"Daaruit zal iedere neutrale waarnemer kunnen opmaken dat de communicatie noodzakelijk, doorgesproken en adequaat was. In gelijkaardige omstandigheden zouden wij precies hetzelfde handelen. Een voorbeeld van klassieke crisiscommunicatie", klinkt het in de mededeling.

De dag na het voorval kwamen er vanuit de oppositie vragen over de persconferentie die De Wever donderdag gaf, samen met de politie.

Het overzicht begint om 10.45 uur met een patrouille van Defensie die een voertuig aan hoge snelheid over de Meir zag rijden. Tien minuten later kon het snelleresponsteam de bestuurder arresteren op de Sint-Michielskaai.

Om 12.43 uur kreeg de politiewoordvoerder de eerste vragen van de pers. Zeven minuten later nam de politie een eerste maal contact op met het Antwerpse parket "in verband met de inhoud van een mogelijke communicatie". Het antwoord van het parket wordt niet in de mededeling vermeld.

De politiewoordvoerders kregen daarna herhaaldelijk vragen van de pers, "met alsmaar meer de teneur dat er toch wel iets ernstigs aan de hand is". Om 13 uur besliste burgemeester De Wever "op basis van verdere afstemming met politie en parket een mogelijke communicatie voor te bereiden".

Een kwartier later vertrokken de korpschef, enkele politiemensen van het crisisteam en de politiewoordvoerders naar het stadhuis. Er werd afgesproken dat het kabinet de praktische organisatie van de persconferentie op zich nam en dat de politiewoordvoerders verder afstemden met het parket.

Om 13.21 uur volgde een tweede contactname met het Antwerpse parket over de inhoud van een mogelijke communicatie en navolgend sms-verkeer. De politiewoordvoerders probeerden drie minuten later contact op te nemen met het federaal parket, maar kregen niemand te pakken en lieten een bericht op de voicemail na.

Om 13.25 uur kreeg burgemeester De Wever een eerste versie van de verklaring die de korpschef zou afleggen.

Om 13.31 uur was er een eerste rechtstreeks contact tussen de politiewoordvoerders en het federaal parket. Zowel het Antwerpse als het federale parket drukten erop "niet te veel informatie te geven". Op basis daarvan werd de verwoording afgetoest.

Om 13.42 uur volgde een derde contact met het Antwerpse parket over de inhoud van een mogelijke communicatie en om 13.51 uur een tweede contact met het federale parket.

Om 14 uur - een kwartier voor de start van de persconferentie - meldde de Franstalige woordvoerder van de minister van Binnenlandse Zaken aan de kabinetswoordvoerder van De Wever dat de persmagistraat van het federaal parket met hem contact wenste. Die liet weten dat hij de burgemeester "er niet kan van weerhouden een persconferentie te geven". De kabinetswoordvoerder deelde hem mee dat de inhoud van de verklaring met zowel het lokaal als federaal parket was afgestemd en dat de burgemeester daar enkel zijn waardering over het optreden van Defensie en de lokale politie aan zou toevoegen.

In het document wordt ook nog gesteld dat de communicatie nodig was door "de brede speculaties in de pers en de signalen van bezorgde burgers". Aangezien de aanwezigheid van zowel militairen als politie op gevoelige plaatsen werd verhoogd, was "een geruststellende en feitelijke boodschap noodzakelijk", aldus de mededeling.

"Daaruit zal iedere neutrale waarnemer kunnen opmaken dat de communicatie noodzakelijk, doorgesproken en adequaat was. In gelijkaardige omstandigheden zouden wij precies hetzelfde handelen. Een voorbeeld van klassieke crisiscommunicatie", klinkt het in de mededeling. De dag na het voorval kwamen er vanuit de oppositie vragen over de persconferentie die De Wever donderdag gaf, samen met de politie.Het overzicht begint om 10.45 uur met een patrouille van Defensie die een voertuig aan hoge snelheid over de Meir zag rijden. Tien minuten later kon het snelleresponsteam de bestuurder arresteren op de Sint-Michielskaai. Om 12.43 uur kreeg de politiewoordvoerder de eerste vragen van de pers. Zeven minuten later nam de politie een eerste maal contact op met het Antwerpse parket "in verband met de inhoud van een mogelijke communicatie". Het antwoord van het parket wordt niet in de mededeling vermeld. De politiewoordvoerders kregen daarna herhaaldelijk vragen van de pers, "met alsmaar meer de teneur dat er toch wel iets ernstigs aan de hand is". Om 13 uur besliste burgemeester De Wever "op basis van verdere afstemming met politie en parket een mogelijke communicatie voor te bereiden". Een kwartier later vertrokken de korpschef, enkele politiemensen van het crisisteam en de politiewoordvoerders naar het stadhuis. Er werd afgesproken dat het kabinet de praktische organisatie van de persconferentie op zich nam en dat de politiewoordvoerders verder afstemden met het parket. Om 13.21 uur volgde een tweede contactname met het Antwerpse parket over de inhoud van een mogelijke communicatie en navolgend sms-verkeer. De politiewoordvoerders probeerden drie minuten later contact op te nemen met het federaal parket, maar kregen niemand te pakken en lieten een bericht op de voicemail na. Om 13.25 uur kreeg burgemeester De Wever een eerste versie van de verklaring die de korpschef zou afleggen. Om 13.31 uur was er een eerste rechtstreeks contact tussen de politiewoordvoerders en het federaal parket. Zowel het Antwerpse als het federale parket drukten erop "niet te veel informatie te geven". Op basis daarvan werd de verwoording afgetoest. Om 13.42 uur volgde een derde contact met het Antwerpse parket over de inhoud van een mogelijke communicatie en om 13.51 uur een tweede contact met het federale parket. Om 14 uur - een kwartier voor de start van de persconferentie - meldde de Franstalige woordvoerder van de minister van Binnenlandse Zaken aan de kabinetswoordvoerder van De Wever dat de persmagistraat van het federaal parket met hem contact wenste. Die liet weten dat hij de burgemeester "er niet kan van weerhouden een persconferentie te geven". De kabinetswoordvoerder deelde hem mee dat de inhoud van de verklaring met zowel het lokaal als federaal parket was afgestemd en dat de burgemeester daar enkel zijn waardering over het optreden van Defensie en de lokale politie aan zou toevoegen. In het document wordt ook nog gesteld dat de communicatie nodig was door "de brede speculaties in de pers en de signalen van bezorgde burgers". Aangezien de aanwezigheid van zowel militairen als politie op gevoelige plaatsen werd verhoogd, was "een geruststellende en feitelijke boodschap noodzakelijk", aldus de mededeling.