Bart De Wever en Conner Rousseau: een bromance met het oog op 2024

CONNER ROUSSEAU 'Hij zou beter wat meer met het ABVV praten', zegt Vincent Scheltiens. © ID
Walter Pauli
Walter Pauli Redacteur Knack

Al een hele poos voor Conner Rousseau (Vooruit) het opnieuw goed begon te doen in de peilingen, werd de voorzitter van de grootste centrumlinkse partij van Vlaanderen het hof gemaakt door Bart De Wever, voorzitter van de grootste centrumrechtse formatie, de N-VA.

Wie iets wil begrijpen van de Wetstraat vandaag, moet terug naar maandag 5 september. In de vooravond is er het traditionele voorzittersdebat van de Vlaamse werkgeversorganisatie VOKA. Voor het eerst mag ook PVDA’er Raoul Hedebouw aanschuiven. In de uitdijende club van nu al zeven Vlaamse partijvoorzitters is er één afwezige: Conner Rousseau. Hij liet zich vervangen door Kamerfractieleider Melissa Depraetere, want hij was die dag in Franstalig België voor een taalbad. Een paar uur later is Rousseau wel aanwezig op Het Grote Gelddebat van VTM, ruim anderhalf uur live tv. Naast een schare academici en beleidsmakers waren er slechts twee centrale gasten uitgenodigd: N-VA-voorzitter Bart De Wever en, jawel, Conner Rousseau. Alsof er bij de Vlaamse voorzitters naast een grote B-groep ook een select A-duo is.

Normaal gezien kickt een beetje tv-zender op een debat waarbij twee toppolitici elkaar verbaal te lijf gaan – controverse en oneliners. Maar De Wever en Rousseau bleven elkaar de hele avond lang voorkomend bejegenen. Verschillen werden aangeraakt maar zeker niet uitgevochten. In andere tv-debatten maakte Bart De Wever er bijna een gimmick van om opzichtig met zijn ogen te rollen wanneer een andere politicus aan het woord komt. Maar telkens als Rousseau op haast Steve Stevaert-achtige manier zijn punt maakte – ‘Iemand die geen geld heeft om zijn energiefactuur te betalen heeft zeker geen geld om zonnepanelen te kopen’ – begon diezelfde De Wever opzichtig goedkeurend te knikken. Die twee hebben elkaar gevonden.

Oh ja, er was nog een derde politicus bij dat debat, zij het niet live in de studio, maar via een satellietverbinding: premier Alexander De Croo (Open VLD). Natuurlijk onderlijnt een eerste minister graag zijn eigen status door zichtbaar au-dessus de la mêlée te blijven. Maar ditmaal had het iets van een premier die er ook bij wil zijn, als is het maar even, terwijl de twee echte vedetten een volle avond krijgen om hun visie uiteen te zetten.

Zichtbare vooruitgang

Die verhoudingen werden één week later grotendeels bevestigd in de Grote Peiling van Het Laatste Nieuws, VTM, RTL en Le Soir. Van de centrumpartijen is na de N-VA ook Vooruit zichtbaar groter dan de concurrentie. Meer, de N-VA en Vooruit liggen in de peilingen dichter bij elkaar dan we een jaar geleden voor mogelijk hadden gehouden: 21,5 procent voor de N-VA, 16,8 procent voor Vooruit, elk cijfer met een statistische foutenmarge van 3 procent. We kunnen het niet voldoende herhalen: het noopt vooral tot voorzichtigheid. Dus zelfs een zogezegd voorzichtige conclusie dat het Vlaams Belang met 21,6 procent opnieuw ‘een tikje’ groter is dan de N-VA (21,5 procent) is compleet onjuist. Tussen het VB en de N-VA is er statistisch hoegenaamd geen meetbaar verschil. Dat geldt ook voor de Open VLD, de CD&V, de PVDA en Groen. Zij vormen al een aantal peilingen op rij eigenlijk één peloton van rond de 10 procent. Een beetje wielerliefhebber weet dat terwijl de wedstrijd vordert in zo’n groepje soms de ene, dan de andere de kop neemt of een plaatsje zakt. Dat is hoegenaamd niet relevant, zeker niet voor de einduitslag.

Tussen de groep van de 10 procent en de Vlaams-nationalistische kopgroep van de N-VA en het VB die meer dan 20 procent behalen, hangt dus nog Vooruit. Met bijna 17 procent is Vooruit de enige partij die wel een zichtbare vooruitgang boekt – al moet ook Conner Rousseau in 2024 zijn score uit de peilingen nog bevestigen in het stemlokaal. Wat wel een feit is: met 16,8 procent stuwt Rousseau SP.A/Vooruit omhoog tot het beste resultaat sinds 1994. Toen behaalde Steve Stevaert 19,6 procent in wat zijn laatste verkiezing zou zijn. Sindsdien deden Johan Vande Lanotte (16,3 procent), Caroline Gennez (ongeveer 15 procent in 2009 en 2010), Bruno Tobback (14,2 procent in 2014) en John Crombez (10,7 procent in 2019) het slechter (in verkiezingen) dan Conner Rousseau vandaag (in een peiling).

Midden in het bed

Marketing- en communicatiespecialist Fons Van Dyck is ‘niet verrast’ door de politici en de partijen die minder goed liggen bij de publieke opinie: ‘Politiek is een mediaformat geworden. Bart De Wever is mee groot geworden als een product van De Slimste Mens ter Wereld. Conner Rousseau is een politicus van Instagram, TikTok en The Masked Singer. In die zin leunt Alexander De Croo ogenschijnlijk dichter aan bij de politici van de vorige generatie. Maar ook dat kan lonen: België neemt in 2024 het Europees voorzitterschap waar. Een Belgische eerste minister die zich Europees en internationaal profileert, is ook een populaire format. Dankzij zijn uitstekende Europese reputatie kon Jean-Luc Dehaene in 1995 plots uitgroeien tot de populairste politicus van het land.’

De meeste mediaformats draaien rond het overbrengen van bepaalde emoties, en in de politiek is dat niet anders: personen stralen meer emotie uit dan statistieken en begrotingen. Fons Van Dyck: ‘Zo komen we opnieuw bij herkenbare politici als De Wever, Rousseau en De Croo. Puur hypothetisch: stel dat de Open VLD in heel Vlaanderen zich aan de kiezer zou presenteren als Lijst De Croo. Dat zou een rechtstreeks appel zijn aan de centrumkiezer die in vorige generaties stemde voor CD&V-iconen Leo Tindemans of Wilfried Martens. Zou zo’n De Croo als nieuwe “Ervaren Gids” een slechtere kandidaat zijn voor dat centrum-Vlaanderen dan de wild om zich heen slaande CD&V-voorzitter Sammy Mahdi? Een veeg teken: in het arrondissement Leuven hebben de meeste CD&V-burgemeesters al beslist dat ze in 2024 níét onder de naam CD&V naar de kiezer zullen gaan, maar onder een eigen label. Het succes van het VB en de groei van de PVDA zorgen ervoor dat het politieke debat radicaler en harder is geworden. Daardoor komt er plaats vrij in het centrum. Dat blijkt ook uit deze peiling: in Vlaanderen is Vooruit de grote winnaar, in Wallonië de MR. Het is nog héél lang tot de verkiezingen van 2024, maar het is nu al uitkijken welke kiezer zich profileert als de beste kandidaat voor het centrum. Zal dat Bart De Wever zijn of Alexander De Croo? En Conner Rousseau ligt midden in het bed.’

Het is lang geleden dat politieke aartsvijanden toch tot een (duurzaam) politiek verbond komen. Het archetype dateert uit de jaren 1920 en vond in Antwerpen plaats. Toen hadden de socialist Kamiel Huysmans en de Vlaamsgezinde katholiek Frans Van Cauwelaert afgesproken om samen de stad te besturen. ‘Het mystiek huwelijk’, sneerde de liberale pers. Maar ondertussen moet het toch al geleden zijn van Louis Tobback en Jean-Luc Dehaene in 1995 dat twee partijen zo lang voor de verkiezingen zo duidelijk te kennen geven dat ze zin hebben om samen te besturen.

Luidste antisocialist

Nochtans was Bart De Wever nog niet zo gek lang geleden de luidste antisocialist van het land. De N-VA-voorzitter schepte er een heidens genoegen in om socialistische politici in hun hemd te zetten. Bijvoorbeeld: ‘Bij de SP.A overstijgt het gehalte aan fils en filles à papa in de top van de partij stilaan dat van een Engelse kostschool. Geen producten van de sociale strijd, maar vlotte jongens en mooie meisjes, perfect gestileerd en bij de tijd.’ Zo klonk De Wever in 2006. Het zou nog altijd een vilein portret kunnen zijn van Conner Rousseau, ware het niet dat Bart De Wever vandaag liever met zijn jonge socialistische collega flirt, rechtstreeks op tv.

Merkwaardig: ook de N-VA’ers die door links weggezet worden als ‘de hardere lijn’ staan absoluut niet vijandig tegen deze ‘mystieke verloving’ tussen de N-VA en Vooruit. Kamerlid Theo Francken: ‘Ik ben altijd al voor het Deense model geweest: een centrumrechts beleid dat werd uitgestippeld met en uitgevoerd door de Deense sociaaldemocraten. Ze koppelen welvaartscreatie en -herverdeling aan een streng migratiebeleid, zonder plaats voor illegale migratie. Met de sociaaldemocraten in de regering erkent Denemarken slechts 700 asielzoekers per jaar. Bij ons zijn er 3500 asielaanvragen per maand.’ (Het aantal erkenningen schommelt elke maand, maar ligt lager dan het aantal aanvragen, nvdr)

‘Dat Deense model is trouwens een efficiënte dam tegen extreemrechts’, vervolgt Francken. ‘In 2015 was de extreemrechtse Dansks Folkeparti met 21 procent van de stemmen de tweede partij van het land. Bij de laatste peilingen behaalde die nog amper 5 procent. De sociaaldemocratische premier Mette Frederiksen wist de band herstellen met de arbeidersklasse. Terwijl je hier in België en Vlaanderen een steeds grotere dichotomie ziet tussen de arbeidersbeweging en de arbeiders. (lachje) Ik ken Denemarken goed. Het is een patriottisch land: overal hangen er Deense vlaggen, tot in de kleinste dorpen en vaak ook in de tuinen van privéwoningen. Als nationalist kan ik dat appreciëren.’

Conner Rousseau heeft nooit een geheim gemaakt van zijn sympathie voor het Deense model, en die ‘flinkse koers’ verantwoordt hij al lang door expliciet te verwijzen naar het herstel van de band tussen zijn partij en de Vlaamse arbeidersklasse – de sociologische groep die ooit massaal de socialisten de rug toekeerde om voor het VB te stemmen. ‘Als het Deense model betekent dat we dichter bij de man in de straat zullen staan, dan zeg ik ja’, zei hij anderhalf jaar geleden in De Standaard. Francken: ‘Met Conner Rousseau is er eindelijk een sociaaldemocraat die heeft begrepen dat een linkse politicus die geen compromissen wil sluiten over migratie, die veiligheid hoog op de agenda zet en die een haast ‘Dalrympliaans’ discours voert over sociale bescherming, ook in Vlaanderen bijzonder populair kan worden. Ergens trekt Conner Rousseau de lijn van Louis Tobback voort. Ook Tobback deed het niet slecht bij verkiezingen.’

Kritisch voor migratie

Maar er zijn natuurlijk meer sterkhouders dan alleen de N-VA en Vooruit. Vooral het VB blijft om meer dan één reden the dark horse in de vaderlandse politiek. Fons Van Dyck: ‘Verkiezingen worden gewonnen door de partij die de kiezer het meest associeert met het thema waarrond de verkiezingen draaien. Dat verklaart ook waarom Vooruit in deze peiling de wind in de zeilen heeft. Conner Rousseau zet al sinds het begin van zijn voorzitterschap in op koopkracht – denk aan “Deborah van de supermarkt”. Sinds de energiecrisis heeft iedereen het over de koopkracht, en vooral de bedreiging ervan.’

Maar dat hoeft nog niet te betekenen dat hij in 2024 de grote winnaar wordt. ‘Onderschat het VB niet’, zegt Van Dyck. ‘Deze crisis zou ook voor Tom Van Grieken een mooie opportuniteit kunnen zijn. De pers schrijft opnieuw over bedrijven die dicht gaan en middenstandszaken die moeten sluiten. Stel dat het VB erin slaagt om het thema werkloosheid in één perfide slogan te combineren met migratie en de stijgende levensduurte met het geld dat vloeit naar het failliete Wallonië. Dan lopen we ook in Vlaanderen het risico op een verkiezingsuitslag zoals vorige week in Zweden en volgende maand wellicht in Italië: weer een sprong vooruit voor extreemrechts.’

Theo Francken wil het debat over asiel en migratie niet overlaten aan het VB. ‘We moeten niet bang zijn van onze schaduw. We moeten, op asiel en migratie een evenwichtige koers varen met rechtse accenten. Bovendien is het centrum naar rechts opgeschoven. We moeten dus vooral niet zwijgen over die thema’s en de problemen benoemen. Want als we de samenlevingsproblemen die gepaard gaan met migratie negeren, winnen enkel de extremen.’

Rotterdam

Die aanpak wordt straks in november zichtbaar op een N-VA-studiedag over ‘twintig jaar inburgeringsbeleid’. Francken: ‘Dat decreet rond verplichte inburgering draagt de stempel van ex-minister-president Geert Bourgeois, en we gaan hem daar op een pedestal zetten. Ook de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb is uitgenodigd.’ Aboutaleb is geen onverwachte keuze. Bart De Wever leerde zijn Rotterdamse collega beter kennen toen ze samen naar de Colombiaanse hoofdstad Bogota reisden om daar de strijd tegen de drugshandel te coördineren. Maar ook: Aboutalebs politieke roots liggen in de Nederlandse PvdA, de zusterpartij van Vooruit.

Ondanks zijn dubbele Nederlands-Marokkaanse nationaliteit heeft Aboutaleb naam gemaakt met wel zeer flinkse standpunten, bijvoorbeeld over vrouwen in een boerka: ‘Niemand wil een werkneemster in een boerka. In dat geval zeg ik: boerka uit en solliciteren. Als je dat niet wilt: ook goed, maar dan geen uitkering.’ Dergelijke standpunten maakten hem erg populair. Het is een figuur met wie de N-VA dicht aanleunt tegen de Vooruit-strekking Rousseau.

Molenbeek

Al zijn er ook andere socialisten die zeer bezorgd zijn over de uitgesproken migratiekritische koers van de voorzitter: ‘Zijn uitspraak over Molenbeek, tot daar aan toe’, luidt het, ‘maar dat onze voorzitter die boodschap blijft herhalen, baart steeds meer zorgen. In het debat over het lerarentekort begint hij spontaan over leerkrachten die alleen Arabisch spreken en geen Frans.’

Bij zijn eigen achterban heeft Conner Rousseau ongezien krediet als hij het heeft over sociaaleconomische thema’s als koopkracht, maar die volgzaamheid daalt als maatschappelijke thema’s ter sprake komen. Dat is ook de N-VA niet ontgaan. Jeroen Bergers, de nieuwe voorzitter van de NVA-Jongeren, windt er geen doekjes om: ‘Er valt te praten met Vooruit, toch met socialisten als Conner Rousseau. Hij durft samenlevingsproblemen zoals die in Molenbeek te benoemen. Daarnaast zijn er ook de Jong-Socialisten, hun boodschap is stilaan meer woke dan sociaal. Dat staat haaks op ons verhaal.’

Fons Van Dyck: ‘Politici als Bart De Wever en Conner Rousseau voelen intuïtief aan dat het VB en de PVDA wel eens de wind in de zeilen kunnen hebben. Daarom kiezen ze graag zelf voor de anti-establishmentrol, ook al zijn en blijven zij natuurlijk voorzitters van regeringspartijen en dus gezichten van het politieke establishment. Toch laat Bart De Wever Zuhal Demir zelfs vanuit de Vlaamse regering openlijk de anti-establishmenttrom roeren. Het legt de N-VA en ook haarzelf geen windeieren, want Demir is na Bart De Wever de populairste N-VA’er. Rousseau doet er alles aan om zich te distantiëren van “de politiek”, die talmt en geen akkoorden kan sluiten. Alsof hij zelf geen politicus is.’

Een fundamenteel akkoord

Er is nog een andere reden waarom de afstand tussen de N-VA en Vooruit steeds kleiner wordt. Vooruit weet dat een goede verstandhouding met de N-VA een ticket oplevert voor de onderhandelingen aan de tafel van de Vlaamse regeringsvorming in 2024. En bij de N-VA is het besef gegroeid dat de zelfstandigheid van Vlaanderen alleen federaal verwezenlijkt kan worden – dus via communautaire onderhandelingen met de PS. Sinds Conner Rousseau partijvoorzitter is, zijn de Vlaamse socialisten opnieuw verhuisd naar de Keizerslaan in Brussel, waar ze hun partijhoofdkwartier weer delen met de PS. Ook in 2020 en 2021 was Rousseau al go-between in gesprekken tussen PS-voorzitter Paul Magnette en Bart De Wever. Tot nu toe zonder succes.

Maar zowel bij de PS als bij de N-VA bestaat er grote terughoudend om zich te ver te associëren met zo’n uitgesproken politieke tegenstander. Theo Francken: ‘We hoeven ook geen vijf jaar lang met de PS het land te besturen. We moeten onderhandelen om een groot akkoord te sluiten dat Vlaanderen zo zelfstandig mogelijk maakt. Natuurlijk is er dan een overgangsperiode nodig om op federaal niveau de akkoorden te laten goedkeuren. Daarna is België een confederaal model geworden en kan ieder zijn eigen gang gaan. Maar dat kan dus alleen als de N-VA en de PS een fundamenteel akkoord kunnen afsluiten. En dan hoor ik Conner zeggen: ik ga geen anderhalve maand wachten op een communautair akkoord, want het is crisis en het moet vooruit gaan. Tja, als je in anderhalf uur tijd van België een confederatie kunt maken, mij goed natuurlijk. Maar we moeten realistisch zijn: het worden geen eenvoudige onderhandelingen.’

Wereldwijde uitdagingen

Béatrice Delvaux, commentaarschrijver bij Le Soir, denkt dat er in Franstalig België weinig animo is voor een soort ‘definitieve staatshervorming’: ‘Tijdens deze regeerperiode heeft de politiek echt ongekende maatschappelijke problemen het hoofd moeten bieden: de covidcrisis, de klimaatkwestie, de energiecrisis, de oorlog in Oekraïne. Niet een van die problemen had of heeft een communautaire dimensie. Wel integendeel: het gaat bijna altijd om wereldwijde uitdagingen waarbij het intern-Belgische, communautaire aspect haast irrelevant is geworden. Institutionele discussies zijn vandaag níét de inzet van het maatschappelijk debat. Maar laten we realistisch blijven: Wallonië en Brussel zitten met een financieringsprobleem.

‘Ditmaal zijn de Franstaligen zelf demandeurs, en dat maakt onderhandelingen wellicht onvermijdelijk. Daarom is de aanwezigheid van Rousseau en Vooruit ook voor het Franstalige publiek essentieel. Met Vooruit erbij is het niet meer “de PS tegen de N-VA” of “het rechtse Vlaanderen tegen het linkse Wallonië”. Het wordt dan de linkerzijde van noord en zuid die gesprekken aangaat met de Vlaams-nationalisten om een regering te vormen die zeker voor de linkerzijde minder “hard” zal zijn dan de Zweedse regering. Bovendien blijft Franstalig België met argusogen kijken naar de hoge score van het VB. Wat absoluut ondenkbaar is, zijn gesprekken met een N-VA die zich zou verbinden aan het VB. Dat zal niet worden getolereerd.’

Maar de groei van het VB wordt wel gevreesd. Delvaux: ‘Het ergste wat de hele politieke klasse kan overkomen, is dat het beeld gaat overheersen van “de machteloze politiek”: politici die de overstromingen niet aankunnen, die geen akkoord vinden over de opwarming van de aarde of geen antwoord hebben op de stijgende energieprijzen. Neem het debat over Doel 3. De man in de straat kent de technische details niet, maar als hij ziet dat de verzamelde politici uit noord en zuid niet eens één kerncentrale kunnen openhouden of sluiten, dan is de conclusie onverbiddelijk: ‘Bande des incapables’. Ik deel die analyse allerminst. Maar ze zal worden gemaakt. Mensen gaan dan niet meer stemmen, of ze kiezen voor extremen.’

Deens kabinet

Vreemd genoeg zou de N-VA een goede score voor het VB, nochtans dé grote concurrent in de strijd om het politieke leiderschap in Vlaanderen, misschien wel niet zo erg vinden. Want vergeet niet: de voorzitter van de grootste partij mag als eerste een poging ondernemen om een Vlaamse regering te vormen. Hij of zij nodigt uit. Stel dat het VB en de N-VA samen een Vlaamse meerderheid kunnen vormen. Als ze dat doen, is het voor de N-VA inderdaad over and out voor de federale regering.

Maar tegelijk liggen alle kaarten anders dan in 2014 en 2019. Toen was het een uiting van Vlaams zelfbewustzijn om éérst de Vlaamse regering te vormen, en dan pas de federale. In 2024 zou dat mogelijk omgekeerd kunnen zijn: het zou wel eens het grote eigenbelang van de N-VA kunnen dienen om eerst federale onderhandelingen aan te knopen. En als de PS echt tot elke prijs een extreemrechtse Vlaamse regering wil verhinderen waarin de N-VA en het VB elkaar vinden (en die het beleid van elke federale regering zou kunnen saboteren), zullen de Franstalige socialisten haast gedwongen zijn om met de N-VA tot een akkoord te komen. Zo zou dan uitgerekend het Vlaams Belang als breekijzer dienen voor de vorming van een Deens kabinet. Dat klinkt inderdaad surrealistisch, want nog altijd Belgisch.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content