De klimaatconferentie in Glasgow zal een keerpunt voor de wereld zijn', beloofde de Britse premier Boris Johnson vorig maand. De man die dat voor hem moet verwezenlijken, is zijn Conservatieve kompaan Alok Sharma. De Britse staatssecretaris voor Energie en voorzitter van de 26e klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP26) stelde een verlanglijstje op van trofeeën die hij in de Schotse stad wil binnenhalen. Met stip op één: steenkool naar de geschiedenisboeken verwijzen.
...

De klimaatconferentie in Glasgow zal een keerpunt voor de wereld zijn', beloofde de Britse premier Boris Johnson vorig maand. De man die dat voor hem moet verwezenlijken, is zijn Conservatieve kompaan Alok Sharma. De Britse staatssecretaris voor Energie en voorzitter van de 26e klimaatconferentie van de Verenigde Naties (COP26) stelde een verlanglijstje op van trofeeën die hij in de Schotse stad wil binnenhalen. Met stip op één: steenkool naar de geschiedenisboeken verwijzen. Het Britse duo zal dan wel China, met 1058 kolencentrales 's werelds grootste uitstoter, aan boord moeten krijgen. Het probleem is dat de Chinese president Xi Jinping, die sinds de pandemie zijn land niet heeft verlaten, waarschijnlijk niet naar Glasgow komt. Hij heeft onlangs wel gezegd dat China de investeringen in buitenlandse kolencentrales zal stopzetten. Dat is goed nieuws, want in alle windstreken zijn de afgelopen jaren steenkoolcentrales opgerezen die werden gebouwd met Chinees geld. Maar voorlopig blijft China ze wel bouwen in eigen land. Afgelopen zondag beloofde het alsnog dat fossiele brandstoffen tegen 2060 minder dan 20 procent van de energiemix zullen uitmaken. Maar een tijdlijn voor de kolenafbouw kwam er niet. Sinds 2001 is de jaarlijkse hoeveelheid kolen die wereldwijd wordt gedolven met 60 procent gestegen. Volgens het Internationale Energieagentschap zal de wereldwijde CO2-uitstoot veroorzaakt door het gebruik van kolen in 2021 op 14,8 gigaton uitkomen. Dat is maar liefst 45 procent van de totale emissie. 'Steenkool is nog altijd een gigantisch probleem', zegt Jos Delbeke, voormalig directeur-generaal klimaat van de Europese Commissie, vanuit Firenze, waar hij hoogleraar is aan het European University Institute. 'Maar de afbouw van kolen zal niet gemakkelijk zijn. We hebben er in Europa op zijn minst een kwarteeuw over gedaan. Landen als China, India, Zuid-Afrika en Indonesië, waar steenkool nog massaal gebruikt wordt, zullen daar ook tijd voor nodig hebben. Het steenkoolverbruik moet noodzakelijkerwijs verminderen, maar het is een complex vraagstuk. Er zitten tal van sociale en economische addertjes onder het gras.' We moeten met onmiddellijke ingang ophouden met investeringen in fossiele brandstoffen, en geen geld meer stoppen in kolencentrales zonder de afvang en opslag van CO2, als we de opwarming van de aarde niet uit de hand willen laten lopen. Dat stelde het Internationaal Energieagentschap (IAE) onlangs. 'Helemaal juist', beaamt Delbeke. 'We moeten vandaag stoppen met nieuwe investeringen in steenkool. Maar natuurlijk zijn er nog heel wat werkende centrales. Dat zijn investeringen uit het verleden die nog niet helemaal zijn terugverdiend. Steenkoolmijnen zijn er ook nog volop. Die kun je niet in een dag sluiten. Er moet beleid zijn rond alternatieve werkgelegenheid en nieuwe technologieën. Het debat zou veel meer moeten gaan over de sociaal-economische context en de financiering van de benodigde investeringen.' De fikse prijs die aan CO2-uitstoot hangt, is een stevige prikkel voor de afbouw van vuile productiewijzen en investeringen in koolstofarme technologieën. Delbeke is een van de geestelijke vaders van het Europese systeem van emissiehandel. In een notendop: rechten om CO2 uit te stoten moet je kopen op de markt. Door de totale hoeveelheid beschikbare rechten steeds kleiner te maken, zorgt de marktmeester ervoor dat de prijs almaar oploopt. Dat stimuleert bedrijven om hun uitstoot zo snel mogelijk terug te brengen. Dan zijn ze minder centen kwijt aan CO2-rechten en kunnen ze zelfs goede zaken doen door overtollige rechten te verkopen. Hoe meer landen zo'n systeem invoeren, hoe beter. Maar Delbeke verwacht op dat vlak geen grote doorbraken in Schotland. 'Een CO2-markt of -belasting invoeren is een complexe politieke beslissing', zegt de klimaatexpert. 'Die zal in Glasgow niet vallen. Maar als landen aankondigen er werk van te maken, stemt dat hoopvol. Ik stel vast dat Europa, China, Zuid-Korea, Nieuw-Zeeland en Canada zo'n systeem hebben. De Verenigde Staten maken tot mijn grote spijt geen aanstalten om op dat gebied iets te doen. Dat is ontgoochelend. Als het rijkste land van de wereld er geen werk van maakt, hoe kun je dan verwachten dat landen die het minder goed hebben wel actie zullen ondernemen? De VS zijn onder president Donald Trump uit het klimaatakkoord van Parijs gestapt. Gelukkig zijn ze nu weer aan boord. Maar onder George Bush gebeurde hetzelfde. Hij stapte uit het Kyotoprotocol. Het zigzagbeleid van zo'n groot land wekt niet veel vertrouwen aan de internationale onderhandelingstafel.' Toen de voor 2020 geplande klimaatconferentie in Glasgow vorig jaar niet doorging door de coronacrisis, zei Delbeke dat hij dat niet zo erg vond. Want als een COP niet goed is voorbereid, is de kans op succes gering. Al is hij er niet zeker van dat de conferentie nu wél goed is voorbereid. 'Dat moet nog bewezen worden. We weten dat veel Britse diplomaten meer bezig zijn geweest met de brexit en andere perikelen. Op technisch vlak had er wat meer voorbereiding mogen zijn. Er zitten nog wel wat haken en ogen aan. Het fameuze artikel 6 van het akkoord van Parijs over de koolstofmarkt is nog maar in zeer schematische vorm aangenomen. De uiteenlopende standpunten zijn nog niet dichter bij elkaar gebracht.' Als België kan helpen om de standpunten met elkaar te verzoenen, zal hij een tevreden man zijn, zegt Peter Wittoeck, die de Belgische delegatie in Glasgow leidt. 'Als we geen robuuste regels maken voor de koolstofmarkt zal de kloof tussen wat we willen en wat we verwezenlijken nog groter worden.' Zo zal het plannetje van Brazilië van tafel moeten. Dat wil reducties die het aan een ander land heeft verkocht ook zelf kunnen meerekenen. Als België bijvoorbeeld investeert in de bescherming van het Amazonegebied en er zo voor zorgt dat daar minder broeikasgassen de lucht ingaan, wil Brazilië de reductie ook in de boeken kunnen schrijven, zodat dezelfde prestatie twee keer telt. 'Dat voorstel schiet het hele systeem lek', zegt Wittoeck. De onderhandelaars zullen zulke technische regels waterdicht moeten maken. Maar misschien nog wel belangrijker is dat ze het gapende gat tussen droom en daad dichten. De wereld engageerde zich in 2015 in Parijs, op de COP21, om de opwarming ruim onder de twee graden Celsius te houden, en als het even kon tot anderhalve graad te beperken. Maar met plechtige beloftes die nu op tafel liggen, stevenen we af op een opwarming van 2,7 graden tegen het eind van de eeuw. Een catastrofaal scenario waarin een ongekend verlies aan biodiversiteit op aarde dreigt en verzengende hittegolven de mensheid zullen plagen. Om het klimaatakkoord van Parijs waar te maken, zullen heel wat landen hun inspanningen enorm moeten opvoeren. Daarom gaat veel energie naar het overtuigen van treuzelende naties om in beweging te komen. Europa denkt het goede voorbeeld te geven door zich vast te leggen op 55 procent minder CO2-uitstoot tegen 2030 ten opzichte van 1990 en de ambitie uit te spreken in 2050 klimaatneutraal te zijn. 'Van Europa het eerste klimaatneutrale continent ter wereld maken: dat is ons doel', pocht de Europese Commissie. Intussen hebben 73 landen, inclusief de VS, ook die ambitie uitgesproken. De Amerikaanse president Joe Biden maakte in april dit jaar bekend dat hij in 2030 de uitstoot met 50 à 52 procent teruggedrongen wil hebben, maar dan ten opzichte van 2005. Omdat de uitstoot in de VS tussen 1990 en 2005 nog sterk is gestegen, zou dat een nog grotere prestatie zijn. 'Is het een wedstrijd om wie het meest ambitieus is?' reageert Wittoeck op de vraag of de VS Europa aan het overtroeven zijn. Misschien niet. Maar de EU mag wel wat minder trots op zichzelf zijn, vindt Bas Eickhout. klimaatwetenschapper en vicevoorzitter van de groene fractie in het Europees Parlement. 'Waar ik moeite mee heb, is dat de EU naar Glasgow gaat met het gevoel dat ze haar huiswerk heeft gemaakt. Dat is niet zo. De wetenschap heeft gezegd dat klimaatneutraliteit voor de rijkere landen tien jaar eerder moet, in 2040. Ik mis ook de ambitie van Europa om de moeilijkere discussies aan te gaan. Het Internationaal Energieagentschap heeft de vinger op de zere plek gelegd toen het zei dat stoppen met investeringen in fossiele brandstoffen noodzakelijk is. Het lijkt erop dat de EU dat in Glasgow niet zal aankaarten. Dat is heel teleurstellend.' Volgens Eickhout moet de EU tijdens de conferentie de vraag stellen of er wel nog langer geld moet vloeien naar gas. De Europese Commissie heeft een 'groene taxonomie' gemaakt, die definieert welke investeringen als duurzaam mogen gelden. Maar de discussie over gas heeft ze voor zich uit geschoven. 'De Commissie liep vast in dat debat', zegt het Europarlementslid. 'Pas na Glasgow komt ze met een voorstel. Dat illustreert dat Europa nog een aantal stevige noten te kraken heeft.' Dat geldt ook voor België. 'Ik zou niet graag in de schoenen van de Belgische onderhandelaars staan', zegt Eickhout. 'Je staat altijd sterker in internationale onderhandelingen als je ruggensteun van het thuisfront hebt. Dat is in België niet zo. Het is eeuwig zonde, want de Belgen hebben over het algemeen goede diplomaten. Als je thuissituatie wankel is, verzwakt dat je. Dat is ook waarom Nederland het nu moeilijk heeft. Het zit nu al bijna een jaar met een demissionair kabinet.' Eickhout, die in Brussel woont, kijkt met grote verwondering naar het land waar hij is aangespoeld. 'Het allergrootste probleem van België is natuurlijk Vlaanderen. Het klimaatbeleid wordt nog altijd regionaal bepaald. Sorry dat ik het zeg, maar dat is absurd. De positie van België moet beklonken worden met Brussel, Wallonië en Vlaanderen. En in Vlaanderen zit een regering die niets wil. Dat frustreert de federale overheid. Vlaanderen verpest de positie van België. Maar ik heb het gevoel dat het de N-VA geen lor kan schelen. Het past in haar "Vlaanderen boven"-agenda.' In een door Grootouders voor het Klimaat georganiseerd webinar eind september sprak ook Peter Wittoeck, de Belgische hoofdonderhandelaar in Glasgow, zijn frustratie over de Vlaamse opstelling uit. 'Vlaanderen blijft zich onthouden over elke tekst waarin de 55 procentdoelstelling, hetzij de anderhalve graad uit het akkoord van Parijs staat. Voilà, dat zegt iets over de houding.' Hij verwees naar uitlatingen in de pers van de Vlaams klimaatminister Zuhal Demir (N-VA) dat voor Vlaanderen het doel een reductie van 35 procent blijft. 'Het maakt het niet gemakkelijker als een partner zich afzijdig houdt. Eigenlijk zegt zij - dat is natuurlijk juridische nonsens - dat Vlaanderen niet gebonden is om de 55 procentdoelstelling te halen. Zo'n houding maakt het bijna onmogelijk om snel tot overeenkomsten te komen.' Wanneer Knack hem aan de telefoon confronteert met zijn uitspraken, schrikt Wittoeck. 'Ik word daar liever niet op geciteerd', zegt hij. De voormalige Europese topambtenaar Jos Delbeke beaamt de uitspraken die Wittoeck bij Grootouders voor het Klimaat nog wel durfde te doen. 'De Belgische positie is helemaal niet versterkt in de Europese context als we met de voeten blijven slepen over onze bijdragen aan de Europese doelstellingen. Als je een sterke interne agenda hebt, kun je extern veel sterker naar buiten komen.' Met het realisme van een in de klimaatonderhandelingen gepokt en gemazeld man relativeert Delbeke de stelling dat Glasgow een keerpunt voor de wereld moet worden. 'Dat is de gebruikelijke retoriek. Het is natuurlijk een heel belangrijke conferentie omdat de doelstellingen moeten worden bijgesteld. We bereiken bijlange niet wat we in Parijs hebben afgesproken. Maar na deze klimaatconferentie komt een andere. Elke COP is een gelegenheid om een aantal belangrijke afspraken te maken. Een historisch moment? Qua ronkende beloftes hebben we wel al wat gezien. Mijn vraag is altijd: welke maatregelen neemt men om de beloofde reducties te realiseren? Dat is veel belangrijker. Anders blijft het bij aankondigingen.' Eickhout snapt de relativering, maar wil toch het politieke belang benadrukken van de beloftes die verschillende landen hebben gemaakt. 'Je moet bij elke klimaattop continu duidelijk maken hoever we nog van de anderhalve graad af zijn. Een aantal spelers doet echt te weinig. Ook Europa. Sommige grote landen zullen onder druk gezet worden om stappen te zetten. Australië, bijvoorbeeld, het laatste ontwikkelde land dat tot nu toe geweigerd heeft klimaatneutraliteit te omarmen.' De top in Glasgow zal Eickhouts vijftiende of zestiende zijn. Hij weet niet goed wat hij ervan mag verwachten. 'De top is raar, niet standaard', zegt hij. 'We zitten in een overgangsperiode. Vroeger voerde iedereen voor de COP's een hoop juristen aan die steggelden over juridische teksten. Nu er is een klimaatakkoord dat er staat, dat van Parijs. De COP is een politiek moment aan het worden, waarop partijen het momentum gebruiken om hun klimaatambities aan te kondigen en anderen aanjagen om ze op te voeren. Maar daar is de bestaffing nog niet aan aangepast. Heel veel delegaties komen met dezelfde onderhandelaars als de afgelopen tien jaar. Ze gaan automatisch onderhandelen over details in werkgroepen.' Eickhout zucht wanneer het gaat over Alok Sharma's persoonlijke prioriteit om kolen naar de geschiedenisboeken te verwijzen. 'Het is de vorige oorlog voeren. Iedereen weet dat kolen voorbij zijn, die strijd is al geleverd. Je moet altijd nadenken over wat het volgende gevecht is, en dat is de uitfasering van gas. In het akkoord van Parijs zit een belangrijk artikel dat zegt dat we de financiële stromen in overeenstemming moeten brengen met een pad naar een lage uitstoot van broeikasgassen. Als we klimaatneutraliteit in 2050 ernstig nemen - en ik neem aan dat Europa dat doet, het heeft het zelfs in een wet vastgelegd - dan moeten we een fossiele economie die we in honderdvijftig jaar hebben opgebouwd in dertig jaar ombouwen. Dat is een gigantische investeringsopgave. Daarom is het cruciaal dat we het geld de juiste kant op sturen.' De goede kant op, dat is niet alleen richting duurzame technologieën, maar ook naar minder ontwikkelde landen. Die zijn het zwaarst getroffen door de opwarming van de aarde, die goeddeels is veroorzaakt door de rijke landen. Al op de klimaattop in Kopenhagen in 2009 beloofden de rijke landen jaarlijks 100 miljard dollar aan ontwikkelingslanden om ze te helpen klimaatverandering tegen te gaan. In 2019 haalden ze net geen 80 miljard en in het coronajaar 2020 zal dat wellicht niet beter zijn geweest. 'In de ogen van de ontwikkelingslanden hebben de rijke landen het vertrouwen geschonden', zegt Wittoeck. 'Sharma zit met die vertrouwenskwestie zwaar verveeld.' 'Het is cruciaal dat de rijke landen hun belofte waarmaken', zegt ook Sandrine Dixson-Declève. De Belgische is covoorzitter van de Club van Rome, de organisatie die in 1972 aan de alarmbel trok met het rapport De grenzen aan de groei. 'Dat de rijke landen tijdens de coronacrisis de vaccins voor zichzelf hebben gehouden, heeft het gevoel van de meest kwetsbaren versterkt dat de ontwikkelde landen hen in de steek laten', zegt ze. 'Het is voor het eerst in twee jaar dat de internationale gemeenschap in Glasgow bij elkaar komt. De grote vraag is of ze zich zal kunnen verenigen. Het is nog onzeker hoeveel vertegenwoordigers van ontwikkelingslanden er aanwezig kunnen zijn. Het Britse voorzitterschap heeft wel vaccins aangeboden, maar er blijven lastige quarantaineregels gelden voor mensen die uit landen komen die op de rode lijst van coronabesmettingen staan.' Er hangt veel scepticisme in de lucht, constateert Dixson-Declève. 'Ik denk niet dat er revolutionaire doorbraken uit de onderhandelingen zullen komen', verzucht ze. Wat ze ook niet bevorderlijk acht, is dat Xi Jinping hoogstwaarschijnlijk niet van de partij zal zijn. Mocht hij te elfder ure toch verschijnen, dan verandert dat niets aan het feit dat het de laatste tijd wringt tussen de VS en China, wat de kansen op een klinkend akkoord in Glasgow niet meteen vergroot. En dat terwijl we, dixit Dixson- Declève, 'een volledige omwenteling nodig hebben van ons progroeibeleid en onze financiële en economische modellen naar een welzijnseconomie. We mogen klimaatverandering niet als een geïsoleerd probleem zien. We moeten de blik niet alleen richten op het koolstofvrij maken van de economie, maar ook het onderliggende systeem bekijken. Onze op gewin en op de korte termijn gerichte beslissingsprocessen moeten we duurzamer en veerkrachtiger maken.' De focus ligt volgens haar veel te sterk op de vervanging van vieze door schone technologie, in plaats van op een systeemverandering. Voor het gemak vergeten we vaak dat de opschaling van 'schone' technologieën zoals zonnecellen, windmolens en accu's voor elektrische auto's tal van grondstoffen vergt. De Wereldbank becijferde dat de vraag naar mineralen als grafiet, kobalt en lithium tegen 2050 met circa 500 procent zal toenemen. De voorraad ervan bevindt zich voor een belangrijk deel in fragiele staten als Congo. De groene transitie vraagt ook om een antwoord op de mensenrechtenschendingen en ecologische schade die gepaard gaan met de ontginning van zulke grondstoffen in kwetsbare landen. De fixatie op technologie zien we ook in de discussie over mobiliteit. In de inleiding van de brochure over COP26 schrijft Alok Sharma trots dat het Verenigd Koninkrijk het lichtende voorbeeld geeft door de verkoop van nieuwe diesel- en benzinewagens vanaf 2030 te verbieden. Het versnellen van de overgang naar schone, elektrische wagens staat op de tweede plek van zijn prioriteitenlijstje voor de klimaatconferentie. Prachtig. Maar aan het openbaar vervoer, de fiets of de vraag hoe we onze ruimtelijke ordening kunnen verbeteren, wijdt Sharma geen woord. 'De manier waarop beleidsmakers consequent focussen op privévoertuigen in plaats van op verandering van het hele mobiliteitssysteem maakt me razend', zegt Dixson-Declève, die Glasgow ziet als de uitgelezen plek om het debat te verbreden. Schotland is een van de vijf landen die het idee van een welzijnseconomie heeft omarmd. Het wil niet langer het bruto nationaal product tot de ultieme maatstaf maken, maar het streven naar menselijk en ecologisch welzijn vooropstellen. 'Het is niet toevallig dat in vier van de vijf landen die zich bij het verbond van welzijnseconomieën hebben aangesloten - naast Schotland zijn dat Nieuw-Zeeland, IJsland, Finland en Wales - vrouwen aan het roer staan', zegt Dixson-Declève. Hoewel ze niet al te veel van de officiële onderhandelingen verwacht, benadrukt Dixson-Declève dat de klimaatconferentie in Glasgow ook een toneel is waarop tal van partijen hun ideeën, wensen en ambities zullen presenteren. Naar schatting zullen 30.000 mensen uit het bedrijfsleven, van ngo's en lokale autoriteiten uit alle hoeken van de wereld aanwezig zijn. Die zullen zich samen achter allerlei beloften scharen. Zo is een verklaring in de maak van een aantal grote auto- en vrachtwagenfabrikanten om de verbrandingsmotor tegen 2035 uit te bannen. Een coalitie wijst investeerders nadrukkelijk op hun belofte om geen geld meer te investeren in fossiele brandstoffen. Negen grote bedrijven, waaronder Amazon, Ikea en Unilever, ondertekenden vlak voor de COP26 een verklaring dat ze tegen 2040 hun vracht alleen nog zullen vervoeren met schepen die geen broeikasgassen uitstoten. De hoop is dat andere retailers en productiebedrijven die veel van schepen gebruikmaken zich in Glasgow bij hen zullen aansluiten. Zo kan op een klimaatconferentie waar de verdeelde grootmachten waarschijnlijk geen spectaculaire vorderingen zullen boeken dankzij maatschappelijke initiatieven toch nog heel wat in beweging komen.