Meer dan tien jaar geleden maakte ik soms het grapje tegen vrienden dat ik hun voor hun trouwerij - oneindig ver weg op dat moment - een roman van Richard Yates cadeau zou doen. Niemand beschrijft beter de kleinburgerlijke teleurstellingen van het leven dan hij. Ik word deze zaterdag dertig jaar, en ik hou nog altijd heel veel van Yates, maar zo'n opmerking zou ik niet meer in mijn hoofd halen. Op zich betekent die verjaardag natuurlijk niets, en ik kijk er zelfs al even naar uit om geen twintiger meer te hoeven zijn, maa...

Meer dan tien jaar geleden maakte ik soms het grapje tegen vrienden dat ik hun voor hun trouwerij - oneindig ver weg op dat moment - een roman van Richard Yates cadeau zou doen. Niemand beschrijft beter de kleinburgerlijke teleurstellingen van het leven dan hij. Ik word deze zaterdag dertig jaar, en ik hou nog altijd heel veel van Yates, maar zo'n opmerking zou ik niet meer in mijn hoofd halen. Op zich betekent die verjaardag natuurlijk niets, en ik kijk er zelfs al even naar uit om geen twintiger meer te hoeven zijn, maar naarmate die dag dichterbij komt, is er toch iets wat me steeds helderder voor ogen gaat staan: het leven kan echt verkeerd lopen.Dat is nieuw voor mij. Als student, en eigenlijk nog tot lang daarna, moest ik met alles wat fout liep alleen maar lachen. De reden was eenvoudig: er kon voor ons - blank, middenklasse, niet onintelligent - niets écht verkeerd lopen. Tegenslagen zorgden enkel voor geestige verhalen achteraf. Rond het dertigste levensjaar begint die onbezonnen lichtzinnigheid waarmee veel jongeren door dat leventje slenteren beetje bij beetje te verdwijnen. Iemand krijgt door dat hij zijn jongensdromen niet zal kunnen waarmaken, iemand moet zich tevredenstellen met een job waarvan hij nooit had gedacht dat hij die zou moeten uitoefenen, iemand blijkt nu al vast te zitten in een futloze relatie, of iemand heeft gewoon brute pech. De naïviteit van de jeugd is nog niet omgeslagen in cynisme, maar de kiemen van de frustratie die daarvoor zal zorgen worden rond mijn leeftijd stilaan zichtbaar. Iedereen doet nog altijd vrolijk, maar als ik goed kijk, zie ik nu al dat ook wij allemaal witte mannen van boven de vijftig zullen worden. Is dat heel erg? Natuurlijk niet. Terwijl ik de romans van Yates - u moet minstens Revolutionary Road gelezen hebben - vroeger als satires las, blijkt er met het ouder worden ook iets van troost in verscholen te zitten. Het is perfect mogelijk om u te verzoenen met een leven dat niet helemaal loopt zoals u het had verwacht. De meeste Knack-lezers kunnen daar waarschijnlijk al wel even over meepraten. Maar ik ben zelf ook al even niet meer degene die ik voor lange tijd dacht te zullen worden. Ik ben soms chagrijniger, wanhopiger, boertiger of zelfs valser dan ik eigenlijk zou willen zijn. Gelukkig wordt mijn ego overeind gehouden door deze column, zolang het duurt. Als ik die ooit kwijtraak, zal ik in De Kat - niet langer in de Witzli-Poetzli - te vinden zijn met rancuneuze, cynische praatjes over de hoofdredacteur die me deze plek heeft afgenomen.