Professor Marc Cools vindt het geen gek idee om de politie te regionaliseren: Enkel de gerechtelijke politie, speciale interventieteams en de luchtsteun blijven federaal, de overige korpsen worden opgesplitst in de drie regio's, waaronder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij verantwoordt dit voorstel door de noodzaak om de politie dichter bij de burger te brengen. Vraag is of een regionalisering wel tot dat gevolg leidt: is dat afhankelijk van dergelijke organieke hervorming of van het lokaal beleid? Wordt hier niet dezelfde denkfout gemaakt als met de vorige hervorming: niet de organieke vorm maar de werkwijze bepaalt wat de politie doet.

Regionalisering van de politie is geen goed idee.

Bij de grote hervorming werd de Rijkwacht vervangen door de Federale politie, werd de Gerechtelijke politie bij de parketten afgeschaft, en werden er lokale politiezones opgericht. Heeft dat wat gewijzigd aan de "disfuncties" die aan de basis lagen van deze hervorming? De Rijkswacht werd ontbonden omdat uit de bendeonderzoeken ernstige disfuncties bleken: een staat in de staat. Door de afschaffing van de Gerechtelijke politie bij de parketten verloor de onderzoeksmagistratuur zijn eigen politiedienst en werd de uitvoering van de gerechtelijke opdrachten afhankelijk van de door de andere korpsen ter beschikking gestelde capaciteit: geen capaciteit geen uitvoering.

Door de oprichting van politiezones verkregen grote steden als Antwerpen belangrijke eigen korpsen. Deze hervorming veranderde niets aan het grootste probleem: de informatieverwerving, -verwerking en -rapportering. Het niet, niet tijdig of zelfs met opzet achterhouden van informatie kwam in ieder later onderzoek naar voor als een erg belangrijk gegeven. Het andere probleem, de afsplitsing van de politieoperatie van het gerechtelijk onderzoek, al of niet met gebruik van afgeschermde bijzondere methoden, zoals geïnstitutionaliseerd door de wet op het politieambt, leidde tot de grootste disfuncties: de operaties "Othello" en " Décimes", de geheime observatie van Dutroux die voor onderzoeksrechter Doutrèwe werd afgeschermd.

Dat een geregionaliseerde organisatie de politie dichter bij de burger brengt is niet als oorzaak en gevolg: de Antwerpse politie is een interventiepolitie, de wijkwerking werd er afgebouwd. Dit korps behield ook eigen "bottinnekes", een eigen "special force" en kocht zelfs pantserwagens aan. De aanbevelingen van het Vast Comité P om het anders te doen hadden geen gevolg. In wat de lokale politie doet of moet doen blijft het lokaal beleid, het gedacht van de burgemeester, een doorslaggevend element. Dat heeft soms een averechts gevolg: de door de Antwerpse burgemeester gevoerde "oorlog" tegen de drugs maakte de samenwerking met de federale politie zo goed als onmogelijk.

Dat justitie, ook bij confederalisme, federaal blijft, zoals professor Cools stelt, houdt geen rekening met de agenda van de N-VA. Vlaanderen heeft al een justitieminister: Zuhal Demir. Deze minister heeft ook de "handhaving" in haar titel. Wat met "handhaving" wordt bedoeld staat in het ontwerp van Vlaams kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 30 januari 2019: "De bestuurlijke handhaving wordt uitgebouwd als veralgemeend en volwaardig alternatief voor de strafrechtelijke handhaving. In overleg met en ter ontlasting van het Openbaar Ministerie, afgesproken categorieën van misdrijven worden onmiddellijk via het bestuurlijke spoor afgehandeld."

Volgens dit voorstel wordt het Vlaams justitiebeleid dus "volwaardig" en "ter ontlasting" van het gerechtelijk beleid. Wat dat echt betekent was te zien in de voorstellen van burgemeester De Wever: die gingen niet over jeugddelinquentierecht of handhaving van de ruimtelijke ordening maar over "administratieve" huiszoekingen en aanhoudingen.

Het grootste gevolg van de grote politiehervorming is niet dat de grootste "disfuncties" er door weggewerkt werden. Om daar wat aan te doen is niet de vorm maar de inhoud belangrijk: de wijze waarop de politie in de werkelijkheid werkt. Dat is afhankelijk van enerzijds het bestuurlijk beleid en anderzijds van het strafrechtelijk beleid. Zoals de zaken nu staan is dat voor een erg groot deel afhankelijk van het persoonlijk beleid van diegenen die het in handen hebben: de burgemeester voor het bestuurlijke en de justitieminister voor het gerechtelijke.

De grote verliezer is deze herverdeling van de bevoegdheden is de onderzoeksmagistratuur. Zowel de procureurs als de onderzoeksrechters hebben daardoor een behoorlijk deel van hun gezag en hun leiding op de gesplitste gerechtelijke actie verloren. Daardoor werd ook het belang van de burger achter dat van de politieke mandatarissen, die de burgemeester en de minister zijn, geplaatst. Ook aan deze evolutie, de overmacht van de uitvoerende op de andere machten, zal een regionalisering van de politie en justitie niets wijzigen: wellicht wordt dat zelfs het tegengestelde.

Professor Marc Cools vindt het geen gek idee om de politie te regionaliseren: Enkel de gerechtelijke politie, speciale interventieteams en de luchtsteun blijven federaal, de overige korpsen worden opgesplitst in de drie regio's, waaronder het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Hij verantwoordt dit voorstel door de noodzaak om de politie dichter bij de burger te brengen. Vraag is of een regionalisering wel tot dat gevolg leidt: is dat afhankelijk van dergelijke organieke hervorming of van het lokaal beleid? Wordt hier niet dezelfde denkfout gemaakt als met de vorige hervorming: niet de organieke vorm maar de werkwijze bepaalt wat de politie doet.Bij de grote hervorming werd de Rijkwacht vervangen door de Federale politie, werd de Gerechtelijke politie bij de parketten afgeschaft, en werden er lokale politiezones opgericht. Heeft dat wat gewijzigd aan de "disfuncties" die aan de basis lagen van deze hervorming? De Rijkswacht werd ontbonden omdat uit de bendeonderzoeken ernstige disfuncties bleken: een staat in de staat. Door de afschaffing van de Gerechtelijke politie bij de parketten verloor de onderzoeksmagistratuur zijn eigen politiedienst en werd de uitvoering van de gerechtelijke opdrachten afhankelijk van de door de andere korpsen ter beschikking gestelde capaciteit: geen capaciteit geen uitvoering. Door de oprichting van politiezones verkregen grote steden als Antwerpen belangrijke eigen korpsen. Deze hervorming veranderde niets aan het grootste probleem: de informatieverwerving, -verwerking en -rapportering. Het niet, niet tijdig of zelfs met opzet achterhouden van informatie kwam in ieder later onderzoek naar voor als een erg belangrijk gegeven. Het andere probleem, de afsplitsing van de politieoperatie van het gerechtelijk onderzoek, al of niet met gebruik van afgeschermde bijzondere methoden, zoals geïnstitutionaliseerd door de wet op het politieambt, leidde tot de grootste disfuncties: de operaties "Othello" en " Décimes", de geheime observatie van Dutroux die voor onderzoeksrechter Doutrèwe werd afgeschermd. Dat een geregionaliseerde organisatie de politie dichter bij de burger brengt is niet als oorzaak en gevolg: de Antwerpse politie is een interventiepolitie, de wijkwerking werd er afgebouwd. Dit korps behield ook eigen "bottinnekes", een eigen "special force" en kocht zelfs pantserwagens aan. De aanbevelingen van het Vast Comité P om het anders te doen hadden geen gevolg. In wat de lokale politie doet of moet doen blijft het lokaal beleid, het gedacht van de burgemeester, een doorslaggevend element. Dat heeft soms een averechts gevolg: de door de Antwerpse burgemeester gevoerde "oorlog" tegen de drugs maakte de samenwerking met de federale politie zo goed als onmogelijk.Dat justitie, ook bij confederalisme, federaal blijft, zoals professor Cools stelt, houdt geen rekening met de agenda van de N-VA. Vlaanderen heeft al een justitieminister: Zuhal Demir. Deze minister heeft ook de "handhaving" in haar titel. Wat met "handhaving" wordt bedoeld staat in het ontwerp van Vlaams kaderdecreet betreffende de bestuurlijke handhaving van 30 januari 2019: "De bestuurlijke handhaving wordt uitgebouwd als veralgemeend en volwaardig alternatief voor de strafrechtelijke handhaving. In overleg met en ter ontlasting van het Openbaar Ministerie, afgesproken categorieën van misdrijven worden onmiddellijk via het bestuurlijke spoor afgehandeld."Volgens dit voorstel wordt het Vlaams justitiebeleid dus "volwaardig" en "ter ontlasting" van het gerechtelijk beleid. Wat dat echt betekent was te zien in de voorstellen van burgemeester De Wever: die gingen niet over jeugddelinquentierecht of handhaving van de ruimtelijke ordening maar over "administratieve" huiszoekingen en aanhoudingen.Het grootste gevolg van de grote politiehervorming is niet dat de grootste "disfuncties" er door weggewerkt werden. Om daar wat aan te doen is niet de vorm maar de inhoud belangrijk: de wijze waarop de politie in de werkelijkheid werkt. Dat is afhankelijk van enerzijds het bestuurlijk beleid en anderzijds van het strafrechtelijk beleid. Zoals de zaken nu staan is dat voor een erg groot deel afhankelijk van het persoonlijk beleid van diegenen die het in handen hebben: de burgemeester voor het bestuurlijke en de justitieminister voor het gerechtelijke. De grote verliezer is deze herverdeling van de bevoegdheden is de onderzoeksmagistratuur. Zowel de procureurs als de onderzoeksrechters hebben daardoor een behoorlijk deel van hun gezag en hun leiding op de gesplitste gerechtelijke actie verloren. Daardoor werd ook het belang van de burger achter dat van de politieke mandatarissen, die de burgemeester en de minister zijn, geplaatst. Ook aan deze evolutie, de overmacht van de uitvoerende op de andere machten, zal een regionalisering van de politie en justitie niets wijzigen: wellicht wordt dat zelfs het tegengestelde.