Koen Pelleriaux (GO!): ‘We hebben ook leraars nodig die het voor het geld doen’

© Károly Effenberger
Ann Peuteman Redactrice bij Knack
Jeroen de Preter Redacteur Knack

Koen Pelleriaux zal zijn eerste schooljaar als topman van het Go! gemeenschapsonderwijs niet licht vergeten. ‘Voor liefst 60 procent van de studenten is de lerarenopleiding maar hun tweede keuze.’

‘Ik geloof echt dat het nog goed kan komen met ons onderwijs’, zegt Koen Pelleriaux, gedelegeerd bestuurder van het GO! gemeenschapsonderwijs. ‘Maar dan moeten er wel dringend structurele maatregelen komen om het lerarentekort aan te pakken.’ Samen met Lieven Boeve van Katholiek Onderwijs Vlaanderen riep Pelleriaux Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) eerder deze maand tot de orde in een scherp opiniestuk in De Standaard. ‘We hadden er al verschillende keren op gewezen dat het lerarentekort zo nijpend wordt dat er een grote tand moet worden bijgezet, maar er gebeurde nog altijd te weinig’, legt hij uit. ‘Terwijl ik elke dag e-mails krijg van directeurs die in paniek zijn omdat ze geen idee hebben waar ze de leerkrachten voor volgend schooljaar moeten halen. Daarom leek het ons hoog tijd om een stevig signaal te geven. Er moet iets gebeuren, en wel nú.’

Minister Weyts kaatst de bal terug naar de mensen die de voorbije regeerperiodes aan de knoppen zaten. Als voormalige kabinetschef van twee socialistische onderwijsministers bent u een van hen.

Koen Pelleriaux: Ik ontken zeker niet dat we destijds meer hadden moeten doen om het lerarentekort in te dijken. De demografische ontwikkelingen konden we perfect zien aankomen. Niet alleen gaat een heel grote groep leerkrachten met pensioen, het aantal leerlingen neemt ook toe. Maar door de coronacrisis is er nu ook nog een grote krapte op de arbeidsmarkt ontstaan, en dat was veel minder voorspelbaar. En er zijn toen ook maatregelen genomen. Tien jaar geleden hebben we bijvoorbeeld het systeem van de Terbeschikkingstelling (TBS), dat vergelijkbaar is met het brugpensioen in de privésector, ingekort voor kleuterleiders en helemaal afgeschaft voor de rest van de leerkrachten. Veel andere voorstellen hebben het jammer genoeg niet gehaald omdat er niet genoeg politieke steun voor was of omdat de vakorganisaties ertegen waren.

Het enige wat wij hebben om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te bewaken, zijn 150 inspecteurs die samen 4000 scholen moeten controleren.

Hoe groot is de inhaalbeweging die vandaag moet worden gemaakt?

Pelleriaux: Naar schatting is er een tekort van 10.000 leerkrachten op een totaal van 160.000. Aanvankelijk was vooral wiskunde een knelpunt, toen kwamen de talen erbij en nu is er voor bijna alle vakken een probleem. Behalve voor lichamelijke opvoeding dan. Aangezien de instroom veel kleiner is dan de uitstroom zal dat tekort de komende jaren alleen maar toenemen. Op korte termijn moeten we dus 10.000 leerkrachten vinden, maar meer dan een tijdelijke oplossing is dat niet. Volgend jaar gaat er wéér een grote groep met pensioen en zal er dus een nieuw tekort ontstaan. Willen we het probleem echt oplossen, dan moet de instroom van nieuwe leerkrachten de komende twintig jaar groter zijn dan de uitstroom. We moeten dus heel veel nieuwe mensen aantrekken.

Waar denkt u die te vinden?

Pelleriaux: Om te beginnen aan de universiteiten. Leerlingen die het goed doen in het aso, trekken na hun afstuderen haast allemaal naar de universiteit. Dat vinden zij en hun ouders vanzelfsprekend en meestal raden hun leerkrachten en het CLB dat ook aan. Maar wie aan de universiteit heeft gestudeerd, komt alleen in de twee laatste jaren van het secundair onderwijs terecht. Als hij tenminste een educatieve masteropleiding (de vroegere aggregatie, nvdr) volgt. Daardoor verliezen we een grote groep potentiële leerkrachten voor het lager onderwijs en de twee eerste graden van het secundair.

Misschien hebben die jongeren gewoon geen zin om leraar te worden.

Pelleriaux: Volgens mij studeren er aan onze universiteiten heel wat mensen die goed en graag zouden lesgeven. Waarom kiest zo’n grote groep voor een studie als pedagogische wetenschappen? Velen van hen zouden ook goed in het onderwijs passen. Door de manier waarop ons onderwijssysteem in elkaar zit, mogen al die pedagogen later niet voor de klas staan. Ze kunnen wel kleuterleiders in spe opleiden en hun stages beoordelen, maar zelf lesgeven mag niet.

© Károly Effenberger

Wilt u de educatieve bacheloropleiding, het vroegere regentaat, dan afschaffen?

Pelleriaux: Helemaal niet. Beide opleidingen kunnen perfect naast elkaar bestaan. Scholen zouden baat hebben bij gemengde teams met mensen uit de lerarenopleiding en anderen die aan de universiteit hebben gestudeerd. Niet alleen wordt de instroom op die manier groter, er zouden ook meer mensen voor de klas staan die daar met volle overtuiging voor hebben gekozen. Vandaag beginnen er niet alleen opvallend veel jongeren uit het beroeps- en technisch onderwijs aan een lerarenopleiding, er zijn ook heel wat studenten die eerst universiteit hebben geprobeerd. Pas als dat niet lukt, stappen ze over naar de hogeschool.

Voor liefst 60 procent van de studenten is de lerarenopleiding hun tweede keuze. Daar zitten ongetwijfeld ook heel wat mensen tussen die het talent hebben om een groep te animeren en zich tot een heel goede leraar te ontpoppen. Maar dat zijn ze niet allemaal. Sommigen belanden voor de klas terwijl ze daar niet echt warm voor lopen. Dan is het natuurlijk niet zo vreemd dat ze het maar een paar jaar volhouden. Laten we vooral niet vergeten dat leerkracht een zwaar beroep is.

Vroeger kregen leraars zonder vaste benoeming een slecht uurrooster en de allermoeilijkste klassen, maar dat verdwijnt. Ze kunnen eisen stellen en doen dat ook.

Veel hoop is ook gevestigd op zij-instromers, die vanuit een andere sector naar het onderwijs overstappen.

Pelleriaux: Dat klopt. Vandaar dat we samen met het Katholiek Onderwijs Vlaanderen voorstellen om die mensen tot twintig jaar anciënniteit te laten meenemen. Als we met werkgevers uit andere sectoren willen concurreren, dan moeten we ook een goed loon kunnen bieden.

Uit allerlei enquêtes blijkt nochtans dat leerkrachten doorgaans tevreden zijn met hun loon.

Pelleriaux: Wie vandaag al voor de klas staat, is tevreden. Maar we moeten ook nieuwe mensen overtuigen om voor het onderwijs te kiezen. Willen we andere profielen aantrekken, dan is een degelijke verloning zeker belangrijk. Het zou zelfs een goede zaak zijn, mochten er ook leerkrachten voor de klas staan die het voor het geld doen. We hebben niet alleen mensen nodig die zich in de eerste plaats goed willen voelen in hun job, maar ook heel ambitieuze leerkrachten die carrière willen maken en vooruit willen in het leven. Dat zoveel leraars vandaag zeggen dat ze tevreden zijn met hun loon, komt trouwens voor een stuk doordat er heel veel vrouwen in het onderwijs werken. Zij hechten doorgaans meer belang aan welbevinden en aan de combinatie van werk en gezin.

In het GO! mogen leerkrachten geen hoofddoek dragen. Volgens lerarenopleiders wordt daardoor een grote groep potentiële leerkrachten uitgesloten.

Pelleriaux: Ik betwijfel eerlijk gezegd of dat potentieel zo groot is. En voor alle duidelijkheid: wie een levensbeschouwelijk vak geeft, mag wel degelijk een hoofddoek of andere levensbeschouwelijke tekenen dragen. Voor andere leerkrachten is dat inderdaad verboden. Dat verbod is een interpretatie van de grondwet waardoor de gemeenschappen neutraal onderwijs moeten aanbieden. Voor dat recht is er destijds een bij momenten gewelddadige schoolstrijd uitgevochten. Als gemeenschapsonderwijs hebben wij de opdracht gekregen om dat recht te vrijwaren. Er zijn in de samenleving mensen voor wie het ontzettend belangrijk is dat hun kinderen neutraal – dat wil zeggen: niet-religieus – worden opgevoed. Zij hebben recht op een school waar hun kinderen geen religie wordt opgedrongen.

De tijd dat de leraar de verstandigste man van het dorp was, ligt ver achter ons. Ouders zijn vaak hoger opgeleid dan de leerkracht, weten meer en zijn veeleisender geworden.

Het is toch niet omdat een leerkracht wiskunde of Frans een hoofddoek draagt dat ze de neutraliteit van het onderwijs per definitie in het gedrang brengt?

Pelleriaux: Ik wil best geloven dat zo’n lerares haar religieuze overtuigingen van de lesinhoud kan scheiden, maar onrechtstreeks is er toch sprake van beïnvloeding. Leerkrachten hebben nu eenmaal een zekere autoriteit en zijn in sommige gevallen zelfs een rolmodel. Ze hebben dus wel degelijk impact op wat hun leerlingen denken en als normaal beschouwen. We mogen daar echt niet te licht over gaan. Natuurlijk krijg ik weleens berichten van mensen die vinden dat we het verbod op levensbeschouwelijke kentekens moeten opheffen, maar evengoed ontvang ik smeekbedes van jonge vrouwen die dat vooral niet willen. Als er leerkrachten met een hoofddoek voor de klas staan, vrezen ze dat zijzelf nog meer druk zullen ervaren om er ook een te dragen.

Begin dit schooljaar stelde u al voor om de taken van leerkrachten op te splitsen en desnoods uit te besteden. Helpt dat in de strijd tegen het lerarentekort?

Pelleriaux: Daar ben ik van overtuigd. Leerkrachten hebben nog altijd veel taken die anderen perfect zouden kunnen uitvoeren. Dan heb ik het niet alleen over toezicht houden op de speelplaats, maar bijvoorbeeld ook over lesmateriaal ontwikkelen. Tijdens de coronacrisis is gebleken hoe buitengewoon moeilijk het is om snel degelijk digitaal materiaal te maken. Er moeten dus mensen zijn die dat in handen nemen en dat hoeven echt niet altijd leerkrachten te zijn. Sterker nog: om vandaag degelijk lesmateriaal te ontwikkelen, heb je ook andere vaardigheden nodig dan goed kunnen lesgeven. Zo moet je in staat zijn om een goed verhaal te maken en in beeld te brengen. In sommige gevallen kan een regisseur of auteur dat wellicht beter dan een leerkracht.

Er zijn zoveel beroepsgroepen met een groot prestige en veel autonomie die de hele tijd taken uitbesteden. Een arts onderzoekt het bloed van zijn patiënten toch ook niet zelf?

Wordt de autonomie van leerkrachten zo niet nog meer ingeperkt?

Pelleriaux: Het is natuurlijk niet zo dat ze zelf niets meer te zeggen zullen hebben over het didactisch materiaal. Stel dat een leerkracht wiskunde zijn leerlingen een goed gemaakt filmpje laat zien waarin heel duidelijk wordt uitgelegd wat een afgeleide functie is. Maakt het feit dat iemand anders dat heeft opgenomen hem minder autonoom? Dat geloof ik echt niet. Er zijn zoveel beroepsgroepen met een groot prestige en veel autonomie die de hele tijd taken uitbesteden. Een arts onderzoekt het bloed van zijn patiënten toch ook niet zelf?

Veel leerkrachten vinden dat ze zo al te weinig ruimte overhouden om eigen accenten te leggen. Al is het maar doordat de nieuwe eindtermen niet alleen ontzettend gedetailleerd zijn, maar ook nog eens een heleboel nieuwe leerstof introduceren.

Pelleriaux: Aangezien de samenleving voortdurend verandert, is het belangrijk dat we geregeld nagaan wat leerlingen moeten kennen en kunnen en dat de eindtermen daaraan worden aangepast. In dat opzicht kan ik heel goed begrijpen dat er nu ook financiële geletterdheid en burgerschap in worden opgenomen.

Toch heeft het Grondwettelijk Hof de eindtermen voor de tweede graad van het secundair onderwijs vorige week vernietigd.

Pelleriaux: Dat is vooral een domper voor onze leerkrachten die al heel veel werk hebben geïnvesteerd in nieuw lesmateriaal. Het Grondwettelijk Hof heeft geoordeeld dat de eindtermen te gedetailleerd zijn opgesteld. En ja, er waren hier en daar problemen die we zelf ook al gesignaleerd hadden. In sommige kunstrichtingen wordt de lat voor algemene vorming, bijvoorbeeld, zo hoog gelegd dat er amper genoeg tijd overblijft om een instrument goed te leren bespelen. Maar dat zijn problemen die we ook met een bijsturing hadden kunnen oplossen. In elk geval moet er nu snel geschakeld worden: in één schooljaar tijd moeten we de eindtermen aanpassen en het schooljaar erna kunnen we de leerplannen aanpassen om klaar te zijn tegen september 2024. Daarom zou het parlement voor een oplossing moeten zorgen waardoor zo weinig mogelijk verloren gaat van het werk dat al is geleverd.

Ik krijg smeekbedes van jonge vrouwen om het verbod op levensbeschouwelijke kentekens in de klas te behouden. Zij vrezen nog meer druk te ervaren om ook een hoofddoek te dragen.

Niet alleen kiezen te weinig mensen voor het onderwijs, een op de drie jonge leerkrachten houdt het binnen de vijf jaar alweer voor bekeken. Hoe komt dat?

Pelleriaux: Ik denk dat de praktijkschok nog altijd te groot is. De uitdagingen waarmee ze in de klas geconfronteerd worden, verschillen nog te veel van wat jonge leerkrachten tijdens hun opleiding hebben geleerd. Daar moeten de lerarenopleidingen nog meer aan werken. Bij het GO! hebben we al heel wat geïnvesteerd in een degelijk onthaalbeleid voor starters. Vroeger kregen leraars die nog niet vast benoemd waren vaak een weinig aantrekkelijk uurrooster en moesten ze aan de allermoeilijkste klassen lesgeven, maar dat groeit eruit. Doordat onze scholen inspanningen leveren, maar ook door het lerarentekort. Sollicitanten kunnen meer eisen stellen en in veel gevallen doen ze dat ook. Dat neemt niet weg dat we nog meer moeten doen om jonge leerkrachten te ondersteunen. Zo zouden we hen degelijk lesmateriaal ter beschikking kunnen stellen dat aan de leerdoelen beantwoordt.

Klagen leerkrachten niet vooral over de zogenaamde planlast?

Pelleriaux: Dat klopt. Er zijn al pogingen ondernomen om daar iets aan te doen, maar die hebben weinig opgeleverd. We moeten daar nochtans echt werk van maken. Dat kan alleen door al die systemen en procedures in alle rust onder de loep te nemen en na te gaan hoe we ze minder omslachtig kunnen maken. Wat ook niet helpt, is dat veel scholen en leraars ontzettend bang zijn dat ouders examenresultaten of beslissingen van de klassenraad zullen aanvechten. Om zich in te dekken houden ze vaak ongelooflijk veel informatie bij, terwijl dat eigenlijk helemaal niet hoeft. Ook dat moeten we aanpakken.

Dat zoveel leraars vandaag tevreden zijn met hun loon, komt voor een stuk doordat er heel veel vrouwen in het onderwijs werken.

Ook veeleisende ouders maken het leerkrachten moeilijk?

Pelleriaux: De tijd dat de leraar de verstandigste man van het dorp was, ligt ver achter ons. Tegenwoordig zijn ouders vaak hoger opgeleid dan de leerkrachten van hun kinderen. Daar komt nog bij dat veel vaders en moeders bijzonder bedreven zijn in het googelen van allerlei syndromen. Daardoor weten ze vaak meer dan de leerkracht en zijn ze ook veeleisender geworden. Ouders die via Smartschool of een ander platform een bericht naar een leraar sturen, willen al binnen een paar uur antwoord krijgen – ook ’s avonds of in het weekend. Directeurs zouden hun leerkrachten nog meer moeten beschermen tegen eisen van ouders, want die gaan soms echt te ver. Je kunt bijvoorbeeld een beleid uitwerken waarin wordt vastgelegd dat berichten niet meer op dezelfde avond worden beantwoord. In heel wat privébedrijven is dat nu al de normaalste zaak van de wereld.

Niet alleen het lerarentekort bedreigt het Vlaamse onderwijs, ook de kwaliteit gaat erop achteruit. Hoe komt het dat wij het in internationale rankings slechter doen dan de ons omringende landen?

Pelleriaux: Omdat er bij ons nog geen vorm van centrale toetsing bestaat, waarbij alle leerlingen uit alle scholen dezelfde test afleggen. In Groot-Brittannië, Nederland, Frankrijk en bijna alle Duitse deelstaten hebben ze wel zo’n systeem en daardoor kan er veel sneller worden ingegrepen als de resultaten tegenvallen. Zowel op nationaal niveau als in een specifieke school. Het enige wat wij hebben om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te bewaken, zijn de 150 inspecteurs die samen 4000 scholen moeten controleren. Dat is natuurlijk niet meteen een garantie voor efficiënte kwaliteitscontrole. Het is dus een heel goede zaak dat de Vlaamse regering vanaf 2023 centrale toetsen wil invoeren. Daardoor zullen ook wij weten welke scholen het goed doen en welke niet, en kun je sneller gerichter ingrijpen. Bijkomend voordeel is dat zulke toetsen een zekere vrijblijvendheid wegnemen. Een leerling die weet dat de leerstof wordt getoetst, zal harder en beter studeren. Om dezelfde reden zullen die toetsen ook een gunstige impact hebben op de prestaties van scholen.

Eerst waren de leraren wiskunde een knelpunt, toen kwamen de talen erbij en nu is er voor bijna alle vakken een probleem. Behalve voor lichamelijke opvoeding.

Is het gebrek aan controle de enige reden waarom de kwaliteit van ons onderwijs zo achteruitgaat?

Pelleriaux: De groeiende diversiteit is ongetwijfeld ook een belangrijke factor. Heel veel leerlingen hebben vandaag een andere thuistaal dan het Nederlands.

In het beroepsonderwijs, waar maar een minderheid nog de eindtermen voor leesvaardigheid haalt, zijn het net de Nederlandstalige jongeren die achteruitboeren en niet de leerlingen met een andere thuistaal.

Pelleriaux: Dat wil nog niet zeggen dat diversiteit daar geen rol speelt. Er kan ook sprake zijn van een groepseffect.

U bedoelt dat leerlingen met een migratieachtergrond een negatieve invloed hebben op de rest?

Pelleriaux: Ik zeg alleen dat we misschien minder goed met die diversiteit omgaan. Vlaamse klassen zijn ook niet alleen op etnisch vlak diverser geworden. In 1984 werd de leerplicht tot achttien jaar opgetrokken. Het grote voordeel is dat er nu veel minder jongeren zonder diploma van school komen. Maar het betekent ook dat leerkrachten leerlingen over de lat moeten krijgen die vroeger al op hun veertiende of zestiende van school gingen. In de jaren zeventig kon een leraar nog ongestraft een derde van de leerlingen uitsluiten, maar dat kan nu niet meer. Dat wordt nogal eens vergeten door mensen met heimwee naar de tijd toen de leraar de hele tijd vooraan in de klas stond te doceren. Ik gun iedereen zijn nostalgie, maar het model van de jaren zeventig is geen antwoord op de huidige realiteit in de klas.

Diversiteit is ongetwijfeld ook een belangrijke factor voor het kwaliteitsverlies in het Vlaamse onderwijs.

Nu het lerarentekort en de tanende kwaliteit van het onderwijs dramatische proporties aannemen, zit er een minister aan het roer die volgens u niet doortastend genoeg optreedt. Dat belooft weinig goeds.

Pelleriaux: Toch ben ik ervan overtuigd dat we hier uit zullen komen.

Volgens N-VA-parlementslid Koen Daniëls zal de situatie eerst nog erger worden.

Pelleriaux: Dat is best mogelijk. Zoals gezegd kan het tij maar keren als er echt structurele maatregelen worden genomen en dat zie ik de komende twee jaar niet meer gebeuren. De enige structurele ingreep in het huidige Vlaamse regeerakkoord is de invoering van centrale toetsen. Terwijl er natuurlijk veel meer nodig is.

In 2024 moet er een Vlaamse minister van Onderwijs met meer lef aantreden?

Pelleriaux: Veel doorslaggevender is wat er in het volgende regeerakkoord staat. Daar zal de toekomst van ons onderwijs van afhangen.

Koen Pelleriaux

Geboren in 1968 in Ukkel

Doctor in de sociologie (VUB)

2001-2020: docent onderwijssociologie en onderwijsbeleid

2005-2008: directeur van de studiedienst van de toenmalige SP.A

2008-2014: kabinetschef van de socialistische Vlaamse ministers Frank Vandenbroucke, Pascal Smet en Ingrid Lieten

2014-2020: algemeen directeur van het Vlaams departement Onderwijs en Vorming

2020-2021: afdelingshoofd Onderwijsorganisatie en -personeel bij het GO! gemeenschapsonderwijs

Sinds september 2021: afgevaardigd bestuurder van het GO! gemeenschapsonderwijs

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content