens doen op een hoger niveau.

Solidariteit mag geen grenzen kennen.

Op een ogenblik dat er net op Europees vlak een aantal nieuwe stappen zouden moeten gezet worden, houden sommige Vlaamse politieke partijen zich bezig met confederalisme (N-VA) of zelfs separatisme (Vlaams Belang).

We zullen de wereldwijde asielcrisis enkel maar kunnen aanpakken als we wereldwijd solidair zijn. En de Europese Unie (EU) moet daar een sterkere rol in spelen als nu. Het is geen toeval dat partijen, die in België de solidariteit willen opgeven, Europees en qua visie op de wereld op dezelfde golflengte zitten. Denken we maar aan de houding van de N-VA en het verlaten van de federale regering naar aanleiding van het Migratiepact van de Verenigde Naties (VN).

Een levensvisie

Het is simpel: solidair zijn is een levensvisie, een houding, een manier van leven en heeft niets te maken met huidskleur, overtuiging of al dan niet kunstmatige grenzen. Solidariteit tussen mensen kent geen grenzen en is even belangrijk op wereld- of Europees niveau als op het kleinere niveau van provincies of arrondissementen en steden en gemeenten.

Solidariteit is voor mij een herverdeling van middelen via belastingen of andere vormen van heffingen, het niveau is daarbij van ondergeschikt belang. Ik hoop dat met de hoger aangehaalde studie de enge visie en de partijpolitieke taal in België over oneerlijke financiële transfers naar Brussel en Wallonië stopt of op zijn zachtst wat meer gerelativeerd wordt. Maar dat zal wellicht ijdele hoop zijn.

Als het gegeven van transfers in internationale context bekeken wordt, is België zeker niet uniek. Neem bijvoorbeeld Duitsland (van West naar Oost) of Italië (van het Noorden naar het Zuiden).

Om dan nog niet te spreken over de Verenigde Staten, waar al jaren heel wat transfers gaan naar de Zuidelijke staten. Dus ook in die landen speelt het debat rond solidariteit en financiële transfers, soms zelfs veel heviger dan bij ons.

Er zullen altijd regio's zijn, net zoals provincies, arrondissementen of gemeenten en steden, die beter presteren dan andere.

Wat is daar vanuit de definitie solidariteit verkeerd aan? En dat is niet tegengesteld aan het gegeven dat er nationaal en zelfs Europees -zie de diverse Europese steunprogramma's- alle mogelijke inspanningen gedaan worden om die regio's sociaal -economisch naar een hoger niveau te tillen.

Niet welkom

De EU heeft zich al vaak uitgesproken over Europese regio's, die zich willen afsplitsen. Zij zijn terecht niet welkom in de EU. Catalonië in Spanje is het meest recente voorbeeld. Maar blijkbaar hebben regionalistische partijen -zie N-VA en Vlaams Belang- weinig of geen oor naar Europa en over de gevolgen daarvan, onder andere op het vlak van internationaal verkeer van personen en goederen.

Dan blijft het heel stil. Ook daar komt dat gebrek aan solidariteit bij die partijen opnieuw terug. Even terug naar de hoger aangehaalde studie. Een groot deel van de verklaringen voor de resultaten van deze studie ligt in de geografische structuur van België.

De sociaaleconomische prestatie van een land of een regio wordt sterk bepaald door clusters. België heeft twee belangrijke clusters: Brussel en de Vlaamse havens. Het is heel moeilijk om vanuit de politiek nieuwe, sterke clusters te creëren. Economische activiteiten zijn immers geografisch niet simpel te sturen.

We merken dat overal in Europa: sommige regio's doen het goed en trekken welvaart aan, andere doen het veel minder goed als gevolg van de ligging en van bepaalde economische netwerken of het gebrek eraan. Met andere woorden, de politiek heeft hier minder impact op dan gewoonlijk wordt aangenomen. Die politieke invloed moet bijgevolg gerelativeerd worden.

Eén van de voorwaarden, die gewoonlijk gekoppeld worden aan transfers is dat ze niet structureel mogen worden. Maar met dit sociaaleconomisch gegeven moeten we die voorwaarde sterk relativeren. De twee andere voorwaarden voor transfers betreffen transparantie en omkeerbaarheid, dus in de andere richting als de financiële en/of economische context wijzigt.

Bekijken we nog even de concrete situatie van Brussel

Brussel staat in voor ongeveer 20 procent van het Belgische Bruto Binnenlands Product (BBP). Dat gebeurt overwegend door pendelaars uit de omgeving van Brussel. Inwoners uit Waals- of Vlaams-Brabant hebben hun inkomen in grote mate aan Brussel te danken. Het geld dat zij in Brussel verdienen, wordt belast in hun woonplaats en staat in de statistieken in Waals- of Vlaams-Brabant. Dezelfde redenering klopt als een Franstalige Brusselaar, over het algemeen bemiddeld, naar de Vlaamse rand verhuist.

In beide gevallen stijgen de transfers tussen Vlaanderen en Brussel, hetgeen weer maar eens wijst op het relatieve van het begrip transfers. Brussel krijgt federale dotaties voor zijn rol als hoofdstad, maar qua sociale zekerheid is het Brussels gewest, zoals Vlaanderen, een nettobetaler.

Voor B Plus gaat solidariteit boven alles, op alle bestuurlijke echelons. En om die solidariteit zoveel mogelijk op het terrein waar te maken, moet er ernstig kunnen over gedebatteerd worden en niet in te enge partijpolitieke betekenis. Met deze bijdrage trachten wij dat debat te verruimen.

Ludwig Vandenhove , Vlaams parlementslid (SP.A), bestuurder van B Plus vzw