James Gilligan, een Amerikaanse psychiater die zijn carrière gewijd heeft aan het werken met gewelddadige gedetineerden, omschrijft gevangenisstraffen als sociale en psychologische vormen van geweld. Meer nog, hij stelt dat de omstandigheden waarin gedetineerden in Amerika en vele andere landen moeten leven de ideale voedingsbodem zijn voor geweld: voor het gewelddadig maken van mensen die voorheen niet gewelddadig waren en voor het nog gewelddadiger maken van diegenen die reeds gewelddelicten pleegden. Stel dat we doelbewust de omstandigheden zouden willen creëren die het meest effectief zijn om gewelddadige misdaden in een samenleving te vermeerderen, dan hebben we de meest geschikte formule reeds voorhanden: wat we momenteel het strafrecht en de gevangenis noemen.

De gevangenis werkt niet.

Ons huidige gevangenissysteem, en de filosofie van vergelding en pijniging waarop het grotendeels gebaseerd is, vormen volgens Gilligan een even grote bedreiging voor onze publieke veiligheid als gewelddadige misdaad op zich.

Hoewel sommige gevangenen aangeven dat de gevangenis voor hen een moment van ommekeer was, en dit ongetwijfeld zo zal zijn voor sommige plegers van misdrijven, argumenteren zo goed als alle experten dat het repressieve gevangenissysteem zoals we dit vandaag kennen niet werkt. Integendeel, er valt meer te zeggen voor de misdrijf-bevorderende aard van de overgrote meerderheid van de gevangenissen dan dat een verblijf in de gevangenis het plegen van nieuwe misdrijven daadwerkelijk tegengaat.

Dit heeft tal van redenen: het gebrek aan gezonde sociaal-emotionele ervaringen, de langdurige afzondering, het tekort of totaal gebrek aan lichamelijke en mentale gezondheidszorg, de overbevolking, de aantasting van iemands capaciteit tot zelfcontrole en zelfredzaamheid, het voeden van aangeleerde hulpeloosheid door quasi alle vormen van eigen inbreng, initiatief en dagdagelijkse beslissingen weg te nemen, het verbreken van familiale banden en sociale relaties, het hypothekeren van toekomstige werkmogelijkheden en huisvesting, de sociale stigmatisering en zelfstigmatisering, gevoelens van schaamte en minderwaardigheid, ... De detentieschade die gedetineerden en hun naasten op korte en lange termijn ervaren is immens. Kortom, een tough on crime-beleid, gestoeld op massale opsluiting, vormt de antithese van een goed preventief beleid.

Noodzakelijke ommekeer

Uiteraard heeft de overheid de plicht om haar burgers te beschermen en moeten personen die een ernstig gevaar vormen voor de samenleving uit de samenleving verwijderd worden, maar dit betekent niet dat harde straffen en sociaal-emotionele ontberingen wenselijk dan wel verantwoord zijn. Sancties zijn nodig uit respect voor de slachtoffers. Gilligan stelt evenwel dat het geen steek houdt om harde gevangenisstraffen onder de noemer van respect voor slachtoffers te bepleiten. Wat ons huidig strafsysteem doet, veeleer dan tijd en geld te besteden aan het helpen en ondersteunen van slachtoffers, is ongelofelijk veel tijd en geld besteden aan het pijnigen van misdadigers. Respect voor slachtoffers is, helaas, allerminst hun centrale focus. Gilligan pleit niet voor een hervorming van onze gevangenissen aangezien het basisontwerp van een gevangenis zoals wij die kennen van nature misdrijf-bevorderend is, maar voor een volledige ommekeer in de manier waarop we aan strafrecht en bestraffing doen.

De belangrijkste sociaal-economische en politieke voorwaarden voor geweld en ernstige misdaden zoals moord zijn volgens Gilligan de ongelijkheden die bestaan in een samenleving: het 'wij tegenover zij'-gevoel, arm versus rijk, de sterke versus de zwakke, de hooggeschoolde versus de laaggeschoolde, enzovoort. Hoe groter de kloof tussen arm en rijk, en hoe groter de sociaal-economische ongelijkheid, hoe hoger de mate en ernst van gewelddadige misdaden in een samenleving zal zijn. Kortom, de mate waarin destructieve vormen van 'wij-zij'-denken - waarbij sommige leden van de samenleving zichzelf identificeren als superieur en anderen als inferieur - ideologisch en structureel ingebed zijn, vormt de beste predictor van de mate en ernst van gewelddelicten in een samenleving.

Menselijke waardigheid

Gilligans jarenlange werk met gewelddadige gedetineerden bracht hem tot de conclusie dat één van de belangrijkste psychologische voorwaarden voor geweld ligt in gevoelens van minderwaardigheid en schaamte, gevoelens die ons huidige gevangenissysteem in de hand werkt. Heel vaak is het zo dat de meest gewelddadige misdadigers zelf het slachtoffer waren van de meest gruwelijke vormen van verwaarlozing, mishandeling en misbruik tijdens hun kindertijd. Wanneer iemand zijn menselijke waardigheid in het gedrang komt en herhaaldelijk als inferieur, waardeloos, nutteloos, zwak en dom bestempeld en behandeld wordt, ontstaat er een proces waarbij die persoon het gebrek aan respect voor zijn menselijke waardigheid vroeg of laat noodgedwongen en soms op desastreuze wijze zal opeisen.

Een evenzeer kritische kijk op het gevangenissysteem vinden we terug bij tal van nationale en internationale experten, waaronder Daniel Nagin (criminoloog), Sonja Snacken (criminologe), Arne Kvernik (psycholoog en ex-gevangenisdirecteur), William Kelly (socioloog) en Federica Coppola (juriste); maar ook in het recente boek Achter Tralies van de Belgische gevangenisdirecteur Hans Claus.

De zogenaamde 'war on drugs' leidt tot overbevolkte gevangenissen, waarbij vooral de kleine drugdealers in de gevangenis belanden, en de druggerelateerde criminaliteit allerminst verdwijnt. Claus houdt een pleidooi om onze gevangenissen te vervangen door detentiehuizen die daadwerkelijk rehabilitatie en resocialisatie beogen, herval verminderen en op lange termijn een forse besparing in het kostenplaatje opleveren. Zowel op basis van de wetenschappelijke kennis die we hebben als vanuit ethisch perspectief kan ik Claus volmondig bijtreden wanneer hij schrijft: 'Een genormaliseerd klimaat, waarin we de gedetineerde als een mens behandelen, is volgens mij veel veiliger'.

Farah Focquaert is filosofe en doceert wijsgerige antropologie en ethiek aan de Universiteit Gent. Haar ethisch onderzoek situeert zich in het domein van de forensische psychiatrie en de behandeling van psychiatrische aandoeningen. Ze is één van de vier oprichters van The Justice Without Retribution Network, opgestart in 2015. Dit is een multidisciplinair netwerk dat onderzoekers samenbrengt uit de rechten, psychologie, psychiatrie, neurologie en filosofie.

Farah Focquaert is te gast op het filosofiefestival Nacht van de Vrijdenker op zaterdag 9 november in de Vooruit (Gent). Zij praat er met gevangenisdirecteur Hans Claus en de Nederlandse neuropsychologen Liza Cornet en Jesse Meijers over de nood aan een verandering van ons gevangenissyteem én ons denken over straf en vergelding. Die avond staan er nog meer dan dertig denkers uit binnen- en buitenland op het programma, met o.m. Susan Neiman, TomᨠSedlá?ek, Sarah Bakewell, Philippe Van Parijs, Donald Robertson, Diana Fleischman, Ludo Abicht en Tinneke Beeckman Info en tickets: nachtvandevrijdenker.be