Eerst was er sprake van 6 forfaits voor de IAA 2019, daarna van 12 en volgens de laatste stand van zaken gaat het om in totaal 23 afzeggingen van kleine en grote automerken, voor wat tot voor enkele jaren de belangrijkste autoshow van Europa was. Volgens onze informatie kan het aantal nog oplopen.

Feit is dat de Duitse automerken decennialang pionier en koploper waren op het vlak van technologische innovatie en efficiëntie, maar die tijd lijkt voorbij en het is nog maar de vraag of die nog ooit terugkomt. Naar alle waarschijnlijkheid niet.

De vette jaren lijken voorbij

Tot vorig jaar was er geen vuiltje aan de lucht. De gerenommeerde Duitse premiummerken boekten maand na maand meer omzet en winst. Vanaf de herfst begon de motor plots te sputteren.

De terugloop van de omzet en rendabiliteit werd in een eerste reactie afgedaan als een 'verschijnsel van voorbijgaande aard' te wijten aan de invoering van de nieuwe WLTP-norm en de negatieve berichten in de media over de impact van de schadelijke uitlaatgassen voor mens en natuur.

Die uitleg gaat echter voorbij aan de essentie van het probleem. Die bestaat erin dat de Duitse merken achteroplopen inzake de implementatie van alternatieve aandrijvingssystemen en de ontwikkeling van systemen die straks autonoom rijden mogelijk moeten maken.

Daar komt bij dat Volkswagen vier jaar na het bekendraken van het dieselschandaal er nog altijd niet in is geslaagd om de afwikkeling onder controle te krijgen. Het aantal klachten van bedrogen klanten en schadeclaims blijft oplopen terwijl de eindverantwoordelijken voor het bedrog hun actieve betrokkenheid halsstarrig blijven ontkennen, in de hoop hun gerechte straf te ontlopen.

Bovendien hebben de Duitse automerken te lijden onder de gevolgen van de handelsoorlog tussen de Verenigde Staten, China en Europa en de daling van het consumentenvertrouwen. Die is een rechtstreeks gevolg van het beschamend politieke schouwspel dat is opgevoerd rond het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie.

Het ene besparingsplan na het andere

De vette jaren lijken voorbij. Blijkt dat vele automerken daar niet mee gerekend hebben en geen plan B in de lade liggen hebben. Op de hoofdzetels is het alle hens aan dek en worden aan de lopende band besparingsmaatregelen ingevoerd in een vertwijfelde poging de kritiek van de aandeelhouders te counteren.

In het geval van BMW was die kritiek echter zo luid geworden dat topman Harald Krüger begin juli zelf om de ontbinding van zijn contract heeft gevraagd. Onder zijn bewind heeft het BMW-aandeel in vier jaar 38 procent aan waarde verloren, succesvol ondernemers- en leiderschap ziet anders uit. Bij de meeste andere automerken is de situatie niet veel beter.

In een poging het tij te keren, volgt het ene besparingsplan na het andere én onderhandelen de merken in het geheim met de vakbonden en overheid over tijdelijke werkloosheid en herstructureringen. In sommige gevallen ligt zelfs de sluiting van fabrieken op tafel. Nood breekt wet!

Een uitgavenpost waarop kan bespaard worden zonder de productie van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe modellen in het gevaar te brengen, is het marketingbudget. Daar vallen zowel de uitgaven voor advertentiecampagnes als voor de autosalons onder. Die laatste lopen in de miljoenen, ondanks dat de stands bestaan uit verschillende modules waardoor die vrij makkelijk kunnen aangepast worden in functie van de voorhanden plaatsruimte. Op die manier kunnen die dus voor verschillende salons worden gebruikt en kunnen de kosten worden gespreid over verschillende landen en meerdere jaren.

Volvo zette als eerste de stap

Volvo besliste een aantal jaren geleden als eerste constructeur om weg te blijven op de internationale autosalons, op uitzondering van Genève. Het uitgespaarde geld werd gebruikt voor andere en nieuwe marketinginitiatieven waarvan werd verwacht/gehoopt dat die een grotere return on investment opleveren.

Het voorbeeld van Volvo heeft intussen navolging gekregen waardoor de autosalons van Parijs en Frankfurt zich zorgen (moeten) maken over hun toekomst. Zelfs Genève kreeg dit jaar af te rekenen met afzeggingen. Eerder verdwenen al de autosalons in Italië, Nederland en het Verenigd Koninkrijk van de kalender.

Dat het Autosalon van Brussel er jaar na jaar in slaagt om iedereen aan boord te houden, heeft ermee te maken dat de Brussels Motor Show een verkoopsalon is en dat de return on investment direct meetbaar is. Daarnaast is organisator Febiac constant op zoek naar synergiën en formules die de kosten drukken. Dat gebeurt in nauw overleg met de exposanten en heeft onder meer geleid tot het verminderen van het aantal openingsdagen en openingsuren en het aantrekken van nieuwe partners.

Recordaantal afzeggingen

De organisatoren van de IAA in Frankfurt hebben altijd in weelde geleefd en worden nu geconfronteerd met een onvoorziene situatie waarbij 23 constructeurs hebben afgezegd. In alfabetische volgorde zijn dat Abarth, Alfa Romeo, Alpine, Aston Martin, Cadillac, Chevrolet, Chrysler, Citroën, Dacia, DS, Fiat, Jeep, Kia, Peugeot, Mazda, Mitsubishi, Nissan, Renault, Rolls-Royce, Subaru, Suzuki, Toyota en Volvo. Bij Infiniti en Tesla is nog geen definitieve beslissing genomen. Off the record is te horen dat de kans groot is dat ook die forfait geven.

Dat zou betekenen dat zowel de Amerikaanse als de Franse, Italiaanse en Japanse constructeurs Frankfurt links laten liggen. Omdat de kosten te hoog oplopen en zij zich in het verleden vaak onheus behandeld voelden door het organiserende Verband der Automobilindustrie (VDA). Zoals ook de autojournalisten zich blauw ergeren aan de administratieve rompslomp voor het bekomen van een accreditatie.

Lees verder onder de foto's

Skoda Kamiq. © /
Ford PUMA © /

De Duitse merken zijn uiteraard wel present alhoewel ook die fors minder geld uitgeven. Zo heeft BMW zijn budget verminderd van 25 naar 6 miljoen euro en is de expositieruimte verkleind van 11.000 naar 3000 vierkante meter.

Volkswagen en zijn dochtermerken Audi, Bentley, Lamborghini, Seat en Skoda krijgen daardoor een overheersende plaats toebedeeld en maken van de gelegenheid gebruik om een aantal interessante wereldpremières te tonen naast een serie concept cars die een voorafbeelding zijn van toekomstige modellen al dan niet met elektrische aandrijving zoals de Audi e-tron SUV Coupé, Skoda Citigo-e iV, VW ID.3.

Mercedes richt de spots op de EQ S en EQV. De meeste aandacht zal in Frankfurt ongetwijfeld uitgaan naar de Porsche Taycan, de eerste 100 procent elektrisch aangedreven vierzitter van het Duitse sportwagenmerk. Die luidt een nieuw tijdperk in voor Porsche maar ook voor zijn concurrenten die vanaf nu op achtervolgen zijn aangewezen. Voor Tesla betekent de komst van de Taycan wellicht het begin van het einde.

Andere blikvangers in Frankfurt in alfabetische volgorde: Audi Q4 Sportback en Audi Q7, BMW 4 en BMW X6, Ford Puma, Kia Xceed, Land Rover Defender, Mercedes GLB en Mercedes GLE Coupé, Opel Corsa, Skoda Kamiq en VW T-Roc cabrio. De IAA 2019 loopt van 12 tot en met 22 september.

De Porsche Mission E concept die op de IAA in wereldpremière gaat als Taycan. © /
Kia Xceed © /
VW ID.3 © /