In de jaren zestig van de vorige eeuw hielden in Antwerpen Rosse Leila en zwarte Lola het voor bekeken. Ze hadden er genoeg van de mannen van op hun rug te bekijken en trokken weg uit hun bordeel De Zwarte Panter. Het pand werd kort daarna voor een civiel prijsje verhuurd aan een jonge student van de Academie voor Schone Kunsten, Adriaan Raemdonck (Pepingen, 1945) die er hals over kop een tentoonstellingsruimte, het woord galerie was nog te elitair, begon met de bedoeling er werk te tonen van zijn medestudenten.
...

In de jaren zestig van de vorige eeuw hielden in Antwerpen Rosse Leila en zwarte Lola het voor bekeken. Ze hadden er genoeg van de mannen van op hun rug te bekijken en trokken weg uit hun bordeel De Zwarte Panter. Het pand werd kort daarna voor een civiel prijsje verhuurd aan een jonge student van de Academie voor Schone Kunsten, Adriaan Raemdonck (Pepingen, 1945) die er hals over kop een tentoonstellingsruimte, het woord galerie was nog te elitair, begon met de bedoeling er werk te tonen van zijn medestudenten. Enkele jaren later werd het pand onbewoonbaar verklaard en zou dit wat exclusieve initiatief op de fles gaan. De redding kwam van Hilda, de dochter van de toenmalige burgemeester Lode Craeybeckx, wiens kabinetchef zij was. Zij bemiddelde bij het OCMW om de leegstaande kapel van het voormalige Sint Julianus gasthuis uit de 16e eeuw in de Hoogstraat, op een steenworp van het Stadhuis ter beschikking te stellen van de jonge kunstenaar/galerist. Zo werd de huidige expositieruimte een vervolg op het studenteninitiatief en bleef de naam de Zwarte Panter voortleven. Al vijftig jaar houden Adriaan Raemdonck en zijn onafscheidelijke hondje de permanentie in de galerie voor de meest verscheiden bezoekers, kunstliefhebbers, de toevallige voorbijgangers of de drentelende toeristen die in de Hoogstraat, bij de Antwerpse Grote Markt binnen lopen. Er is altijd wat te beleven want kunstenaars, al lang geen studenten aan de Academie meer, van diverse strekkingen krijgen er hun kans en vaak publiceert de galerie er ook nog een monografisch boek bij. Er is één constante en dat is Fred Bervoets die permanent een eigen zaal heeft en compagnon de route was van het allereerste begin. Raemdonck vertelt graag de anekdote dat hij zelf het schilderen opgaf toen Bervoets een tube verf kwam lenen en die uitspoot rechtstreeks op het doek zonder penseel te gebruiken. Toen hij het resultaat zag was Raemdonck er van overtuigd dat hij maar best zijn penseel aan de wilgen kon hangen. Einde schilderscarrière. Maar hij zou voortaan ten dienste staan van hen die met hun werk ook wat te zeggen wilden hebben. Fred Bervoets hoorde daar vanzelfsprekend bij en ook de beeldhouwer Walter Goossens en de oudere schilder Jan Cox die teruggekeerd was uit de Verenigde Staten waar hij professor geweest was aan de universiteit en in Antwerpen een nieuwe thuishaven had gevonden. Zowel voor hem als voor Bervoets heeft Raemdonck zich zijn hele carrière als galerist volledig ingezet. Cox heeft hij opnieuw onder de aandacht gebracht en Bervoets heeft in de galerie nu zijn eigen zaaltje.In 1970 startte hij met de grafiekers Herbert Binnenweg, Roger Vandaele en Roger Van Akelijen een ets- en zeefdrukatelier dat de affiches en ander drukwerk van de galerie verzorgden maar werkte ook samen met auteurs als Roger de Neef en Jeroen Olyslaegers waaruit bibliofiele edities ontstonden die uniek in hun genre waren. Ook dubbeltalenten zoals Hugo Claus, Paul de Vree, Pjeroo Roobjee, Marcel van Maele en Jan Vanriet associeerden zich met De Zwarte Panter via tentoonstellingen en uitgaven. De vroegere kapel waarvan de authentieke marmeren communiebank ondertussen vele bierglazen heeft gedragen was een eigenzinnige kosmos geworden waar ook muziek en poëzie bij betrokken werd. Het vrije woord heerste in beeld en teksten en het eertijdse gebedshuis werd ook het onthaalpunt voor hun Arkprijs die er werd uitgereikt.Samengevat werd De Zwarte Panter een unieke ontmoetingsplaats voor iedereen die nieuwsgierig was naar kunstvormen die wel niet tot de avant-garde behoorden maar toch een bepaald geluid wilden horen dat vaak erg persoonlijk was en nergens anders werd getoond. Vijftig jaar is lang voor een kunstgalerie en het geheugen is kort. Daarom kan men nu in de Nottebohmzaal van de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience in Antwerpen een uitermate kleurrijke en diverse tentoonstelling zien van kunstenaarsboeken die door de galerie werden uitgegeven en waarin tekst en beeld parallel hun verhaal vertellen. Het is een feestelijke uitstalling van wat zich, onder impuls van Adriaen Raemdonck, vijftig jaar lang in de Antwerpse kunstwereld afspeelde.