Leren op maat van elk kind, is het leren van de toekomst. Nu de nodige aandacht is gevestigd op de digitalisering van het onderwijs, is dit het moment bij uitstek om gepersonaliseerd leren in het centrum van de aandacht te plaatsen en de grote digisprong daarrond op te bouwen.

Gedigitaliseerd, gepersonaliseerd leren is het aanbieden en gebruik maken van computersoftware die waardevolle data over leerlingen verzamelt tijdens het maken van oefeningen en aan de hand van die verzamelde data de juiste vervolgopdrachten aan elke leerling aanbiedt. Leerkrachten kennen en passen dit proces van differentiëren al langer toe onder de noemers verbreding en verdieping, wat tevens ook een belangrijk onderdeel van de onderwijshervormingen vormt. Maar als computeralgoritmes de leerkracht hierin kunnen ondersteunen, kan er een individueel leertraject voor elk kind opgezet worden en bieden we de leerkrachten ongelooflijk waardevolle inzichten in het leerproces van leerlingen. Zo kunnen leerlingen met extra noden ook extra ondersteund worden, maar tegelijkertijd ook slimmere leerlingen een extra uitdaging krijgen.

Een programma kan bijvoorbeeld aan de leerkracht laten weten hoe lang de leerling over elke oefening deed, waar de leerling fouten maakte, tot zelfs hoe lang de leerling twijfelde bij specifieke opdrachten. Deze data, die het leerproces in kaart brengen, zijn een ongelooflijke meerwaarde voor de leerkracht. Het is haast onmogelijk voor de leerkracht om al deze data klassikaal in het oog te houden van elke individuele leerling. Software die dat automatisch doet en vervolgens deze informatie in een overzicht aan de leerkracht aanbiedt, helpt niet enkel de leerlingen, maar geeft ook weer tijd en ruimte aan de leerkracht in de les om zich met andere taken bezig te houden. Na de les heeft hij of zij dan ook weer een goed overzicht van de vooruitgang die elke leerling gemaakt heeft. De impact van gepersonaliseerd gedigitaliseerd leren valt niet te onderschatten.

Leerlingen met zorgvragen

Een recente bevraging op het populaire enquête-platform TeacherTapp toont aan dat meer van de helft van de leerkrachten het gevoel heeft dat zij regelmatig zodanig veel van hun lestijd ten dienste moeten stellen van de leerlingen met de grootste zorgvragen en problemen, dat zij te weinig van hun lestijd kunnen gebruiken voor de leerwinsten van de brede middenmoot van leerlingen. Gepersonaliseerd leren is een sterke ondersteuning in het komaf maken met deze problemen, omdat elke leerling reeds voor een groot deel ondersteund wordt op het niveau dat hij of zij nodig heeft.

In de vorige legislatuur is daarom I-Learn in het leven geroepen. Een samenwerking van meerdere universiteiten en departementen van de Vlaamse overheid, I-Learn wil, in samenwerking met scholen en softwareverstrekkers, één handig, gebruikersvriendelijk platform creëren waar gepersonaliseerd leren centraal staat. Daarbij gaan ze op zoek naar informatie over leerwinst, voorzien ze training en coaches voor leerkrachten en scholen om digitale tools volledig onder de knie te krijgen en werken ze samen met de aanbieders van educatieve tools om deze te verzamelen in één overzichtelijk platform.

Wat met privacy?

De privacy van individuele leerlingen moet altijd verzekerd zijn. Daarom moet de overheid een kader scheppen waarin gevraagd wordt dat alle data die gekoppeld is aan de individuele leerlingen, altijd eigendom is van de school. Dat is vandaag ook het geval bij bijvoorbeeld SmartSchool: alle rechten op de data van individuele leerlingen op hun platform komen toe aan de school en kunnen uitsluitend bekeken worden door iemand die gekoppeld is aan de school. Dit laat bedrijven nog steeds toe om de geanonimiseerde data te verwerken en te gebruiken ter verbetering van hun systemen, zonder dat de privacy van individuele leerlingen in gevaar komt.

Conclusie? Gepersonaliseerd leren moet aan de basis liggen van de Digisprong, de visienota waarmee minister Ben Weyts het onderwijs wil digitaliseren. De taak van de lesgever is de laatste decennia sterk uitgebreid. Een sterk gedigitaliseerd platform om het gepersonaliseerd leren te versterken, zal de werkdruk in de klas aanzienlijk verlagen en ons onderwijs echt naar de toekomst brengen. Een sprong naar de digitale wereld, zonder de ondersteuning van het gepersonaliseerd leren, is een sprong in het ijle.

Jo Brouns is Vlaams parlementslid en burgemeester van grensgemeente Kinrooi. Hij volgt in het parlement onderwijsbeleid en justitie op.

Leren op maat van elk kind, is het leren van de toekomst. Nu de nodige aandacht is gevestigd op de digitalisering van het onderwijs, is dit het moment bij uitstek om gepersonaliseerd leren in het centrum van de aandacht te plaatsen en de grote digisprong daarrond op te bouwen.Gedigitaliseerd, gepersonaliseerd leren is het aanbieden en gebruik maken van computersoftware die waardevolle data over leerlingen verzamelt tijdens het maken van oefeningen en aan de hand van die verzamelde data de juiste vervolgopdrachten aan elke leerling aanbiedt. Leerkrachten kennen en passen dit proces van differentiëren al langer toe onder de noemers verbreding en verdieping, wat tevens ook een belangrijk onderdeel van de onderwijshervormingen vormt. Maar als computeralgoritmes de leerkracht hierin kunnen ondersteunen, kan er een individueel leertraject voor elk kind opgezet worden en bieden we de leerkrachten ongelooflijk waardevolle inzichten in het leerproces van leerlingen. Zo kunnen leerlingen met extra noden ook extra ondersteund worden, maar tegelijkertijd ook slimmere leerlingen een extra uitdaging krijgen.Een programma kan bijvoorbeeld aan de leerkracht laten weten hoe lang de leerling over elke oefening deed, waar de leerling fouten maakte, tot zelfs hoe lang de leerling twijfelde bij specifieke opdrachten. Deze data, die het leerproces in kaart brengen, zijn een ongelooflijke meerwaarde voor de leerkracht. Het is haast onmogelijk voor de leerkracht om al deze data klassikaal in het oog te houden van elke individuele leerling. Software die dat automatisch doet en vervolgens deze informatie in een overzicht aan de leerkracht aanbiedt, helpt niet enkel de leerlingen, maar geeft ook weer tijd en ruimte aan de leerkracht in de les om zich met andere taken bezig te houden. Na de les heeft hij of zij dan ook weer een goed overzicht van de vooruitgang die elke leerling gemaakt heeft. De impact van gepersonaliseerd gedigitaliseerd leren valt niet te onderschatten.Een recente bevraging op het populaire enquête-platform TeacherTapp toont aan dat meer van de helft van de leerkrachten het gevoel heeft dat zij regelmatig zodanig veel van hun lestijd ten dienste moeten stellen van de leerlingen met de grootste zorgvragen en problemen, dat zij te weinig van hun lestijd kunnen gebruiken voor de leerwinsten van de brede middenmoot van leerlingen. Gepersonaliseerd leren is een sterke ondersteuning in het komaf maken met deze problemen, omdat elke leerling reeds voor een groot deel ondersteund wordt op het niveau dat hij of zij nodig heeft.In de vorige legislatuur is daarom I-Learn in het leven geroepen. Een samenwerking van meerdere universiteiten en departementen van de Vlaamse overheid, I-Learn wil, in samenwerking met scholen en softwareverstrekkers, één handig, gebruikersvriendelijk platform creëren waar gepersonaliseerd leren centraal staat. Daarbij gaan ze op zoek naar informatie over leerwinst, voorzien ze training en coaches voor leerkrachten en scholen om digitale tools volledig onder de knie te krijgen en werken ze samen met de aanbieders van educatieve tools om deze te verzamelen in één overzichtelijk platform.De privacy van individuele leerlingen moet altijd verzekerd zijn. Daarom moet de overheid een kader scheppen waarin gevraagd wordt dat alle data die gekoppeld is aan de individuele leerlingen, altijd eigendom is van de school. Dat is vandaag ook het geval bij bijvoorbeeld SmartSchool: alle rechten op de data van individuele leerlingen op hun platform komen toe aan de school en kunnen uitsluitend bekeken worden door iemand die gekoppeld is aan de school. Dit laat bedrijven nog steeds toe om de geanonimiseerde data te verwerken en te gebruiken ter verbetering van hun systemen, zonder dat de privacy van individuele leerlingen in gevaar komt.Conclusie? Gepersonaliseerd leren moet aan de basis liggen van de Digisprong, de visienota waarmee minister Ben Weyts het onderwijs wil digitaliseren. De taak van de lesgever is de laatste decennia sterk uitgebreid. Een sterk gedigitaliseerd platform om het gepersonaliseerd leren te versterken, zal de werkdruk in de klas aanzienlijk verlagen en ons onderwijs echt naar de toekomst brengen. Een sprong naar de digitale wereld, zonder de ondersteuning van het gepersonaliseerd leren, is een sprong in het ijle.Jo Brouns is Vlaams parlementslid en burgemeester van grensgemeente Kinrooi. Hij volgt in het parlement onderwijsbeleid en justitie op.