Week van de waarheid voor Amerikaans homohuwelijk

26/03/13 om 05:03 - Bijgewerkt om 05:03

Het VS-Hooggerechtshof hoort deze week pleidooien in twee zaken rond het homohuwelijk. Als de opperrechters het homohuwelijk legaliseren, volgen ze de snel kantelende mening van het Amerikaanse volk.

Week van de waarheid voor Amerikaans homohuwelijk

© Reuters

Voor het Hooggerechtshof in Washington komt dinsdag een zaak over Proposition 8, het bij referendum goedgekeurde verbod op het homohuwelijk in de staat Californië. Woensdag gaat het over de grondwettelijkheid van de Defense of Marriage Act (DOMA), een federale wet uit de jaren negentig die het huwelijk definieert als een unie tussen een man en een vrouw en holebikoppels - ook degene die getrouwd zijn in VS-staten waar dat legaal is - allerlei wettelijke voordelen ontzegt die hetero-echtparen wel genieten.

Huwelijken honoreren

De opperrechters zijn bevoegd om te verklaren wat er geen enkele grondwettelijke basis is om het homohuwelijk te verbieden in de VS. Beslissen ze dat het Californische verbod ongrondwettelijk is, dan geldt dat ook voor de andere staten en zijn de wetten ter zake van de 41 staten die het homohuwelijk verbieden nietig.

Het Hof kan ook het omgekeerde doen en het recht van de staten om het homohuwelijk te verbieden betonneren. Of het kan een tussenpositie innemen en simpelweg stellen dat de federale overheid homohuwelijken die gesloten zijn in staten waar dat legaal is moet honoreren.

Dat gaat voor de getroffen individuen vaak over een bom geld. Eén van de eisers in de DOMA-zaak is Edie Windsor, een 83-jarige lesbische dame uit New York die de fiscus plots 360.000 dollar bleek te moeten toen haar echtgenote overleed. Dat geld had ze mogen houden als ze getrouwd was met een man.

Publieke opinie kantelt

Beslissingen van het Hooggerechtshof kunnen nog weken of maanden op zich laten wachten. In ieder geval spelen beide zaken zich af tegen de achtergrond van een land waar de publieke opinie pijlsnel verandert als het over het homohuwelijk gaat.

Holebi's mogen nu trouwen in negen van de vijftig Amerikaanse staten, plus de hoofdstad Washington DC. Bij de verkiezingen in 2012 legaliseerden drie staten het homohuwelijk. Het was voor het eerst dat dat bij referendum gebeurde.

Dat was tot een paar jaar terug ondenkbaar, maar peilingen tonen aan dat steeds meer Amerikanen geen probleem hebben met holebi's die trouwen. Als die cijfers kloppen, zal dat de komende jaren niet veranderen. In een recente peiling van televisiezender ABC en de krant The Washington Post sprak 58 procent van de Amerikanen zich uit voor het homohuwelijk. Veelzeggend voor de toekomst: bij de categorie onder dertig jaar was dat zelfs 80 procent.

Democraten overstag

In navolging van president Barack Obama, die zich voor de verkiezingen van 2012 voor het homohuwlijk uitsprak en daar aan de stembus opvallend genoeg niet de prijs voor betaalde, laten ook steeds meer politici hun bezwaren vallen.

Sinds ook de conservatieve Democratische Senatorensenatorenspreken Claire McCaskill (Missouri) en Mark Warner (Virginia) dat afgelopen week deden, is er in de partij van de president haast niemand meer over die niet voor het homohuwelijk is. Twee weken terug sprak zelfs de Republikeinse senator Rob Portman (Ohio) zich ervoor uit, nadat hij te weten kwam dat zijn zoon homo is.

Splijtzwam

Dat wil echter lang niet zeggen dat holebi's gewonnen spel hebben. Republikeinen en evangelische christenen blijven hartsgrondig tegen. In tientallen staten bestaat er een expliciet wettelijk verbod op het homohuwelijk.

Verwacht wordt dat de tegenstanders van het homohuwelijk in het Hooggerechtshof zullen argumenteren dat een legalisering de samenleving diep zou verdelen. Ze zullen daarbij verwijzen naar Roe v. Wade, de uitspraak van het Hof die abortus legaliseerde. Veertig jaar na dato blijft dat in de VS een maatschappelijke splijtzwam van formaat.

Onze partners