In juni van dit jaar nam toenmalig minister van telecom Philippe De Backer een beslissing met meer impact dan veel van de hardbevochten puntjes van onze regeringsonderhandeling. Hij stelde toen dat België geen Chinese vendors zou toelaten in de kern van ons 5G-netwerk.

Vendors leveren de telecom-apparatuur, zoals antennes, waarmee operatoren zoals Proximus, Telenet en Orange hun mobiele netwerken bouwen. Die laatsten staan op het punt om nieuwe, ultrasnelle 5G-netwerken te bouwen, die alles van de wagens van de toekomst tot fabrieken en logistieke centra met het internet zouden verbinden.

En die nieuwe netwerken hebben ook nieuwe apparatuur nodig. Voor 4G steunde België daarvoor sterk op Chinese bedrijven. Proximus en Orange werkten samen met Huawei, terwijl Telenet voor het Chinese staatsbedrijf ZTE koos. Een afhankelijkheid die De Backer deels stopzette. Westerse landen zijn namelijk bezorgd dat de Chinese overheid ons bespioneert via hun technologiebedrijven, en dat we van hen afhankelijk raken voor 5G, zowat dé kritieke infrastructuur van de toekomst.

5G laat zien dat België een China-strategie nodig heeft.

België volgde de aanpak die de Britten invoerden eind 2019, waarbij ze vooral een scheiding maakten tussen de kern en het radio-gedeelte van het mobiele netwerk. In de kern mag China niet deelnemen, in het radio-gedeelte wel. Enig probleem: België liet zo lang op zich wachten dat de Britten hun aanpak in de tussentijd al aanpasten, en gewoon eenzijdig Chinese vendoren verwijderden uit hun netwerk, kern en radio. België was dus laat. En de Belgische beslissing gebeurde ook stilletjes achter de schermen, na één enkel parlementair debat over 5G. Niet echt het toonbeeld van daadkracht en toekomstvisie. Ondertussen slaagden we er nog altijd niet in om cruciale 5G frequenties te veilen, en lopen we achter op grote delen van Europa.

Dit is een patroon dat steeds terugkeert in ons land, of het nu gaat om 5G, covid-19 of ons grondwaterpeil. Onze politiek raakt vast in navelstaarderij, om dan plots te beseffen dat niemand lette op cruciale thema's, zoals wie onze kritieke infrastructuur in handen heeft. Elke vorm van strategie ontbreekt. Niet verrassend reageerde Europees Commissaris Thierry Breton negatief op het Belgische voorstel om een Europees centrum voor cybersecurity in Brussel te vestigen: hoe kan een land dat zo nonchalant omgaat met haar kritieke netwerken de cyberveiligheid van ons continent organiseren?

De hele 5G-saga doet denken aan wat er met Eandis gebeurde eind 2016. De intercommunale en netbeheerder voor elektriciteit en gas (die nu deel uitmaakt van Fluvius) was toen van plan om het Chinese staatsbedrijf State Grid als aandeelhouder binnen te werken. Althans totdat enkele alerte journalisten en experts er de aandacht op wezen, en er echt publiek debat over kwam. Toen viel de deal in het water.

Steeds opnieuw komt hetzelfde patroon naar boven: we bezitten weinig langetermijsplanning en al even weinig strategie. We gaan van crisis naar crisis, en lossen problemen ad-hoc en last-minute op. Ondertussen weten bedrijven en burgers niet wat er aan de hand is, en hoe ze moeten reageren.

Onze onbeholpen aanpak van coivd-19 toonde dat dit niet meer houdbaar is. Eenzelfde les moeten we nu trekken voor ons China-beleid. China is een belangrijke opkomende macht die steeds meer de VS uitdaagt. Samen met die groei stijgt het belang van China in onze politiek, economie en infrastructuur. In de toekomst komen er dus nog meer Eandis en 5G-controverses op ons af.

Voor een oplossing kunnen we naar het Noorden kijken. Daar heeft Nederland sinds 2019 een officiële China-strategie. Het draagt de naam Nederland-China: een nieuwe balans en je vindt het gewoon online terug, open leesbaar voor iedereen.

De kern van hun aanpak is dat Nederland wil samenwerken met China op gemeenschappelijke aspecten, zoals het bestrijden van klimaatverandering, maar zal terugduwen waar nodig, zoals in het beschermen van kritieke industrieën en infrastructuur.

Dat document kwam er na druk van de politieke partijen zelf. De partij GroenLinks gaf eerst een eigen China-strategie uit, de rechts-liberale VVD reageerde vervolgens met een eigen document. Dat gaf de inspiratie voor de officiële versie.

De Nederlandse China-strategie is natuurlijk niet perfect en ontvangt ook bij onze Noorderburen kritiek. Niettemin is het een enorme verbetering vergeleken met de Belgische aanpak van negeren, uitstellen en improviseren. De EU laat voorlopig veel ruimte aan lidstaten om bepaalde delen van het China-beleid te bepalen. Voor de veiligheid van 5G-netwerken legde het zo geen eengemaakte aanpak op, en gaf het veel vrijheid aan de lidstaten. Tegelijk zitten we in België met versnipperde beleidsdomeinen. Een eengemaakte visie is daarom cruciaal, zeker wanneer China blijft investeren in logistieke centra zoals Luik en Zeebrugge, covid-19 gebruikt om agressief aan diplomatie te doen en spioneert en invloed uitoefent in de Europese hoofdstad Brussel.

China is natuurlijk niet de grote boeman die sommigen ervan maken, maar simpelweg een land dat zijn belangen nastreeft, net zoals pakweg de VS dat doet. Maar waar we al sinds de Tweede Wereldoorlog intens samenwerken met de VS is China een nieuwe speler. Die nieuweling verzamelt steeds meer macht bij zich, en schaadt mogelijk onze belangen. Tegelijk zijn er gebieden waar België en Europa met het land kunnen samenwerken.

De contouren van zo'n China-strategie moeten politici, experts en burgers samen invullen. Maar naarmate geopolitiek conflict toeneemt in de wereld mogen we niet langer van crisis naar crisis gaan, zonder duidelijke koers. Als 5G ons iets toonde, dat is het dat we een China-strategie nodig hebben.

Tom Cassauwers is freelance technologie-journalist. Hij is eveneens auteur van het boek 5G: de ruggengraat van onze toekomst.

In juni van dit jaar nam toenmalig minister van telecom Philippe De Backer een beslissing met meer impact dan veel van de hardbevochten puntjes van onze regeringsonderhandeling. Hij stelde toen dat België geen Chinese vendors zou toelaten in de kern van ons 5G-netwerk.Vendors leveren de telecom-apparatuur, zoals antennes, waarmee operatoren zoals Proximus, Telenet en Orange hun mobiele netwerken bouwen. Die laatsten staan op het punt om nieuwe, ultrasnelle 5G-netwerken te bouwen, die alles van de wagens van de toekomst tot fabrieken en logistieke centra met het internet zouden verbinden.En die nieuwe netwerken hebben ook nieuwe apparatuur nodig. Voor 4G steunde België daarvoor sterk op Chinese bedrijven. Proximus en Orange werkten samen met Huawei, terwijl Telenet voor het Chinese staatsbedrijf ZTE koos. Een afhankelijkheid die De Backer deels stopzette. Westerse landen zijn namelijk bezorgd dat de Chinese overheid ons bespioneert via hun technologiebedrijven, en dat we van hen afhankelijk raken voor 5G, zowat dé kritieke infrastructuur van de toekomst.België volgde de aanpak die de Britten invoerden eind 2019, waarbij ze vooral een scheiding maakten tussen de kern en het radio-gedeelte van het mobiele netwerk. In de kern mag China niet deelnemen, in het radio-gedeelte wel. Enig probleem: België liet zo lang op zich wachten dat de Britten hun aanpak in de tussentijd al aanpasten, en gewoon eenzijdig Chinese vendoren verwijderden uit hun netwerk, kern en radio. België was dus laat. En de Belgische beslissing gebeurde ook stilletjes achter de schermen, na één enkel parlementair debat over 5G. Niet echt het toonbeeld van daadkracht en toekomstvisie. Ondertussen slaagden we er nog altijd niet in om cruciale 5G frequenties te veilen, en lopen we achter op grote delen van Europa.Dit is een patroon dat steeds terugkeert in ons land, of het nu gaat om 5G, covid-19 of ons grondwaterpeil. Onze politiek raakt vast in navelstaarderij, om dan plots te beseffen dat niemand lette op cruciale thema's, zoals wie onze kritieke infrastructuur in handen heeft. Elke vorm van strategie ontbreekt. Niet verrassend reageerde Europees Commissaris Thierry Breton negatief op het Belgische voorstel om een Europees centrum voor cybersecurity in Brussel te vestigen: hoe kan een land dat zo nonchalant omgaat met haar kritieke netwerken de cyberveiligheid van ons continent organiseren?De hele 5G-saga doet denken aan wat er met Eandis gebeurde eind 2016. De intercommunale en netbeheerder voor elektriciteit en gas (die nu deel uitmaakt van Fluvius) was toen van plan om het Chinese staatsbedrijf State Grid als aandeelhouder binnen te werken. Althans totdat enkele alerte journalisten en experts er de aandacht op wezen, en er echt publiek debat over kwam. Toen viel de deal in het water.Steeds opnieuw komt hetzelfde patroon naar boven: we bezitten weinig langetermijsplanning en al even weinig strategie. We gaan van crisis naar crisis, en lossen problemen ad-hoc en last-minute op. Ondertussen weten bedrijven en burgers niet wat er aan de hand is, en hoe ze moeten reageren.Onze onbeholpen aanpak van coivd-19 toonde dat dit niet meer houdbaar is. Eenzelfde les moeten we nu trekken voor ons China-beleid. China is een belangrijke opkomende macht die steeds meer de VS uitdaagt. Samen met die groei stijgt het belang van China in onze politiek, economie en infrastructuur. In de toekomst komen er dus nog meer Eandis en 5G-controverses op ons af.Voor een oplossing kunnen we naar het Noorden kijken. Daar heeft Nederland sinds 2019 een officiële China-strategie. Het draagt de naam Nederland-China: een nieuwe balans en je vindt het gewoon online terug, open leesbaar voor iedereen.De kern van hun aanpak is dat Nederland wil samenwerken met China op gemeenschappelijke aspecten, zoals het bestrijden van klimaatverandering, maar zal terugduwen waar nodig, zoals in het beschermen van kritieke industrieën en infrastructuur.Dat document kwam er na druk van de politieke partijen zelf. De partij GroenLinks gaf eerst een eigen China-strategie uit, de rechts-liberale VVD reageerde vervolgens met een eigen document. Dat gaf de inspiratie voor de officiële versie.De Nederlandse China-strategie is natuurlijk niet perfect en ontvangt ook bij onze Noorderburen kritiek. Niettemin is het een enorme verbetering vergeleken met de Belgische aanpak van negeren, uitstellen en improviseren. De EU laat voorlopig veel ruimte aan lidstaten om bepaalde delen van het China-beleid te bepalen. Voor de veiligheid van 5G-netwerken legde het zo geen eengemaakte aanpak op, en gaf het veel vrijheid aan de lidstaten. Tegelijk zitten we in België met versnipperde beleidsdomeinen. Een eengemaakte visie is daarom cruciaal, zeker wanneer China blijft investeren in logistieke centra zoals Luik en Zeebrugge, covid-19 gebruikt om agressief aan diplomatie te doen en spioneert en invloed uitoefent in de Europese hoofdstad Brussel.China is natuurlijk niet de grote boeman die sommigen ervan maken, maar simpelweg een land dat zijn belangen nastreeft, net zoals pakweg de VS dat doet. Maar waar we al sinds de Tweede Wereldoorlog intens samenwerken met de VS is China een nieuwe speler. Die nieuweling verzamelt steeds meer macht bij zich, en schaadt mogelijk onze belangen. Tegelijk zijn er gebieden waar België en Europa met het land kunnen samenwerken.De contouren van zo'n China-strategie moeten politici, experts en burgers samen invullen. Maar naarmate geopolitiek conflict toeneemt in de wereld mogen we niet langer van crisis naar crisis gaan, zonder duidelijke koers. Als 5G ons iets toonde, dat is het dat we een China-strategie nodig hebben.Tom Cassauwers is freelance technologie-journalist. Hij is eveneens auteur van het boek 5G: de ruggengraat van onze toekomst.