Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) wil straffeloosheid tegengaan. 'Wie vijftien dagen cel krijgt, zal die effectief moeten uitzitten', klinkt het. 'We willen justitie sneller, menselijker en straffer maken'. Na decennialange besparingen, maken velen onder ons automatisch de bedenking 'wat mag dat dan wel kosten?'. Van Quickenborne spreekt over investeringen in justitie van bijna een half miljard euro per jaar tegen 2024. Naast een waslijst van stevig uitgewerkte plannen, wil hij ook het gevangeniswezen versterken door het aanwerven van 199 nieuwe personeelsleden en door het bijbouwen van nieuwe gevangenissen, transitie- en detentiehuizen. Straffe plannen. De Minister van Justitie haalt hier het onderste uit de kan om de barsten te dichten van de spreekwoordelijke penitentiaire dam die klaarblijkelijk op springen staat. Maar is dit geen verloren strijd?

Overbevolking

Begin april circuleerden enkele resultaten uit de jaarlijkse gevangenisstatistieken van de Raad van Europa. Daaruit blijkt dat per 100 beschikbare plaatsen in detentie, ons land maar liefst 117 gedetineerden telt. Enkel Turkije (127) en Italië (120) doen slechter. Ondanks de reeds decennialange overbevolking, zijn we er nog altijd niet in geslaagd om dit probleem daadwerkelijk op te lossen. Recente investeringen in nieuwe gevangenissen te Hasselt (2005), Marche-en-Famenne (2013), Leuze-en-Hainaut (2014) en Beveren (2014) en nieuwe forensische centra in Gent en Antwerpen mochten blijkbaar niet baten. Erger zelfs, al dat bijbouwen creëerde kennelijk een nog hogere behoefte aan extra capaciteit.

De penitentiaire dam staat op springen: enkel cellen bijbouwen zal niet volstaan.

Om verouderde gevangenissen te vervangen en de overbevolking aan te pakken, bouwt onze huidige regering momenteel nog twee nieuwe exemplaren, in Dendermonde (cap. 444) en Haren (cap.1190), en maken ze plannen om er te bouwen in Antwerpen (cap.440), Leopoldsburg (cap. 312), regio Luik (cap. 312), Verviers (cap. 240) en Vresse-sur-semois (cap. 312).

Kortgestraften

Mochten bovenstaande cijfers ons nog niet voldoende aangrijpen, lezen we nu dat onze Minister van Justitie vanaf 01/12/2021 elke straf wil uitvoeren. Ook de korte straffen onder drie jaar. Er wordt geschat dat er hierdoor een 600-tal nieuwe gedetineerden bijkomen. Van Quickenborne verwijst als oplossing naar Haren en Dendermonde, maar ook naar de komst van detentiehuizen om deze korte straffen op te vangen.

Het is duidelijk dat onze Minister van Justitie de overbevolking te lijf wil gaan door extra capaciteit bij te bouwen. Het verleden leert ons echter dat dit vaak maar een tijdelijke of zelfs geen oplossing is. De vele nieuwe plaatsen riskeren op termijn toch weer volledig vol te geraken. De intentie om gevangenissen bij te bouwen gaat immers dikwijls hand in hand met de roep om meer te straffen, de inwerkingtreding van de korte straffen vanaf 01/12/2021 is daar een voorbeeld van. Geen kritiek op deze nieuwe wet die opgesteld werd om de straffeloosheid aan te pakken, maar helaas opnieuw een barst in onze penitentiaire dam.

Personeelstekort

Ook het gevangenispersoneel loopt op hun tandvlees. Niet enkel door de coronamaatregelen die binnen de gevangenissen zwaar doorwogen, maar ook door het aanhoudende personeelstekort, de rekruteringsproblemen en de heersende cultuur binnen zo'n gevangenis. De vakbonden besluiten meer dan eens te staken. Beschouw dit maar als een noodkreet vanuit een sector die al decennia in crisis is.

Dat onze Minister van Justitie massaal wil aanwerven is een goede zaak, maar simultaan ontstaan elders groeipijnen. De huidige equipe zal, ondanks de stevige uitbreiding, toch weer tegen zijn grenzen aanlopen.

Waar het schoentje knelt

We worden niet alleen geconfronteerd met de vele stakingen en de steeds stijgende behoefte aan meer capaciteit, ook hoge recidivecijfers, incidenten en de vele Europese veroordelingen door het Europees Comité voor de Preventie van Foltering zetten druk op de ketel. De druk op het systeem is niet veel langer vol te houden en door het simpelweg reproduceren van het oude gevangenismodel dreigt de spanning op termijn alleen maar toe te nemen.

Met man en macht probeert men het leven in die gevangenissen draaglijk te houden, maar echt zinvol wordt het nooit. Zo komen we bij de kern van de zaak, namelijk dat de gevangenisstraf haaks staat op onze moderne verwachtingen. Gevangenissen, gebouwd volgens het 18de -eeuwse mensbeeld, zijn simpelweg geen goede structuur voor detentie die wil resocialiseren.

Radicale hervorming

Langzaam wordt duidelijk dat er behoefte is aan een volledig nieuwe detentiestructuur die de mens als sociaal wezen erkent en de straf wil inzetten om scheefgelopen sociale relaties te herstellen. De Minister van Justitie is daar reeds mee gestart door de detentiehuizen te vermelden in zijn nieuw bijbouw-plan, maar zijn model mist bepaalde fundamentele basisprincipes. De voorgestelde detentiehuizen lijken, door de iets te hoge capaciteit, eerder op detentiecentra. Uit ervaring hebben wij geleerd dat hoe groter deze centra zijn, hoe moeilijker het is deze te verankeren in een bestaande buurt en hoe moeilijker te differentiëren en op maat te werken. Bovendien ziet Van Quickenborne detentiehuizen eerder als aanvullende capaciteit, terwijl ze verouderde en slechtwerkende gevangeniscapaciteit zouden kunnen vervangen.

Vzw De Huizen stelt voor om niet te wachten tot de dam barst, maar om sluizen aan te brengen in die penitentiaire dam. Door de vrijheidsberoving enkel toe te passen als de situatie daarom vraagt en in dat geval plaats te laten vinden in kleinschalige in de buurt verankerde detentiehuizen die bovendien gedifferentieerd zijn volgens beveiliging en begeleiding. Dit nieuwe paradigma levert kwalitatieve detentie met de klemtoon op re-integratie, herstel, en zinvolle opsluiting.

Kleinschalige detentiehuizen komen tegemoet aan de doelstellingen van de strafuitvoering zoals de huidige wet die bepaalt. Wanneer we het gevangenismodel vervangen en de vrijheidsstraf uitvoeren in detentiehuizen, creëren we een structuur waar kwalitatief en efficiënt gewerkt kan worden. We hebben dus dringend behoefte aan een dergelijke kwalitatieve benadering, niet aan het uitzichtloos kwantitatief achternahollen van de problemen. Op die manier kunnen we de druk verlagen en de overbevolking aanpakken. Dit door het roer om te gooien en een straf uit te bouwen die wel werkt, niet door tegen beter weten in oude en achterhaalde systemen te blijven kopiëren tot de dam volledig barst.

Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) wil straffeloosheid tegengaan. 'Wie vijftien dagen cel krijgt, zal die effectief moeten uitzitten', klinkt het. 'We willen justitie sneller, menselijker en straffer maken'. Na decennialange besparingen, maken velen onder ons automatisch de bedenking 'wat mag dat dan wel kosten?'. Van Quickenborne spreekt over investeringen in justitie van bijna een half miljard euro per jaar tegen 2024. Naast een waslijst van stevig uitgewerkte plannen, wil hij ook het gevangeniswezen versterken door het aanwerven van 199 nieuwe personeelsleden en door het bijbouwen van nieuwe gevangenissen, transitie- en detentiehuizen. Straffe plannen. De Minister van Justitie haalt hier het onderste uit de kan om de barsten te dichten van de spreekwoordelijke penitentiaire dam die klaarblijkelijk op springen staat. Maar is dit geen verloren strijd? Begin april circuleerden enkele resultaten uit de jaarlijkse gevangenisstatistieken van de Raad van Europa. Daaruit blijkt dat per 100 beschikbare plaatsen in detentie, ons land maar liefst 117 gedetineerden telt. Enkel Turkije (127) en Italië (120) doen slechter. Ondanks de reeds decennialange overbevolking, zijn we er nog altijd niet in geslaagd om dit probleem daadwerkelijk op te lossen. Recente investeringen in nieuwe gevangenissen te Hasselt (2005), Marche-en-Famenne (2013), Leuze-en-Hainaut (2014) en Beveren (2014) en nieuwe forensische centra in Gent en Antwerpen mochten blijkbaar niet baten. Erger zelfs, al dat bijbouwen creëerde kennelijk een nog hogere behoefte aan extra capaciteit. Om verouderde gevangenissen te vervangen en de overbevolking aan te pakken, bouwt onze huidige regering momenteel nog twee nieuwe exemplaren, in Dendermonde (cap. 444) en Haren (cap.1190), en maken ze plannen om er te bouwen in Antwerpen (cap.440), Leopoldsburg (cap. 312), regio Luik (cap. 312), Verviers (cap. 240) en Vresse-sur-semois (cap. 312).Mochten bovenstaande cijfers ons nog niet voldoende aangrijpen, lezen we nu dat onze Minister van Justitie vanaf 01/12/2021 elke straf wil uitvoeren. Ook de korte straffen onder drie jaar. Er wordt geschat dat er hierdoor een 600-tal nieuwe gedetineerden bijkomen. Van Quickenborne verwijst als oplossing naar Haren en Dendermonde, maar ook naar de komst van detentiehuizen om deze korte straffen op te vangen. Het is duidelijk dat onze Minister van Justitie de overbevolking te lijf wil gaan door extra capaciteit bij te bouwen. Het verleden leert ons echter dat dit vaak maar een tijdelijke of zelfs geen oplossing is. De vele nieuwe plaatsen riskeren op termijn toch weer volledig vol te geraken. De intentie om gevangenissen bij te bouwen gaat immers dikwijls hand in hand met de roep om meer te straffen, de inwerkingtreding van de korte straffen vanaf 01/12/2021 is daar een voorbeeld van. Geen kritiek op deze nieuwe wet die opgesteld werd om de straffeloosheid aan te pakken, maar helaas opnieuw een barst in onze penitentiaire dam.Ook het gevangenispersoneel loopt op hun tandvlees. Niet enkel door de coronamaatregelen die binnen de gevangenissen zwaar doorwogen, maar ook door het aanhoudende personeelstekort, de rekruteringsproblemen en de heersende cultuur binnen zo'n gevangenis. De vakbonden besluiten meer dan eens te staken. Beschouw dit maar als een noodkreet vanuit een sector die al decennia in crisis is. Dat onze Minister van Justitie massaal wil aanwerven is een goede zaak, maar simultaan ontstaan elders groeipijnen. De huidige equipe zal, ondanks de stevige uitbreiding, toch weer tegen zijn grenzen aanlopen. We worden niet alleen geconfronteerd met de vele stakingen en de steeds stijgende behoefte aan meer capaciteit, ook hoge recidivecijfers, incidenten en de vele Europese veroordelingen door het Europees Comité voor de Preventie van Foltering zetten druk op de ketel. De druk op het systeem is niet veel langer vol te houden en door het simpelweg reproduceren van het oude gevangenismodel dreigt de spanning op termijn alleen maar toe te nemen.Met man en macht probeert men het leven in die gevangenissen draaglijk te houden, maar echt zinvol wordt het nooit. Zo komen we bij de kern van de zaak, namelijk dat de gevangenisstraf haaks staat op onze moderne verwachtingen. Gevangenissen, gebouwd volgens het 18de -eeuwse mensbeeld, zijn simpelweg geen goede structuur voor detentie die wil resocialiseren. Langzaam wordt duidelijk dat er behoefte is aan een volledig nieuwe detentiestructuur die de mens als sociaal wezen erkent en de straf wil inzetten om scheefgelopen sociale relaties te herstellen. De Minister van Justitie is daar reeds mee gestart door de detentiehuizen te vermelden in zijn nieuw bijbouw-plan, maar zijn model mist bepaalde fundamentele basisprincipes. De voorgestelde detentiehuizen lijken, door de iets te hoge capaciteit, eerder op detentiecentra. Uit ervaring hebben wij geleerd dat hoe groter deze centra zijn, hoe moeilijker het is deze te verankeren in een bestaande buurt en hoe moeilijker te differentiëren en op maat te werken. Bovendien ziet Van Quickenborne detentiehuizen eerder als aanvullende capaciteit, terwijl ze verouderde en slechtwerkende gevangeniscapaciteit zouden kunnen vervangen. Vzw De Huizen stelt voor om niet te wachten tot de dam barst, maar om sluizen aan te brengen in die penitentiaire dam. Door de vrijheidsberoving enkel toe te passen als de situatie daarom vraagt en in dat geval plaats te laten vinden in kleinschalige in de buurt verankerde detentiehuizen die bovendien gedifferentieerd zijn volgens beveiliging en begeleiding. Dit nieuwe paradigma levert kwalitatieve detentie met de klemtoon op re-integratie, herstel, en zinvolle opsluiting.Kleinschalige detentiehuizen komen tegemoet aan de doelstellingen van de strafuitvoering zoals de huidige wet die bepaalt. Wanneer we het gevangenismodel vervangen en de vrijheidsstraf uitvoeren in detentiehuizen, creëren we een structuur waar kwalitatief en efficiënt gewerkt kan worden. We hebben dus dringend behoefte aan een dergelijke kwalitatieve benadering, niet aan het uitzichtloos kwantitatief achternahollen van de problemen. Op die manier kunnen we de druk verlagen en de overbevolking aanpakken. Dit door het roer om te gooien en een straf uit te bouwen die wel werkt, niet door tegen beter weten in oude en achterhaalde systemen te blijven kopiëren tot de dam volledig barst.