Serge Rooman

‘Slachtoffers van psychiatrisch geweld zijn slachtoffer van een tragedie’

Serge Rooman Gevangenisdirecteur in de instelling in Merksplas

Naar aanleiding van de mesaanval tegen politieagenten in Schaarbeek, maakt gevangenisdirecteur Serge Rooman het onderscheid: psychiatrisch geweld is niet louter geweld tegen politieagenten. ‘Het is zoveel meer’. En: ‘Het had iedereen kunnen overkomen’.

Sedert eind vorige week is België opnieuw diep in de ban van extreem terroristisch geweld. Bij een steekpartij tegen twee politieagenten in dienst kwam een agent om het leven. Daar waar het Zaventemproces nog echt van start moet gaan, leek de realiteit zich genadeloos te herhalen.

De onmiddellijke context van de gebeurtenissen drong via de nieuwskanalen stapsgewijs in de huiskamer. De dader bleek met psychische problemen hulp gevraagd te hebben bij een lokaal politiekantoor want hij wilde agenten ‘iets aandoen’. De aanwezige agenten namen de vraag ernstig en konden hem na overleg doorverwijzen naar de afdeling psychiatrie in Saint Luc. Een gedwongen opname werd op dat ogenblik niet weerhouden omdat de man zich vrijwillig wilde laten begeleiden. De lokale agenten brachten deze man zelfs uit voorzorg tot bij de psychiatrische afdeling. Van daaruit mocht hij naderhand, na een consultatie, beschikken. Achteraf bleek de man op de beduchte OCAD-lijst voor geradicaliseerden te staan. Hij was reeds gekend maar stond niet genoteerd als zijnde een dreiging op dat ogenblik.

(Lees verder onder het artikel.)

De suggestie ontstond zeer snel dat men een man die dergelijke dreigingen uit naar politieagenten nooit had mogen laten gaan. Het publieke buikgevoel was duidelijk: zo iemand laat je niet gaan. Wie is er hieraan schuldig?

Een patiënt met geradicaliseerde gedachten

Maar wat is er nu juist gebeurd als we terugblikken? De informatie die ons beschikbaar wordt gesteld, wijst zonder twijfel naar een man met een ernstige psychiatrische problematiek die om hulp zocht. Dat zijn psychiatrische problematiek verweven geraakte met geradicaliseerde gedachten is een feit. Maar dit feit maakt van hem niet een geradicaliseerde maar in de eerste plaats een patiënt met geradicaliseerde gedachten. Een patiënt die bereid was om erover te praten en dat ook deed. Jammerlijk genoeg is de man dan vanuit zijn psychiatrisch gedachtencomplex tot zijn dramatische feiten overgegaan.

Omgaan met datgene wat ons noodgedwongen overkomt, is niet meteen onze sterkste kant. Het is onze blinde vlek.  

Slachtoffers (alsook hun nabestaanden) van psychiatrisch geweld zijn fundamenteel slachtoffer van een tragedie, een soort ‘menselijke natuurramp’. Het zijn slachtoffers van onvoorzien en niet voorspelbaar gedrag. Vaak weten de daders, tot consternatie van de slachtoffers, achteraf nog amper wat ze gedaan hebben of hebben zij de werkelijkheid helemaal niet adequaat ingeschat. Dit psychiatrisch geweld treffen we op alle plaatsen in de samenleving aan: in de familiecontext, in de openbare ruimte, in psychiatrische instellingen, in gevangenissen, enz. Niemand ontloopt het risico om slachtoffer te worden van psychiatrisch geweld. Wie niet overtuigd is, legt zijn oor te luister bij hulpverleners en gevangenispersoneel. De lijst van slachtoffers is daar beklemmend lang. 

Helaas kan een samenleving zich  tegen de onvoorspelbaarheid van gedrag amper tot niet beschermen. Als ze haar preventieve opdracht tegenover burgers met psychische problemen heeft vervuld, heeft ze alles gedaan wat mogelijk is. Dit is voor de Westerse samenlevingen die graag alle problemen naar maatregelen en acties vertalen de moeilijkste noot om te kraken. Omgaan met datgene wat ons noodgedwongen overkomt, is niet meteen onze sterkste kant. Het is onze blinde vlek.   

Politieke recuperatie

 Jammer genoeg werd de brede context van psychiatrisch geweld door de politievakbonden vliegensvlug verengd tot zuiver ‘geweld tegen politieagenten’. Het is evident geweld tegen politieagenten maar het is zoveel meer. Het is namelijk psychiatrisch geweld dat iedereen had kunnen overkomen. Door de feiten enkel vanuit de buitenkant te ‘lezen’ zonder de psychische context van de dader, lijkt het alsof de dader vanuit een gewilde doortrapte kwaadaardigheid ten aanzien van politieagenten zijn feiten heeft gepleegd. Het gepleegde geweld wordt op één lijn gezet met het instrumenteel en intimiderend geweld tegen ordehandhavers in het algemeen. En deze daders doen dat omdat ze weten dat er toch niets mee gebeurt achteraf. En zo wordt in één adem het ontslag van de minister van Justitie geëist. Hij is immers verantwoordelijk voor de vervolging van daders. Als zijn beleid afschrikkend genoeg was geweest dan waren de daders niet tot die daden overgegaan. Dat deze minister een maand na zijn aanstelling de zerotolerantie tegen politiegeweld heeft ingevoerd, wordt dan terzijde geschoven.

Deze interpretatie van de feiten is niet alleen feitelijk incorrect. Ze helpt de slachtoffers niet. De slachtoffers van psychiatrisch geweld moeten het niet verwachte en niet voorspelbare onheil dat hen is overkomen een plaats kunnen geven. En het maakt een hemelsbreed verschil of men slachtoffer is van een bewuste kwaadaardigheid of van een onvermijdelijk en onvoorspelbaar onheil. In het laatste geval kunnen we de slachtoffers enkel maar in alle oprechtheid en zoveel mogelijk nabij zijn. Naar schuldigen zoeken en een verzameling maatregelen uitvaardigen heeft hier weinig tot geen zin.  Een politieke recuperatie van de gebeurtenissen nastreven nog minder.

Serge Rooman is gevangenisdirecteur in de instelling in Merksplas. Hij schrijft deze bijdrage in eigen naam.

Partner Content