Media-onderzoekers uit achttien landen, waaronder de auteurs van dit stuk, analyseerden de effectiviteit van de pers als 'vierde macht' in het bewaken en bewaren van democratische principes als gatekeeper of poortwachter en in het mogelijk maken van een gelijkwaardig en representatief debat. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in de Media for Democracy Monitor (MDM). De Vlaamse mediamarkt (de Franstalige werd niet onderzocht) strandt pas gedeeld dertiende. Daarmee laten we de Scandinavische landen en onze buurlanden voorgaan. Wat is er aan de hand?

Eerst het goede nieuws: er is een overwegend gevarieerd en toegankelijk nieuwsaanbod voor de Vlaming. Zowel journalisten als beleidsmakers en academici gaan samen verstandig en helder om met desinformatie en zetten actief in op factchecking. Ethiek wordt hoog in het journalistieke vaandel gedragen, mede door de gekende Code van de Raad voor de Journalistiek. Maar op een aantal punten scoren we beduidend minder goed. Er zijn vier kritieke werkpunten waar we hier de aandacht op willen vestigen.

Ten eerste lijkt onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen onder druk te staan. Uiteraard verschijnen er in de Vlaamse nieuwsmedia regelmatig diepgravende reportages, maar structureel blijkt uit de MDM dat de werkmiddelen ervoor gevoelig gedaald zijn, ondanks een actieve en lovenswaardige Vlaamse vertegenwoordiging in internationale onderzoeksjournalistiekprojecten. Bovendien maakt amper één op de zes Vlaamse journalisten gebruik van de Wet op openbaarheid van bestuur, om overheidsdocumenten op te vragen. Ze ervaren de procedure als omslachtig en onpraktisch en ergeren zich, volkomen terecht, dat gevoeligere informatie vaak moeilijk of zelfs niet gedeeld wordt. Die twee zaken samen dreigen de waakhondfunctie van de Vlaamse vierde macht te kortwieken.

Nieuwsdiversiteit in Vlaanderen staat onder druk.

Een globale ontwikkeling die verder uit de MDM naar voor komt en waar ook Vlaanderen niet aan ontsnapt is dat mediamarkten gevoelig geconcentreerder worden. Bij ons wordt dat jaarlijks bevestigd door de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM). Slechts vier bedrijven bezitten nagenoeg alle grote Vlaamse nieuwsmerken op papier, radio en televisie. Door hun enorme schaalvoordelen en effectieve lobbypraktijken houden ze zo mee de alternatieve, zogenaamde online-only mediaspelers, in de marge. Toegegeven, een zekere vorm van concentratie is onvermijdelijk wil men het hoofd bieden aan internationale spelers zoals Facebook en Google die met het leeuwendeel van de online advertentiemarkt gaan lopen. Maar dan moeten er voldoende garanties zijn op een voldoende divers aanbod en redactionele onafhankelijkheid. Net daar wringt het schoentje.

Een ander heikel punt betreft immers diversiteit, zowel op nieuwsredacties als in nieuwsinhoud. Er is anno 2021 nog steeds sprake van een glazen plafond voor vrouwelijke journalisten, dat bij alle onderzochte landen een probleem blijft. Van alle parameters in de studie scoort gendergelijkheid in nieuwsinhoud het slechtst. Voor Vlamingen met een migratieachtergrond blijkt dat plafond eerder van beton. Qua weerspiegeling van de etnische diversiteit in de hyperdiverse samenleving van vandaag scoren nagenoeg alle redacties erbarmelijk.

Ten slotte wordt die concentratie in de Vlaamse mediamarkt door de VRM uitsluitend vanuit economisch perspectief bestudeerd. In zijn rapport in 2020 raadt hij zelf aan om onderzoek naar de diversiteit van media-inhoud te stimuleren. Terecht, want in een meer geconcentreerde mediamarkt die ook van buitenaf onder druk wordt gezet wordt het des te belangrijker om de graad van inhoudelijke diversiteit blijvend te monitoren. Zo bleek uit ons eigen recent onderzoek dat mediaconcentratie ook zelfpromotie van de merken binnen de eigen groep in de hand werkt. Tot hiertoe gaat het echter vaak om eenmalige onderzoeken. De Vlaamse Regering maakt ondertussen werk van een systematische analyse van de onpartijdigheid van de VRT. Een bemoedigende eerste stap, maar dat is onvoldoende. Structureel onderzoek naar alle mediaspelers is nodig om het evenwicht te bewaren en titels onderling te kunnen vergelijken.

De Vlaamse mediamarkt brengt het er in vergelijking niet al te best van af. Daarbij is het belangrijk dat zowel mediaspelers zelf, mediabeleidsmakers en media-academici elk in de eigen boezem durven kijken. Verregaande synergiën op en vooral tussen verschillende redacties van dezelfde mediagroep zijn misschien noodzakelijk om concurrentieel te blijven, maar dreigen enkel bij te dragen tot een verdere verschraling van de diversiteit aan bronnen en actoren in het mainstream nieuwsaanbod, en toegang tot redacties nog exclusiever te maken. Vanuit politieke hoek is regelgeving omtrent (financiering voor) alternatieve mediaspelers en het onderzoeken van maatschappelijke gevolgen van mediaconcentratie gewenst. Onderzoekers, tenslotte, hebben gedeelde verantwoordelijkheid om studies op te zetten die deze problemen niet louter aankaarten, maar ook pistes bieden voor mogelijke oplossingen.

De drie zaken uit de vorige alinea zijn innig verstrengeld. Dat bemoeilijkt de situatie als geheel en het aanreiken van mogelijke aanbevelingen en oplossingen ervoor. Als we willen dat de Vlaamse mediamarkt niet enkel economisch rendabel blijft, maar ook een sterke maatschappelijke rol blijft spelen, moeten alle neuzen in dezelfde richting komen te staan. Het streven naar journalistenkorpsen die nauwer aansluiten bij de samenleving en die in alle vrij- en onafhankelijkheid hun rol als vierde macht kunnen botvieren zonder negatief beïnvloed te worden door fusies en besparingen - maar ook door pogingen uit politieke hoek om de pers in diskrediet te brengen - zou een gedeelde ambitie moeten zijn van politici, journalisten en academici. Zo zorgen we ervoor dat wanneer dit onderzoek binnen een paar jaar overgedaan wordt Vlaanderen bij de top behoort.

De resultaten van de Media for Democracy Monitor (MDM) worden vandaag voorgesteld in een webinar (in het Engels) en zijn vrij toegankelijk online. Meer informatie hierover is te vinden op deze website.

Media-onderzoekers uit achttien landen, waaronder de auteurs van dit stuk, analyseerden de effectiviteit van de pers als 'vierde macht' in het bewaken en bewaren van democratische principes als gatekeeper of poortwachter en in het mogelijk maken van een gelijkwaardig en representatief debat. De resultaten worden vandaag gepubliceerd in de Media for Democracy Monitor (MDM). De Vlaamse mediamarkt (de Franstalige werd niet onderzocht) strandt pas gedeeld dertiende. Daarmee laten we de Scandinavische landen en onze buurlanden voorgaan. Wat is er aan de hand?Eerst het goede nieuws: er is een overwegend gevarieerd en toegankelijk nieuwsaanbod voor de Vlaming. Zowel journalisten als beleidsmakers en academici gaan samen verstandig en helder om met desinformatie en zetten actief in op factchecking. Ethiek wordt hoog in het journalistieke vaandel gedragen, mede door de gekende Code van de Raad voor de Journalistiek. Maar op een aantal punten scoren we beduidend minder goed. Er zijn vier kritieke werkpunten waar we hier de aandacht op willen vestigen.Ten eerste lijkt onderzoeksjournalistiek in Vlaanderen onder druk te staan. Uiteraard verschijnen er in de Vlaamse nieuwsmedia regelmatig diepgravende reportages, maar structureel blijkt uit de MDM dat de werkmiddelen ervoor gevoelig gedaald zijn, ondanks een actieve en lovenswaardige Vlaamse vertegenwoordiging in internationale onderzoeksjournalistiekprojecten. Bovendien maakt amper één op de zes Vlaamse journalisten gebruik van de Wet op openbaarheid van bestuur, om overheidsdocumenten op te vragen. Ze ervaren de procedure als omslachtig en onpraktisch en ergeren zich, volkomen terecht, dat gevoeligere informatie vaak moeilijk of zelfs niet gedeeld wordt. Die twee zaken samen dreigen de waakhondfunctie van de Vlaamse vierde macht te kortwieken.Een globale ontwikkeling die verder uit de MDM naar voor komt en waar ook Vlaanderen niet aan ontsnapt is dat mediamarkten gevoelig geconcentreerder worden. Bij ons wordt dat jaarlijks bevestigd door de Vlaamse Regulator voor de Media (VRM). Slechts vier bedrijven bezitten nagenoeg alle grote Vlaamse nieuwsmerken op papier, radio en televisie. Door hun enorme schaalvoordelen en effectieve lobbypraktijken houden ze zo mee de alternatieve, zogenaamde online-only mediaspelers, in de marge. Toegegeven, een zekere vorm van concentratie is onvermijdelijk wil men het hoofd bieden aan internationale spelers zoals Facebook en Google die met het leeuwendeel van de online advertentiemarkt gaan lopen. Maar dan moeten er voldoende garanties zijn op een voldoende divers aanbod en redactionele onafhankelijkheid. Net daar wringt het schoentje.Een ander heikel punt betreft immers diversiteit, zowel op nieuwsredacties als in nieuwsinhoud. Er is anno 2021 nog steeds sprake van een glazen plafond voor vrouwelijke journalisten, dat bij alle onderzochte landen een probleem blijft. Van alle parameters in de studie scoort gendergelijkheid in nieuwsinhoud het slechtst. Voor Vlamingen met een migratieachtergrond blijkt dat plafond eerder van beton. Qua weerspiegeling van de etnische diversiteit in de hyperdiverse samenleving van vandaag scoren nagenoeg alle redacties erbarmelijk.Ten slotte wordt die concentratie in de Vlaamse mediamarkt door de VRM uitsluitend vanuit economisch perspectief bestudeerd. In zijn rapport in 2020 raadt hij zelf aan om onderzoek naar de diversiteit van media-inhoud te stimuleren. Terecht, want in een meer geconcentreerde mediamarkt die ook van buitenaf onder druk wordt gezet wordt het des te belangrijker om de graad van inhoudelijke diversiteit blijvend te monitoren. Zo bleek uit ons eigen recent onderzoek dat mediaconcentratie ook zelfpromotie van de merken binnen de eigen groep in de hand werkt. Tot hiertoe gaat het echter vaak om eenmalige onderzoeken. De Vlaamse Regering maakt ondertussen werk van een systematische analyse van de onpartijdigheid van de VRT. Een bemoedigende eerste stap, maar dat is onvoldoende. Structureel onderzoek naar alle mediaspelers is nodig om het evenwicht te bewaren en titels onderling te kunnen vergelijken. De Vlaamse mediamarkt brengt het er in vergelijking niet al te best van af. Daarbij is het belangrijk dat zowel mediaspelers zelf, mediabeleidsmakers en media-academici elk in de eigen boezem durven kijken. Verregaande synergiën op en vooral tussen verschillende redacties van dezelfde mediagroep zijn misschien noodzakelijk om concurrentieel te blijven, maar dreigen enkel bij te dragen tot een verdere verschraling van de diversiteit aan bronnen en actoren in het mainstream nieuwsaanbod, en toegang tot redacties nog exclusiever te maken. Vanuit politieke hoek is regelgeving omtrent (financiering voor) alternatieve mediaspelers en het onderzoeken van maatschappelijke gevolgen van mediaconcentratie gewenst. Onderzoekers, tenslotte, hebben gedeelde verantwoordelijkheid om studies op te zetten die deze problemen niet louter aankaarten, maar ook pistes bieden voor mogelijke oplossingen.De drie zaken uit de vorige alinea zijn innig verstrengeld. Dat bemoeilijkt de situatie als geheel en het aanreiken van mogelijke aanbevelingen en oplossingen ervoor. Als we willen dat de Vlaamse mediamarkt niet enkel economisch rendabel blijft, maar ook een sterke maatschappelijke rol blijft spelen, moeten alle neuzen in dezelfde richting komen te staan. Het streven naar journalistenkorpsen die nauwer aansluiten bij de samenleving en die in alle vrij- en onafhankelijkheid hun rol als vierde macht kunnen botvieren zonder negatief beïnvloed te worden door fusies en besparingen - maar ook door pogingen uit politieke hoek om de pers in diskrediet te brengen - zou een gedeelde ambitie moeten zijn van politici, journalisten en academici. Zo zorgen we ervoor dat wanneer dit onderzoek binnen een paar jaar overgedaan wordt Vlaanderen bij de top behoort.