Als medewerker op verschillende CD&V-kabinetten kent Mark Van de Voorde de christendemocratie op zijn duimpje. Een partijsoldaat noemt hij zichzelf niet ('Daarvoor ben ik te tegendraads'). Maar als ex-hoofdredacteur van Kerk&Leven en columnist voor het christelijke Tertio is Van de Voorde een gezaghebbende stem in het debat rond de toekomst van de CD&V.

Die discussie werd afgelopen weekend nogmaals aangezwengeld, na forse kritiek van de jongerenafdeling van Oost-Vlaanderen en ontslagnemend minister Pieter De Crem op VTM Nieuws.

Knack: Er moet een einde komen aan de hechte relatie tussen de CD&V en de standenorganisaties zoals Beweging.net, vindt De Crem. Een goed idee?

Mark Van de Voorde: (lachje) De partij zégt al tientallen jaren dat ze geen standenpartij is. Maar hoe dan ook geloof ik niet dat de invloed van de standen zo groot is, laat staan bepalend. Het is passé dat verkozenen zeggen tot één bepaalde groep te behoren.

In elk geval denk ik dat het niet verstandig is om de banden met het bredere middenveld los te laten, zeker op een moment waarop men denkt om het democratisch draagvlak binnen de besluitvorming te verbreden.

Hebben wij de angst voor migratie niet te veel versterkt, zoals Pieter De Crem dat soms doet?

Criticasters binnen de partij zeggen dat het middenveld onvoldoende weet wat leeft binnen de samenleving.

Van de Voorde: Dat kan. De vraag is in welke mate de middenveldorganisaties nog luisteren naar de lagere middenklasse. Maar dan nog zou het opmerkelijk zijn om de band door te knippen op het moment dat veel mensen voor het Vlaams Belang hebben gestemd omdat ze denken dat de politiek geen voeling zou hebben met het volk.

Op dit moment buigen twaalf CD&V-politici zich over de uitslag én over de toekomst van de partij. Wat verwacht u van die werkgroep?

Van de Voorde: Het is belangrijk dat de partij zich bezint na zo'n verkiezingsuitslag. Tegelijk mogen we ons niet blindstaren op de uitslag alleen.

Mark Van de Voorde © Knack.be

Hoezo?

Van de Voorde: Verkiezingsuitslagen zijn soms onderhevig aan toevallig gebeurtenissen. Bijvoorbeeld, ik woon in West-Vlaanderen. In de Westhoek wonen bijna geen vreemdelingen, maar het Vlaams Belang haalt wel relatief veel stemmen. Zou het dan niet kunnen dat die stem gekleurd wordt door toevallige boosheid?

Kijk naar Wallonië. Uit onderzoek blijkt dat mensen aan beide kanten van de taalgrens ongeveer dezelfde bekommernissen delen. Alleen gaat een deel van Vlaanderen richting extreemrechts en een deel van Wallonië richting extreemlinks. Dé vraag is dan: waarom drijft de woede die kiezers dan niet naar CD&V?

Ik hoorde mensen onlangs zeggen dat 'alle politiekers zakkenvullers zijn'. Is dat gevoel nu nog steeds niet weg de bij bevolking? Ik denk dat politici om mensen geven, maar de mensen voelen het niet zo aan. Ze moeten het dus beter tonen.

Het gevaar van die twaalfkoppige werkgroep is dat ze in een angstreactie terechtkomt.

Volgens vooral de rechtervleugel mist de partij voeling op het vlak van migratie.

Van de Voorde: Dat kan. Maar je kan ook het omgekeerde zeggen: hebben wij de angst niet te veel versterkt, zoals Pieter De Crem dat soms doet?

Het was misschien onbewust, maar ik vond dat de CD&V de N-VA te veel achternaliep. Als N-VA iets zei over een onderwerp, dan moesten wij er ook iets over zeggen. Maar de CD&V moet net haar eigen toon zetten.

Het gevaar van die twaalfkoppige werkgroep is dat ze in een angstreactie terechtkomt. De kans is groot dat de partij zich rechtser zal willen positioneren, maar dat is het antwoord niet. De focus moet zijn of we een boodschap hebben die aanslaat én of die er eentje van hoop is, niet van angst.

Volgens de CD&V-jongeren van Oost-Vlaanderen was de campagne 'te wollig'.

Van de Voorde: Dat is waar. Het is haast endemisch voor de CD&V (lacht).

Is een hoge wolligheidsfactor dan inherent aan een centrumpartij?

Van de Voorde: Het zou toch pijnlijk zijn als een verzoenende en overbruggende visie wollig zou moeten zijn? Denken in de vorm van 'enerzijds, anderzijds' is eigenlijk een mooie manier van analyseren. Zo pak ik de meeste problemen in het leven aan. Het punt is dat er ook een duidelijke conclusie moet volgen uit die analyse. Die ontbrak er soms aan.

Hilde Crevits (CD&V) op 2 juli 2019 © Belga

Mits enkele aanpassingen komt het dus wel goed met de CD&V?

Van de Voorde: Of het ooit goed komt met de CD&V weet ik niet. Maar men moet in ieder geval niemand achternahollen, duidelijk spreken en met een hoopvolle boodschap komen. Er is een groot potentieel voor de middenpartijen. Vroeg of laat zullen de mensen de polarisatie beu worden omdat ze zien dat het niets oplost.

Dat geldt trouwens voor alle partijen. Neem de vergrijzing. Ik ben zelf senior en ik krijg de bibber van het geweeklaag over de vergrijzing. Voor sommige mensen komt het over alsof het een schande is dat ze oud worden.

In sommige gevallen is klein misschien fijn, maar in de politiek moet je die gedachte toch niet gaan koesteren?

Hoe kan de politiek dan wel over de vergrijzing spreken?

Van de Voorde: Je kan op z'n minst benadrukken wat voor succesvolle samenleving we hebben wanneer zoveel mensen er zo goed oud kunnen worden.

(op dreef) Ik ben nogal voor het Wir schaffen das van Duits bondskanselier Angela Merkel. Zég tegen de mensen dat we een uitdaging zullen aanpakken. Vergeet niet dat we moeilijkere tijden hebben meegemaakt. Na de Tweede Wereldoorlog heeft men de democratie hersteld. Dat is wat anders dan de vergrijzing.

Kan er een remonte komen onder het voorzitterschap van Hilde Crevits?

Van de Voorde: Ik weet niet of ze het wil doen, maar ze zou krachtdadig kunnen zijn. Ik vind haar bovendien niet zo wollig. De partij heeft haar trouwens te laat in de verkiezingscampagne naar voren geschoven. Het was moeilijk om er dan nog volop campagne mee te voeren. Het kwam over als iets om vlug vlug nog te doen.

Moet CD&V herbronnen via een oppositiekuur?

Van de Voorde: Nee. Voor een krimpende partij is de kans groot dat ze in de oppositie nog verder krimpt. Vroeg of laat moet je immers oppositie voeren tegen dingen die je ooit zelf hebt goedgekeurd.

Ten slotte: Kris Peeters zei in De Tijd dat 'een volkspartij niet per definitie een grote partij is'. Akkoord?

Van de Voorde: Een vreemde uitspraak. Een volkspartij zou ervoor moeten zorgen dat ze een groot stuk van de samenleving vertegenwoordigt. In sommige gevallen is klein misschien fijn, maar in de politiek moet je die gedachte toch niet gaan koesteren?