'België is een optelsom van twee democratieën'. Deze stelling wordt momenteel met hernieuwd enthousiasme luidkeels verkondigd door menig Vlaams-nationalistische politici. Ze klopt echter niet en dient enkel om een pleidooi voor separatisme, of de lightversie ervan, genaamd "confederalisme", te ondersteunen. Vlamingen en Franstaligen zouden in twee politieke universums leven die van elkaar gescheiden worden door dermate verschillende politieke keuzes dat geen enkele federale coalitie nog een gepast antwoord zou kunnen bieden op de wil van de kiezer in het noorden én het zuiden van het land.

België is méér dan Vlaanderen + Wallonië

Wij zijn het oneens met deze analyse. De essentie van het federalisme bestaat erin om verschillende politieke gezindten te verenigen in het beleid. Er bestaat geen enkel axioma krachtens hetwelk een federale coalitie steeds zou moeten berusten op een meerderheid in elk van de deelstaten. Dit verdient misschien de voorkeur, maar een coalitie zonder meerderheid in elk van de deelstaten is alleen om die reden niet ondemocratisch.

Overigens, zo men de eis om de federale coalities telkens op een meerderheid in alle deelstaten te laten berusten zou doortrekken, dan zou elke federale regering telkens een meerderheid moeten hebben in elk van de parlementen die ons land rijk is. Dus niet enkel in het Federaal Parlement, maar ook in het Vlaams en in het Brussels Parlement, in het parlement van het Waals Gewest, en in de parlementen van de Franstalige en de Duitstalige Gemeenschap. Dit komt neer op de totale negatie van de federale volkswil. En áls België dan al herleid zou moeten worden tot een optelsom van verschillende democratieën, dan zijn het er in elk geval méér dan twee.

De (quasi-)afwezigheid van federale partijen

Anders dan de meeste andere federaties, wordt ons land weliswaar gekenmerkt wordt door de (quasi-)afwezigheid van federale politieke partijen. De meeste partijen gaan weliswaar prat op universalistische ideologieën, maar niettemin zijn zij gesplitst op taalbasis.

Federale kieskring kan voor meer cohesie en minder polarisatie tussen gemeenschappen zorgen.

Doordat er (bijna) geen federale partijen zijn, zijn de federale verkiezingen in ons land telkens opnieuw eigenlijk slechts verkapte regionale verkiezingen. Elke partij presenteert zich aan kiezers binnen de eigen taalgroep, maar in de regel niet daarbuiten. Geen wonder dat menig politicus dan sterk in de verleiding komt om zich vooral tegenover de politici (en soms helaas ook tegenover de bevolking zelf) uit de andere taalgroep te profileren.

De (quasi-)afwezigheid van federale politieke partijen veroorzaakt een democratisch deficit. De federale ministers zijn bevoegd voor het ganse land en nemen beslissingen die iedereen in België, van Oostende tot Aarlen, beïnvloeden. Niettemin beschikt een Vlaming over geen enkel wapen om een Franstalige minister bij de verkiezingen af te straffen of te belonen. Dit leidt ertoe dat de politici permanent in de verleiding komen om een houding aan te nemen die enkel op de eigen taalgroep afgestemd is. Het verdedigen van de belangen van de eigen gemeenschap en ook het polariseren tussen de gemeenschappen wordt politiek beloond. Het verdedigen van het algemeen belang daarentegen niet.

De federale kieskring als antwoord

En zelfs wanneer men de analyse bijtreedt dat België een optelsom is van twee democratieën, dan nog moet dat helemaal niet tot separatisme of confederalisme leiden. Dat zou neerkomen op het weggooien van kind en badwater tegelijk. Wij denken dat het eerder nodig is om een remedie te bieden voor het democratisch deficit op federaal niveau, die tegelijk voor meer cohesie en minder polarisatie tussen de gemeenschappen kan zorgen: de invoering van een federale kieskring.

Daarbij zou een deel van de Federale Parlementsleden verkozen moeten worden in een kieskring die heel België omvat. Elke kiezer zou bij de federale verkiezingen één stem uitbrengen binnen de provinciale kieskringen en één stem in de federale kieskring. De nieuwe federale kieskring zou naast de bestaande provinciale kieskringen zorgen voor een groter politiek verantwoordelijkheidsbesef ten aanzien van de ganse bevolking. Een kiezer uit Antwerpen zou zo een politicus uit Charleroi kunnen belonen of afstraffen voor het gevoerde beleid.

Een betekenisvol aantal zetels zou op het spel moeten staan binnen de federale kieskring. Blijft dit aantal te beperkt, dan zullen de politieke partijen er niet in willen investeren. En investeren zal allicht nodig zijn. Er zullen immers kiezers aan de overzijde van de taalgrens moeten overtuigd worden. Dat wil zeggen dat men zich daar ook effectief moet presenteren, terwijl men zich nu tevreden kan stellen door bijvoorbeeld enkel op de Vlaamse of enkel op de Franstalige media te verschijnen.

Ook nu al zijn er in elke politieke partij, zelfs binnen de N-VA, politici met bekendheid én populariteit aan de overzijde van de taalgrens. Men zou dus niet van nul beginnen.

Binnen alle traditionele partijen zijn er belangrijke boegbeelden die zich in het recente en minder recente verleden al hebben uitgesproken pro federale kieskring. Tijdens de moeilijke regeringsonderhandelingen na de federale verkiezingen van 2007 werd de idee ook al effectief op de onderhandelingstafel gelegd. En in 2013 verscheen nog een pamflet uitgaande van de jongerenafdelingen van bijna alle traditionele partijen aan weerszijden van de taalgrens (Open VLD, SP.A, Groen, CD&V, MR, Ecolo en CDH) die gezamenlijk hun voorkeur uitspraken voor de invoering van een federale kieskring (Le Soir en De Standaard, 27 juni 2013).

Thans is artikel 63 van de Grondwet, dat zou moeten gewijzigd worden om een federale kieskring te kunnen invoeren, op het einde van de vorige legislatuur ook effectief voor herziening vatbaar verklaard. Het wordt nu tijd om de daad bij het woord te voegen. Als men België nog een ernstige kans wil geven, is het de moeite waard om het federale democratisch deficit aan te pakken en verder na te denken over mechanismen die de gemeenschappen bij elkaar brengen. Dat is niet te veel gevraagd, nu er decennialang bijna exclusief aandacht is geschonken aan het verschaffen van meer autonomie aan de deelstaten.

Frédéric Amez & Tony Van de Calseyde, juristen en bestuurders bij B Plus.