N-VA

1. De aanhang wordt minder trouw en de wervingskracht bij nieuwe kiezers is beperkt.

2. De kiezer merkt een verschil tussen woorden en daden, en dat ondermijnt de geloofwaardigheid van de partij.

3. De partij richt zich meer op het rijkere segment van de samenleving en toont weinig begrip voor mensen die het financieel moeilijker hebben.

Vlaams Belang

1. 47 procent van de kiezers heeft een afkeer van de partij.

2. De partij scoort niet goed bij vrouwen, hogeropgeleiden en de hogere sociale klassen.

3. De partij is afhankelijk van de N-VA: die partij beslist of het cordon sanitair Vlaams Belang van de macht weg houdt.

CD&V

1. De trouwe kiezers hebben een gevorderde leeftijd.

2. Veel kiezers stemmen voor de partij uit 'gewoonte en traditie', niet echt uit overtuiging.

3. De partij laat bijna 60 procent van de kiezers onverschillig.

Open VLD

1. De partij verloor veel kiezers aan de N-VA: die zagen daar een sterkere partij en voorzitter.

2. Voor de eerste keer in decennia stijgt de afkeer van de kiezers voor de Open VLD.

3. De partij laat bijna 60 procent van de kiezers onverschillig.

SP.A

1. De partij heeft weinig trouwe kiezers.

2. Velen kiezen voor de partij 'uit gewoonte en traditie'. Ze slaagt er niet in veel kiezers bij andere partijen los te weken.

3. Ze trekt heel weinig kiezers aan die voor het eerst mochten gaan stemmen.

Groen

1. De partij heeft weinig trouwe kiezers.

2. Groen is te veel een one-issuepartij (leefmilieu en klimaat) en de afkeer steeg sterk tot 35 procent van de kiezers.

3. De partij heeft een gebrek aan wervende en inspirerende figuren.

PVDA

1. De partij kon slechts 55 procent van zijn kiezers behouden en maar 6000 nieuwe kiezers aantrekken, de slechtste score van alle partijen.

2. De partij heeft een lage groeimarge van 8 procent.

3. De afkeer groeide sterk tot 40 procent van de kiezers.

1. De aanhang wordt minder trouw en de wervingskracht bij nieuwe kiezers is beperkt. 2. De kiezer merkt een verschil tussen woorden en daden, en dat ondermijnt de geloofwaardigheid van de partij. 3. De partij richt zich meer op het rijkere segment van de samenleving en toont weinig begrip voor mensen die het financieel moeilijker hebben. 1. 47 procent van de kiezers heeft een afkeer van de partij. 2. De partij scoort niet goed bij vrouwen, hogeropgeleiden en de hogere sociale klassen. 3. De partij is afhankelijk van de N-VA: die partij beslist of het cordon sanitair Vlaams Belang van de macht weg houdt. 1. De trouwe kiezers hebben een gevorderde leeftijd. 2. Veel kiezers stemmen voor de partij uit 'gewoonte en traditie', niet echt uit overtuiging. 3. De partij laat bijna 60 procent van de kiezers onverschillig. 1. De partij verloor veel kiezers aan de N-VA: die zagen daar een sterkere partij en voorzitter. 2. Voor de eerste keer in decennia stijgt de afkeer van de kiezers voor de Open VLD. 3. De partij laat bijna 60 procent van de kiezers onverschillig. 1. De partij heeft weinig trouwe kiezers. 2. Velen kiezen voor de partij 'uit gewoonte en traditie'. Ze slaagt er niet in veel kiezers bij andere partijen los te weken. 3. Ze trekt heel weinig kiezers aan die voor het eerst mochten gaan stemmen. 1. De partij heeft weinig trouwe kiezers. 2. Groen is te veel een one-issuepartij (leefmilieu en klimaat) en de afkeer steeg sterk tot 35 procent van de kiezers. 3. De partij heeft een gebrek aan wervende en inspirerende figuren. 1. De partij kon slechts 55 procent van zijn kiezers behouden en maar 6000 nieuwe kiezers aantrekken, de slechtste score van alle partijen. 2. De partij heeft een lage groeimarge van 8 procent. 3. De afkeer groeide sterk tot 40 procent van de kiezers.