Wetenschappelijk onderzoek in 16 Europese regio's toonde aan dat kleine bosjes, in de grootteorde van een voetbalveld, een verrassend grote meerwaarde kunnen betekenen voor het vervullen van ecosysteemdiensten in landbouwgebied. Zo kunnen ze een maatregel zijn tegen klimaatverandering, omdat zij per oppervlakte-eenheid meer koolstof in de bodem opslaan dan grotere bossen. Die kleine bosjes bleken ook potentie te hebben voor andere ecosysteemdiensten in het agrarische landschap. Daarom pleiten onderzoekers van de Universiteit Gent voor het stimuleren van de aanleg van kleine bosjes in landbouwgebied, onder meer via subsidies voor landbouwers voor natuurmaatregelen. Wij willen hun beleidsadvies graag opentrekken en ook de aanplant van een specifiek type bosje aanmoedigen: het voedselbos, dat voedselproductie verenigt met andere ecosysteemdiensten en natuur en daarmee op het snijvlak staat tussen landbouw en natuur.

Voedselbos?

Een voedselbos is een voedselproducerende aanplant gebaseerd op de structuur van een (half)open, natuurlijk bos, met talrijke lagen in de begroeiing en een duidelijke bosrand. In voedselbossen wordt met doorlevende, vooral eetbare planten gewerkt, zoals bomen, struiken, meerjarige klimplanten, meerjarige groenten, kruiden en bol- en knolgewassen, waarvan allerlei onderdelen kunnen worden geoogst. In een voedselbos worden bodembewerking, pesticiden en kunstmeststoffen achterwege gelaten. Het is een door de mens ontworpen ecosysteem gericht op zelfregulatie en oogst. Een goed ontworpen voedselbos is veelal structuurrijk en soortenrijk.

Voedselbosjes in het landbouwlandschap

Kleine bosjes bieden mogelijke quick wins in klimaatmitigatie vanuit hun hogere performantie in koolstofopslag in vergelijking met groter bos en het feit dat kleinere gronden waarschijnlijk veel gemakkelijker en sneller beschikbaar zijn dan grotere stukken grond. Zij zijn evenzeer van belang voor de landschappelijke connectiviteit en multifunctionaliteit. Ook voedselbos kan gelijkaardig ingezet worden in landbouwgebied en kan daarbij net als de kleine bosjes profiteren van de randeffecten die een kleinere oppervlakte met zich meebrengt.

De verhouding van meer bosrand dan boskern in kleinere bosjes ten opzichte van grotere bossen kan de voedselproductie in zo'n klein voedselbos positief beïnvloeden. De plantengroei is sterker door meer licht dat in het bosje kan doordringen, een ander microklimaat en een hogere input van voedingsstoffen vanuit de omringende landbouwpercelen. Dat laatste kan echter voor sommige plantensoorten ook ongunstig uitdraaien, zoals ook een grotere blootstelling aan biociden een nadelig randeffect kan zijn. Daarnaast is ook gebleken dat kleine bosjes nog beter scoren op vlak van ecosysteemdiensten als ze bestaan uit meerdere boomsoorten, wat bij een soortenrijke aanplant als een voedselbos zeker het geval is.

Voedselbossen zijn een relatief nieuw fenomeen in West-Europa, waarbij we nu nog in de pioniersfase zitten en vooral hobbyisten ermee aan de slag zijn gegaan. We zien echter dat in ons land en de ons omringende landen de eerste stappen naar schaalvergroting, professionalisering en onderzoek worden gezet om het systeem tot een volwaardig landbouwsysteem te laten doorgroeien. Maar daar hoeven we niet op te wachten om voedselbossen in ons landbouwlandschap te laten verschijnen. Gegeven het onderzochte maatschappelijke belang van kleine bosjes in een agrarisch landschap en de oogstmeerwaarde van een voedselbos voor de individuele landbouwer, lijkt een voedselbos ons een aantrekkelijk concept voor de boer om effectief kleine bosjes te realiseren.

Met aandacht voor biodiversiteit

Voedselbosjes kunnen dus, naast de voedselproductiedienst, verschillende ecosysteemdiensten leveren in een landbouwlandschap. Maar, zoals ook het Europese bosjesonderzoek stelt, gaan het leveren van sommige ecosysteemdiensten en het behoud van biodiversiteit niet steeds hand in hand. En daar zien we kansen voor het voedselbos, maar evenzeer ook uitdagingen. De potentiële bijdrage van voedselbossen aan biodiversiteit wordt vaak onderschat.

Een Nederlands vergelijkend onderzoek naar de biodiversiteit in het voedselbos Ketelbroek en het nabijgelegen natuurgebied De Bruuk leert dat het aantal soorten in het voedselbos vergelijkbaar is met het natuurgebied en dat voor de drie onderzochte diergroepen: broedvogels, macronachtvlinders en loopkevers. Voedselbossen kunnen geen vervanging zijn voor bestaande natuurgebieden, maar kunnen wel een belangrijke bijdrage leveren aan lokale soortenrijkdom en diversiteit. Dat doen zij onder meer door het creëren van verschillende (micro)habitats om een veerkrachtig ecosysteem te bekomen, zoals de aanleg van amfibieënpoelen onder andere voor natuurlijke plaagbestrijding.

Op het snijvlak tussen landbouw en natuur: het onbekende potentieel van voedselbossen.

Daarnaast kunnen voedselbossen, net als kleine bosjes, ruimte bieden voor typische bosplanten. Hoewel in intensievere voedselbossen ook de kruidlaag aangeplant wordt met eetbare soorten, hoeft die laag niet noodzakelijk aangeplant te worden. Dit beperkt de werkinput voor de landbouwer en door het toelaten van een natuurlijke ontwikkeling van de kruidlaag kunnen bosplanten zich vestigen. Sowieso krijgen spontane processen - onderdeel van de definitie van natuur - ruimte in voedselbossen.Voedselbossen bieden dus een onderbenut potentieel om ruimte voor voedselproductie te laten samengaan met het realiseren van een hogere (bos)biodiversiteit. Al bouwen we in dit pleidooi een zekere reserve in. De pioniersfase waarin het concept voedselbos zich nu bevindt, gaat bij velen gepaard met experimenteren met nieuwe of minder gekende uitheemse soorten. In de natuursector leeft hierbij de vrees voor invasiviteit en laat wereldwijd de problematiek van invasieve exoten net een van de drijfveren zijn van biodiversiteitsverlies. Maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. We roepen hierbij op tot een open dialoog tussen de voedselboswereld en de natuursector.

Potenties van voedselbos

Voedselbosjes zoals hierboven geschetst hebben potenties voor het landbouwlandschap, bij voorkeur ingebed in een totale landschappelijke visie en ecologisch passend ontworpen. Maar laat ons ook niet al die andere kleine gronden buiten het landbouwgebied vergeten: onze Vlaamse tuinen, toch wel meer dan 8% van de totale oppervlakte van Vlaanderen, en ons openbaar groen. Het voedselbosconcept wordt alvast gretig omarmd door early adopters onder tuineigenaars, openbare besturen, groen- en landbouwprofessionals en -studenten. Het vormt voor velen een aantrekkelijk concept om ermee aan de slag te gaan, omdat het hen de connectie laat herontdekken met natuur en voedselproductie.

We hoeven het niet bij die kleine schaal te houden: voedselbossen op grotere schaal kunnen mogelijks tegemoet komen aan de hedendaagse problematieken en uitdagingen gekoppeld aan voedselproductie.

De denkpistes die we hier aanleveren zijn in de voorwaardelijke wijs, vertrekkend vanuit het Europees onderzoek naar de ecosysteemdiensten van kleine bosjes in landbouwlandschap en gestoeld op de huidige voedselboskennis. Voedselbossen staan nog in de kinderschoenen, maar ze zijn aantrekkelijk en veelbelovend. Laat ons vanuit onderzoek, innovatie en debat voedselbossen begeleiden naar volwassenheid.

Stefanie Delarue en Steven Heyde zijn verbonden aan HOGENT, Landschaps- en tuinarchitectuur en Landschapsontwikkeling van de School of Arts, waar zij als lector en onderzoeker onder meer voedselbos onderzoeken als een mogelijk scenario bij de herontwikkeling van historische landgoederen. Robin Kampert en Sjors van der Heemst ondersteunen hen hierbij als stagiairs vanuit WUR.

Lees ook:

- Ontbossing is dubbel slecht voor het klimaat

- 'Kappen kan perfect passen in verantwoord bosbeheer'

- 'Het grootste deel van onze open ruimte kun je geen natuur meer noemen. Ze is leeg'

- VIDEO: Red je het klimaat door bomen te kappen?

Een voedselbos is een voedselproducerende aanplant gebaseerd op de structuur van een (half)open, natuurlijk bos, met talrijke lagen in de begroeiing en een duidelijke bosrand. In voedselbossen wordt met doorlevende, vooral eetbare planten gewerkt, zoals bomen, struiken, meerjarige klimplanten, meerjarige groenten, kruiden en bol- en knolgewassen, waarvan allerlei onderdelen kunnen worden geoogst. In een voedselbos worden bodembewerking, pesticiden en kunstmeststoffen achterwege gelaten. Het is een door de mens ontworpen ecosysteem gericht op zelfregulatie en oogst. Een goed ontworpen voedselbos is veelal structuurrijk en soortenrijk.Voedselbosjes in het landbouwlandschapKleine bosjes bieden mogelijke quick wins in klimaatmitigatie vanuit hun hogere performantie in koolstofopslag in vergelijking met groter bos en het feit dat kleinere gronden waarschijnlijk veel gemakkelijker en sneller beschikbaar zijn dan grotere stukken grond. Zij zijn evenzeer van belang voor de landschappelijke connectiviteit en multifunctionaliteit. Ook voedselbos kan gelijkaardig ingezet worden in landbouwgebied en kan daarbij net als de kleine bosjes profiteren van de randeffecten die een kleinere oppervlakte met zich meebrengt. De verhouding van meer bosrand dan boskern in kleinere bosjes ten opzichte van grotere bossen kan de voedselproductie in zo'n klein voedselbos positief beïnvloeden. De plantengroei is sterker door meer licht dat in het bosje kan doordringen, een ander microklimaat en een hogere input van voedingsstoffen vanuit de omringende landbouwpercelen. Dat laatste kan echter voor sommige plantensoorten ook ongunstig uitdraaien, zoals ook een grotere blootstelling aan biociden een nadelig randeffect kan zijn. Daarnaast is ook gebleken dat kleine bosjes nog beter scoren op vlak van ecosysteemdiensten als ze bestaan uit meerdere boomsoorten, wat bij een soortenrijke aanplant als een voedselbos zeker het geval is.Voedselbossen zijn een relatief nieuw fenomeen in West-Europa, waarbij we nu nog in de pioniersfase zitten en vooral hobbyisten ermee aan de slag zijn gegaan. We zien echter dat in ons land en de ons omringende landen de eerste stappen naar schaalvergroting, professionalisering en onderzoek worden gezet om het systeem tot een volwaardig landbouwsysteem te laten doorgroeien. Maar daar hoeven we niet op te wachten om voedselbossen in ons landbouwlandschap te laten verschijnen. Gegeven het onderzochte maatschappelijke belang van kleine bosjes in een agrarisch landschap en de oogstmeerwaarde van een voedselbos voor de individuele landbouwer, lijkt een voedselbos ons een aantrekkelijk concept voor de boer om effectief kleine bosjes te realiseren. Voedselbosjes kunnen dus, naast de voedselproductiedienst, verschillende ecosysteemdiensten leveren in een landbouwlandschap. Maar, zoals ook het Europese bosjesonderzoek stelt, gaan het leveren van sommige ecosysteemdiensten en het behoud van biodiversiteit niet steeds hand in hand. En daar zien we kansen voor het voedselbos, maar evenzeer ook uitdagingen. De potentiële bijdrage van voedselbossen aan biodiversiteit wordt vaak onderschat. Een Nederlands vergelijkend onderzoek naar de biodiversiteit in het voedselbos Ketelbroek en het nabijgelegen natuurgebied De Bruuk leert dat het aantal soorten in het voedselbos vergelijkbaar is met het natuurgebied en dat voor de drie onderzochte diergroepen: broedvogels, macronachtvlinders en loopkevers. Voedselbossen kunnen geen vervanging zijn voor bestaande natuurgebieden, maar kunnen wel een belangrijke bijdrage leveren aan lokale soortenrijkdom en diversiteit. Dat doen zij onder meer door het creëren van verschillende (micro)habitats om een veerkrachtig ecosysteem te bekomen, zoals de aanleg van amfibieënpoelen onder andere voor natuurlijke plaagbestrijding. Daarnaast kunnen voedselbossen, net als kleine bosjes, ruimte bieden voor typische bosplanten. Hoewel in intensievere voedselbossen ook de kruidlaag aangeplant wordt met eetbare soorten, hoeft die laag niet noodzakelijk aangeplant te worden. Dit beperkt de werkinput voor de landbouwer en door het toelaten van een natuurlijke ontwikkeling van de kruidlaag kunnen bosplanten zich vestigen. Sowieso krijgen spontane processen - onderdeel van de definitie van natuur - ruimte in voedselbossen.Voedselbossen bieden dus een onderbenut potentieel om ruimte voor voedselproductie te laten samengaan met het realiseren van een hogere (bos)biodiversiteit. Al bouwen we in dit pleidooi een zekere reserve in. De pioniersfase waarin het concept voedselbos zich nu bevindt, gaat bij velen gepaard met experimenteren met nieuwe of minder gekende uitheemse soorten. In de natuursector leeft hierbij de vrees voor invasiviteit en laat wereldwijd de problematiek van invasieve exoten net een van de drijfveren zijn van biodiversiteitsverlies. Maar we mogen het kind niet met het badwater weggooien. We roepen hierbij op tot een open dialoog tussen de voedselboswereld en de natuursector.Voedselbosjes zoals hierboven geschetst hebben potenties voor het landbouwlandschap, bij voorkeur ingebed in een totale landschappelijke visie en ecologisch passend ontworpen. Maar laat ons ook niet al die andere kleine gronden buiten het landbouwgebied vergeten: onze Vlaamse tuinen, toch wel meer dan 8% van de totale oppervlakte van Vlaanderen, en ons openbaar groen. Het voedselbosconcept wordt alvast gretig omarmd door early adopters onder tuineigenaars, openbare besturen, groen- en landbouwprofessionals en -studenten. Het vormt voor velen een aantrekkelijk concept om ermee aan de slag te gaan, omdat het hen de connectie laat herontdekken met natuur en voedselproductie.We hoeven het niet bij die kleine schaal te houden: voedselbossen op grotere schaal kunnen mogelijks tegemoet komen aan de hedendaagse problematieken en uitdagingen gekoppeld aan voedselproductie.De denkpistes die we hier aanleveren zijn in de voorwaardelijke wijs, vertrekkend vanuit het Europees onderzoek naar de ecosysteemdiensten van kleine bosjes in landbouwlandschap en gestoeld op de huidige voedselboskennis. Voedselbossen staan nog in de kinderschoenen, maar ze zijn aantrekkelijk en veelbelovend. Laat ons vanuit onderzoek, innovatie en debat voedselbossen begeleiden naar volwassenheid.Stefanie Delarue en Steven Heyde zijn verbonden aan HOGENT, Landschaps- en tuinarchitectuur en Landschapsontwikkeling van de School of Arts, waar zij als lector en onderzoeker onder meer voedselbos onderzoeken als een mogelijk scenario bij de herontwikkeling van historische landgoederen. Robin Kampert en Sjors van der Heemst ondersteunen hen hierbij als stagiairs vanuit WUR.