Ook u hebt ze ongetwijfeld gezien: de aangrijpende, maar mensonterende foto's van ondervoede kinderen, vaak amper enkele maanden oud, in Jemen. De voorbije dagen 'sierden' ze de pagina's van enkele kranten.

Niets houdt Reynders tegen onze gewesten aan te sporen geen wapens meer te leveren aan Saoedi-Arabië.

Na drie jaar Saoedische bemoeienis - met bommen en wapens - hebben de cijfers onmenselijke proporties aangenomen. Minstens 85.000 kinderen jonger dan 5 jaar zijn sinds 2015 overleden door honger of ziekte, berekende Save The Children. Alsof dat niet volstond, voegde de Verenigde Naties daar nog aan toe dat 1,3 miljoen kinderen in Jemen vandaag aan extreme honger lijden, terwijl meer dan 8 miljoen Jemenieten bedreigd worden met hongersnood.

Omdat elke druppel op een hete plaat telt, is de vraag wat ons land kan betekenen om de tragedie in Jemen te doen stoppen. Kunnen we een puzzelstukje leggen dat écht een verschil kan maken? Het antwoord op die simpele vraag is ja en het goede nieuws is dat we daar met onze minister van Buitenlandse Zaken zelfs de geknipte persoon voor hebben. Meer zelfs, Didier Reynders kan een game changer zijn. Als hij wil. Daar is zelfs geen vijf minuten politieke moed voor nodig. Wel een portie menselijkheid en een verstandig beleid.

Zo heeft ons land vanaf januari een zitje in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Dat zitje biedt Reynders niet alleen de kans om in New York een vurig pleidooi te houden voor een onafhankelijk onderzoek naar de burgeroorlog in Jemen, maar ook om sancties te treffen tegen zij die kinderen uithongeren. Toegegeven, simpel is dat niet. Maar simpel is het nooit in tijden van oorlog. Er is geen enkel excuus om het niet te proberen, als kinderen bij bosjes sterven. Zo'n internationale coalitie zal diplomatie voor en gesprekken achter de schermen vergen, maar met Reynders' jarenlange ervaring twijfelen wij er niet aan dat hij mee de basis kan leggen van een vredesproces.

Maar nog beter nieuws is dat onze minister van Buitenlandse Zaken niet hoeft te wachten tot januari. Er is immers één beleidsdomein waar hij zijn gewicht helemaal in de schaal kan leggen: onze wapenexport. Vandaag is België de zesde grootste wapenexporteur naar Saoedi-Arabië; in 2017 alleen verdienden onze wapenbedrijven 152 miljoen euro aan de oorlog in Jemen; sinds het begin van het conflict verkocht België voor 762,1 miljoen euro aan wapens aan Saoedi-Arabië. Samengevat: terwijl Zweden, Denemarken en Duitsland al langer wapendeals met de Saoedi's verbieden, krijgen onze wapenfabrikanten nog altijd vrij spel.

'Ja maar, wapens, dat is toch Vlaamse en Waalse materie', horen we kenners denken. Klopt, maar op basis van een samenwerkingsakkoord uit 2007 met de gewesten heeft Reynders wel degelijk de macht om alle regio's samen te roepen en hen te wijzen op hun verantwoordelijkheid. Niets, werkelijk niets, houdt hem tegen om dat morgen al te doen met één simpele, maar duidelijke aansporing: stop met wapens te leveren aan Saoedi-Arabië. We raden hem meteen aan om zich niks aan te trekken van N-VA, Open VLD en CD&V, die zo'n voorstel al twee keer wegstemden in het Vlaamse parlement. Het zou de 25 miljoen euro, die zijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking Alexander De Croo vrijmaakte om de hongersnood in Jemen te bestrijden, alvast minder cynisch maken.

Terwijl Zweden, Denemarken en Duitsland al langer wapendeals met de Saoedi's verbieden, krijgen onze wapenfabrikanten nog altijd vrij spel.

'Zolang we met wapenleveringen dit conflict blijven voeden, zal de humanitaire waanzin niet stoppen', zei diezelfde Alexander De Croo niet zo lang geleden. En gelijk heeft hij. Als Vlaanderen en Wallonië weigeren moreel leiderschap te tonen, dan moet de Belgische minister van Buitenlandse Zaken die leemte opvullen en hen daartoe dwingen. Zo simpel is het. Want wapens verkopen aan een land dat niet alleen vrouwen- en mensenrechten met de voeten treedt, een oorlog in Jemen voert, maar ook onze samenlevingen mee hielp destabiliseren, wie krijgt dat uitgelegd?