Het centrale thema: de sterke, onpeilbare vrouw.
...

Het centrale thema: de sterke, onpeilbare vrouw. Christophe Coppens: Of beter, het geworstel van de man en de vrouw om elkaar te begrijpen. Peter de Caluwe van De Munt stelde de combinatie van beide stukken voor. Ik was meteen verkocht. Bartóks Hertog Blauwbaards burcht (1918) is een van mijn lievelingsopera's. De muziek is intiem en sensueel. Je kunt het verhaal waarin Blauwbaard zijn zeven kasteelkamers - waaronder een kamer vol bebloede planten en een kamer met ingeslapen vrouwen - aan zijn eega Judith toont, op veel manieren lezen. Als facetten van zijn persoonlijkheid, bijvoorbeeld. Ik schilder Judith ook niet af als zijn zoveelste slachtoffer, zij wíl ontdekken wie hij is. De vrouw is evenmin een slachtoffer in De wonderbaarlijke mandarijn (1928), een pittig stuk dat zich afspeelt in een bordeel. In het oorspronkelijke script wordt de vrouw door drie pooiers belaagd. Daar willen we anno 2018 toch niet meer naar kijken? Dus voer ik een pooier, drie dames en drie klanten op. Een van de dames wordt vertolkt door een man. Nee, het wordt geen travestiefeestje, we leven stilaan in een tijd waarin een vrouwenrol probleemloos door een man kan worden vertolkt. In de opera excelleert de vrouwenstem, maar als personage staat ze nog vaak op een foute wijze centraal. Niet in dit tweeluik. Ook niet in Foxie! Het sluwe vosje, trouwens, waarmee ik vorig jaar debuteerde als operaregisseur. Toen pakte u uit met een vrij sober decor. Nu ook? Coppens: Absoluut niet. Wat heb ik me toen moeten inhouden! Het verhaal van het meisje, Foxie, dat zich afzet tegen de volwassenen vroeg om dat decor. Nu ga ik all the way! (lacht) Ik heb uren naar Bartóks muziek geluisterd en begon te tekenen. De muziek van Hertog Blauwbaards burcht zorgde voor donkere, mysterieuze tekeningen en een abstract, bijna kubistisch decor. Door de opwindende muziek van De wonderbaarlijke mandarijn maakte ik tekeningen met felle kleuren. Het decor lijkt op een frame waarin zeven bonte karakters bewegen. U bedoelt 'dansen'? Coppens: Niet echt. Bartók noemde zijn stuk een ' pantomime grotesque'. Dus werk ik niet met een choreograaf maar regisseer ik echt élke beweging. De dansers observeerden ook artiesten met veel podiumpresence. De zangeressen Grace Jones en Roisin Murphy, bijvoorbeeld. En ik toonde beelden die me inspireerden. Zoals Jeroen Bosch' De tuin der lusten en een foto van de Franse fotograaf Marianne Maric waarop een vrouw staat die, met de haren voor het gezicht en de rok opgetild, ongegeneerd hurkt boven de waterstraal van een fonteintje. Op uw Instagrampagina toont u de dansers in felgekleurde kostuums. Hebt u ze ontworpen? Coppens: Ja. Maar voor u het vraagt: ik plan géén comeback als modeontwerper. Die deur heb ik in 2012 dichtgetrokken. Al besef ik nu waarom ik elke hoeden- en accessoire-collectie als een voorstelling met een verhaal en muziek presenteerde. Nadien heb ik in Los Angeles gewoond, waar ik als kunstenaar werkte. Sinds 2018 verdeel ik mijn tijd tussen mijn ateliers in Madrid en Sint-Niklaas, mijn geboortestad. En tussen de beeldende kunst en het theater. Mijn eerste liefde is het theater, dankzij Dirk Tanghes filmische regies van klassiekers. In september regisseer ik Oscar Wildes The Picture of Dorian Gray bij het Noord Nederlands Toneel. We situeren het stuk in de kunstwereld. Dat is géén sexy wereldje. Maar eerst: zomer. Tijd voor fun! Dus stuur ik het publiek met een feestje De Munt uit.