Soms overtreft de realiteit de verbeelding. Jammer genoeg voor mijn cliënten is dat zeer vaak het geval wanneer het op de levensomstandigheden in bepaalde Belgische gevangenissen aankomt. Ook al ben ik al jarenlang op de hoogte van de schrijnende omstandigheden in onze gevangenissen, soms grijpt een verhaal mij alsnog rauw naar de keel. Zo ook gisteren, toen een cliënt mij met een toegeknepen stem aan de telefoon beschreef in welke omstandigheden hij sinds enkele weken zijn dagen en nachten moet zien door te komen. Dat hij met twee mensen een cel van een paar vierkante meter deelt; dat deze drie mensen slechts over twee stoelen beschikken, waardoor ze om de beurt moeten eten; dat het stapelbed in de cel slechts plaats biedt aan 2 personen, wie pech heeft, belandt op een matras op de grond. Wanneer 's nachts de nood hoog is, brengt alleen een nachtemmer soelaas. Zonder privacy. In het beste geval wordt de emmer de volgende ochtend weer opgehaald. De nacht kan heel donker zijn op die manier.

Wanneer ik inhaak na mijn gesprek met mijn cliënt, schieten de recente woorden van Boris Johnson me door het hoofd: hoewel "zacht" de perfecte manier is om Franse kazen op te dienen, is dat volgens de Britse eerste minister niet de manier waarop we het bestraffen van misdadigers moeten aanpakken. Met die woorden haalde Johnson een geliefkoosd waanidee van stal, waaraan een bepaald segment van het politieke spectrum zich graag vergaloppeert: hoe harder en langer we zouden straffen, hoe grondiger we de misdaad onder de knoet zouden kunnen houden, hoe veiliger onze straten, hoe geruster ons gemoed.

Ik weet niet hoe het met u zit, maar wanneer ik denk aan de omstandigheden die mijn cliënt mij beschreef, en die wij als samenleving minstens blijken te gedogen, sust dat allerminst mijn gemoed. Maar nog los van mijn persoonlijke morele kompas, staat ook de wetenschap voor een raadsel wanneer ze weer een schare populisten (of, in het beste geval, naïevelingen) achter de vlag van het langer-en-harder-straffen-discours aan ziet marcheren.

Mensen opsluiten in een gevangenis voor minder zware feiten heeft geen enkel positief effect.

Zo toont een Nederlandse studie uit 2012 reeds onmiskenbaar aan dat langere straffen een groter recidive in de hand werken. Daarnaast verscheen eerder deze maand een studie die, op basis van grootschalig onderzoek in het Verenigd Koninkrijk, zwart op wit concludeert dat harder straffen een enorm negatieve impact heeft op het mentale welzijn, de ontwikkeling en dus ook de recidivecijfers van in het bijzonder jonge gedetineerden. Zoals steeds geldt ook voor detentie-beleid dat men zaait wat men oogst. Gedetineerden die lang en hard gestraft worden, ontpoppen zich niet, tussen de vier muren van hun cel, spontaan tot modelburgers. Integendeel. Eerlijk gezegd moet dit ook niet verbazen. Hoe zou het met uw persoonlijke ontwikkeling gesteld zijn, wanneer u jarenlang in het regime zou moeten functioneren dat mijn cliënt hierboven beschreef?

Desondanks heeft ook in België de retoriek van de hardere straffen voet aan de grond gekregen, nu vanaf december 2021 ook kortere gevangenisstraffen uitgevoerd zullen worden. De onderliggende reden is dat men wil optreden tegen een gevoel van straffeloosheid dat zou bestaan bij de bevolking. Zo dit gevoel inderdaad bestaat, leert mijn ervaring als strafrechtadvocaat dat dit absoluut ten onrechte is. In ieder geval zou men hopen dat de wetgever zich niet laat leiden door stemmingmakerij en gratuit op sociale media rondgestrooide verontwaardiging, maar door wetenschappelijk vaststelbare feiten. Bijvoorbeeld het feit dat mensen opsluiten in een gevangenis voor minder zware feiten geen enkel positief effect heeft.

Wij bouwen gevangenissen om wat wij als "het kwade" beschouwen te isoleren en ver buiten het bereik van onze eigen levens te houden. Wij bouwen gevangenissen als monumentale, afschrikwekkende memento's dat wie de regels niet respecteert, niet langer mee mag spelen. Fundamenteel bouwen wij gevangenissen omdat wij bang zijn. Die angst is begrijpelijk. Het gebeurt dat een hand zonder mededogen neemt wat haar niet toekomt - of dat nu spullen zijn, iemands integriteit of zelfs iemands leven. Maar hoe begrijpelijk die angst ook is, hij mag het niet van ons overnemen. Wanneer angst de teugels van onze samenleving overneemt, raakt deze uit koers, zoals in het mythologische verhaal waarin de zonnegod zijn wagen laat mennen door zijn zoon. De zoon kan de vurige paarden niet in bedwang houden en stort onherroepelijk in een vuurzee te pletter.

Misdaad laat zich niet voorkomen. Deze waarheid is even eenvoudig als triest. Het risico dat iemand het sociaal contract schendt door feiten te plegen die wij collectief als strafbaar hebben aangemerkt, is inherent aan het feit dat wij met elkaar samen trachten te leven. Wanneer dat laatste onze volgehouden ambitie blijft, zouden wij er echter beter aan doen om ons detentiebeleid te herdenken.

Johan Heymans is vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten, gespecialiseerd in strafrecht en mensenrechten; en lid van de Vrijdaggroep.

Soms overtreft de realiteit de verbeelding. Jammer genoeg voor mijn cliënten is dat zeer vaak het geval wanneer het op de levensomstandigheden in bepaalde Belgische gevangenissen aankomt. Ook al ben ik al jarenlang op de hoogte van de schrijnende omstandigheden in onze gevangenissen, soms grijpt een verhaal mij alsnog rauw naar de keel. Zo ook gisteren, toen een cliënt mij met een toegeknepen stem aan de telefoon beschreef in welke omstandigheden hij sinds enkele weken zijn dagen en nachten moet zien door te komen. Dat hij met twee mensen een cel van een paar vierkante meter deelt; dat deze drie mensen slechts over twee stoelen beschikken, waardoor ze om de beurt moeten eten; dat het stapelbed in de cel slechts plaats biedt aan 2 personen, wie pech heeft, belandt op een matras op de grond. Wanneer 's nachts de nood hoog is, brengt alleen een nachtemmer soelaas. Zonder privacy. In het beste geval wordt de emmer de volgende ochtend weer opgehaald. De nacht kan heel donker zijn op die manier. Wanneer ik inhaak na mijn gesprek met mijn cliënt, schieten de recente woorden van Boris Johnson me door het hoofd: hoewel "zacht" de perfecte manier is om Franse kazen op te dienen, is dat volgens de Britse eerste minister niet de manier waarop we het bestraffen van misdadigers moeten aanpakken. Met die woorden haalde Johnson een geliefkoosd waanidee van stal, waaraan een bepaald segment van het politieke spectrum zich graag vergaloppeert: hoe harder en langer we zouden straffen, hoe grondiger we de misdaad onder de knoet zouden kunnen houden, hoe veiliger onze straten, hoe geruster ons gemoed. Ik weet niet hoe het met u zit, maar wanneer ik denk aan de omstandigheden die mijn cliënt mij beschreef, en die wij als samenleving minstens blijken te gedogen, sust dat allerminst mijn gemoed. Maar nog los van mijn persoonlijke morele kompas, staat ook de wetenschap voor een raadsel wanneer ze weer een schare populisten (of, in het beste geval, naïevelingen) achter de vlag van het langer-en-harder-straffen-discours aan ziet marcheren.Zo toont een Nederlandse studie uit 2012 reeds onmiskenbaar aan dat langere straffen een groter recidive in de hand werken. Daarnaast verscheen eerder deze maand een studie die, op basis van grootschalig onderzoek in het Verenigd Koninkrijk, zwart op wit concludeert dat harder straffen een enorm negatieve impact heeft op het mentale welzijn, de ontwikkeling en dus ook de recidivecijfers van in het bijzonder jonge gedetineerden. Zoals steeds geldt ook voor detentie-beleid dat men zaait wat men oogst. Gedetineerden die lang en hard gestraft worden, ontpoppen zich niet, tussen de vier muren van hun cel, spontaan tot modelburgers. Integendeel. Eerlijk gezegd moet dit ook niet verbazen. Hoe zou het met uw persoonlijke ontwikkeling gesteld zijn, wanneer u jarenlang in het regime zou moeten functioneren dat mijn cliënt hierboven beschreef? Desondanks heeft ook in België de retoriek van de hardere straffen voet aan de grond gekregen, nu vanaf december 2021 ook kortere gevangenisstraffen uitgevoerd zullen worden. De onderliggende reden is dat men wil optreden tegen een gevoel van straffeloosheid dat zou bestaan bij de bevolking. Zo dit gevoel inderdaad bestaat, leert mijn ervaring als strafrechtadvocaat dat dit absoluut ten onrechte is. In ieder geval zou men hopen dat de wetgever zich niet laat leiden door stemmingmakerij en gratuit op sociale media rondgestrooide verontwaardiging, maar door wetenschappelijk vaststelbare feiten. Bijvoorbeeld het feit dat mensen opsluiten in een gevangenis voor minder zware feiten geen enkel positief effect heeft. Wij bouwen gevangenissen om wat wij als "het kwade" beschouwen te isoleren en ver buiten het bereik van onze eigen levens te houden. Wij bouwen gevangenissen als monumentale, afschrikwekkende memento's dat wie de regels niet respecteert, niet langer mee mag spelen. Fundamenteel bouwen wij gevangenissen omdat wij bang zijn. Die angst is begrijpelijk. Het gebeurt dat een hand zonder mededogen neemt wat haar niet toekomt - of dat nu spullen zijn, iemands integriteit of zelfs iemands leven. Maar hoe begrijpelijk die angst ook is, hij mag het niet van ons overnemen. Wanneer angst de teugels van onze samenleving overneemt, raakt deze uit koers, zoals in het mythologische verhaal waarin de zonnegod zijn wagen laat mennen door zijn zoon. De zoon kan de vurige paarden niet in bedwang houden en stort onherroepelijk in een vuurzee te pletter. Misdaad laat zich niet voorkomen. Deze waarheid is even eenvoudig als triest. Het risico dat iemand het sociaal contract schendt door feiten te plegen die wij collectief als strafbaar hebben aangemerkt, is inherent aan het feit dat wij met elkaar samen trachten te leven. Wanneer dat laatste onze volgehouden ambitie blijft, zouden wij er echter beter aan doen om ons detentiebeleid te herdenken. Johan Heymans is vennoot bij Van Steenbrugge Advocaten, gespecialiseerd in strafrecht en mensenrechten; en lid van de Vrijdaggroep.