Patrick Loobuyck

‘Al te vaak merk ik dat de kennis van de politieke filosofie niet erg ruim verspreid is’

Patrick Loobuyck Hoogleraar politieke filosofie aan de Universiteit Antwerpen en gastprofessor aan de UGent

‘De ervaring leert dat sommigen op hun honger blijven zitten, zelfs een beetje gefrustreerd geraken, omdat de politiek filosoof zich beperkt tot een abstract normatieve manier van denken, weinig concrete politieke maatregelen voorstelt en vaak op zoek gaat naar een ideal theory’, schrijft Patrick Loobuyck, die in deze bijdrage reageert op een recensie van zijn jongste boek.  ‘Anderen vinden die manier van denken over vrijheid, rechtvaardigheid, herverdeling en burgerschap net intellectueel uitdagend, verijkend en bevredigend.’

Fijn dat Knack aandacht besteedt aan mijn boek Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven. In gesprek met de belangrijkste politiek filosofen van dit moment probeer ik het concept burgerschap te verhelderen in de context van een multiculturele democratische rechtsstaat. Het kan de lezer niet verwonderen dat onder meer John Rawls, maar ook Jürgen Habermas, David Miller, Will Kymlicka en Chantall Mouffe er een belangrijke rol in toebedeeld krijgen.

De politieke filosofie houdt zich niet zozeer bezig met de dagelijkse politiek. Ze concentreert zich vooral op de algemene uitgangspunten en leidende principes die aan de basis zouden moeten liggen van een rechtvaardige, diverse, democratische samenleving. Ze probeert inzicht te krijgen in wat er uiteindelijk op het spel staat in de politiek. Ik doceer het vak al verschillende jaren, zowel aan filosofen als aan politieke wetenschappers. De ervaring leert dat sommigen op hun honger blijven zitten, zelfs een beetje gefrustreerd geraken, omdat de politiek filosoof zich beperkt tot een abstract normatieve manier van denken, weinig concrete politieke maatregelen voorstelt en vaak op zoek gaat naar een ideal theory. Anderen vinden die manier van denken over vrijheid, rechtvaardigheid, herverdeling en burgerschap net intellectueel uitdagend, verijkend en bevredigend.

Marnix Verplancke, de recensent van dienst, behoort tot de eerste groep. Hij was nochtans gewaarschuwd. Ik eindig de inleiding van het boek met de mededeling dat veel lezers de tekst mogelijk “als abstract en wereldvreemd zullen ervaren”, maar dat ik me daar niet voor verontschuldig. Verplancke heeft op eigen risico toch verder gelezen.

Alle begrip dat iemand geen boodschap heeft aan de politiek-filosofische benadering. Deze mensen kunnen het boek links laten liggen. De recensie wordt echter ontsierd door gratuite beschuldigingen. Zo getuigt de politiek-filosofische benadering volgens Verplancke van een “ontzagwekkend gebrek aan psychologisch en sociologisch inzicht”. Ik zou het hem graag eens horen zeggen tegen Habermas of Rawls. De politieke filosofie is een andere, een meer normatieve discipline dan de psychologie of de sociologie. De disciplines bieden andere perspectieven en kunnen elkaar versterken. Er is geen reden om ze tegen elkaar uit te spelen.

Verplancke heeft het vooral niet begrepen op “het lege liberalisme van Rawls”. Het zou de sociale werkelijkheid abstraheren “tot een ideale wereld waarin de mens gereduceerd wordt tot een persoon zonder eigenschappen in een samenleving zonder eigenschappen”. Dit is een klassieke jaren 1980 kritiek op het liberalisme zoals die toen is verwoord door Michael Sandel en Charles Taylor. Rawls’ invloedrijke boek Political Liberalism uit 1993 geeft een antwoord op die kritiek. Het is net omdat mensen verschillende eigenschappen, talenten,  voorkeuren en ambities hebben (waar ze vaak niets kunnen aan doen), dat het egalitair liberalisme op zoek gaat naar de normatieve uitgangpunten van een rechtvaardige samenleving. Het is net omdat mensen een morele en levensbeschouwelijke identiteit hebben waar ze veel waarde kunnen aan hechten, dat de liberale politieke filosofie insisteert op het belang van grondrechten en een onpartijdige overheid die respect opbrengt voor ieders vrijheid en gelijkwaardigheid. Als de mens geen eigenschappen zou hebben, zou het helemaal niet interessant zijn om politieke vrijheid te bepleiten.

Verplancke schrijft dat het Rawlsiaanse liberalisme leeg is “omdat Rawls bijvoorbeeld eist dat een burger te allen tijde moet beseffen dat de religie die hij aanhangt en die hem zo sterk bepaalt slechts relatief is, een gedachte die natuurlijk alleen bij een atheïst kan opkomen”. Dat laatste is onjuist: er zijn ook gelovigen die twijfelen en de relativiteit van hun geloof toegeven. Ook het eerste deel van de bewering klopt niet en dat leg ik in het boek ook uit. Rawls, wiens affiniteit met religie wel eens wordt onderschat, eist niet dat burgers en levensbeschouwelijke groepen een relativistische houding aannnemen ten aanzien van de eigen geloofswaarheden. Redelijk pluralisme sluit niet uit dat gelovigen er rotsvast van overtuigd zijn dat hun godsdienst de enige ware is.

Rawls geeft zelf het voorbeeld van de doctrine extra ecclesiam nulla salus (buiten de Kerk geen heil). In een liberale samenleving hebben mensen evident het recht om deze doctrine met overtuiging aan te hangen. Burgerschap in een democratische rechtsstaat vereist enkel dat men aanvaardt dat de eigen religieuze of levensbeschouwelijke waarheid niet door de overheid gebruikt kan worden om wetten te maken en regels op te leggen aan anderen. Het is volgens Rawls onredelijk “om de sancties van de staatsmacht te willen gebruiken om degenen die het niet met ons eens zijn te corrigeren of te straffen”. Dat is alvast iets anders dan wat Verplancke beweert. Redelijkheid en burgerschap impliceren geen relativisme.

Niemand hoeft het Rawlsiaanse liberalisme te omarmen, maar wie het wil bekritiseren, moet de Rawlsiaanse positie wel juist weergeven en bereid zijn om er zich op een correcte manier toe te verhouden. Laat dit net een van de redenen zijn waarom ik het boek geschreven heb. Al te vaak merk ik, ook in het politieke en publieke debat, dat de kennis van de politieke filosofie niet erg ruim verspreid is. Er wordt hier en daar wel eens verwezen naar Isaiah Berlin, Robert Nozick, Rawls, Habermas of Kymlicka, maar niet altijd met voldoende kennis van zaken. Ik heb er hier al eerder op gewezen dat zelfs iemand als Mark Elchardus weinig vertrouwd lijkt met het vakgebied.

Het boek Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven wil de lezer de kans geven om in het Nederlands met het vakgebied kennis te maken en om zich over de verschillende auteurs en posities een geïnformeerde en genuanceerde mening te vormen. In dat opzet ben ik bij Verplancke niet geslaagd. Hij herhaalt enkel een paar klassieke en ongenuanceerde misverstanden die ik met het boek net wilde ophelderen. Ik blijf echter hopen dat wat bij Verplancke niet gelukt is, wel kan lukken bij andere lezers die door het boek ter hand te nemen kennis willen maken met de belangrijkste thema’s die vandaag het internationale debat in de politieke filosofie kleuren.

Patrick Loobuyck is moraalfilosoof en hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Zijn jongste boek is Burgerschap. Politiek-filosofische perspectieven (Boom Uitgevers Amsterdam).

Partner Content