1. Waarom doet u dit onderzoek?
...

1. Waarom doet u dit onderzoek? Yoline Tavernier: Op mijn zestiende heb ik een ernstig fietsongeluk gehad, waardoor ik zelfs even in levensgevaar verkeerde. Het ongeluk gebeurde in 2012, maar ik fiets nog altijd niet graag in drukke steden zoals Gent, en ik maak een omweg om onveilige punten te vermijden. Via mijn onderzoek naar de fietsinfrastructuur wil ik achterhalen of ik de uitzondering ben, of dat andere mensen er ook zo over denken. 2. Wat onderzoekt u dan precies? Tavernier: In mijn enquête peil ik naar het effect van fietsinfrastructuur op het fietsgebruik. Is de afwezigheid van een veilige infrastructuur een drempel om met de fiets naar het werk te gaan? En welke rol speelt je leeftijd?3. Hoe bedoelt u? Tavernier: Als mensen ouder worden, vinden ze veiligheid belangrijker. Ik verwacht dat jongeren tevreden zullen zijn met een fietspad dat is afgezet met streepjes op de weg. Volwassenen zullen vermoedelijk een verhoogd of afzonderlijk fietspad willen. En welk effect hebben elektrische fietsen? Vreemd genoeg voelen mensen zich vaak veiliger als ze sneller rijden, omdat ze dan minder het gevoel hebben een zwakke weggebruiker te zijn. 4. Is de fietsinfrastructuur in Vlaanderen goed? Tavernier: In vergelijking met Nederland of de Scandinavische landen kan het beter. Maar we zijn er al veel meer mee bezig dan vroeger. Zo heeft elke gemeente tegenwoordig een plan om de infrastructuur te verbeteren. In steden kun je moeilijker nieuwe fietspaden aanleggen, daar zal het op een andere manier moeten. Het circulatieplan in Gent is een goed voorbeeld. Sinds dat is ingevoerd rijden er minder auto's en is fietsen veiliger geworden. 5. Kreeg u voldoende psychologische begeleiding na uw ongeluk? Tavernier: Zelf had ik daar geen behoefte aan. Het is vooral je omgeving die zo'n ongeluk op de juiste manier moet aanpakken. Ik ben mijn familie ontzettend dankbaar dat ze me nooit echt als een slachtoffer behandeld heeft. Je moet een kind dat een ongeval heeft gehad normaal behandelen en het niet te veel vertroetelen.