Opinie

Kevin Maas

‘Het probleem met de artsenquota: de gijzeling van Frank Vandenbroucke’

Kevin Maas Voorzitter van Jong CD&V

Om onder meer de werklast van huisartsen te verlichten, heeft minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit) een systeem met artsenquota uitgewerkt. Maar volstaan die plannen wel? ‘Alles staat of valt met de goodwill van de Franstaligen’, schrijft Kevin Maas, voorzitter van de CD&V-jongerenvoorzitter en zelf huisarts.

Aan de basis van de hoge werkdruk bij onze huisartsen ligt een structureel tekort aan huisartsen. De federale overheid probeert het aantal artsen in België af te stemmen op de noden van de bevolking, aan de hand van quota per gemeenschap. Die quota moeten de gezondheidsuitgaven onder controle houden en de kwaliteit van de medische opleiding, het artsenberoep en de zorg in het algemeen hoog houden. Deze quota zijn dringend aan herziening toe.

Helaas is het dossier zeer communautair geladen. Iedere poging tot uitbreiding van de aantallen wordt geframed als een uitholling van de quota. Vlaanderen voerde decennia geleden al een streng toelatingsexamen in om aan de quota te voldoen, terwijl bij de Franstalige politici een hardnekkige onwil blijft om het aantal artsen te beperken. Daarom is er vandaag in Vlaanderen maar 1 arts per 223 inwoners en 1 huisarts per 641 inwoners. In Wallonië is dit 1 arts per 205 inwoners (in Brussel 170) en 1 huisarts per 563 inwoners (in Brussel 622).

Deze communautaire loopgravenoorlog is onverantwoord en contraproductief. Gelukkig is er hoop. De huidige federale regering beloofde een oplossing in haar regeerakkoord. Deze communautaire garanties (de invoer van ‘numerus fixus’ in Wallonië en geen algemeen pardon inzake de overschotten) waren trouwens voor CD&V een breekpunt tijdens de federale regeringsonderhandelingen. Vandenbroucke bereidt momenteel een oplossing voor. Maar zal het iets veranderen?

Gezond wantrouwen

Toegegeven, op papier zien de plannen van Vandenbroucke er goed uit. Vanaf het academiejaar 2023-2024 wordt in Wallonië een ‘numerus fixus’ ingevoerd, een toelatingsexamen met een maximum aantal toegelaten studenten Geneeskunde. Hierdoor kunnen vanaf 2028 geen overtallen meer ontstaan.

Toch mogen we niet vergeten dat de Franstalige gemeenschap gedurende jaren overtallen aan huisartsen heeft kunnen opbouwen. De planningscommissie moet hiermee rekening houden en zich in haar rekenmodel baseren op de werkelijke instroom van studenten en het aantal actieve artsen. De overtallen van het verleden vertalen zich nu in meer actieve artsen, met lagere behoeftecijfers en een lager quotum voor Wallonië tot gevolg. Zo wordt er geen spons getrokken over het verleden.

In ruil voor de invoer van een ‘numerus fixus’ krijgen de huidige studenten Geneeskunde in Wallonië de garantie dat zij na afstuderen kunnen rekenen op een RIZIV-nummer. Deze garantie is volgens JONGCD&V een vanzelfsprekendheid. Het zou schandalig zijn dat studenten na het succesvol afronden van hun jarenlange opleiding plotseling geen RIZIV-nummer zouden krijgen. De Waalse studenten zijn niet verantwoordelijk voor deze communautaire patstelling. Zij mogen niet de dupe worden van het politieke wanbeleid in Franstalig België en verdienen rechtszekerheid.

Zowel de federale CD&V-ministers en -parlementairen als de Vlaamse minister van Welzijn Hilde Crevits (CD&V), hebben steeds consequent de terechte Vlaamse eisen verdedigd in de aanloop van het akkoord.

Maar vanaf nu hangt alles af van de uitvoering ervan.

Vooralsnog is het onduidelijk hoe de planningscommissie en de federale regering concreet de quota zullen bepalen. Bovendien heeft de Franse Gemeenschap al meermaals beloofd dat ze een oplossing zou vinden, maar hield ze zich er toch nooit aan. Gezond wantrouwen is hier dus zeker op zijn plaats.

We moeten erop toezien dat de federale regering en de Gemeenschappen zich strak houden aan de vooropgestelde tijdslijn met wetgevingsaanpassingen, ook al biedt deze tijdslijn an sich geen juridische garanties.

De Franstaligen moeten bij iedere stap als eerste over de brug komen. Dat is onze enige garantie dat de Franse Gemeenschap deze keer wel woord houdt.

Mocht toch blijken dat de Franstalige deelstaatregering het akkoord niet naar behoren toepast, of het zelfs überhaupt niet uitvoert, dan blijft het Franstalige relatieve overaanbod behouden. Dit zou onaanvaardbaar zijn en getuigen van een gebrek aan respect voor de Vlaamse politiek. Bovendien zou het een regelrechte slag in het gezicht zijn van de Vlaamse geneeskundestudenten en alle Vlaamse artsen.

Partner Content