Terrorisme-expert Thomas Renard na aanslag op agenten: ‘Oppassen voor politieke overreactie’

Na de mesaanval in Brussel op donderdag. © Getty Images
Tex Van berlaer
Tex Van berlaer Journalist Knack.be

‘Yassine M. werd gedetecteerd én opgevolgd door de veiligheidsdiensten. In die zin werkt het systeem dus’, zegt Thomas Renard, directeur van denktank International Centre for Counter-Terrorism.

Na de mesaanval op een politiepatrouille in Brussel, waarbij een 29-jarige agent omkwam, is de politiefamilie in rouw. Bij de vakbonden is er woede bij de zogeheten ‘straffeloosheid’ rondom politiegeweld. Extra bron van frustratie: de vermoedelijke dader, ex-gevangene Yassine M., had op de dag van de aanslag op een politiebureau om psychologische hulp gevraagd. Drie agenten begeleidden hem naar ziekenhuis Saint-Luc, maar nadat zij de instelling verlaten hadden, vertrok de man op eigen houtje.

Maar ondanks alles is er een belangrijke les, zegt Thomas Renard, directeur van denktank International Centre for Counter-Terrorism in Den Haag en expert bij het Egmont Instituut. ‘Het systeem van detectie en de uitwisseling van informatie heeft gewerkt.’

Dé vraag is natuurlijk: had dit vermeden kunnen worden?

Thomas Renard: Ik volg de kwestie al 15 jaar op. Er zijn amper aanslagen die niet vermeden hadden kunnen worden door een of andere ingreep. Maar het is belangrijk om te benadrukken dat de verdachte na zijn vertrek uit de gevangenis op de lijst van het OCAD (Coördinatieorgaan voor de dreigingsanalyse, nvdr) stond als potentieel gevaarlijke extremist. Dat wil zeggen dat zijn radicalisering niet alleen werd gedetecteerd in de gevangenis, maar ook werd opgevolgd door de veiligheidsdiensten. Die uitwisseling van informatie bestond tien jaar geleden gewoon niet.

En toch is het misgelopen.

Renard: Er is een vergelijking te maken met Jürgen Conings. Ook die militair stond op de radar van het OCAD, ook daar werkte het systeem van detectie en opvolging. De vraag is dan: wat doet men met die informatie? Bij Conings was het vreemd dat hij ondanks zijn problematische achtergrond toegang had tot munitie en wapens. In het geval van Yassine M. is het de vraag of het de normale procedure is dat hij, gezien zijn status, werd vrijgelaten uit het ziekenhuis.

De grootste dreiging komt nog steeds vanuit het jihadisme, maar die trend is dalend. Extreemrechtse dreiging zit daarentegen in de lift.

Korpschef Brussel-Noord Olivier Slosse op de persconferentie op vrijdag.

En dan is nogmaals de vraag: had dit vermeden kunnen worden?

Renard: Dat zal het onderzoek moeten uitwijzen. Tegelijk moeten we onthouden dat we niet in een totalitaire samenleving leven. Het OCAD volgt in totaal zo’n 700 personen op. Op 11 miljoen Belgen is dat een klein aantal, we staan ver van een bigbrothermaatschappij. In het geval van de Brusselse aanslag zal de discussie wellicht gaan over de toegang tot de databanken. Bijvoorbeeld: moeten de medische hulpverleners ook kunnen controleren wie op de radar van de veiligheidsdiensten staat?

Zegt u het maar.

Renard: Ik denk niet dat dat een goed idee is. Het is normaal dat de emoties oplaaien, maar we moeten ons de rationele vraag stellen: hoever wil men gaan om een aanslag te verhinderen? Moeten we na één incident het hele systeem aanpassen? We moeten oppassen voor een politieke overreactie. Het is een cliché, maar een nulrisico bestaat niet.

Velen zullen zich afvragen waarom iemand die op de OCAD-lijst staat toch veel vrijheid geniet.

Renard: Een groot deel van de mensen op die lijst heeft geen criminele feiten gepleegd. Ja, ze vormen een risico, en ze worden in het oog gehouden, maar ze blijven onschuldig. We gaan toch geen mensen criminaliseren die geen misdrijf hebben begaan?

Kunnen we eigenlijk van terrorisme spreken als de dader duidelijk kampt met psychologische problemen?

Renard: Dat is de vraag. ‘Allahoe akbar’ schreeuwen is niet voldoende. Er moet een gepland politiek motief zijn. Dat zou inderdaad het geval kunnen zijn, maar zijn mentale troebels maken het dossier complexer.

De laatste tijd is het jihadistisch geïnspireerd terrorisme fel verminderd in Europa. Hoe komt dat?

Renard: Dat heeft te maken met de neergang van IS in Syrië. In de periode tussen 2014 en 2016 werden mensen opgeleid en teruggestuurd naar Europa om aanslagen te plegen. De dreiging was ook niet uit de media weg te slaan. Dat creëert een klimaat waarin copycats goed gedijen. Het is ook geen toeval dat de aanval van vorige week werd uitgevoerd op agenten. In tijden van zwakke dreiging zien we dat vooral beroepsgroepen als de politie in het vizier komen, en minder vaak gewone burgers.

Veiligheidsdiensten waarschuwen meer en meer voor extreemrechts terrorisme. Is dat terecht?

Renard: In heel Europa zien we een verschuiving. De grootste dreiging komt nog steeds vanuit het jihadisme, maar die trend is dalend. Extreemrechtse dreiging zit daarentegen in de lift, al zijn we nog niet in die fase waarin een grote aanslag verwacht wordt. De dreiging is alleszins diffuser en diverser dan jaren geleden. Mensen associëren zich steeds vaker met verschillende groepen, zoals antivaxers en anti-overheidsgroeperingen. Dat maakt het moeilijker voor veiligheidsdiensten om gericht een organisatie te volgen of erin te infiltreren.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content