"Zullen we de Poppy nemen?", vraagt mijn collega. "De watte?" "De poppy!" De poppy blijkt een nieuw type deelwagen en súper gebruiksvriendelijk: geen abonnement of reservaties, met simpele app stap je in de wagen en je laat hem achter waar het uitkomt. Ik voel enthousiasme opborrelen, zou het werkelijk zo simpel zijn? Als je weet dat 1 deelauto 10 gewone wagens kan vervangen (zonder onze vraag te wijzigen), dan is er reden voor optimisme. Deelsystemen als deze resulteren namelijk in 25% minder materiaalgebruik en 15% minder CO2-emissies. Dat zou ik graag op mijn conto schrijven als bijdrage aan de oplossing van twee van de grootste crisissen die ons momenteel treffen, namelijk de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis.

Het is op zich natuurlijk niet nieuw. Initiatieven zoals Cambio, deelfietsen, Spotify, Peerby, ... zijn in volle opmars. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat je iets gaat gebruiken zonder dat je het bezit. Sterker nog, slechts enkele generaties geleden was het delen van spullen heel normaal: mensen bezaten gewoon minder - ze hadden wel andere dingen aan hun hoofd - en waren nog niet de speelbal van briljante marketingstrategieën die in ons (onder)bewustzijn een continu onvervuld verlangen creëren. De vraag is nu wat dat persoonlijk bezit ons werkelijk heeft gebracht.

Deeleconomie voor individuen kunnen we best georganiseerd krijgen, maar ook de bedrijfswereld moet mee.

Want geef toe: stijgt je gelukshormoon werkelijk van het bezitten van een boormachine (wetende dat één boormachine doorgaans niet genoeg is voor wie aan het klussen gaat). Of wie een kledingkast opent en niet weet wat kiezen tussen de hoop eenmalig gedragen stukken? Of die keer waarbij je op een verjaardagsfeestje onwillekeurig observeerde hoe de jarige een cadeautje op de stapel legde en er in het beste geval nog een keer naar om zou kijken? Geef toe, ik ben er zeker van dat menig M/V/X... zich erin herkent.

Vandaag zijn het vooral hipsters en groene jongens en meisjes die de trend zetten in de deeleconomie, ook omschreven als 'collaborative consumption', 'on-demand-economy', platformeconomie,.... Zolang delen een tijdelijke hype blijft, missen we echter het schaaleffect dat het interessant maakt voor onze natuur en klimaat. De voordelen zijn nochtans talrijk als we de deeleconomie écht grootschalig gaan uitrollen. Zeker als we het voldoende breed interpreteren, en zowel kijken naar de gezamenlijke creatie, productie, distributie, handel en consumptie van goederen en diensten. Dus ook het samen creëren van Wikipedia, het verdelen van pakketjes via slimme trajecten langs winkelpunten of allerlei leaseformules kunnen hieronder vallen.

Voordeel één: je wordt ontzorgd. Met gehuurde of leaseproducten - en zeker als er voor deze laatste een servicepakket aan vast zit - maak je komaf met spullen die kapot gaan. Heeft je deelfiets een platte band, dan kan je vertrekken met die ernaast. Begeeft je geleasde IT apparatuur het, bespaar je ettelijke uren gevloek als de technische dienst voor jou het probleem met een vingerknip oplost of desnoods de lokale technieker met de fiets aan huis stuurt.

Ten tweede krijg je kwaliteit in plaats van kwantiteit. Door het huren of leasen van kledij zoals mogelijk bij Lena en Mud jeans, vermijd je miskopen, je kan eens een nieuwe stijl uitproberen of iets lenen dat je maar één keer nodig hebt. Je kan kiezen voor een kleine auto waar je moeilijk kan parkeren, een groter type om op vakantie te gaan en een oldtimer om je lief te verrassen. Lease en verhuurfirma's gaan kiezen voor duurzame toestellen en ze zo goed mogelijk onderhouden, zodat ze lang mee gaan en meer toegevoegde waarde hebben. Vervoersmiddelen delen is op die manier het meeste ingeburgerd, maar waarom ook niet denken aan baby-uitzet, occasionele sportuitrusting, feestartikelen...

Heb je bovendien al nagedacht over al de ruimte die je spullen innemen, de tijd die ze vragen - er valt ook stof op en er moet dus gepoetst, gesorteerd, verplaatst - en voor sommigen de rust die ze wegnemen. Ik denk er zeker niet alleen zo over. Ten bewijze de 2 miljoen lezers van opruimgoeroe Marie Kondo.

Als het slim wordt aangepakt, kan het ook een pak minder kosten. Neem nu de wereldbefaamde, kleurige Lego-lokjes. Ze kosten behoorlijk wat geld en worden vaak slechts éénmaal gebruikt om een prachtige creatie te bouwen. Nochtans bestaan alternatieven als rent-a-lego. Speelgoedboxen kunnen bijvoorbeeld bij Puur Plezier worden uitgeleend aan een waarde die hoger ligt dan de kost, en voor 40 euro per jaar huur je in de Maakbar in Leuven tal van de 300 gereedschappen.

En dan is er nog de énorme impact op materialen. De Vlaamse materialenvoetafdruk bedraagt 29.1 ton per inwoner per jaar terwijl 7 ton een fair aandeel zou zijn binnen de huidige grenzen. Niet enkel is onze voetafdruk te groot, hij neemt ook nog steeds toe. Onze CO2-uitstoot zit op 10 ton CO2-eq en moet tegen 2050 herleid worden tot een netto nuluitstoot. En dan hebben we het nog niet over de conflictgebieden waar sommige materialen gewonnen worden en het afval dat gecreëerd wordt. De schaarste laat zich sinds COVID-19 bovendien pijnlijk voelen. Computeronderdelen, bouwmaterialen, fietsen... Wat gisteren vanzelfsprekend beschikbaar leek, daar moet vandaag soms maanden op gewacht worden.

Non-believers zullen aangeven dat de deeleconomie altijd in de marge zal blijven. Bezit zou ons immers dat extra competitief voordeel geven tegenover de andere. En sommigen kijken vol afgrijzen of medelijden als je het pad van de deeleconomie inslaat, want dan moet het wel heel erg met je mis gaan. En toch zijn er aanmoedigende cijfers die deze stelling tegenspreken en aangeven dat voor een groeiend aantal mensen de eerder genoemde voordelen doorwegen. Zo zou 41% van de Vlamingen bereid zijn om tuingereedschap en doe-het-zelf artikelen te ontlenen, voor een vijfde van de Vlamingen is het bezit van een personenwagen geen must. En volgens de Flash Barometer van de Europese Commissie zou 25% van de ondervraagde Belgen geneigd zijn meer aan de deeleconomie deel te nemen. Als deze groep de mind-shift maakt, hebben we pioniers en voorlopers mee en wordt de kans op doorbraak van de innovatie reëel (zoals beschreven in de innovatietheorie van Rogers).

Op het niveau van individuen kunnen we de deeleconomie best georganiseerd krijgen, maar dat is niet voldoende. Ook de bedrijfswereld moet mee. En dat gebeurt stilaan. Philips was één van de eersten om geen lampen te verkopen, maar licht: ze lenen armaturen uit en vervangen de lampen wanneer het nodig is. Ook Esco's of 'Energy Services Companies' passen in dit rijtje: ze optimaliseren verwarming, ventilatie, koeling en verlichting in bedrijfs- of overheidsgebouwen en verdienen hun investeringen terug door een lagere energiefactuur. Bedenk welke impact mogelijk is als we dit uitbreiden naar particuliere woningen.

Hoe schitterend zou het zijn indien smartphone fabrikanten met modulaire tablets en smartphones op de markt kwamen, waarbij je zelf een onderdeel kan én mag verwisselen, die deel uitmaken van een servicepakket dat technische ondersteuning biedt, updates en upgrades realiseert, om nadien alles netjes in te leveren voor ontmanteling & hergebruik. En wat als leasefirma's het gebruik van firmawagens ook contractueel zouden openstellen voor andere gebruikers, zoals je buren. Er zijn overigens al verschillende gemeenten die bijvoorbeeld stadsvoertuigen gedurende de weekends beschikbaar stellen voor particulieren via autodeelsystemen

The sky is the limit. Het komt erop neer dat producten een maximale tijd in gebruik zijn, door creatief te ontwerpen gericht op een maximale levensduur, door in te zetten op kwaliteit, door de gebruikers een hoog niveau van service te bieden, door te anticiperen op herstel of innovaties, door extractie van zuivere basismaterialen mogelijk te maken. Dit vraagt een radicale verandering in ontwerp, productie én misschien vooral marketing. Je kan klanten levenslang aan je binden als je het slim aanpakt. Het is een businessmodel van de toekomst.

Over enkele dagen gaat de fameuze Klimaattop in Glasgow van start. We kunnen ons alvast verheugen op de ronkende verklaringen in de pers. Staatshoofden en ministers zullen zich verdringen om nieuwe beloftes te doen. Nog meer van wat we al hoorden. Het bikkelharde verdict wordt daarentegen elk jaar scherper: de wereldwijde emissies blijven stijgen maar de reacties van onze overheden blijven ondermaats. U en ik kunnen toekijken, of wij kunnen morgen voor ons zelf de grote shift inzetten en kiezen voor een deeleconomie als deel van de oplossing.

Sofie Luyten is plaatsvervangend CEO van WWF België.

"Zullen we de Poppy nemen?", vraagt mijn collega. "De watte?" "De poppy!" De poppy blijkt een nieuw type deelwagen en súper gebruiksvriendelijk: geen abonnement of reservaties, met simpele app stap je in de wagen en je laat hem achter waar het uitkomt. Ik voel enthousiasme opborrelen, zou het werkelijk zo simpel zijn? Als je weet dat 1 deelauto 10 gewone wagens kan vervangen (zonder onze vraag te wijzigen), dan is er reden voor optimisme. Deelsystemen als deze resulteren namelijk in 25% minder materiaalgebruik en 15% minder CO2-emissies. Dat zou ik graag op mijn conto schrijven als bijdrage aan de oplossing van twee van de grootste crisissen die ons momenteel treffen, namelijk de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis. Het is op zich natuurlijk niet nieuw. Initiatieven zoals Cambio, deelfietsen, Spotify, Peerby, ... zijn in volle opmars. Wat ze gemeenschappelijk hebben, is dat je iets gaat gebruiken zonder dat je het bezit. Sterker nog, slechts enkele generaties geleden was het delen van spullen heel normaal: mensen bezaten gewoon minder - ze hadden wel andere dingen aan hun hoofd - en waren nog niet de speelbal van briljante marketingstrategieën die in ons (onder)bewustzijn een continu onvervuld verlangen creëren. De vraag is nu wat dat persoonlijk bezit ons werkelijk heeft gebracht.Want geef toe: stijgt je gelukshormoon werkelijk van het bezitten van een boormachine (wetende dat één boormachine doorgaans niet genoeg is voor wie aan het klussen gaat). Of wie een kledingkast opent en niet weet wat kiezen tussen de hoop eenmalig gedragen stukken? Of die keer waarbij je op een verjaardagsfeestje onwillekeurig observeerde hoe de jarige een cadeautje op de stapel legde en er in het beste geval nog een keer naar om zou kijken? Geef toe, ik ben er zeker van dat menig M/V/X... zich erin herkent.Vandaag zijn het vooral hipsters en groene jongens en meisjes die de trend zetten in de deeleconomie, ook omschreven als 'collaborative consumption', 'on-demand-economy', platformeconomie,.... Zolang delen een tijdelijke hype blijft, missen we echter het schaaleffect dat het interessant maakt voor onze natuur en klimaat. De voordelen zijn nochtans talrijk als we de deeleconomie écht grootschalig gaan uitrollen. Zeker als we het voldoende breed interpreteren, en zowel kijken naar de gezamenlijke creatie, productie, distributie, handel en consumptie van goederen en diensten. Dus ook het samen creëren van Wikipedia, het verdelen van pakketjes via slimme trajecten langs winkelpunten of allerlei leaseformules kunnen hieronder vallen.Voordeel één: je wordt ontzorgd. Met gehuurde of leaseproducten - en zeker als er voor deze laatste een servicepakket aan vast zit - maak je komaf met spullen die kapot gaan. Heeft je deelfiets een platte band, dan kan je vertrekken met die ernaast. Begeeft je geleasde IT apparatuur het, bespaar je ettelijke uren gevloek als de technische dienst voor jou het probleem met een vingerknip oplost of desnoods de lokale technieker met de fiets aan huis stuurt.Ten tweede krijg je kwaliteit in plaats van kwantiteit. Door het huren of leasen van kledij zoals mogelijk bij Lena en Mud jeans, vermijd je miskopen, je kan eens een nieuwe stijl uitproberen of iets lenen dat je maar één keer nodig hebt. Je kan kiezen voor een kleine auto waar je moeilijk kan parkeren, een groter type om op vakantie te gaan en een oldtimer om je lief te verrassen. Lease en verhuurfirma's gaan kiezen voor duurzame toestellen en ze zo goed mogelijk onderhouden, zodat ze lang mee gaan en meer toegevoegde waarde hebben. Vervoersmiddelen delen is op die manier het meeste ingeburgerd, maar waarom ook niet denken aan baby-uitzet, occasionele sportuitrusting, feestartikelen...Heb je bovendien al nagedacht over al de ruimte die je spullen innemen, de tijd die ze vragen - er valt ook stof op en er moet dus gepoetst, gesorteerd, verplaatst - en voor sommigen de rust die ze wegnemen. Ik denk er zeker niet alleen zo over. Ten bewijze de 2 miljoen lezers van opruimgoeroe Marie Kondo.Als het slim wordt aangepakt, kan het ook een pak minder kosten. Neem nu de wereldbefaamde, kleurige Lego-lokjes. Ze kosten behoorlijk wat geld en worden vaak slechts éénmaal gebruikt om een prachtige creatie te bouwen. Nochtans bestaan alternatieven als rent-a-lego. Speelgoedboxen kunnen bijvoorbeeld bij Puur Plezier worden uitgeleend aan een waarde die hoger ligt dan de kost, en voor 40 euro per jaar huur je in de Maakbar in Leuven tal van de 300 gereedschappen.En dan is er nog de énorme impact op materialen. De Vlaamse materialenvoetafdruk bedraagt 29.1 ton per inwoner per jaar terwijl 7 ton een fair aandeel zou zijn binnen de huidige grenzen. Niet enkel is onze voetafdruk te groot, hij neemt ook nog steeds toe. Onze CO2-uitstoot zit op 10 ton CO2-eq en moet tegen 2050 herleid worden tot een netto nuluitstoot. En dan hebben we het nog niet over de conflictgebieden waar sommige materialen gewonnen worden en het afval dat gecreëerd wordt. De schaarste laat zich sinds COVID-19 bovendien pijnlijk voelen. Computeronderdelen, bouwmaterialen, fietsen... Wat gisteren vanzelfsprekend beschikbaar leek, daar moet vandaag soms maanden op gewacht worden.Non-believers zullen aangeven dat de deeleconomie altijd in de marge zal blijven. Bezit zou ons immers dat extra competitief voordeel geven tegenover de andere. En sommigen kijken vol afgrijzen of medelijden als je het pad van de deeleconomie inslaat, want dan moet het wel heel erg met je mis gaan. En toch zijn er aanmoedigende cijfers die deze stelling tegenspreken en aangeven dat voor een groeiend aantal mensen de eerder genoemde voordelen doorwegen. Zo zou 41% van de Vlamingen bereid zijn om tuingereedschap en doe-het-zelf artikelen te ontlenen, voor een vijfde van de Vlamingen is het bezit van een personenwagen geen must. En volgens de Flash Barometer van de Europese Commissie zou 25% van de ondervraagde Belgen geneigd zijn meer aan de deeleconomie deel te nemen. Als deze groep de mind-shift maakt, hebben we pioniers en voorlopers mee en wordt de kans op doorbraak van de innovatie reëel (zoals beschreven in de innovatietheorie van Rogers).Op het niveau van individuen kunnen we de deeleconomie best georganiseerd krijgen, maar dat is niet voldoende. Ook de bedrijfswereld moet mee. En dat gebeurt stilaan. Philips was één van de eersten om geen lampen te verkopen, maar licht: ze lenen armaturen uit en vervangen de lampen wanneer het nodig is. Ook Esco's of 'Energy Services Companies' passen in dit rijtje: ze optimaliseren verwarming, ventilatie, koeling en verlichting in bedrijfs- of overheidsgebouwen en verdienen hun investeringen terug door een lagere energiefactuur. Bedenk welke impact mogelijk is als we dit uitbreiden naar particuliere woningen.Hoe schitterend zou het zijn indien smartphone fabrikanten met modulaire tablets en smartphones op de markt kwamen, waarbij je zelf een onderdeel kan én mag verwisselen, die deel uitmaken van een servicepakket dat technische ondersteuning biedt, updates en upgrades realiseert, om nadien alles netjes in te leveren voor ontmanteling & hergebruik. En wat als leasefirma's het gebruik van firmawagens ook contractueel zouden openstellen voor andere gebruikers, zoals je buren. Er zijn overigens al verschillende gemeenten die bijvoorbeeld stadsvoertuigen gedurende de weekends beschikbaar stellen voor particulieren via autodeelsystemen The sky is the limit. Het komt erop neer dat producten een maximale tijd in gebruik zijn, door creatief te ontwerpen gericht op een maximale levensduur, door in te zetten op kwaliteit, door de gebruikers een hoog niveau van service te bieden, door te anticiperen op herstel of innovaties, door extractie van zuivere basismaterialen mogelijk te maken. Dit vraagt een radicale verandering in ontwerp, productie én misschien vooral marketing. Je kan klanten levenslang aan je binden als je het slim aanpakt. Het is een businessmodel van de toekomst.Over enkele dagen gaat de fameuze Klimaattop in Glasgow van start. We kunnen ons alvast verheugen op de ronkende verklaringen in de pers. Staatshoofden en ministers zullen zich verdringen om nieuwe beloftes te doen. Nog meer van wat we al hoorden. Het bikkelharde verdict wordt daarentegen elk jaar scherper: de wereldwijde emissies blijven stijgen maar de reacties van onze overheden blijven ondermaats. U en ik kunnen toekijken, of wij kunnen morgen voor ons zelf de grote shift inzetten en kiezen voor een deeleconomie als deel van de oplossing.Sofie Luyten is plaatsvervangend CEO van WWF België.