Actrice Tine Embrechts over haar deelname aan Maai Mei Niet: ‘Soms lijkt het alsof je hier een dorp uit een andere tijd binnenstapt’

Tinne embrechts ‘Bovenal is onze tuin een plek waar geleefd wordt. De kinderen mogen het gras kapot sjotten. ‘ © DEBBY TERMONIA
Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

In de zonovergoten stadstuin van actrice Tine Embrechts is een authentieke Mariagrot volledig overwoekerd door klimop: hier gaan devotie en biodiversiteit hand in hand.

Elke week vertelt een bekende deelnemer aan Maai Mei Niet over zijn of haar tuin. Wilt u ook meedoen aan onze actie om een maand lang (een stuk van uw gazon) niet te maaien? Schrijf u dan in op maaimeiniet.be

‘Mijn broer Pieter en ik wonen al bijna twintig jaar naast elkaar en we delen een tuin. Wij hebben die anders aangetroffen dan hoe hij er nu bij ligt: dat kind hing nog niet in deze conifeer bijvoorbeeld, maar die prachtige magnolia stond er wel. Ik herinner me nog goed wat ik zag toen we hier voor het eerst binnenstapten: een nonnetje dat blaadjes van de uitgebloeide magnolia bijeen stond te harken. Wij hebben ons huis van de Kerkfabriek gekocht. Hiernaast staat de oude pastorie, daarnaast de kerk. Daardoor lijkt het soms alsof je hier een dorp uit een andere tijd binnenstapt.

Waar wij nu wonen, woonden de nonnetjes. Wij slapen waar vroeger de kapel was: we hebben daarvoor een altaar moeten uitbreken maar wel pas nadat ze het hele spel ontwijd hadden. De tuin van de nonnetjes was karig. Behalve de magnolia hadden ze een strookje bloemen voorzien. De meeste van hun rozen leven nog altijd. En achteraan bevindt zich dus onze pièce de résistance: een Mariagrot, met een Maria- en ook een Jezusbeeld, waarvan het lichaam helaas is komen te gaan. We hebben zijn hoofd bewaard en een tuinkabouter in de plaats gezet, maar die is nu ook kapot. En Maria is intussen helemaal veroverd door de klimop, maar dat is naar het schijnt goed voor de natuur.

© National

Zeker de eerste jaren hebben wij niet veel aangericht in de tuin: we hadden niet veel centen en ik heb geen groene vingers. Mijn moeder wel en zij kan het niet laten om de rozen en hortensia’s bij te snoeien en om tips te geven. Waar we heel blij mee zijn. Zo is er in de loop van de jaren veel bijgekomen. Ik weet ongeveer wat wat is, in tegenstelling tot mijn man Laurent, die gisteren over de cameliastruik zei: “Schoon, die rozen!” (lacht)

Bovenal is onze tuin een plek waar geleefd wordt. Er staan een trampoline en een schommel, en de kinderen mogen het gras kapot sjotten. Zelfs in de winter brengen we veel tijd door in de tuin. We hebben een gezellig overdekt terras met een terrasverwarmer. De kinderen vinden het geweldig om op zoek te gaan naar beestjes. Vorige week had Maurice een lieveheersbeestje gevonden. Daarna waren de kinderen bij mijn ouders in Mortsel en daar hebben ze niets gevonden. Ligt dat dan aan het temperatuurverschil, vraag ik mij af: hebben wij meer en andere insecten omdat het in de stad veel warmer is? Of dat een goeie zaak is, betwijfel ik sterk.

Vorig jaar hebben wij al meegedaan met Maai Mei Niet, ik vond dat niet meer dan logisch. Maar dat we nadien ook bloemen moesten tellen, was mij ontgaan. Daar staat dan weer tegenover: met de hoge mate van activiteit in onze tuin maken bloemen in het gras toch geen schijn van kans.

Maai Mei Niet is een actie van Knack/Le Vif in samenwerking met KU Leuven/MijnTuinLab, Bond Beter Leefmilieu, Velt, HOGent en Het Ministerie voor Natuur.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content