Terwijl 5G in andere landen in volle ontwikkeling is, zit ze in België al jaren vast in politiek drijfzand. Komende maand zal de knoop eindelijk doorgehakt worden: laten we een nieuwe telecomspeler toe die het duopolie Telenet/Proximus kan bekampen? Of blijft de telecomfactuur van zes miljoen voor eeuwig de hoogste van Europa? Dat is de enige politieke vraag die rest voor we eindelijk met de 5G-veiling kunnen beginnen.

Die veiling is nodig om op grote schaal het ultrasnelle mobiele internet uit te rollen. Het is hoog tijd om de kant van de consument te kiezen, met meer concurrentie en lagere telecomprijzen. Dat laatste lijkt voor iedereen een no-brainer als je de telecomprijzen in ons land ziet. Die behoren al decennia tot de allerhoogste van heel Europa. De oorzaak daarvan is gekend. Onze telecommarkt is een de facto duopolie zoals je die nog maar zelden tegenkomt. Telenet en Proximus verdelen de koek en zijn de enige die alle telecomdiensten op een eigen netwerk kunnen aanbieden. Ze beconcurreren mekaar daarin niet op prijs. Sterker nog: elke jaar worden ze verhoogd.

Politiek heeft unieke kans om het duopolie Telenet-Proximus en hoge telecomprijzen te doorbreken.

Uit hun oogpunt is dat logisch: zolang er geen ruimte is voor extra concurrentie en prijsbrekers, kan je torenhoge winstmarges behouden mét stijgend prijzen. Een ongelofelijke luxe. Het is alsof je bij de supermarkten enkel een Carrefour en Delhaize hebt, zonder ooit de Liddle's, Aldi's en Colruyten te moeten vrezen.

Daardoor heb je in ons land de hoogste prijzen voor televisie, internet en mobiele data. Doorgaans zitten die in hetzelfde pakket. Iedereen die internet en tv heeft en ook maar een beetje mobiel surft, betaalt volgens de meest recente onderzoeken van Eurostat elke maand al gauw 40% meer dan in Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk. Elke maand dus, en dat voor zes miljoen Vlamingen dus. Vergeleken daarmee is de recente stijging van energieprijzen maar klein bier.

De introductie van 5G is een unieke kans om de hoge prijzen in telecomland te doorbreken. Tenminste: als de politiek ervoor kiest om extra concurrentie toe te laten. En laat dat nu net zijn waar de overheden in dit land al jaren over kibbelen. Vlaanderen en Wallonië staan sceptisch tegenover de komst van nieuwe concurrentie. De federale regering heeft nu een finaal voorstel op tafel gelegd. Daarin blijft er ruimte voor een nieuwe speler. Dat kan een prijsbreker zijn, die de markt grondig door mekaar schudt en eindelijk de prijzen doet zakken.

Vlaanderen en Wallonië moeten nu kleur bekennen: kiezen ze voor het behoud van de huidige macht van het duopolie Telenet/Proximus, door vast te houden aan het uitsluiten van een nieuwe concurrent? Of kiezen ze de kant van de consument, zes miljoen Vlamingen? Enkel de laatste optie valt te verdedigen.

We mogen deze unieke kans niet laten liggen. Nieuwe concurrentie op de consumenten-en zakenmarkt voor telecom is dringend nodig. De 5G-veiling biedt daarvoor een unieke kans. Ze gaat immers veel verder dan alleen de mobiele markt. De mogelijkheden van 5G zijn eindeloos. Voor vele toepassingen wordt het een vervanger in plaats aan aanvulling op vast breedbandinternet.

De veiling is daarmee even cruciaal als de introductie van breedbandinternet of mobiele technologie. Als we een nieuwe speler uitsluiten zit de telecommarkt met zijn hoge prijzen voor nog eens 20 jaar muurvast. Elke Vlaming betaalt daarvoor elke maand de rekening.

De politiek moet het belang van de consument voorop stellen. Er is geen enkele rechtvaardiging om extra concurrentie voor de twee historische operatoren uit te sluiten. We hebben toch ook niet maar twee volwaardige supermarkten, kledingketens of vliegtuigmaatschappijen?

Indien Vlaanderen en Wallonië blijven weigeren prijsconcurrentie toe te laten, zadelen we daarmee zes miljoen Vlamingen opnieuw voor 20 jaar op met een te hoge telecomfactuur. Laten we met de huidige generatie politici deze historische vergissing niet begaan.

Terwijl 5G in andere landen in volle ontwikkeling is, zit ze in België al jaren vast in politiek drijfzand. Komende maand zal de knoop eindelijk doorgehakt worden: laten we een nieuwe telecomspeler toe die het duopolie Telenet/Proximus kan bekampen? Of blijft de telecomfactuur van zes miljoen voor eeuwig de hoogste van Europa? Dat is de enige politieke vraag die rest voor we eindelijk met de 5G-veiling kunnen beginnen. Die veiling is nodig om op grote schaal het ultrasnelle mobiele internet uit te rollen. Het is hoog tijd om de kant van de consument te kiezen, met meer concurrentie en lagere telecomprijzen. Dat laatste lijkt voor iedereen een no-brainer als je de telecomprijzen in ons land ziet. Die behoren al decennia tot de allerhoogste van heel Europa. De oorzaak daarvan is gekend. Onze telecommarkt is een de facto duopolie zoals je die nog maar zelden tegenkomt. Telenet en Proximus verdelen de koek en zijn de enige die alle telecomdiensten op een eigen netwerk kunnen aanbieden. Ze beconcurreren mekaar daarin niet op prijs. Sterker nog: elke jaar worden ze verhoogd. Uit hun oogpunt is dat logisch: zolang er geen ruimte is voor extra concurrentie en prijsbrekers, kan je torenhoge winstmarges behouden mét stijgend prijzen. Een ongelofelijke luxe. Het is alsof je bij de supermarkten enkel een Carrefour en Delhaize hebt, zonder ooit de Liddle's, Aldi's en Colruyten te moeten vrezen.Daardoor heb je in ons land de hoogste prijzen voor televisie, internet en mobiele data. Doorgaans zitten die in hetzelfde pakket. Iedereen die internet en tv heeft en ook maar een beetje mobiel surft, betaalt volgens de meest recente onderzoeken van Eurostat elke maand al gauw 40% meer dan in Frankrijk of het Verenigd Koninkrijk. Elke maand dus, en dat voor zes miljoen Vlamingen dus. Vergeleken daarmee is de recente stijging van energieprijzen maar klein bier.De introductie van 5G is een unieke kans om de hoge prijzen in telecomland te doorbreken. Tenminste: als de politiek ervoor kiest om extra concurrentie toe te laten. En laat dat nu net zijn waar de overheden in dit land al jaren over kibbelen. Vlaanderen en Wallonië staan sceptisch tegenover de komst van nieuwe concurrentie. De federale regering heeft nu een finaal voorstel op tafel gelegd. Daarin blijft er ruimte voor een nieuwe speler. Dat kan een prijsbreker zijn, die de markt grondig door mekaar schudt en eindelijk de prijzen doet zakken. Vlaanderen en Wallonië moeten nu kleur bekennen: kiezen ze voor het behoud van de huidige macht van het duopolie Telenet/Proximus, door vast te houden aan het uitsluiten van een nieuwe concurrent? Of kiezen ze de kant van de consument, zes miljoen Vlamingen? Enkel de laatste optie valt te verdedigen. We mogen deze unieke kans niet laten liggen. Nieuwe concurrentie op de consumenten-en zakenmarkt voor telecom is dringend nodig. De 5G-veiling biedt daarvoor een unieke kans. Ze gaat immers veel verder dan alleen de mobiele markt. De mogelijkheden van 5G zijn eindeloos. Voor vele toepassingen wordt het een vervanger in plaats aan aanvulling op vast breedbandinternet. De veiling is daarmee even cruciaal als de introductie van breedbandinternet of mobiele technologie. Als we een nieuwe speler uitsluiten zit de telecommarkt met zijn hoge prijzen voor nog eens 20 jaar muurvast. Elke Vlaming betaalt daarvoor elke maand de rekening.De politiek moet het belang van de consument voorop stellen. Er is geen enkele rechtvaardiging om extra concurrentie voor de twee historische operatoren uit te sluiten. We hebben toch ook niet maar twee volwaardige supermarkten, kledingketens of vliegtuigmaatschappijen? Indien Vlaanderen en Wallonië blijven weigeren prijsconcurrentie toe te laten, zadelen we daarmee zes miljoen Vlamingen opnieuw voor 20 jaar op met een te hoge telecomfactuur. Laten we met de huidige generatie politici deze historische vergissing niet begaan.