Johan Leman

‘Rellen in Brussel? Goede remedie start bij een goede omschrijving van het probleem’

Johan Leman Antropoloog, voorzitter Foyer vzw, em. Prof. KU Leuven

‘Laten we ophouden om 30 jaar lang bij een fenomeen dat we niet opgelost krijgen, elkaar verwijten toe te sturen’, schrijft Johan Leman na de rellen in Brussel afgelopen week, en de politieke reacties die daarop volgden. Hij ziet drie dynamieken die bepalend zijn om het probleem op te lossen.

Na de recente rellen las Vlaams minister Bart Somers zowat iedereen in Brussel de levieten. Hij had het in het Vlaams parlement tegelijk over “altijd dezelfde criminele jongerenbendes” en “stadshooliganisme”. Positief is, dat de minister door zwaar te chargeren wellicht bekomt dat het punt een tijdlang hoog op de agenda staat en dat hij tegelijk duidelijk afstand neemt van het culturaliseren van het probleem. Op 400.000 mensen van Marokkaanse herkomst in ons land, waaronder 200.000 Brusselaars, van wie 100.000 jonger zijn dan 30 jaar, gaat het hier hooguit om 1 op 1000 jongeren van Marokkaanse herkomst. Niettemin ben ik minder enthousiast over het tekort aan nauwkeurigheid in de ministeriële analyse. Hooliganisme is deel van die analyse, maar de hele zaak is complexer. Gaat dit over een Brussel met niets dan onverantwoordelijken? Neen.

Wanneer een probleem zich al 30 jaar stelt, kan je niet over “altijd dezelfde criminele jongerenbendes” spreken. Wie in 1990 20 jaar was, is vandaag vijftiger. In Brussel ziet men nu al 30 jaar dat er zich een verschijnsel voordoet waarbij aantallen jongeren elke gelegenheid aangrijpen om rellen uit te lokken. De samenstelling verandert generationeel. Ander fenomeen: overal ter wereld bestaat hooliganisme. Nog een ander fenomeen: in Brussel merkt men dat er zich wanneer iets uit de hand loopt, snel gegadigden aandienen om te stelen (ook volwassenen) én professionele jonge criminelen. In 1990 waren de beroofde of vernielde winkels vaak “Belgo-Belgisch”, vandaag gaat het meestal om “Belgo-Marokkaanse” winkels. Tekort aan integratie, uitdrukking van communautarisme, omgekeerd racisme? Toe nou. Politie zowel als jeugdwerkers kennen die amok-jongeren, zoals ze ook op een ander vlak de jonge beroepscriminelen kennen, maar men krijgt er geen vat op. Men wil ze niet per se allemaal opgeven. Bedoelt men dit wanneer men het heeft over dit soort voorvallen “goedpraten”? Men beseft dat men daarbij de beeldvorming tegen heeft, en je moet evident maar winkelier zijn waar zich rellen voordoen.

De leeftijd van de relzoekers zakt. Maar positief is, dat jongeren vaak tussen komen bij zo’n gelegenheden om leeftijdsgenoten te kalmeren, meer dan vroeger. Het probleem komt er vooral, wanneer je een mix krijgt van de puberende en adolescente relschoppende jongeren, met diegenen die komen om te stelen én met de beroepscriminelen. Dan pas wordt het zeer explosief. Die mix wordt vrij goed begrepen door veel mensen uit die buurten. Toen nieuwe rellen voorspelbaar werden, gingen ze een buffer vormen tussen feest vierende jongeren en  politie, én zo ontstond meteen sterkere sociale controle.

Welke aanpak?

Ik kan minister Somers met de hand op het hart en in volle verstand gerust stellen: de politie doet haar uiterste best; die ene burgemeester die ik ken, doet eveneens haar uiterste best; en de jeugdwerkers die ik ken, werken in de WK-periode vaak tot middernacht, zoals ze ook Oudejaarsavond met de jongeren doorbrengen. Ik vermoed dat zij dan liever thuis bij hun familie zouden zijn. Enkele jaren geleden, na Oudejaarsrellen in Molenbeek, stuurde een hele groep Molenbeekse jeugdwerkers een verslag naar de schepen van jeugd met bevindingen en adviezen. Nergens las ik iets dat op gepamper leek. Wel werd er gepleit voor meer “veilige (semi-)publieke ruimtes die sociale controle toelaten”. Er stonden ook andere tips in, bijvoorbeeld over het regelmatig aanspreken van ouders. Maar ik herinner me ook dat iemand erop wees dat ook ouders soms machteloos zijn, bijvoorbeeld ouders met drie, vier of meer kinderen die veel te klein behuisd zijn. Wie voelt zich in Brussel niet machteloos bij het woningenprobleem voor kansarmere gezinnen met meer dan twee kinderen? Is de aandacht daarop trekken, excuses zoeken? Is zo’n ouders de kinderbijslag ontnemen een oplossing? Oordeel zelf.

Men kent de professionele aanstokers. Moet men ze preventief, administratief oppakken, zoals Abou Jahjah suggereerde in De Afspraak? Misschien. Het is het uittesten waard. Moet men niet-politionele stewards inzetten met sterke voeling met die jongeren bij zulke rellen? Moet men een oplossing vinden voor het feit dat jongeren, na een misdrijf, te vaak onmiddellijk nadien “op vrije voeten” komen? Ook hier moet gezocht worden naar een oplossing. Evident. Dit kan echter best niet een gevangenis zijn. Maar wat dan wel? Het is een probleem, want we leven in een samenleving waar het “gepercipieerd worden” voor veel mensen belangrijker is dan het “zijn”. Snelrecht om tot snellere financiële bestraffing te komen? Dit is ongetwijfeld wenselijk, maar dat gebeurt dan best bij degenen die herkenbaar zijn en kunnen betalen…

Laten we ophouden om 30 jaar lang bij een fenomeen dat we niet opgelost krijgen, elkaar verwijten toe te sturen. Laten we ook ophouden ons tot voorstellen te beperken waarvan bewezen is dat ze niet werken. Maar laten we evenmin de fout maken om voorstellen uit te werken waarvan de neveneffecten het probleem maar kunnen erger maken, zoals dat inhouden van kinderbijslag er een is.

Hooliganisme is geen migratie- of interculturalisme probleem. Maar wat verontrust, is dat in Brussel de leeftijd van de participanten daalt. En in Brussel zijn de meeste puberende kids nu eenmaal van Marokkaanse herkomst, ook al is het hun (bet-)overgrootvader die immigreerde. Culturalisering is niet “to the point”. Trouwens, ik stel vast dat meer dan wie ook, die Brussels-Marokkaanse jongeren die ik ken, bij dit alles zeer gefrustreerd reageren. Een goede remedie start bij een goede omschrijving van het probleem, niet bij het creëren van amalgamen voor de Bühne .

Mogen de overheden er eens serieus werk van maken om de verschillende componenten van de problematiek te onderkennen: het dalen van de leeftijd bij het hooliganisme, het zich onder hen mengen van mensen die wensen te stelen, én van jonge beroepscriminelen. Het is op die drie dimensies dat adequaat ingegrepen moet worden. En het hooliganisme zelf? Tja, hoe je dit aanpakt, daarvoor kan men eventueel de Britten om raad vragen.

Johan Leman is emeritus professor aan de KU Leuven en voorzitter van Foyer vzw in Molenbeek.

Partner Content