Op 24 februari 1921 werd de wet over de handel in giftstoffen, slaap- en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica van kracht. De burgerbeweging SMART on Drugs aan Vlaamse zijde en de organisatie #STOP1921 aan Franstalige zijde, die tientallen verenigingen, maatschappelijke actoren en duizenden burgers vertegenwoordigen, bundelen hun krachten om de kloof tussen deze eeuwenoude wet en de hedendaagse samenleving aan de kaak te stellen. Ze roepen op tot de oprichting van een parlementaire werkgroep die deze wet evalueert.

De Belgische Drugswet is 100 jaar oud, en dat is een 'ongelukkige verjaardag'. De laatste jaren is er veel te doen rond de uitdagingen die illegale én legale roesmiddelen voor een samenleving genereren. Politie en justitie krijgen de illegale drughandel niet onder controle. Decennia van 'recordvangsten' en duizenden pv's hebben de drugsmarkten niet structureel ontwricht. Miljoenen euro's zwart geld uit de drugshandel worden gebruikt om ambtenaren te corrumperen, of witgewassen in legale sectoren. In onze rechtszalen moet vooral het 'laaghangende fruit' zich verantwoorden terwijl de grote coördinatoren en investeerders buiten schot blijven. Er zijn tergend lange wachtlijsten in de drughulpverlening. De drugswet maakt het juridisch onmogelijk om levensreddende schadebeperkende projecten uit te rollen. Het alcoholgebruik bij jongeren stijgt verontrustend. De leden van een cannabis social club - een initiatief om gebruikers van de zwarte markt weg te houden - worden veroordeeld als 'drugscriminelen'.

Een drugbeleid gestoeld op het strafrecht is niet alleen inefficiënt, het werkt zelfs contraproductief.

Het Belgische drugbeleid wil eerbare doelen bereiken: een daling van het (problematisch) druggebruik, een daling van de gezondheidsschade bij individuen en hun omgeving, en minder criminaliteit en overlast. De ruggengraat van ons drugbeleid is echter nog steeds een wet van 24 februari 1921. Deze hoogbejaarde drugwet werd af en toe bijgesteld via wetswijzigingen, koninklijke besluiten en richtlijnen, maar de essentie is al die tijd gebleven: elk gedrag dat met (illegale) drugs te maken heeft, wordt bestreden met een straf. Ondertussen is pijnlijk duidelijk geworden dat het recept van die drugwet - een repressieve tactiek - niet heeft gewerkt.

In de wetenschappelijke wereld bestaat een consensus dat repressie geen effectief middel is om de beleidsdoelen te behalen. Het illegale karakter van een aantal roesmiddelen is een belangrijke pushfactor voor criminele ondernemers. Bestraffing heeft geen impact op de vraag naar drugs in de samenleving, en het verdienmodel in de illegaliteit zorgt voor een niet te stuiten aanwas van gretige producenten en verdelers. Dankzij de buitengewone winstgevendheid van de handel, beschikken de aanbieders over grote financiële middelen waarmee ze hun activiteiten meer gesofisticeerd kunnen verbergen, of zich door omkoping en corruptie aan repressie kunnen onttrekken. Bovendien: als je als overheid toegeeft dat je de war on drugs niet kunt winnen omdat je onvoldoende capaciteit hebt, dan komt nultolerantie neer op willekeur en selectiviteit in je bestraffing.

Een drugbeleid gestoeld op het strafrecht is niet alleen inefficiënt, het werkt zelfs contraproductief. Het vormt een hindernis voor het tijdig detecteren van problematisch middelengebruik bij jongeren (die uit schrik voor stigmatiserende reacties en bestraffing hun gebruik van (illegale) drugs verborgen houden). Repressie leidt tot 'hardere' en versneden (dus onzuivere) middelen, en vergroot het risico op vroegtijdig overlijden en risicovol middelengebruik. Een repressief beleid biedt geen antwoorden voor de onderliggende voedingsbodem van problematisch gebruik: armoede en sociale uitsluiting en/of persoonlijke problemen en trauma's.

Het rijtje landen en staten dat de cannabismarkt reguleert, wordt almaar langer, en ook onze buurlanden Nederland, Luxemburg en Frankrijk evolueren stilaan die kant op. In 2001 decriminaliseerde Portugal alle drugbezit voor persoonlijk gebruik, en ondertussen willen Noorwegen en de Amerikaanse staat Oregon in dezelfde richting. In Portugal wordt niemand politioneel of strafrechtelijk opgevolgd voor het gebruiken van drugs. Sinds de decriminalisering daalden het problematisch gebruik, de infecties met HIV en Hepatitis C, én het aantal sterfgevallen door overdosissen en druggerelateerde criminaliteit. Mensen met druggerelateerde problemen worden er geholpen, niet voor het leven sociaal gestraft met een strafblad. De wereld is een laboratorium voor experimenten met regulering en decriminalisering geworden. In België heerst de status quo.

Naast de feitelijke mislukking en de contraproductieve effecten van een repressief drugbeleid, lijkt het anno 2021 ook tijd om kritisch te kijken naar de onderliggende morele legitimiteit. Is het overheidspaternalisme om het gebruik van bepaalde roesmiddelen te criminaliseren vandaag de dag nog te verantwoorden? Recreatief druggebruik door een volwassen, goed ingelicht (over de risico's) individu lijkt perfect aan te sluiten bij een zelfbeschikkingsrecht over eigen lichaam en geest. Het blijft dan wel een thema voor een doordacht gezondheidsbeleid, maar niet langer voor een justitieel beleid. Er kunnen allerlei andere manieren dan 'straffen' bedacht worden om druggebruik te ontraden en te reguleren, zoals het voorzien van leeftijdsgrenzen, het heffen van taxen om de prijs op te voeren, het organiseren van gerichte preventie, het voorzien van algemene educatie etc. En het spreekt voor zich dat het gebruik van gelegaliseerde drugs onder bepaalde omstandigheden gecriminaliseerd moet worden, zoals het combineren van druggebruik en autorijden.

Intussen blijven we kampen met wachtlijsten in de gespecialiseerde drughulpverlening, gaat slechts een fractie van de overheidsuitgaven inzake drugs naar preventie, zetten we niet in op harm reduction zoals het testen van pillen en blijven we een artificieel onderscheid hanteren tussen 'drugs' en 'alcohol en tabak', terwijl het allemaal risicovolle roesmiddelen zijn waarrond we een coherent en consistent beleid moeten ontwikkelen. We zijn allemaal druggebruikers: gebruik en misbruik van illegale middelen komt voor bij BV's en grote Belgische kunstenaars, bij politici, bij wetshandhavers, bij journalisten, en bij drugsexperten allerhande. Toch schuiven beleidsmakers het debat almaar voor zich uit, bang als ze zijn voor de electorale gevolgen.

Veel beleidsmakers begrijpen dat het huidige beleid faalt, maar ze lijken niet te weten wat ze in plaats

daarvan moeten doen. De verleiding om de kwestie te vermijden is groot, maar een succesvol drugsbeleid is geen louter intellectueel debat. Het is een van de belangrijkste uitdagingen van onze tijd.

Onze samenleving heeft nood aan een grondig debat over drugbeleid met input van experten ter zake. Politici moeten daarom zo snel mogelijk werk maken van de oprichting van een parlementaire werkgroep middelenbeleid. Het is hoog tijd om ons drugbeleid op basis van de recente wetenschappelijke inzichten te moderniseren.

Prof. Dr. Tom Decorte, namens SMART on Drugs, een burgerbeweging die ijvert voor de hervorming van het Belgisch drugbeleid en pleit voor een vernieuwde, deskundige en menselijke aanpak. De Franstalige tegenhangerSTOP1921 is een campagne van het maatschappelijk middenveld om de wetgevers en de publieke opinie bewust te maken van de noodzaak om het bijna honderd jaar oude prohobitionistisch drugbeleid fundamenteel te hervormen.

Op 24 februari 1921 werd de wet over de handel in giftstoffen, slaap- en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica van kracht. De burgerbeweging SMART on Drugs aan Vlaamse zijde en de organisatie #STOP1921 aan Franstalige zijde, die tientallen verenigingen, maatschappelijke actoren en duizenden burgers vertegenwoordigen, bundelen hun krachten om de kloof tussen deze eeuwenoude wet en de hedendaagse samenleving aan de kaak te stellen. Ze roepen op tot de oprichting van een parlementaire werkgroep die deze wet evalueert.De Belgische Drugswet is 100 jaar oud, en dat is een 'ongelukkige verjaardag'. De laatste jaren is er veel te doen rond de uitdagingen die illegale én legale roesmiddelen voor een samenleving genereren. Politie en justitie krijgen de illegale drughandel niet onder controle. Decennia van 'recordvangsten' en duizenden pv's hebben de drugsmarkten niet structureel ontwricht. Miljoenen euro's zwart geld uit de drugshandel worden gebruikt om ambtenaren te corrumperen, of witgewassen in legale sectoren. In onze rechtszalen moet vooral het 'laaghangende fruit' zich verantwoorden terwijl de grote coördinatoren en investeerders buiten schot blijven. Er zijn tergend lange wachtlijsten in de drughulpverlening. De drugswet maakt het juridisch onmogelijk om levensreddende schadebeperkende projecten uit te rollen. Het alcoholgebruik bij jongeren stijgt verontrustend. De leden van een cannabis social club - een initiatief om gebruikers van de zwarte markt weg te houden - worden veroordeeld als 'drugscriminelen'. Het Belgische drugbeleid wil eerbare doelen bereiken: een daling van het (problematisch) druggebruik, een daling van de gezondheidsschade bij individuen en hun omgeving, en minder criminaliteit en overlast. De ruggengraat van ons drugbeleid is echter nog steeds een wet van 24 februari 1921. Deze hoogbejaarde drugwet werd af en toe bijgesteld via wetswijzigingen, koninklijke besluiten en richtlijnen, maar de essentie is al die tijd gebleven: elk gedrag dat met (illegale) drugs te maken heeft, wordt bestreden met een straf. Ondertussen is pijnlijk duidelijk geworden dat het recept van die drugwet - een repressieve tactiek - niet heeft gewerkt. In de wetenschappelijke wereld bestaat een consensus dat repressie geen effectief middel is om de beleidsdoelen te behalen. Het illegale karakter van een aantal roesmiddelen is een belangrijke pushfactor voor criminele ondernemers. Bestraffing heeft geen impact op de vraag naar drugs in de samenleving, en het verdienmodel in de illegaliteit zorgt voor een niet te stuiten aanwas van gretige producenten en verdelers. Dankzij de buitengewone winstgevendheid van de handel, beschikken de aanbieders over grote financiële middelen waarmee ze hun activiteiten meer gesofisticeerd kunnen verbergen, of zich door omkoping en corruptie aan repressie kunnen onttrekken. Bovendien: als je als overheid toegeeft dat je de war on drugs niet kunt winnen omdat je onvoldoende capaciteit hebt, dan komt nultolerantie neer op willekeur en selectiviteit in je bestraffing.Een drugbeleid gestoeld op het strafrecht is niet alleen inefficiënt, het werkt zelfs contraproductief. Het vormt een hindernis voor het tijdig detecteren van problematisch middelengebruik bij jongeren (die uit schrik voor stigmatiserende reacties en bestraffing hun gebruik van (illegale) drugs verborgen houden). Repressie leidt tot 'hardere' en versneden (dus onzuivere) middelen, en vergroot het risico op vroegtijdig overlijden en risicovol middelengebruik. Een repressief beleid biedt geen antwoorden voor de onderliggende voedingsbodem van problematisch gebruik: armoede en sociale uitsluiting en/of persoonlijke problemen en trauma's. Het rijtje landen en staten dat de cannabismarkt reguleert, wordt almaar langer, en ook onze buurlanden Nederland, Luxemburg en Frankrijk evolueren stilaan die kant op. In 2001 decriminaliseerde Portugal alle drugbezit voor persoonlijk gebruik, en ondertussen willen Noorwegen en de Amerikaanse staat Oregon in dezelfde richting. In Portugal wordt niemand politioneel of strafrechtelijk opgevolgd voor het gebruiken van drugs. Sinds de decriminalisering daalden het problematisch gebruik, de infecties met HIV en Hepatitis C, én het aantal sterfgevallen door overdosissen en druggerelateerde criminaliteit. Mensen met druggerelateerde problemen worden er geholpen, niet voor het leven sociaal gestraft met een strafblad. De wereld is een laboratorium voor experimenten met regulering en decriminalisering geworden. In België heerst de status quo.Naast de feitelijke mislukking en de contraproductieve effecten van een repressief drugbeleid, lijkt het anno 2021 ook tijd om kritisch te kijken naar de onderliggende morele legitimiteit. Is het overheidspaternalisme om het gebruik van bepaalde roesmiddelen te criminaliseren vandaag de dag nog te verantwoorden? Recreatief druggebruik door een volwassen, goed ingelicht (over de risico's) individu lijkt perfect aan te sluiten bij een zelfbeschikkingsrecht over eigen lichaam en geest. Het blijft dan wel een thema voor een doordacht gezondheidsbeleid, maar niet langer voor een justitieel beleid. Er kunnen allerlei andere manieren dan 'straffen' bedacht worden om druggebruik te ontraden en te reguleren, zoals het voorzien van leeftijdsgrenzen, het heffen van taxen om de prijs op te voeren, het organiseren van gerichte preventie, het voorzien van algemene educatie etc. En het spreekt voor zich dat het gebruik van gelegaliseerde drugs onder bepaalde omstandigheden gecriminaliseerd moet worden, zoals het combineren van druggebruik en autorijden.Intussen blijven we kampen met wachtlijsten in de gespecialiseerde drughulpverlening, gaat slechts een fractie van de overheidsuitgaven inzake drugs naar preventie, zetten we niet in op harm reduction zoals het testen van pillen en blijven we een artificieel onderscheid hanteren tussen 'drugs' en 'alcohol en tabak', terwijl het allemaal risicovolle roesmiddelen zijn waarrond we een coherent en consistent beleid moeten ontwikkelen. We zijn allemaal druggebruikers: gebruik en misbruik van illegale middelen komt voor bij BV's en grote Belgische kunstenaars, bij politici, bij wetshandhavers, bij journalisten, en bij drugsexperten allerhande. Toch schuiven beleidsmakers het debat almaar voor zich uit, bang als ze zijn voor de electorale gevolgen. Veel beleidsmakers begrijpen dat het huidige beleid faalt, maar ze lijken niet te weten wat ze in plaatsdaarvan moeten doen. De verleiding om de kwestie te vermijden is groot, maar een succesvol drugsbeleid is geen louter intellectueel debat. Het is een van de belangrijkste uitdagingen van onze tijd. Onze samenleving heeft nood aan een grondig debat over drugbeleid met input van experten ter zake. Politici moeten daarom zo snel mogelijk werk maken van de oprichting van een parlementaire werkgroep middelenbeleid. Het is hoog tijd om ons drugbeleid op basis van de recente wetenschappelijke inzichten te moderniseren. Prof. Dr. Tom Decorte, namens SMART on Drugs, een burgerbeweging die ijvert voor de hervorming van het Belgisch drugbeleid en pleit voor een vernieuwde, deskundige en menselijke aanpak. De Franstalige tegenhangerSTOP1921 is een campagne van het maatschappelijk middenveld om de wetgevers en de publieke opinie bewust te maken van de noodzaak om het bijna honderd jaar oude prohobitionistisch drugbeleid fundamenteel te hervormen.