Hans Bevers

‘De liberale democratie blijft ver achter bij wat John Rawls voor ogen had’

Hans Bevers Hoofdeconoom van Bank Degroof Petercam

Twintig jaar na het overlijden van politiek filosoof John Rawls bekijkt Hans Bevers hoe onze democratie het stelt, afgemeten aan onder meer het pleidooi van Rawls voor gelijke kansen op zelfvertrouwen en zelfrespect.

Exact 20 jaar geleden stierf John Rawls. De Amerikaanse politieke filosoof, die het concept van rechtvaardigheid loswrikte uit de utilitaristische en marxistische traditie, werd wereldbekend door zijn ‘sluier van onwetendheid’. Deze metafoor, een oefening in verbeelding en vooral redelijkheid moet ons op weg zetten naar een rechtvaardige inrichting van de sociale, politieke en economische instituties in de liberale democratie. Rawls wilde de fundamentele vrijheidsrechten van iedere burger verzoenen met het uitgangspunt van democratische gelijkheid. Voor een diepgaande analyse verwijs ik graag naar zijn ‘Theory of Justice’ die intussen een halve eeuw geleden verscheen maar tot op vandaag uitvoerig bediscussieerd blijft. Dat laatste geldt trouwens ook voor zijn ‘Political Liberalism’ dat dertig jaar geleden uitkwam en waarin hij de idee van de ‘publieke rede’ ontvouwde. Hoe moet een redelijk politiek debat gevoerd worden tussen burgers die er conflicterende levensbeschouwingen op nahouden? Rawls is misschien wel de grootste politieke filosoof van de 20ste eeuw en zijn werk verdient een veel grondiger eerbetoon dan ik hier kan geven.

Populistische revolte

Mijn insteek hier is concreter. Ik vroeg me af hoe de theoreticus Rawls zou oordelen over de huidige (wan)toestand van de liberale democratie waarin extreme en autoritaire stemmen veld winnen. En in hoeverre zou hij eventueel in eigen boezem kijken? We kunnen het hem niet rechtstreeks vragen. Maar misschien lukt het via een omweg, door hem te laten reageren op wat Harvard-filosoof Michael Sandel vijf jaar geleden schreef in een stuk getiteld ‘lessen uit de populistische revolte’. Daarin trok Sandel sterk van leer tegen het technocratische liberalisme en onderscheidde hij vier oorzaken voor de populistische backlash. Laat me ze kort parafraseren. Voor alle duidelijkheid, het gaat hier in eerste instantie niet over België.

Ten eerste moeten progressieven beter beseffen dat het verbeteren van de sociale mobiliteit, via onderwijs van kinderen en training van werknemers, niet volstaat als antwoord op het probleem van ongelijkheid. Het is beter direct komaf te maken met de zeer ongelijke verdeling van macht en rijkdom. Ten tweede veronachtzamen ze de ‘meritocratische hubris’ ingebed in het huidige systeem. De winnaars zien succes voornamelijk als het resultaat van hun inspanningen terwijl de verliezers zich slachtoffer wanen van een frauduleuze inrichting van de maatschappij ofwel gedemoraliseerd raken door het geloof dat enkel zij verantwoordelijk zijn. Ten derde moeten progressieven meer oog hebben voor de waardigheid van werk. Ze zijn er wel snel bij om racisme en seksisme aan te klagen, terwijl ze vaak een neerbuigende houding aannemen ten opzichte van laagopgeleide mensen. Tot slot vergeet de liberale elite dat de meeste mensen een morele betekenis hechten aan de specifieke normen en waarden van de samenleving waarmee ze zich identificeren. Ze moeten zich dus afvragen of hun kosmopolitisme en multiculturalisme niet te hol en naïef klinken.

Rawlsiaanse repliek

Of Rawls het volledig eens zou zijn met Sandels beoordeling weet ik niet. Toch denk ik dat hij er een heel eind in mee zou gaan. Maar in elk geval zou Rawls zich kunnen verdedigen door te zeggen dat er een groot verschil blijft tussen hoe de liberale democratie vandaag functioneert en het filosofisch ideaal dat hij voor ogen had. Hoe zou zo’n Rawlsiaanse repliek op Sandel eruit kunnen zien?

(Lees verder onder het artikel.)

Ten eerste zou Rawls zelf allicht ook pleiten voor een veel grotere progressiviteit in het belastingsysteem en vooral inzake erfenissen. Hij verdedigde gelijkheid van kansen, geen gelijkheid van resultaten. Ten tweede zou Rawls zich niet aangesproken voelen door de ‘meritocratische hubris’ waarnaar Sandel verwijst. Zijn werk illustreert immers dat de talenten waarover iemand beschikt en de socio-economische omgeving waarin iemand opgroeit te wijten zijn aan toeval en (on)geluk. Bijgevolg zou hij zowel minder als meer succesvolle mensen die ervan overtuigd zijn dat succes in hoofdzaak het gevolg is van de aan- of afwezigheid van hard werken en doorzettingsvermogen snel van antwoord dienen. Ten derde, Rawls zou zich nooit neerbuigend uitlaten over lager opgeleide mensen. Denigrerende woorden zoals ‘deplorables’ of ‘flyover country’ staan volledig haaks op zijn pleidooi voor gelijke kansen op zelfvertrouwen en zelfrespect. Rawls, tot slot, verdedigt evenmin een kosmopolitisch burgerschap. En hij plaatste zijn theorie binnen de grenzen van een afgebakende politieke gemeenschap.

Kritiek op Rawls

Deze korte en specifieke poging om Rawls te herdenken, doet natuurlijk geen recht aan zijn omvangrijke oeuvre, waarin zijn visie op rechtvaardigheid en burgerschap het potentieel draagt om een samenleving tot stand te brengen waarin de noties van solidariteit en wederkerigheid een veel betere invulling krijgen dan vandaag het geval.

        Nochtans kwam er ook kritiek op zijn werk. Rawls mag dan wel benadrukken dat mensen zich enkel kunnen ontplooien in een sociale context, het is niet zo dat hij expliciet benadrukt dat de autonomie van de mens mee gevormd wordt door de samenleving. En hoe precies de sociale cohesie in de samenleving tot stand komt en overeind blijft, lijkt evenmin zijn eerste bekommernis. Zijn procedurele benadering zou volgens sommigen (ik ben het daar niet mee eens) zelfs zorgen voor een morele leegte die vervolgens leidt tot polarisering en intolerantie. Een andere kritiek is dat zijn werk te weinig zegt over de notie van plicht, ook al vertrekt hij vanuit het kantiaanse uitgangspunt dat de mens altijd als doel op zich moet worden benaderd.

        Daar stopt het niet. Maar laten we hem vandaag, 20 jaar na zijn dood, herinneren als de grote intellectueel die hij was. Als iemand die een metafysisch concept als rechtvaardigheid probeerde vast te nemen en te ontleden. Als iemand die een theorie uitdacht die ver afstaat van waar liberale democratieën vandaag staan.

Partner Content