‘Veel kinderen die thuis een andere taal spreken, hebben geen enkel probleem op school’

© Getty Images
Han Renard
Han Renard Han Renard is redacteur bij Knack

‘Vlaams-nationalisten dreigen in het debat over taalachterstand dezelfde toon te gaan hanteren als de Franstalige imperialisten waartegen ze vroeger hebben gestreden’, zegt hoogleraar Nederlandse taalkunde Jürgen Jaspers (ULB).

Een op de zeven kleuters kent te weinig Nederlands om de overstap naar de lagere school te kunnen maken, moet blijken uit onderzoek eerder deze week. Minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) verdedigde daarop het idee om te korten op de kinderbijslag van anderstalige ouders die in zijn ogen te weinig doen om het Nederlands van hun kinderen bij te spijkeren.

De belangrijkste oorzaak van taalachterstand bij kleuters ligt volgens de minister van Onderwijs dus bij ouders en de thuistaal. Zit daar inderdaad de crux van het probleem?

Jürgen Jaspers: Ben Weyts wordt om de oren geslagen met onderzoeken over de achteruitgang van ons onderwijs, dus ik begrijp wel dat hij soms fors reageert. Maar ik vind het ontluisterend dat uitgerekend een Vlaams-nationalist zo scherp is voor ouders die een andere taal spreken dan de schooltaal. Nog niet zo lang geleden konden Nederlandstalige leerlingen in Vlaanderen alleen naar Franstalige middelbare scholen. Waarmee ik niet wil zeggen dat je het onderwijs dan maar twaalftalig moet maken, maar je zou van Vlaams-nationalisten op dit punt wat meer deemoed mogen verwachten. Ze dreigen anders in dit debat dezelfde toon te gaan hanteren als de Franstalige imperialisten waartegen ze vroeger hebben gestreden.

‘Je zou van Vlaams-nationalisten op dit punt wat meer deemoed mogen verwachten.’

En als het specifiek gaat over taalachterstand bij kleuters, wat denkt u daarover?

Jaspers: Je zou in de derde kleuterklas nóg dingen kunnen testen: motorische vaardigheden, muzikaliteit, watergewenning, beginnend wiskundig inzicht… Ook op al die vlakken zullen heel veel kleuters achterstand hebben. Ik snap natuurlijk wel dat kennis van het Nederlands in de lagere school een issue is, maar als er al een probleem is, dan is het de taak van de school en niet van de ouders om die taalachterstand te remediëren.

Maar is een andere thuistaal een probleem om het goed te doen op school?

Jaspers: Helemaal niet. Veel kinderen die thuis een andere taal spreken, hebben geen enkel probleem op school. Er is geen automatisch verband: het is niet omdat je een andere thuistaal hebt, dat je het slecht doet op school. Of leerlingen goed presteren, is een supercomplexe kwestie. Taal is daarvoor ook niet dé cruciale sleutel. Ook de van huis uit Nederlandstalige kinderen doen het niet allemaal goed op school. Maar er is zeker niets mis met taalondersteuning op school voor kleuters die dat nodig hebben. Want het is voor een kind soms wel lastig om zowel een nieuwe taal als nieuwe inhouden te leren.

‘Als er al een probleem is, dan is het de taak van de school en niet van de ouders om die taalachterstand te remediëren.’

Toch is er geen wetenschappelijke evidentie voor een vreemde thuistaal als obstakel voor schoolprestaties?

Jaspers: Nee, maar ook niet voor het tegenovergestelde uitgangspunt. Het is niet omdat je de school meertalig maakt en daar de thuistalen gebruikt, dat die kinderen het dan beter gaan doen. Sommige studies suggereren dat, maar als het over mensen gaat, is niets automatisch. In Gent heeft toenmalig schepen van Onderwijs Elke Decruynaere (Groen) een groot onderzoek laten uitvoeren op lagere scholen, door onder meer collega Piet Van Avermaet van de UGent. Men heeft thuistalen aan bod laten komen op school, en sommige kinderen bijvoorbeeld extra gestimuleerd in het Turks. De hypothese was dat die kinderen daardoor meer en sneller vaardigheden zouden ontwikkelen in het Turks, die ze vervolgens op het Nederlands zouden overdragen. Maar aan het eind van de rit bleek dat thuistaalonderwijs weinig effect te hebben. Jammer voor de onderzoekers, want als dat wel het geval was geweest, was dat een sterk argument om te zeggen: zie je wel, aandacht voor thuistaal helpt leerlingen om beter te presteren. Wel bleek dat meertaligheid erkennen en laten bestaan op school geen schadelijke gevolgen heeft. Dat is natuurlijk ook interessant. Op zich ben ik ook een groot voorstander van meertaligheid. En van het op de een of andere manier erkennen van andere talen in Vlaanderen die hier al lang bestaan, waardoor hele groepen Vlamingen, die thuis talen als Arabisch, Berbers of Turks spreken, zich gerespecteerd en gezien zouden voelen.

Maar dus de ouders en de thuistaal met de vinger wijzen, is kort door de bocht?

Jaspers: Het is heel beschuldigend en suggereert ten onrechte dat thuistaal of familietaal een onmiddellijk effect heeft op de taal die je nodig hebt op school. Maar het gaat hier over totaal verschillende registers. Schooltaal is een abstract register, met een gespecialiseerde woordenschat, interne verwijzingen binnen de zin, signaalwoorden als ‘hoewel’ en ‘niettemin’. Thuistaal is alledaagse, hier-en-nu taal: ‘Nog wat groenten?’, ‘Waar is de boter?’ Die thuistaal hoeft de schooltaal heus niet in de weg te staan. Er zijn in Vlaanderen meer dan genoeg bekende voorbeelden – denk aan comedians en mensen in de media – met zo’n achtergrond, die perfect Nederlands spreken.

‘De kostprijs is dat tijd van het gezin wordt besteed aan dingen die niet voor het gezin zijn.’

Minister Weyts vindt dat anderstalige ouders wat vaker Ketnet moeten opzetten of hun kinderen naar Nederlandstalige naschoolse activiteiten sturen. Is dat niet zinvol voor wie thuis geen Nederlands hoort?

Japers: Maar de vraag is dan: welke prijs willen we daarvoor betalen? Je zou zoiets kunnen verlangen van ouders, maar de kostprijs is dat tijd van het gezin wordt besteed aan dingen die niet voor het gezin zijn. Willen we die prijs betalen om kinderen naar de lagere school te brengen? In Hongkong sturen ze tweejarigen naar de pianoles. Alles kan dus. Maar willen we dat ouders van jonge kinderen nog extra familietijd moeten transformeren tot schooltijd?

Partner Content