Dat kmo's het kloppende hart zijn van onze economie, staat buiten kijf. Maar dat hart bloedt nu. Heel wat kmo's beschikken namelijk over minder liquide middelen dan grote bedrijven en dat zorgt ervoor dat ze deze crisis niet zonder kleerscheuren uitkomen.

Zolang de crisis woedt, willen de jongeren (25-35 jaar) die we bevraagd hebben dan ook dat de overheid actiever ingrijpt in de economie: bijna 55 procent wil dat de overheid productie en consumptie stimuleert, zodat we zo snel mogelijk naar het niveau van voor de crisis kunnen terugkeren. 58 procent wil dat zelfstandigen van hetzelfde economische opvangnet genieten als werknemers.

Tegelijkertijd zien we dat de steunmaatregelen voor kmo's in schril contrast staat met enkele macro-economische doelstellingen. Aangezien de huidige crisis de toestand er niet beter op zal maken, is het tijd voor oplossingen.

Vage definitie

Om kmo's de steun te geven die ze nodig hebben om de coronacrisis het hoofd te bieden, werd er ad hoc een expertengroep opgericht. Er is echter één probleem: er bestaat nog steeds heel wat verwarring rond het begrip kmo. 'De zaken fout benoemen, draagt bij tot het verdriet van de wereld', zou Albert Camus zeggen. Al voor de coronacrisis uitbrak, werden steunmaatregelen voor kmo's vaak te algemeen geformuleerd, waardoor ook bedrijven die de overheidssteun helemaal niet nodig hadden, hier aanspraak op konden maken. Het doelpubliek werd te vaag, te ambigu gedefinieerd en ook nu is dat niet anders.

Ter illustratie: de administratie van president Trump heeft begin juli een lijst gepubliceerd met daarop alle bedrijven die recht hebben op steun. Tussen deze bedrijven staan verschillende politieke adviesbureaus en lobby's. Ook privéscholen zoals het St. Ann's School in New York staan op de lijst. Het doelpubliek roept hier vragen op. Kmo's, die vanwege hun aard gewoonlijk minder nauwe banden met topambtenaren en beleidsmakers onderhouden, hebben beduidend minder kans om overheidssteun te ontvangen.

Evaluatie en prestaties

In ons land missen we bovendien bepaalde systemen die ons toelaten het overheidsbeleid grondig te evalueren, waardoor het begrotingstekort blijft toenemen. Dat heeft twee gevolgen. Enerzijds weten we niet welke investeringen renderen en welke niet, zodat we hier geen lessen uit kunnen trekken. Anderzijds is er niets dat de overheid stimuleert om duidelijk afgebakende doelen te behalen. De Belgische schuldenlast bedraagt momenteel zo'n 11 miljard euro per jaar - dat is ongeveer evenveel als de Franstalige gemeenschap in onderwijs investeert - en toch blijven de sluizen wagenwijd openstaan. Overheidsuitgaven zijn natuurlijk essentieel om te vermijden dat ons economische weefsel instort en onze maatschappij een nog hogere eindrekening voorgeschoteld krijgt, maar het feit dat maatregelen achteraf niet systematisch worden geëvalueerd, zorgt er alleen maar voor dat beleidsmakers blijven uitgeven zonder dat ze ooit verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de gemengde resultaten.

Daarom willen we graag twee aanbevelingen doen. Eerst en vooral moet het begrip kmo op een ondubbelzinnige, statistische manier worden gedefinieerd op basis van de Europese definitie van 2003. Deze definitie moet vervolgens op alle niveaus worden gehanteerd en als vertrekpunt dienen voor alle steunmaatregelen. Al in 1998 kreeg de Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging de opdracht om "concrete voorstellen voor het algemeen gebruik van een uniforme definitie [te formuleren] om het specifieke beleid ten voordele van de kmo's beter te kunnen richten". Door de complexiteit van de taak bleef het resultaat echter uit. Deze crisis is de ideale gelegenheid om deze lacune te verhelpen en een uniforme definitie te formuleren.

Onze tweede aanbeveling: een evaluatiesysteem opzetten waarmee steunmaatregelen voor kmo's systematisch worden geëvalueerd. Een eerste stap hierbij is de publicatie van een overzicht van de bedrijven die recht hebben op overheidssteun. Vervolgens moeten er voor elke gewestelijke en federale openbare dienst die zich richt tot kmo's evaluatiecommissies worden samengesteld. Pas als we dit doen, worden onze economie en kmo's veerkrachtiger en bereikt de overheidssteun in crisistijden beter zijn doel.

Adil El Madani is econoom en lid van de Vrijdaggroep.

Dat kmo's het kloppende hart zijn van onze economie, staat buiten kijf. Maar dat hart bloedt nu. Heel wat kmo's beschikken namelijk over minder liquide middelen dan grote bedrijven en dat zorgt ervoor dat ze deze crisis niet zonder kleerscheuren uitkomen.Zolang de crisis woedt, willen de jongeren (25-35 jaar) die we bevraagd hebben dan ook dat de overheid actiever ingrijpt in de economie: bijna 55 procent wil dat de overheid productie en consumptie stimuleert, zodat we zo snel mogelijk naar het niveau van voor de crisis kunnen terugkeren. 58 procent wil dat zelfstandigen van hetzelfde economische opvangnet genieten als werknemers. Tegelijkertijd zien we dat de steunmaatregelen voor kmo's in schril contrast staat met enkele macro-economische doelstellingen. Aangezien de huidige crisis de toestand er niet beter op zal maken, is het tijd voor oplossingen. Om kmo's de steun te geven die ze nodig hebben om de coronacrisis het hoofd te bieden, werd er ad hoc een expertengroep opgericht. Er is echter één probleem: er bestaat nog steeds heel wat verwarring rond het begrip kmo. 'De zaken fout benoemen, draagt bij tot het verdriet van de wereld', zou Albert Camus zeggen. Al voor de coronacrisis uitbrak, werden steunmaatregelen voor kmo's vaak te algemeen geformuleerd, waardoor ook bedrijven die de overheidssteun helemaal niet nodig hadden, hier aanspraak op konden maken. Het doelpubliek werd te vaag, te ambigu gedefinieerd en ook nu is dat niet anders. Ter illustratie: de administratie van president Trump heeft begin juli een lijst gepubliceerd met daarop alle bedrijven die recht hebben op steun. Tussen deze bedrijven staan verschillende politieke adviesbureaus en lobby's. Ook privéscholen zoals het St. Ann's School in New York staan op de lijst. Het doelpubliek roept hier vragen op. Kmo's, die vanwege hun aard gewoonlijk minder nauwe banden met topambtenaren en beleidsmakers onderhouden, hebben beduidend minder kans om overheidssteun te ontvangen.In ons land missen we bovendien bepaalde systemen die ons toelaten het overheidsbeleid grondig te evalueren, waardoor het begrotingstekort blijft toenemen. Dat heeft twee gevolgen. Enerzijds weten we niet welke investeringen renderen en welke niet, zodat we hier geen lessen uit kunnen trekken. Anderzijds is er niets dat de overheid stimuleert om duidelijk afgebakende doelen te behalen. De Belgische schuldenlast bedraagt momenteel zo'n 11 miljard euro per jaar - dat is ongeveer evenveel als de Franstalige gemeenschap in onderwijs investeert - en toch blijven de sluizen wagenwijd openstaan. Overheidsuitgaven zijn natuurlijk essentieel om te vermijden dat ons economische weefsel instort en onze maatschappij een nog hogere eindrekening voorgeschoteld krijgt, maar het feit dat maatregelen achteraf niet systematisch worden geëvalueerd, zorgt er alleen maar voor dat beleidsmakers blijven uitgeven zonder dat ze ooit verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor de gemengde resultaten. Daarom willen we graag twee aanbevelingen doen. Eerst en vooral moet het begrip kmo op een ondubbelzinnige, statistische manier worden gedefinieerd op basis van de Europese definitie van 2003. Deze definitie moet vervolgens op alle niveaus worden gehanteerd en als vertrekpunt dienen voor alle steunmaatregelen. Al in 1998 kreeg de Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging de opdracht om "concrete voorstellen voor het algemeen gebruik van een uniforme definitie [te formuleren] om het specifieke beleid ten voordele van de kmo's beter te kunnen richten". Door de complexiteit van de taak bleef het resultaat echter uit. Deze crisis is de ideale gelegenheid om deze lacune te verhelpen en een uniforme definitie te formuleren. Onze tweede aanbeveling: een evaluatiesysteem opzetten waarmee steunmaatregelen voor kmo's systematisch worden geëvalueerd. Een eerste stap hierbij is de publicatie van een overzicht van de bedrijven die recht hebben op overheidssteun. Vervolgens moeten er voor elke gewestelijke en federale openbare dienst die zich richt tot kmo's evaluatiecommissies worden samengesteld. Pas als we dit doen, worden onze economie en kmo's veerkrachtiger en bereikt de overheidssteun in crisistijden beter zijn doel.Adil El Madani is econoom en lid van de Vrijdaggroep.