'De dokter neemt voorlopig geen nieuwe patiënten meer aan' of 'de eerstvolgende mogelijkheid voor een afspraak is begin volgend jaar'. Dat krijgen Belgische patiënten steeds vaker te horen als ze bij een specialist of tandarts op consultatie willen. Uit OESO-onderzoek blijkt nochtans dat het in België vrij goed meevalt met de wachtlijsten, maar langzaamaan komt daar in sommige domeinen van de gezondheidszorg verandering in. Dat was een paar jaar geleden ook de conclusie van een onderzoek van Knack, toen we een afspraak probeerden te maken bij 75 Vlaamse oogartsen, dermatologen en gynaecologen. Af en toe hadden we geluk en had er net een patiënt afgebeld waardoor we snel op consult konden, maar gemiddeld moesten we drie maanden wachten. Een kleine rondvraag leert dat de situatie ondertussen alleen maar erger is geworden.
...

'De dokter neemt voorlopig geen nieuwe patiënten meer aan' of 'de eerstvolgende mogelijkheid voor een afspraak is begin volgend jaar'. Dat krijgen Belgische patiënten steeds vaker te horen als ze bij een specialist of tandarts op consultatie willen. Uit OESO-onderzoek blijkt nochtans dat het in België vrij goed meevalt met de wachtlijsten, maar langzaamaan komt daar in sommige domeinen van de gezondheidszorg verandering in. Dat was een paar jaar geleden ook de conclusie van een onderzoek van Knack, toen we een afspraak probeerden te maken bij 75 Vlaamse oogartsen, dermatologen en gynaecologen. Af en toe hadden we geluk en had er net een patiënt afgebeld waardoor we snel op consult konden, maar gemiddeld moesten we drie maanden wachten. Een kleine rondvraag leert dat de situatie ondertussen alleen maar erger is geworden.De uitgestelde zorg tijdens de coronacrisis heeft daar natuurlijk een rol in gespeeld. Daardoor zijn de wachttijden voor sommige onderzoeken, behandelingen en operaties ook in ziekenhuizen opgelopen. Volgens de cel Audit Ziekenhuizen van de FOD Volksgezondheid was er eind mei al een achterstand van bijna 23 procent voor niet-essentiële ingrepen. Voor darmoperaties was dat 12 procent en voor openhartoperaties 20 procent. Voor raadplegingen op de diensten voor geriatrie is er gemiddeld zelfs een achterstand van 30 procent. 'Om dat allemaal in te halen, zouden ziekenhuizen hun capaciteit twee tot drie jaar lang met 5 procent moeten verhogen', zegt Margot Cloet, gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro. 'Het probleem is dat we daar niet genoeg personeel voor hebben.'Iedereen is het er dan ook over eens: in de eerste plaats moeten er meer zorgmedewerkers worden aangetrokken. 'Al zijn daar grenzen aan', zegt CM-voorzitter Luc Van Gorp. 'Als we almaar meer zorgpersoneel inzetten, wordt dat op den duur onbetaalbaar. Ik vrees ook dat er in onze samenleving niet genoeg mensen meer zijn die in de zorg willen werken en daar de juiste vaardigheden voor hebben. Aangezien we nooit genoeg zorgverleners zullen hebben om aan de stijgende nood tegemoet te komen, zit er niets anders op dan de gezondheidszorg anders te organiseren.'Eerst kon J. (42) de bijsluiters van medicijnen niet meer lezen, vervolgens kreeg hij het moeilijk met de instructies op de pastaverpakking en nu vormt ook de ochtendkrant een hele uitdaging. Omdat hij niet langer kan ontkennen dat hij aan een bril toe is, besluit hij naar de oogarts te gaan. De eerste afspraak die hij online kan maken, is over zestien weken. Hij boekt die toch maar en koopt ondertussen een leesbril in de supermarkt.Dat de oogarts, dermatoloog, gynaecoloog, tandarts of orthopedist zo veel werk hebben, komt niet alleen door hun vele patiënten, maar ook doordat ze zich in veel gevallen niet tot hun expertise beperken. 'In onze gezondheidszorg zijn zorgverstrekkers soms meer dan een derde van hun tijd bezig met taken waarvoor ze overgekwalificeerd zijn', zegt emeritus hoogleraar huisartsgeneeskunde Jan De Maeseneer (UGent). 'Daar moeten we veel beter op toezien, want het leidt niet alleen tot wachtlijsten voor de patiënten, maar ook tot demotivatie en burn-out bij hulpverleners.'De lange wachttijden bij veel gynaecologen zouden bijvoorbeeld veroorzaakt worden doordat zij een hele resem uitstrijkjes doen. 'Nochtans is dat een taak die perfect door huisartsen kan worden uitgevoerd. Binnenkort zullen patiënten daarvoor een zelftest kunnen gebruiken die ze naar het lab moeten opsturen', weet De Maeseneer. 'Ook het voorschrijven van contraceptie en de begeleiding van normale zwangerschappen, dat hoeft niet door gynaecologen te gebeuren. Als zij zich zouden beperken tot problemen waarvoor hun deskundigheid echt nodig is, kon iedereen binnen de week of hoogstens twee weken naar de gynaecoloog.' Ook cardiologen zouden een deel van hun tijdrovende taken kunnen doorschuiven. Vandaag blijven ze patiënten met hartproblemen of hoge bloeddruk vaak jarenlang opvolgen, terwijl ook een huisarts de routinecontroles kan uitvoeren.Hetzelfde geldt voor dermatologen, die vaak veel tijd besteden aan voetwratten en eczeem. 'Niet alleen kunnen huisartsen dat overnemen, ook de digitalisering kan dermatologen veel werk uit handen nemen en dan zullen de wachtlijsten vanzelf inkrimpen', zegt Van Gorp. 'Op dit moment werken we in de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen samen met de zorgverstrekkers aan een proefproject waarbij patiënten een foto van een verdacht vlekje naar hun huisarts kunnen doorsturen, die dan eventueel een dermatoloog inschakelt.'Daarnaast investeren heel wat specialisten ook vele uren per week aan lucratieve nevenpraktijken. 'Sommige oogartsen doen bijvoorbeeld veel laserbehandelingen die buiten de verplichte ziekteverzekering vallen, en dermatologen spuiten vaak botox of bieden andere esthetische behandelingen aan', zegt Paul Callewaert, algemeen secretaris van het socialistische ziekenfonds. 'Dat houdt grote risico's in voor de toegankelijkheid van de zorg, want door die praktijken is er haast geen dermatoloog meer te vinden die op korte termijn een onderzoek kan doen.'K. (38) is met haar man en twee zoontjes van Antwerpen naar de Kempen verhuisd. Amper wonen ze in hun nieuwe huis of ze krijgt last van een vage pijn in haar onderbuik. Omdat ze zich na een paar dagen toch wat zorgen begint te maken, besluit ze naar een huisarts te gaan. Ze belt de vier praktijken in de gemeente op, maar kan nergens binnen de week terecht. Dus rijdt ze naar haar oude huisarts in Antwerpen, 47 kilometer verderop. Ook als een van de kinderen een paar weken later ziek wordt, doet ze noodgedwongen een beroep op hem.Op zich is het logisch dat taken waarvoor drukbezette specialisten overgekwalificeerd zijn door huisartsen worden gedaan. Alleen is er een groot tekort aan huisartsen. Uit cijfers van het Agentschap Zorg en Gezondheid blijkt dat drie op de vier Vlaamse gemeenten al 'arm aan huisartsen' zijn. Dat wil zeggen dat er minder dan negen huisartsen per tienduizend inwoners werken. De resterende dokters hebben het ontzettend druk en kondigen steeds vaker een patiëntenstop af. Op veel plaatsen is het ondertussen heel moeilijk geworden om op korte termijn een nieuwe huisarts te vinden.Een van de belangrijkste oorzaken van het huisartsentekort is dat de nieuwe generatie niet langer bereid is om tachtig uur per week in een solopraktijk te werken. 'Ze willen een beter evenwicht tussen hun werk en gezin, en dat is natuurlijk heel terecht', zegt professor Dirk Devroey, die huisartsgeneeskunde doceert aan de VUB. 'Maar het gevolg is wel dat er voor elke huisarts die met pensioen gaat anderhalve nieuwe huisarts nodig is.'Sommige regio's worden ook een pak zwaarder getroffen dan andere. In veel gevallen komt dat doordat huisartsen zich er alleen kunnen vestigen als ze een solopraktijk overnemen of een nieuwe praktijk opstarten. 'De meeste jonge artsen willen het liefst aan de slag in een groepspraktijk', legt Devroey uit. 'Ze werken er met andere artsen samen, er is iemand die de telefoon opneemt en soms ook nog een verpleegkundige. In een gemeente zonder huisartsenpraktijk zullen jonge huisartsen zich minder gemakkelijk vestigen. Hetzelfde geldt voor gebieden zonder huisartsenwachtpost, waar patiënten 's avonds en tijdens het weekend terechtkunnen.' Om dat te compenseren geven sommige gemeenten een premie aan huisartsen die er een praktijk willen opstarten. Maar aangezien er over heel Vlaanderen tekorten zijn, verschuift het probleem op die manier alleen maar.De enige echte oplossing is dat meer geneeskundestudenten ervoor kiezen om huisarts te worden. Hoewel universiteiten de voorbije jaren al veel inspanningen hebben geleverd om dat aantal op te trekken - en daar ook in zijn geslaagd - is er nog marge voor verbetering. 'We moeten er onder meer voor zorgen dat al onze studenten stage kunnen doen in een modelpraktijk', legt Devroey uit. 'In solopraktijken, die over tien jaar haast allemaal verdwenen zullen zijn, krijgen ze de indruk dat je je als huisarts kapot moet werken en dat schrikt hen natuurlijk af. Jammer genoeg zijn er niet genoeg stageplaatsen en kunnen we dus niet vermijden dat sommigen daar terechtkomen. Huisartsen bij wie studenten een basisstage doen, worden daar ook amper voor vergoed. Hoog tijd dat de overheid daar iets aan doet.'Het tekort kan ook worden ingedijkt door de werklast van de huisarts te verlagen. Dat is de reden voor de onlangs aangekondigde afschaffing van het verplichte ziektebriefje voor één dag en voor de terugbetaling van teleconsultaties. Het zou een grote hulp zijn als meer huisartsenpraktijken een medewerker zouden aannemen die naast een resem logistieke taken ook voor bloedafnames en het opvolgen van de bloeddruk van patiënten instaat. Experts in huisartsgeneeskunde pleiten al jaren voor de opleiding van zulke praktijkassistenten, maar tot nu toe kwam daar nog niets van in huis.Kleuterjuf T. (51) sukkelt al maanden met haar rug en heeft ook uitstralingspijn in haar armen en benen. Na een tijd wordt het zo erg dat ze niet meer kan werken. Na een resem andere onderzoeken komt ze bij een neuroloog terecht die een MRI-scan voorschrijft. T. hoopt dat ze nu eindelijk te weten zal komen wat er mis is. Ze wil van de pijn af en zo snel mogelijk weer naar haar klasje terugkeren. Maar de moed zinkt haar in de schoenen als ze te horen krijgt dat ze pas over zeven weken onder de scanner mag.Op een afspraak voor een MRI- of NMR-scanner (een tunnelscanner die werkt met magneetvelden en radiogolven) moet je in België soms erg lang wachten. Er zijn zelfs ziekenhuizen waar de wachttijden zo hoog oplopen dat de scanners er ook 's avonds laat of zelfs 's nachts draaien. Daarom besloot toenmalig minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Maggie De Block (Open VLD) twee jaar geleden om achttien nieuwe MRI-scanners te laten installeren in ziekenhuizen over het hele land. Toch zijn er nog altijd lange wachtlijsten. 'We zijn bij de koplopers wat het aantal MRI-scanners per inwoner betreft en toch zijn de wachttijden hier langer dan in veel andere landen', weet Bart Demyttenaere, directeur medisch beleid van het socialistische ziekenfonds. 'We moeten ons dus afvragen of er niet te veel scans worden gemaakt. Met minder scans zouden er vanzelf kortere wachttijden zijn.'Dat mensen vaak weken op zo'n scan moeten wachten, is natuurlijk niet zonder gevaar. Om te beginnen duurt het daardoor heel lang voor ze een diagnose krijgen en behandeld kunnen worden. Een ander gevolg is dat er te veel CT-scans worden gemaakt. 'Een patiënt die zes weken op een MRI moet wachten, krijgt vaak in afwachting alvast een CT-scan', weet Demyttenaere. 'Dat zijn niet alleen nodeloze kosten voor de ziekteverzekering, in tegenstelling tot MRI-scans werken CT-scans met röntgenstraling en dat houdt altijd een gezondheidsrisico in.'Die overconsumptie van scans heeft - zoals zo vaak - te maken met de manier waarop de gezondheidszorg wordt gefinancierd: hoe meer scans er worden gemaakt, hoe meer artsen en ziekenhuizen verdienen. 'Beeldvorming is voor een ziekenhuis een belangrijke bron van inkomsten', zegt Marc Noppen, ceo van het UZ Brussel. 'Zoals alle ziekenhuizen doen ook wij veel CT-scans, onder meer omdat we dat toestel nu eenmaal in huis hebben en we daarvoor worden betaald. Het perverse aan het systeem is dat ik de patiënten eigenlijk minder stralingsbelasting zou willen geven, maar dat ik financieel beloond word als ik er veel geef.'J. (38) heeft het helemaal gehad. Als verpleegkundige op de afdeling intensieve zorg van een algemeen ziekenhuis draaide ze het voorbije jaar constant extra shifts. Omdat er zo veel covidpatiënten werden opgenomen, maar ook omdat steeds meer collega's uitvielen. Ze is niet alleen doodmoe, ze voelt zich ook een slechte moeder. Daarom heeft ze haar ontslag gegeven. Vanaf nu gaat ze via een uitzendbureau werken. Zo heeft ze meer zeggenschap over haar werkuren, en krijgt ze bovendien nog een bedrijfswagen ook.3768. Zoveel vacatures voor verpleegkundigen staan er op de site van de VDAB. Zowel ziekenhuizen en diensten voor thuisverpleegkunde als woonzorgcentra schreeuwen om zorgpersoneel. Vorig jaar, nog voor de coronacrisis, bleek uit een rapport van het Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) dat Vlaamse verpleegkundigen gemiddeld al voor 9,4 patiënten zorgen, terwijl dat er volgens internationale normen hoogstens 8 mogen zijn. Ondertussen is het tekort alleen maar toegenomen.Dat komt door de zogenaamde dubbele vergrijzing: verpleeg- en zorgkundigen van de babyboomgeneratie gaan met pensioen, terwijl het aantal ouderen met zware zorgnoden toeneemt. 'Hoewel we dat al lang zien aankomen, zijn we er heel slecht op voorbereid', zegt Margot Cloet. 'Door de coronaperiode is het tekort alleen maar groter geworden, want nogal wat zorgmedewerkers zijn vertrokken of uitgevallen. En dat is nog maar het begin: de problemen zullen zeker twintig jaar aanhouden.'Vandaag heeft het gebrek aan verpleegkundigen en ander zorgpersoneel grote gevolgen. 'Heel wat ziekenhuizen moeten hun werking vertragen en soms zelfs afdelingen sluiten omdat ze niet genoeg personeel hebben', zegt Cloet. 'Vaak gaat het dan om afdelingen waar minder technische prestaties worden geleverd, zoals de dienst revalidatie of de geriatrie. Soms lossen ze het probleem op door patiënten sneller naar een woonzorgcentrum door te verwijzen, maar ook daar is er te weinig personeel en wordt steeds vaker een opnamestop afgekondigd.'Vlaanderen moet dus dringend op zoek naar meer zorgpersoneel. Op dit moment worden er 1600 zij-instromers klaargestoomd en de instroom in de verpleegkundeopleidingen zou ook aangroeien. Een andere mogelijkheid is nog meer logistieke medewerkers inzetten die zorgpersoneel kunnen bijstaan. Want vandaag spenderen verpleegkundigen in een ziekenhuis tot 40 procent van hun tijd aan taken die strikt genomen niet door iemand met hun diploma moeten gebeuren.'Het zal nooit genoeg zijn', weet Cloet. 'We moeten onder ogen zien dat we de komende jaren onmogelijk voldoende mensen kunnen vinden om alle taken in de zorg op te nemen. Ik vrees dat we naar een situatie evolueren waarbij sommige mensen - vaak ouderen - de zorg die ze nodig hebben niet zullen krijgen. Dat wil zeggen dat we keuzes moeten maken en bijvoorbeeld prioriteit geven aan de zwaarst zorgbehoevenden. Dan zal er natuurlijk nog meer van mantelzorgers worden verwacht en dus moeten zij voldoende ruimte en financiering krijgen.'De coronacrisis heeft C. (16) helemaal onderuitgehaald. Tijdens de eerste lockdown verschanste ze zich steeds vaker in haar kamer, en nam ze amper deel aan de onlinelessen. Dat ze alleen slechte punten behaalde, duwde haar nog dieper in de put. Toen begonnen de paniekaanvallen en verloor ze ook haar eetlust. De huisarts raadde C.'s moeder aan om een psychotherapeut voor haar te zoeken, maar in de wijde omgeving is er geen praktijk meer te vinden die nog nieuwe patiënten aanvaardt.Bij Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG) zitten er gemiddeld meer dan honderd dagen tussen het moment van aanmelding en de start van de behandeling. Voor kinderen en jongeren is de wachttijd zelfs drie tot zes maanden. Uit een rondvraag van de Staten-Generaal van de Geestelijke Gezondheid (SGGG) blijkt dat bijna 40 procent van de psychologen en ruim 60 procent van de psychiaters dit voorjaar geen enkele nieuwe patiënt heeft aanvaard. 'Nochtans geeft de helft van de wachtende mensen aan dat hun problemen ondertussen erger zijn', zegt Kris Van den Broeck, docent psychologieen houder van de leerstoel Public Mental Health (UAntwerpen). 'Bovendien krijgen kinderen pas op school de nodige omkadering zodra er een diagnose is gesteld.'De aangekondigde hervorming van de geestelijke gezondheidszorg, waarvoor minister van Volksgezondheid en Sociale Zaken Frank Vandenbroucke (Vooruit) 152 miljoen euro vrijmaakt, moet de wachtlijsten wat beheersbaarder maken. Om te beginnen wordt de capaciteit van de gesubsidieerde geestelijke gezondheidszorg opgetrokken, doordat patiënten nu ook bij sommige private psychologen voor 11 euro per sessie in therapie kunnen. Om nog meer mensen te helpen, worden ook groepssessies voortaan terugbetaald. Verder benadrukt Vandenbroucke dat geestelijke gezondheidszorg niet uitsluitend een opdracht voor psychologen en psychiaters is, maar ook voor huisartsen, verpleegkundigen, leerlingenbegeleiders en maatschappelijk werkers.Ook het feit dat lang niet iedereen op de juiste plek staat aan te schuiven, maakt de wachtlijsten langer. Zo is het geen uitzondering dat een patiënt met een bipolaire stoornis op de wachtlijst staat van een psychiater die gespecialiseerd is in stemmingsstoornissen, of dat iemand met een alcoholprobleem wacht op therapie bij een psycholoog die zich vooral bezighoudt met persoonlijkheidsstoornissen. 'Het aanbod is niet erg overzichtelijk en vaak is het moeilijk om mensen goed te oriënteren', zegt Van den Broeck. 'Daar is een goede indicatiestelling voor nodig - een gesprek waarin wordt uitgemaakt welke hulp iemand precies nodig heeft - en een duidelijk overzicht van alle hulpverleners.'Een derde reden voor de lange wachttijden is dat psychologen en psychiaters soms geneigd zijn om mensen langer in therapie te houden dan echt nodig is. 'Als je als therapeut merkt dat er vooruitgang is, moet je de discipline hebben om op gezette tijden na te gaan of je nog iets voor je patiënt kunt betekenen', vindt Van den Broeck. 'Zo niet is het misschien tijd om af te ronden.'Maar ook al worden deze problemen opgelost, dan nog zullen de wachtlijsten wellicht niet helemaal verdwijnen. Dat komt vooral doordat de vraag blijft toenemen. 'Het is dus cruciaal dat we veel meer op preventie inzetten', zegt Margot Cloet. 'Nu wordt er veel geïnvesteerd in zorg voor mensen met ernstige aandoeningen - en dat moeten we ook blijven doen. Maar in heel wat gevallen kan worden vermeden dat het zo ver komt. Dat wil zeggen dat onder meer scholen en zelfs de kinderopvang alert moeten zijn voor beginnende psychische problemen. Anders blijven we dweilen met de kraan open.'