Het Postelectoraal Onderzoek
...

Eén dag voor ze op 26 mei naar de stembus trokken, wist meer dan 20 procent van de kiezers nog niet voor welke partij ze zou stemmen. Vooral de kiezers van Groen, de Open VLD, de SP.A en de PVDA aarzelden tot op het laatste moment, terwijl zowat de helft van de N-VA-, CD&V- en Vlaams Belang-stemmers zijn keuze al meer dan een maand van tevoren had gemaakt. Dat is een van de opmerkelijke conclusies uit het Postelectoraal Onderzoek over de recente Vlaamse, federale en Europese verkiezingen. Vier op de tien kiezers veranderden op 26 mei van partij, een pak meer dan bij de vorige verkiezingen in 2014. Grote winnaar Vlaams Belang (van 6 procent in 2014 naar 18 procent in 2019) verloor haast geen enkele kiezer en snoepte van alle andere partijen massaal stemmen af. Van de N-VA liepen 276.000 kiezers over naar Vlaams Belang. Zo werd in één klap de exodus van 2009 (min 112.000) en 2014 (min 150.000) goedgemaakt. Alles samen kon Vlaams Belang ook meer dan 150.000 kiezers aanzuigen van bij de traditionele partijen CD&V, SP.A en Open VLD. Zelfs bij Groen en de PVDA wist de extreemrechtse partij kiezers weg te halen. De N-VA verloor de meeste kiezers (461.000), maar bleef met 25 procent de grootste politieke formatie in Vlaanderen. De partij van Bart De Wever speelde heel veel kiezers kwijt aan Vlaams Belang, maar ze wist meer dan 180.000 kiezers die in 2014 voor een van de traditionele partijen stemden voor zich te winnen. Ze kon wel maar 38.000 kiezers losweken bij de SP.A, Groen of de PVDA. Samen harkten Vlaams Belang en de N-VA meer dan 300.000 kiezers weg bij de drie traditionele partijen, die een zware klap moesten verwerken. De CD&V zakte naar 15 procent, de Open VLD naar 13 procent, de SP.A naar 10 procent. Samen zagen ze in vijf jaar tijd meer dan 500.000 kiezers vertrekken, of zo'n kwart van hun kiezers. In vergelijking met 2009 liepen zelfs meer dan 900.000 kiezers weg, dat is meer dan 40 procent. In 2014 konden de drie traditionele partijen dat nog opvangen, omdat heel wat kiezers de omgekeerde beweging maakten, maar vorig jaar was dat nauwelijks het geval. De traditionele partijen doen het ook niet goed bij de jongeren en hun groeivooruitzichten zijn erg pover. Bovendien groeit bij de kiezer de afkeer van de traditionele partijen. We maken vandaag een partijpolitieke omwenteling mee: de toekomst lacht de N-VA en Vlaams Belang toe, terwijl de CD&V, de Open VLD en de SP.A vechten om te overleven. Wie stemt er vandaag nog voor de CD&V? Een op de drie van haar kiezers is een 65-plusser, gepensioneerd, behoort tot de hogere middenklasse en woont in de uithoeken van Vlaanderen. De kiezers zeggen vooral 'uit gewoonte en traditie' voor de CD&V te stemmen, en ook 'zomaar, omdat ik één partij moest kiezen'. Wel opmerkelijk: voor 10 procent van de CD&V-kiezers blijft de afwikkeling van het Arco-dossier een doorslaggevende reden om voor deze partij te stemmen. Arco was het investeringsvehikel van het ACW (nu beweging.net) dat tijdens de bankencrisis mee ten onder ging met Dexia. Sindsdien ijvert de CD&V ervoor dat de overheid de Arco-coöperanten tegemoetkomt voor het geleden verlies. Tot nu toe tevergeefs. In 1950 behaalden de christendemocraten nog 60 procent van de stemmen, maar sindsdien kalft hun aanhang gestaag af. Op 26 mei bloedde de CD&V weer aan alle kanten. Bovendien kon ze maar weinig kiezers van de andere partijen afsnoepen. Gelukkig stemden nog 40.000 kiezers die voor het eerst een bolletje mochten kleuren voor de partij, omdat ze haar bezorgdheid om verkeer, gezin, onderwijs, ethische vraagstukken en (de humane aanpak van) de asielkwestie deelden. Uit het Postelectoraal Onderzoek blijkt dat de groeimarge van de CD&V heel erg klein is geworden. Slechts 8 procent van de kiezers heeft overwogen om op de partij te stemmen maar deed dat uiteindelijk niet. Bovendien is de afkeer van de partij opvallend toegenomen: een op de vijf kiezers wil niets meer weten van de CD&V. Dat blijkt vooral het gevolg te zijn van het constante publieke gehakketak met de N-VA. Zo mogelijk nog dodelijker voor de partij is dat 58 procent van de kiezers zegt onverschillig te staan tegenover de CD&V, een nieuw record. Het is een pijnlijke vaststelling voor ex-voorzitter Wouter Beke en de rest van de partijtop: de CD&V verkeert in een existentiële crisis. De nieuwe voorzitter, Joachim Coens, staat voor een levensbelangrijke keuze. Probeert hij de verloren kiezers bij de N-VA en Vlaams Belang terug te halen met een consequentere centrumrechtse koers? Dat zou zorgen voor nog meer conflicten met de eigen sociale organisaties, die bij de stembusgang vrij trouw zijn gebleven. Of geeft hij de voorkeur aan een middenkoers, die de scherpe kantjes van links en rechts afvlakt? En kiest hij daarbij dan voor paars-geel, paars-groen of voor de oppositie? Bij de Open VLD is het al niet veel beter. Sinds ze rond de eeuwwisseling piekten op 24 procent incasseren de Vlaamse liberalen verlies na verlies. Bij de laatste stembusgang scoorde de partij wel nog goed bij zelfstandigen en hogeropgeleiden, en in Oost-Vlaanderen. Belastingen blijven voor hen het voornaamste thema. Zo'n twee derde van de kiezers bleef de Vlaamse liberalen trouw. Die goede score hebben ze te danken aan hun regeringsdeelname: de regering-Michel voerde onder meer een taxshift en een verlaging van de vennootschapsbelasting in. De partij wist 40.000 nieuwe kiezers voor zich te winnen, evenveel als de CD&V. Tot daar het goede nieuws. De Open VLD zag meer kiezers vertrekken naar andere partijen dan dat ze er zelf kon losweken. Zo kon ze maar 55.000 kiezers aantrekken van de N-VA, terwijl ze er 87.000 naar die partij zag verhuizen. Die gaven als reden voor hun overstap dat de N-VA het economische beleid van de regering-Michel scherper verdedigde en meer aandacht had voor hun verzuchtingen over asiel, migratie en criminaliteit. De groeimarge is ook voor de liberalen klein: slechts 8 procent van de niet-Open VLD-kiezers zien de partij als een alternatief. Voor het eerst in de geschiedenis van het Postelectoraal Onderzoek groeide de aversie tegen de partij: een op de vijf kiezers lust geen pap van de Open VLD. En dan is er nog de opvallend grote onverschilligheid: de partij doet 58 procent van de kiezers niets. Ze deelt die hoge score met de CD&V. Twintig jaar onafgebroken deelname aan federale regeringen heeft de Vlaamse liberalen veel kiezers gekost. Hoe kunnen ze die uittocht stoppen? Probeert de Open VLD de 120.000 kiezers die ze heeft verloren aan de N-VA en Vlaams Belang terug te halen met meer rechtse standpunten? Of gaat ze voor een middenkoers? Of voor een links-liberaal profiel? Net als de CD&V staat de Open VLD daarbij voor de keuze: steunt ze paars-geel, paars-groen of kiest ze voor de oppositie? In de partij woedt dan ook nog eens een felle strijd rond de opvolging van voorzitter Gwendolyn Rutten. De Open VLD was altijd al een partij van haantjes, meningsverschillen blijven zelden binnenskamers. En we weten allemaal: een café waar wordt gevochten, trekt geen volk.Voor de socialisten ziet de toekomst er desastreus uit. In 2003 behaalde de SP.A nog 24 procent van de stemmen, in 2019 minder dan de helft. De partij scoort wel nog bij mensen die in de tweede fase van hun beroepsloopbaan zitten (45- tot 64-jarigen), lageropgeleiden, arbeiders, werklozen en West- Vlamingen. Zij kiezen voor de Vlaamse socialisten omdat ze zich vinden in de standpunten over de sociale zekerheid (pensioen, ziekteverzekering, werkloosheid). Ondanks het feit dat de SP.A vijf jaar lang oppositie kon voeren, bleef toch slechts 58 procent van de kiezers uit 2014 de partij trouw. De kiezers die bleven, zeggen dat eerder te doen uit gewoonte en traditie dan uit volle overtuiging. Dat hoor je als partijvoorzitter liever niet. Die SP.A-kiezers stroomden weg naar alle kanten. De Vlaamse socialisten verloren telkens 50.000 stemmen aan Groen, de PVDA en Vlaams Belang, 30.000 kiezers liepen over naar de N-VA. Zelf konden ze nauwelijks kiezers van andere partijen aantrekken. Die beperkte wervingskracht wordt geïllustreerd door de slechte score bij diegenen die voor het eerst naar de stembus trokken: de SP.A kon er daarvan slechts 14.000 voor zich winnen. Opvallend is ook dat veel gepensioneerden de partij de rug toekeerden. Van alle partijen heeft de SP.A de kleinste groeimarge: slechts 6 procent van de kiezers die er niet voor hebben gestemd overwoog dat wel te doen. Dat is historisch laag. Bovendien heeft een op de drie kiezers een afkeer van de SP.A en dat is historisch hoog. Die aversie ligt meer dan de helft hoger dan bij de CD&V en de Open VLD. Daarnaast verklaart de helft van de kiezers onverschillig te staan tegenover de SP.A. Dat alles doet het ergste vrezen voor de toekomst. Conner Rousseau heeft ondertussen John Crombez opgevolgd als partijvoorzitter. Hem wacht de aartsmoeilijke taak om zijn partij uit het moeras te trekken. Groen en de PVDA zijn sterke uitdagers. Daar kwam Vlaams Belang bij, dat met een sociaal programma uitpakte. Zal Rousseau proberen om bij hen weer stemmen weg te halen? Wil hij Groen en de PVDA verzwakken en zo een progressief front ondergraven? Of probeert ook hij zich in het centrum te wringen? Terwijl de SP.A op het Vlaamse niveau in de oppositie verzeilde, zou ze federaal dankzij de PS in een regering kunnen kunnen komen. Overleven de Vlaamse socialisten die spagaat bij de volgende verkiezingen? Heel anders ziet het eruit voor de N-VA. De partij zag vorig jaar een op de drie kiezers vertrekken en was daarmee de grote verliezer van de stembusgang. Die overlopers waren ontgoocheld in het regeringsbeleid, dat niet de beloofde 'kracht van verandering' had gebracht. Ze hekelden dat het begrotingstekort onvoldoende werd teruggedrongen en maakten zich zorgen over hun pensioen. Ze vonden dat de N-VA met Theo Francken wel krachtige uitspraken deed over asiel en migratie, maar dat die onvoldoende in de praktijk werden omgezet. En de radicaalislamitische terreuraanslagen in Brussel en Zaventem van maart 2016 gaven hen het gevoel dat de regering faalde in haar veiligheidsbeleid. Allemaal redenen om naar een andere partij over de lopen, en dan vooral naar Vlaams Belang. Die grote uittocht kon de N-VA gedeeltelijk compenseren door kiezers van de coalitiepartners CD&V en Open VLD aan te trekken. De partij scoort vooral goed bij 65-plussers, gepensioneerden, kaderleden en hogeropgeleiden, en in de provincie en stad Antwerpen, maar blijft breed gedragen in alle lagen van de bevolking. Toch is er nog werk aan de winkel, want van de nieuwe kiezers kon ze er maar 33.000 bekoren, een stuk minder dan de CD&V en de Open VLD. De jonge N-VA-aanhangers zeggen op zoek te zijn naar stabiliteit en waren gecharmeerd door het imago van de partij en de figuur van voorzitter Bart De Wever. Hij lijkt de levensverzekering van de N-VA. Wie vandaag voor de N-VA stemt, doet dat uit overtuiging, zo blijkt uit het Postelectoraal Onderzoek. Bovendien heeft de N-VA een grotere groeimarge dan de drie traditionele politieke formaties en heeft maar 28 procent van de kiezers een aversie voor de partij. Dat is minder dan voor Vlaams Belang, de SP.A, Groen of de PVDA. En nog belangrijker: de afkeer stagneert, terwijl die bij CD&V, Groen en SP.A fors stijgt. De Vlaams-nationalisten laten ook weinig kiezers koud: ze zijn duidelijk in hun standpunten en dat wordt door velen geapprecieerd. De N-VA staat er dus niet slecht voor en houdt volgens het Postelectoraal Onderzoek 'een belangrijke troef achter de hand'. Omdat de N-VA en Vlaams Belang communicerende vaten zijn én omdat de andere partijen vasthouden aan het cordon sanitaire, kan zij beslissen of ze Vlaams Belang nog groter wil zien worden en wanneer ze ermee in een regering stapt. Tegelijkertijd is dat natuurlijk dé moeilijke keuze waar de N-VA voor staat. Op korte termijn moet ze beslissen of ze in een federale regering stapt of naar de oppositie verhuist. Daarbij komt nog dat er toch ooit een eind zal komen aan het voorzitterschap van Bart De Wever. Hoeveel stemmen zal dat de partij kosten? Vlaams Belang werd op 26 mei de eerste partij bij de jongeren (18 tot 24 jarigen), arbeiders, huisvrouwen en werklozen. De partij van Tom Van Grieken wist haar aanhang te verbreden, onder meer bij de gepensioneerden en hogeropgeleiden. Allen gaven aan dat ze Vlaams Belang een partij vinden 'voor mensen zoals zij'. Ze wilden de regeringspartijen afstraffen voor het gevoerde beleid en soms ook een middenvinger opsteken naar de Franstalige partijen. De Vlaams Belang-aanhangers tonen zich vooral bezorgd om een drietal thema's: asiel en migratie, pensioenen, belastingen en koopkracht. Vlaams Belang wist 50.000 kiezers die voor het eerst naar de stembus trokken voor zich te winnen. Geen enkele partij deed beter. Meer nog: voor het eerst was het niet Groen dat de meeste nieuwe stemmers aantrok, want dat strandde op 45.000. De jonge Vlaams Belang-kiezers waren niet zo overtuigd van het basisprogramma van de partij, maar stemden er toch voor vanwege het VN-migratiepact ('Marrakesh'), de moord op studente Julie Van Espen, de terreuraanslagen en de commotie rond Schild en Vrienden. Vlaams Belang slaagde er blijkbaar het best in om rond die thema's via Facebook stemmen te winnen. Opvallend is dat Vlaams Belang ook nog een flinke groeimarge heeft. Zo'n 12 procent van de kiezers die niet op de partij hebben gestemd heeft wel overwogen dat te doen - daarmee heeft de extreemrechtse partij de grootste groeimarge in Vlaanderen. De afkeer bij de Vlamingen van Vlaams Belang blijft groot, maar toch daalde die voor het eerst onder de 50 procent. We maken vandaag een electorale omwenteling mee, zo blijkt uit het Postelectoraal Onderzoek. De toekomst van de traditionele partijen ligt achter hen, een ontwikkeling die we in de buurlanden ook al hebben gemerkt. Jan Drijvers en Jelle Van Loon van onderzoeksbureau Kantar vragen zich in hun slotbeschouwing af of het stemgedrag bij de laatste verkiezingen 'misschien niet zozeer met een afkeer van beleidsinhoud te maken heeft, maar vooral radicaal heeft willen zijn in zijn afkeer van de wijze waarop door de machtspartijen aan politiek wordt gedaan?' Heeft de kiezer 'het geloof verloren in de politiek zelf', zo vragen de onderzoekers zich retorisch af. * De uitslagen van 2014 en 2019 in de infografieken zijn die van de verkiezingen voor het Vlaams Parlement.