Ongeëvenaarde werkdrift, tomeloze energie en een haast grenzeloze verbeelding, vaak overgoten met drank en aangevuurd door ontelbare sigaretten, zo ontstond en ontstaat nog altijd het oeverloze oeuvre van Fred Bervoets (Burcht, 1942).
...

Ongeëvenaarde werkdrift, tomeloze energie en een haast grenzeloze verbeelding, vaak overgoten met drank en aangevuurd door ontelbare sigaretten, zo ontstond en ontstaat nog altijd het oeverloze oeuvre van Fred Bervoets (Burcht, 1942). Er staat geen maat op de werklust noch op de ontembare fantasie van de nu 77-jarige kunstenaar die mettertijd naar Antwerpen verkaste om eerst te studeren aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en daarna aan het Hoger Instituut aldaar. Van toen is hij in de Scheldestad gebleven en is hij het uithangbord en de ankerplaats geworden van de Galerie De Zwarte Panter.Binnen de context van de Belgische beeldende kunst is Bervoets een unieke figuur wiens stijl zo persoonlijk is dat hij nergens thuishoort behalve bij zichzelf. Aanvankelijk heeft hij wat geflirt met de COBRA-beweging maar dat was maar een opstapje naar een uitermate eigen idioom. Dat houdt nu al jaren het midden tussen brutalisme, nooit ophoudende fantasie en, vaak verborgen, een gevoeligheid, noem het mededogen, dat de complexiteit van zijn persoonlijkheid hevig illustreert. Die complexiteit is er ook te vinden in zijn schilderijen en soms monumentale etsen waarvan de stijl, post factum beschouwd, thematisch noch stilistisch weinig homogeen is en zich in periodes kan lezen. Zijn inspiratie haalt hij meestal als verhalend schilder bij zijn persoonlijke leef- en ideeënwereld. Ieder werk dat hij toont is een beleefde of gefantaseerde gebeurtenis en vaak is hij zelf een van de betrokken personages die een soms lijdende en soms triomferende rol spelen. Dit zijn werken die de toeschouwer moet lezen en niet alleen maar om het ingebouwde verhaal en niet minder om het picturale element dat soms verwarrend lijkt maar waarvan de opbouw zelden of nooit uit evenwicht valt.Een opvallend element is dat Bervoets vaak in reeksen werkt waarvan hij de inhoud keert en draait tot hij, volgens hem, uitgeput is. Alles is gezegd. Deze kunstenaar schaamt zich ook niet om ook het sentiment een plaats in zijn werk te geven. De dood van die andere Zwarte Panter-kompanen, Jan Cox en de Oostenrijker Alfred Klinkan, hebben hem gedetermineerd, minder in zijn werk dan op persoonlijk vlak. Het waren vrienden, compagnons de route en gelijkgestemden, zoals ook de eigenzinnige Albert Szukalski die met zijn witte plaasteren uitgeholde figuren een nieuwe dimensie aan de beeldhouwkunst heeft trachten te geven. Met hen verdween een kameraadschap die vruchtbaar was geweest in zijn creatief proces. In een bepaalde levensfase ontdekte hij de relevantie van de etstechniek die hij nog tijdens zijn studies had leren kennen. Die kunstvorm, die al in de 17e eeuw beoefend werd, heeft hij een nieuw aspect gegeven. Normaal wordt met een etsnaald een compositie getekend op een metalen plaat die daarna met inkt wordt ingewreven en dan door een pers wordt gehaald zodat een grafisch werk ontstaat. Bervoets ging anders te werk. Hij nam zinken platen en "tekende" met salpeterzuur rechtstreeks op de drager. Een totaal andere techniek en bovendien uitermate ongezond. Die werkwijze liet hem toe sneller tot een resultaat te komen. Het was als schilderen voor hem. Hij dacht de resultaten ook monumentaal wat in feite oneigen is aan de intimiteit van het genre. Maar Bervoets realiseerde verschillende delen, zo groot hij kon, drukte die en voegde ze later samen tot één geheel. Zo ontstonden gekleurde etsen op een formaat dat ongekend was.In zijn jongste werken wordt het zelfportret dominanter. Niet als een ijdele vorm van zelfgenoegzaamheid maar als een figuur die bewuster is geworden van het kunstenaarschap maar ook van de vergankelijkheid die kan bestreden worden door te werken en heftig te leven. Fred Bervoets is een geval apart en, ondanks de inzet van Adriaan van Raemdonck die zijn galerie De Zwarte Panter verbond aan het werk van deze kunstenaar, is hij er nooit in geslaagd om door te dringen buiten België. Hij bleef, ook in de cenakels van Brussel of Wallonië, een nobele onbekende. Wat is het probleem? Aan zijn authenticiteit ligt het alvast niet, die staat buiten kijf, zijn schilderkunstige kwaliteiten worden niet betwist. Misschien is zijn tekort dat hij, ook als mens, te origineel is, te schuchter, te relativerend om te kunnen functioneren in de internationale kunstwereld die toch verwacht dat een artiest zichzelf weet te verkopen door lef, grootspraak en nooit geïntimideerd wordt door een vreemde omgeving. Daar heeft Bervoets lak aan en dat wordt hem aangerekend door hem te negeren. Al is zijn werk wel een andere appreciatie waard.