De grootste steungroep voor de voortvluchtige militair en terreurverdachte Jürgen Conings is op dinsdag door Facebook offline gehaald. Facebook mag dat doen, het is een privébedrijf dat zelf de regels bepaalt op haar site. Maar vanuit democratisch oogpunt valt wel wat te zeggen over de hypocrisie van een platform met algoritmes die mensen naar de extremen duwen, dat nu de morele heiland wil spelen. Ze doen er onze gepolariseerde samenleving allerminst een plezier mee, want wie het forum verkeerd wil gebruiken spint er enkel garen bij.

Jürgen Conings en vijftigduizend Facebookgebruikers zullen de democratie niet slopen.

Op andere sociale media dan Facebook zag je afgelopen week ontelbaar veel screenshots voorbijkomen uit de steungroep Als 1 achter Jürgen. Telkens met een niet mis te verstane boodschap: "Dit is waarom ik Facebook niet meer gebruik." Het is een gevoel dat gedeeld wordt door duizenden mensen. Het grootste sociale mediaplatform ter wereld is de voorbije jaren afgegleden van een gezellige microblog vol kattenfoto's en huwelijksaankondigingen naar een politiek propagandakanaal waar vooral de extremen in gedijen. Ze schreeuwen er hun boodschap en investeren honderdduizenden euro's in advertenties, en hebben een achterban die hun posts actief en consequent liket en deelt.

Nochtans blijkt uit het opinieonderzoek De Stemming dat de meeste mensen inhoudelijk een centrumpositie innemen. Maar mensen die op zoek zijn naar nuance en een middenweg, worden gewoonweg overstemd, aangevallen en verdrongen van het forum. Bovendien geeft het gebrek aan vertrouwen in de politiek de extremen nog meer wind in de zeilen. Het algoritme doet de rest: extreme boodschappen worden naar boven geduwd en kritische vraagstellers verdwijnen uit beeld.

Op die manier is Facebook een katalysator geworden van de onvrede in de samenleving. Dat zag je ook aan de steungroep Als 1 achter Jürgen. Naast een harde kern van neonazi's, neofascisten en ardente Vlaams Belangers, bestond de groep uit een diverse smeltkroes van Belgen die zich om uiteenlopende redenen niet vertegenwoordigd voelen door de huidige politieke klasse. Sommigen hebben de uitkomst van de regeringsvorming niet verteerd, anderen zijn terecht kwaad om de vele politieke schandalen van de afgelopen jaren, of hebben simpelweg het gevoel dat in de debatten die vandaag gevoerd worden niks gedaan wordt aan hun zorgen. Het is een shockerend symbool dat zij zich tot een terreurverdachte wenden als hun woordvoerder. Dat een man die granaten installeert als boobytrap voor zijn collega's en dreigt met een aanslag, de enige is die nog maar in de buurt komt hun te vertegenwoordigen. Dat er partijen zijn die willen kapitaliseren op de angst die hij zaait en er niet in slagen eenduidig en helder zijn daden te veroordelen, maakt dit alles enkel meer ziekmakend.

Er zijn drie noodzakelijke stappen om de kwestie-Jürgen Conings niet te laten ontsporen tot een verdere polarisering van onze samenleving.

Eerst en vooral, moet het politieke debat van de sociale media terug naar de echte wereld gehaald worden. De compleet verzuurde en vaak persoonlijk vijandige sfeer die online heerst, maakt een debat ten gronde onmogelijk. De botsing van ideeën en een occasioneel radicaal standpunt zijn voorwaarden voor goed beleid dat breed gedragen wordt. Maar zelfs politici keren vandaag sociale media de rug toe, want als je de verkeerde politieke kleur hebt krijg je meer trollenlegers dan oprechte geëngageerde burgers op je dak. Nieuwe inspraakmechanismen en een open debatcultuur tussen de burger en de politiek moeten wederzijds begrip opnieuw mogelijk maken. Mijn collega-politici mogen zich niet laten afschrikken door publiek debat, want quand les dégoûtés s'en vont, il reste les dégoûtants. Daar wint niemand bij.

Ten tweede, moet de politiek zelf modererend optreden in dat publieke debat. Ja, de algoritmes van sommige sociale media bieden een kans om electoraal gewin te slaan uit verdeeldheid en haat. Maar geen enkele politieke partij kan toch als doel hebben om onze kinderen en kleinkinderen een samenleving te laten erven, waar bevolkingsgroepen op basis van klasse, afkomst of politieke voorkeur elkaar het licht niet in de ogen gunnen? We moeten samen aan de kar van de democratie trekken en luisteren naar elkaar, praten met elkaar en respect hebben voor elkaars mening. Dat betekent komaf maken met twitterrelletjes tussen politici die elkaar gewoon kunnen opbellen, en geen schreeuwpartijen meer in De Zevende Dag. Bovendien moeten we durven praten over de enorme stromen geld die naar online advertenties gaan: Belgische politieke partijen geven daar in niet-verkiezingstijd meer geld aan uit dan partijen in andere grote Europese landen in volle verkiezingstijd. Moeten we daar eens geen afspraken over maken?

Of het nu om een familielid op kerstavond gaat, of een vage kennis op het internet: spreek ermee. Je moet het niet met elkaar eens zijn om samen een pint te kunnen pakken.

De politiek moet dat niet alleen doen, elke burger draagt daarin een verantwoordelijkheid. Niemand mag nog zwijgen als extremisten aan het woord zijn. We mogen hen niet wegzetten als randfiguren, als alleenstaande gekken. Want dat zijn ze niet. Ze zijn mensen met een oprechte bezorgdheid, of ze nu angst aangepraat werden of redenen hebben om de fundamenten van onze samenleving in vraag te stellen. Als vijftigduizend burgers in een Facebookgroep laten weten dat ze zich niet gehoord weten, moet je het debat aangaan. We moeten begrijpen waarom ze bepaalde ideeën hebben, en we moeten uitleggen waarom extremisme geen goed idee is. Of het nu om een familielid op kerstavond gaat, of een vage kennis op het internet: spreek ermee. Je moet het niet met elkaar eens zijn om samen een pint te kunnen pakken. Enkel zo doorbreek je de toxische cyclus van verwijten en wantrouwen waar we vandaag in beland zijn.

En tot slot, misschien wel het belangrijkste van al, we moeten vertrouwen hebben in onze democratie. Eén extremistische terreurverdachte en een paar duizend steunbetuigingen zijn geen reden om meningen en politieke verenigingen te gaan verbieden. Integendeel, het betekent een opdracht voor ons, democraten, om beter te doen. Want onze liberale democratie maakt dat mogelijk. We hebben de middelen om oplossingen te vinden voor de problemen van vandaag. En als onze oplossingen niet dezelfde zijn als die van sommige burgers, hebben we ook de middelen om uit te leggen waarom we doen wat we doen. Democratie is debat, en debat gaat in twee richtingen. Ik weet met absolute zekerheid dat de politiek haar best doet om te luisteren en te spreken met de burger, maar als we de burger onvoldoende bereiken, zullen we gewoon nog een tandje moeten bijsteken.

Onze democratie zal nooit de dictatuur van de meerderheid zijn.

Laat me afsluiten met een geruststelling. Ik zag de voorbije dagen dat heel wat mensen bang zijn. Bang van een vermiste terreurverdachte, en bang dat hij zo veel steun krijgt. Maar onze democratie is weerbaar. Mijn favoriete grondwetsartikel is artikel 42: De leden van beide Kamers vertegenwoordigen de Natie en niet enkel degenen die hen hebben verkozen. Onze democratie zal nooit de dictatuur van de meerderheid zijn. We hebben mechanismes die de democratie beschermen: een weerbare democratie laat zich niet zomaar afschaffen. En een weerbare democratie beschermt al haar burgers, zowel de luidste roepers als de stille meerderheid, zowel de grootste partij als de kleine minderheidsgroepen. Ik geloof in respectvol debat als een brenger van oplossingen.

Ik geloof dat alle elf miljoen Belgen het beste voor hebben met de wereld, ook al doen sommigen ronduit verwerpelijke dingen. Want ik weet dat, als puntje bij paaltje komt, onze democratie de beste manier is om samen vooruit te gaan. Liefst zonder Facebookgroepen, maar voorlopig geeft het niet als ze er zijn.

De grootste steungroep voor de voortvluchtige militair en terreurverdachte Jürgen Conings is op dinsdag door Facebook offline gehaald. Facebook mag dat doen, het is een privébedrijf dat zelf de regels bepaalt op haar site. Maar vanuit democratisch oogpunt valt wel wat te zeggen over de hypocrisie van een platform met algoritmes die mensen naar de extremen duwen, dat nu de morele heiland wil spelen. Ze doen er onze gepolariseerde samenleving allerminst een plezier mee, want wie het forum verkeerd wil gebruiken spint er enkel garen bij. Op andere sociale media dan Facebook zag je afgelopen week ontelbaar veel screenshots voorbijkomen uit de steungroep Als 1 achter Jürgen. Telkens met een niet mis te verstane boodschap: "Dit is waarom ik Facebook niet meer gebruik." Het is een gevoel dat gedeeld wordt door duizenden mensen. Het grootste sociale mediaplatform ter wereld is de voorbije jaren afgegleden van een gezellige microblog vol kattenfoto's en huwelijksaankondigingen naar een politiek propagandakanaal waar vooral de extremen in gedijen. Ze schreeuwen er hun boodschap en investeren honderdduizenden euro's in advertenties, en hebben een achterban die hun posts actief en consequent liket en deelt. Nochtans blijkt uit het opinieonderzoek De Stemming dat de meeste mensen inhoudelijk een centrumpositie innemen. Maar mensen die op zoek zijn naar nuance en een middenweg, worden gewoonweg overstemd, aangevallen en verdrongen van het forum. Bovendien geeft het gebrek aan vertrouwen in de politiek de extremen nog meer wind in de zeilen. Het algoritme doet de rest: extreme boodschappen worden naar boven geduwd en kritische vraagstellers verdwijnen uit beeld. Op die manier is Facebook een katalysator geworden van de onvrede in de samenleving. Dat zag je ook aan de steungroep Als 1 achter Jürgen. Naast een harde kern van neonazi's, neofascisten en ardente Vlaams Belangers, bestond de groep uit een diverse smeltkroes van Belgen die zich om uiteenlopende redenen niet vertegenwoordigd voelen door de huidige politieke klasse. Sommigen hebben de uitkomst van de regeringsvorming niet verteerd, anderen zijn terecht kwaad om de vele politieke schandalen van de afgelopen jaren, of hebben simpelweg het gevoel dat in de debatten die vandaag gevoerd worden niks gedaan wordt aan hun zorgen. Het is een shockerend symbool dat zij zich tot een terreurverdachte wenden als hun woordvoerder. Dat een man die granaten installeert als boobytrap voor zijn collega's en dreigt met een aanslag, de enige is die nog maar in de buurt komt hun te vertegenwoordigen. Dat er partijen zijn die willen kapitaliseren op de angst die hij zaait en er niet in slagen eenduidig en helder zijn daden te veroordelen, maakt dit alles enkel meer ziekmakend. Er zijn drie noodzakelijke stappen om de kwestie-Jürgen Conings niet te laten ontsporen tot een verdere polarisering van onze samenleving. Eerst en vooral, moet het politieke debat van de sociale media terug naar de echte wereld gehaald worden. De compleet verzuurde en vaak persoonlijk vijandige sfeer die online heerst, maakt een debat ten gronde onmogelijk. De botsing van ideeën en een occasioneel radicaal standpunt zijn voorwaarden voor goed beleid dat breed gedragen wordt. Maar zelfs politici keren vandaag sociale media de rug toe, want als je de verkeerde politieke kleur hebt krijg je meer trollenlegers dan oprechte geëngageerde burgers op je dak. Nieuwe inspraakmechanismen en een open debatcultuur tussen de burger en de politiek moeten wederzijds begrip opnieuw mogelijk maken. Mijn collega-politici mogen zich niet laten afschrikken door publiek debat, want quand les dégoûtés s'en vont, il reste les dégoûtants. Daar wint niemand bij.Ten tweede, moet de politiek zelf modererend optreden in dat publieke debat. Ja, de algoritmes van sommige sociale media bieden een kans om electoraal gewin te slaan uit verdeeldheid en haat. Maar geen enkele politieke partij kan toch als doel hebben om onze kinderen en kleinkinderen een samenleving te laten erven, waar bevolkingsgroepen op basis van klasse, afkomst of politieke voorkeur elkaar het licht niet in de ogen gunnen? We moeten samen aan de kar van de democratie trekken en luisteren naar elkaar, praten met elkaar en respect hebben voor elkaars mening. Dat betekent komaf maken met twitterrelletjes tussen politici die elkaar gewoon kunnen opbellen, en geen schreeuwpartijen meer in De Zevende Dag. Bovendien moeten we durven praten over de enorme stromen geld die naar online advertenties gaan: Belgische politieke partijen geven daar in niet-verkiezingstijd meer geld aan uit dan partijen in andere grote Europese landen in volle verkiezingstijd. Moeten we daar eens geen afspraken over maken?De politiek moet dat niet alleen doen, elke burger draagt daarin een verantwoordelijkheid. Niemand mag nog zwijgen als extremisten aan het woord zijn. We mogen hen niet wegzetten als randfiguren, als alleenstaande gekken. Want dat zijn ze niet. Ze zijn mensen met een oprechte bezorgdheid, of ze nu angst aangepraat werden of redenen hebben om de fundamenten van onze samenleving in vraag te stellen. Als vijftigduizend burgers in een Facebookgroep laten weten dat ze zich niet gehoord weten, moet je het debat aangaan. We moeten begrijpen waarom ze bepaalde ideeën hebben, en we moeten uitleggen waarom extremisme geen goed idee is. Of het nu om een familielid op kerstavond gaat, of een vage kennis op het internet: spreek ermee. Je moet het niet met elkaar eens zijn om samen een pint te kunnen pakken. Enkel zo doorbreek je de toxische cyclus van verwijten en wantrouwen waar we vandaag in beland zijn. En tot slot, misschien wel het belangrijkste van al, we moeten vertrouwen hebben in onze democratie. Eén extremistische terreurverdachte en een paar duizend steunbetuigingen zijn geen reden om meningen en politieke verenigingen te gaan verbieden. Integendeel, het betekent een opdracht voor ons, democraten, om beter te doen. Want onze liberale democratie maakt dat mogelijk. We hebben de middelen om oplossingen te vinden voor de problemen van vandaag. En als onze oplossingen niet dezelfde zijn als die van sommige burgers, hebben we ook de middelen om uit te leggen waarom we doen wat we doen. Democratie is debat, en debat gaat in twee richtingen. Ik weet met absolute zekerheid dat de politiek haar best doet om te luisteren en te spreken met de burger, maar als we de burger onvoldoende bereiken, zullen we gewoon nog een tandje moeten bijsteken. Laat me afsluiten met een geruststelling. Ik zag de voorbije dagen dat heel wat mensen bang zijn. Bang van een vermiste terreurverdachte, en bang dat hij zo veel steun krijgt. Maar onze democratie is weerbaar. Mijn favoriete grondwetsartikel is artikel 42: De leden van beide Kamers vertegenwoordigen de Natie en niet enkel degenen die hen hebben verkozen. Onze democratie zal nooit de dictatuur van de meerderheid zijn. We hebben mechanismes die de democratie beschermen: een weerbare democratie laat zich niet zomaar afschaffen. En een weerbare democratie beschermt al haar burgers, zowel de luidste roepers als de stille meerderheid, zowel de grootste partij als de kleine minderheidsgroepen. Ik geloof in respectvol debat als een brenger van oplossingen. Ik geloof dat alle elf miljoen Belgen het beste voor hebben met de wereld, ook al doen sommigen ronduit verwerpelijke dingen. Want ik weet dat, als puntje bij paaltje komt, onze democratie de beste manier is om samen vooruit te gaan. Liefst zonder Facebookgroepen, maar voorlopig geeft het niet als ze er zijn.