De Decker werd in mei vorig jaar in verdenking gesteld voor ongeoorloofde beïnvloeding in de affaire Kazachgate. Het dossier achtervolgde De Decker al jaren. In december 2016 liet hij er het ondervoorzitterschap van het Brussels parlement door varen. Zes maanden later stapte hij op als burgemeester van Ukkel. Na zijn inverdenkingstelling had MR-voorzitter Olivier Chastel De Decker gevraagd ook ontslag te nemen als gemeenteraadslid in Ukkel en als parlementslid in Brussel, zoniet zou hij uit de partij worden gezet. Als reactie vertrok De Decker zelf bij de MR. Het dossier draait rond de manier waarop de wet op de verruimde minnelijke schikking - de zogenaamde afkoopwet - in 2011 tot stand kwam en nadien door het gerecht werd toegepast. Kringen binnen het Franse Elysée brachten toen een team advocaten in het geweer om de gerechtelijke problemen van de steenrijke zakenlui Patokh Chodiev, Alijan Ibragimov en Alexander Masjkevitsj - het "Kazachse trio" - in ons land van de baan te krijgen. Dat moest een lucratieve deal met Kazachstan helpen smeren. Eén van die advocaten was De Decker. Tijdens het onderzoek werd duidelijk dat De Decker als voormalig Senaatsvoorzitter bij toenmalig minister van Justitie Stefaan De Clerck (CD&V) thuis en op diens kabinet langs was gegaan met de vraag om tussen te komen in het dossier-Chodiev. "Deontologisch onaanvaardbaar", oordeelde de onderzoekscommissie die zich maandenlang over de affaire boog. Hetzelfde oordeel had ze over de poging van De Decker om via de topman van de Staatsveiligheid een gsm op te sporen die hij in Parijs had verloren. Het Kazachse trio maakte als eerste gebruik van de zogenaamde verruimde minnelijke schikking. De onderzoekscommissie oordeelde wel dat de pogingen van De Decker bij minister De Clerck het wetgevend werk rond de afkoopwet niet hebben beïnvloed. De Decker heeft steevast de aantijgingen ontkend. (Belga)