Er bestaan heel weinig operaparen. Het bekendste is de combinatie Cavalleria rusticana en Pagliacci, bekend als 'CavPag', allebei in dezelfde ruwe sociale sfeer. Waarom een opera naast Blauwbaard?
...

Er bestaan heel weinig operaparen. Het bekendste is de combinatie Cavalleria rusticana en Pagliacci, bekend als 'CavPag', allebei in dezelfde ruwe sociale sfeer. Waarom een opera naast Blauwbaard? Péter Eötvös: Blauwbaard is een eenakter van ongeveer een uur. Te kort voor een hele avond, en daardoor krijg je vaak combinaties met andere opera's, soms vrij goed, soms vreselijk. Ik wilde een tweede eenakter schrijven die zich niet afzette tegen Blauwbaard en er ook geen verlengstuk van was, maar samen moesten ze één mooie boog vormen. Toen las ik het boek Senza sangue van Alessandro Baricco, en ik wist: dit is wat ik zoek. Een Italiaans verhaal, prachtig van taal, en van stijl even ruw en realistisch als CavPag, met moord, geschreeuw, intrige. Beide opera's draaien rond een man en een vrouw, en een van beiden probeert het dodelijke geheim van de ander te ontrafelen. Maar verder zijn er vooral veel verschillen. Eötvös: Maar het zijn allebei sterke verhalen. Eigenlijk heb ik de opera niet geschreven, het boek Senza sangue heeft hem bepaald. Ik heb nood aan drama, aan conflict, en daarnaast is ook de taal belangrijk voor mijn composities. Ik heb muziek voor zeven talen geschreven, en elk heeft haar tempo, haar ritme, haar melodie. Mijn vrouw, Mari Mezei, heeft grotendeels het libretto geschreven, zij kijkt en luistert met de ogen en oren van het publíék - veel librettisten staan als het ware samen met de zangers op het podium. Ook ik vraag me permanent af wat werkt en wat niet, en ik vind het mijn taak om als gastheer het publiek door de avond te leiden. Van deze combinatie durf ik na vier jaar te zeggen: ze werkt. Wat wél overeenkomt in beide opera's is het orkest. Eötvös: Senza sangue heeft inderdaad dezelfde bezetting als Blauwbaard. Ik wilde de kans creëren om beide opera's naadloos te laten aansluiten. Het slot van de ene is muzikaal verbonden met het begin van de andere. Jammer genoeg zullen jullie dat niet echt horen, want in Brussel en Brugge is er een pauze. Ik heb ook voor dezelfde stemmen geschreven als Béla Bartók, en voor het Belgische programma worden de twee vrouwen zelfs vertolkt door dezelfde sopraan. Dit is uw tiende opera, u werkt intussen aan nummer elf. Niet slecht voor iemand die opera ooit maar een zootje vond. Eötvös: U moet weten: ik heb al van jongs af aan een sterke band met theater. Ik stond op het podium en de regisseur vroeg: 'Peter, kun je bij deze passage wat muziek schrijven?' Ik deed dat, we keken of het werkte. 'Nee, het tempo moet sneller', zo ging dat. En toen kwam ik bij de Opera van Keulen terecht, waar ik me een klein radertje in een machine voelde, alles was hypergeorganiseerd. Componist Pierre Boulez heeft ooit gezegd dat hij de operahuizen wilde doen ontploffen. Hij had het niet over de muziek, hij bedoelde net hetzelfde als ik. Vandaag besef ik eerlijk gezegd wel beter hoe aartsmoeilijk het is om een operahuis te laten draaien. (lacht)